-A A +A
Hangar Flying is de Engelse uitdrukking voor het keuvelen over luchtvaart. We willen op een aangename en eigenzinnige manier artikels brengen over de Belgische burgerlijke en militaire vliegerij. Het accent ligt op de achtergrondinformatie met ruime aandacht voor mensen en technieken. De redactie heeft daarenboven een boontje voor het vliegend en onroerend luchtvaarterfgoed. Mede dankzij de steun van het Contactforum voor erfgoedverenigingen (VCM) en de Vlaamse overheid hebben we de middelen om ons luchtvaartpatrimonium permanent op te volgen.

Vrienden van de luchtvaart

Recent verscheen in de pers een bericht over de beperkingen die de inplanting van de Belgische luchthavens, luchtmachtbasissen en vliegveldjes oplegt aan de bouw van nieuwe windmolenparken. Dat we moeten zoeken naar klimaatvriendelijke en hernieuwbare energiebronnen spreekt voor zich, maar om de schuld weer op de (kleine) luchtvaart af te schuiven is duidelijk een brug te ver.
 
West-Vlaanderen wordt aangehaald als een van de regio's waar de dichtheid van vliegvelden het grootst is. Dan vraag ik me af of de expert ter zake al ooit in de buurt van London geweest is, met grote internationale luchthavens als Heathrow, Gatwick, Stansted en Luton met daartussen nog enkele drukke zakenluchthavens en kleinere vliegvelden. En laat West-Vlaanderen volgens de professor nu net dé beste plaats in België zijn om nieuwe windmolens te plaatsen.
 
Ik herinner me nog het debacle over de bouw van het windmolenpark in de Noordzee voor de kust van Knokke. Massaal protest van de eigenaars van huizen en appartementen op de zeedijk die angstvallig wilden vermijden dat hun uitzicht verstoord zou worden door deze mastodonten. Feit dat de professor handig lijkt te vergeten in zijn aanval op de Belgische luchtvaartinfrastructuur.
 
Volgende doelwit op de radar is het vliegveld van Zwartberg. Ook daar is de expert van mening dat de omwonenden maar al te graag het geluid van de vliegtuigen zouden willen wisselen voor het gedreun van een draaiende windmolen. Of dit gestoeld is op enig onderzoek of rondvraag is op z'n minst twijfelachtig te noemen. Wanneer we de literatuur erop naslaan, dan lezen we dat niet alleen het (al dan niet hoorbare) geluid van de windmolen een bron van ergernis is bij de omwoners, maar ook de slagschaduw van de molen. Een andere studie heeft het over de hinder die de buurtbewoners ondervinden door de permanente aanpassing van het landschap, iets wat niet van een overvliegend vliegtuig gezegd kan worden.
 
Het Windplan Limburg uit 2014 (zie link) is zeker interessante lectuur. Daaruit blijkt dat de beperkingen voornamelijk worden opgelegd door de militaire overheden en niet zozeer door Belgocontrol. Daarnaast legt de aanwezigheid van radionavigatiebakens, die ook door de (overvliegende) commerciële luchtvaart gebruikt worden, ook ernstige restricties op aan de inplanting van windmolens. Tevens valt op dat de voorgestelde locaties voor nieuwe windmolens evenzeer een gevaar vormen voor vogels.
 
De professor en de verslaggever vinden in hetzelfde artikel ook een nieuw vliegtuigtype uit, zo heeft Piper nu (althans volgens hen) ook de Piper Club in zijn portfolio steken. Zelfs zonder een alwetende zoekmachine kan een gemiddeld onderzoeksjournalist al snel vinden dat dit vliegtuigtype niet bestaat. Maar dat zullen we misschien afdoen als een typfoutje.

Kevin Cleynhens
Hoofdredacteur