La Guèrre secrète des Agents Parachutistes belges, 1940-1945

Cover

Sint-Truiden, 21 juli 2026. Regelmatig trekt de redactie van Hangar Flying erop uit om graven en gedenktekens te bezoeken. Af en toe gaat het over Belgen die in bezet gebied gedropt werden om er het verzet te ondersteunen. Over deze agenten is eind 2025 een boek verschenen dat vanaf nu als een standaardwerk over dit onderwerp kan beschouwd worden.

Cover

Op 1 januari 1949 werd de Fraternelle des Agents Parachutistes asbl opgericht. Deze vereniging bracht de Belgische agenten die in bezet gebied gedropt werden samen. Van deze agenten is er geen enkele meer in leven maar de vereniging brengt nu familieleden en sympathisanten samen. In het ‘Maison des Agents Parachutistes’ te Elsene houden ze de herinnering aan hen levendig, brengen een archief over het onderwerp samen en doen historisch onderzoek. Je kan er ook een klein museum bezoeken (www.fratap.be/). Op de gevel is een gedenkplaat aangebracht met de namen van de Belgische agenten die het leven lieten evenals de namen van de gesneuvelde Belgische SAS-militairen (www.hangarflying.eu/erfgoedsites/gedenkplaat-voor-gesneuvelde-soe-parachutisten-sas-en-belgische-paracommandos/) . Het is vanuit de Fraternelle dat het onderzoek startte dat aan de basis ligt van dit boek. Het kwam tot stand door de samenwerking tussen drie auteurs met elk hun specifieke inbreng.

De gedenkplaat op de gevel van het ‘Maison des Agents Parachutistes’. (Foto Luc Wittemans)

Het eerste deel van het boek brengt de Britse en Belgische diensten in kaart die zich bezighielden met clandestiene operaties in bezet gebied. Langs Britse zijde waren dat de Security Service of Military Intelligence section 5 (MI5), de Secret Intelligence Service (SIS) of Military Intelligence section 6 (MI6), het Special Operations Executive (SOE), het Political Warfare Executive en de Military Intelligence section 9 (MI9). Later kwamen daar nog het Amerikaanse Office of Strategic Services (OSS) bij. Aan de Belgische kant waren dat de Staatsveiligheid ressorterend onder het Ministerie van Justitie en de 2e Sectie (later 2e Directie) van het Ministerie van Landsverdediging. De samenwerking tussen Belgen en Britten liep niet altijd van een leien dakje. Uiteindelijk werden door de Belgische regering in ballingschap overeenkomsten getekend met hun Britse tegenhangers om de samenwerking vlot te trekken en tot een duidelijk afgebakende bevoegdheidsverdeling te komen. In dit deel van het boek vinden we vier organisatieschema’s telkens gespreid over twee bladzijden die het ingewikkelde kluwen van de verschillende actoren langs Britse en Belgische zijde overzichtelijk maken.

Ook in het eerste deel van het boek komt de opleiding van de potentiële kandidaat-agenten aan bod en een overzicht van de Duitse diensten die zich bezighielden met het bestrijden van het verzet. Wanneer een agent zijn opdracht vervuld had of wanneer hij ‘verbrand’ was, moest hij proberen om terug naar Groot-Brittannië te keren en de verschillende mogelijkheden om dat te doen komen aan bod. Als laatste geven de auteurs een overzicht van de activiteiten waarvoor sommige agenten ingezet werden na de bevrijding van België. Het gaat dan bijv. over clandestiene operaties in het nog grotendeels bezette Nederland of zelfs in Duitsland.

Het tweede en grootste deel van het boek is een chronologisch overzicht van alle Belgische agenten die ingezet werden. Het grootste deel ervan valt onder de noemer ‘agents parachutistes’ maar er werden ook agenten op andere manieren in bezet gebied binnengebracht (per vliegtuig, per boot of over land vanuit Spanje). Voor elke agent is er een kort overzicht met zijn beroep of activiteit aan het begin van de oorlog, zijn leeftijd, hoe hij Groot-Brittannië bereikte, met zijn foto als die beschikbaar was, en een kort overzicht van hoe zijn opdracht verliep. Daar doorheen hebben de auteurs een overzicht geweven van de belangrijkste militaire gebeurtenissen op alle fronten en de voornaamste politieke beslissingen van de Belgische regering in ballingschap. Dit deel is opgesplitst per jaar en aan het einde van elk jaar volgt een overzicht van het aantal uitgestuurde agenten per maand, het aantal agent per leeftijdscategorie, de duur van de activiteit in bezet gebied, en een tabel met de grote beroepscategorieën waartoe de agenten behoorden.

De eerste agent werd al in juni 1940 uitgestuurd in opdracht van de Britten en de eerste agenten werden allen via de maritieme weg in bezet gebied geïnfiltreerd. De eerste ‘agents parachutistes’ waren Constant Martiny en Edmondus De Snerck. Voor de oorlog werkte Martiny bij de burgerluchtvaartadministratie. Hij was al 52 jaar oud toen hij in de nacht van 12 op 13 oktober 1940 gedropt werd in de streek van La Roche. Op 13 mei 1941 werd Constant Martiny gearresteerd nadat de Duitsers zijn zender gelokaliseerd hadden. Hij werd in 1942 in Berlijn gefusilleerd. Voor hem staat er in de buurt van La Roche een gedenkteken (https://www.hangarflying.eu/erfgoedsites/gedenkteken-voor-constant-martiny/).

Link naar het gedenkteken voor Constant Martiny

Het gedenkteken voor Constant Martiny in La-Roche-en-Ardenne. (Foto Luc Wittemans)

Aan het einde van het boek staan twee tabellen, een alfabetische lijst van de uitgezonden agenten en een tweede lijst voor de agenten waarvan de zending geannuleerd werd. De lijst bevat naam, voornamen, geboortedatum, de dienst waarvan de agent afhing, zijn alias, de manier waarop ze in bezet gebied kwamen, de naam van de operatie en hun functie (bij de tweede lijst zijn de drie laatste kolommen niet opgenomen). Spijtig dat de lijst niet aangevuld is met hun geboorteplaats en, voor diegene die de oorlog niet overleefden, hun overlijdensdatum en plaats. Deze laatste informatie kan wel teruggevonden worden in de korte overzichten per agent maar het was handig geweest om ze ook hier terug te vinden. Opvallend dat we er enkele namen van religieuzen (priesters, monniken) aantreffen; vrouwelijke agenten waren ver in de minderheid met slechts vijf op een totaal van bijna 300 uitgezonden agenten. In de categorie ‘militairen’ vinden we vanaf 1943 opvallend veel Belgen die tot dan in het Franse Vreemdelingenlegioen dienden. Enkele agenten kwamen uit de Belgische Militaire Luchtvaart en twee van hen kregen als opdracht om op een Belgisch vliegveld een Junkers Ju 88 of Messerschmitt Bf 110 nachtjager met Liechtenstein radar te kapen en over te vliegen naar Groot-Brittannië. Dit komt slechts kort aan bod maar moet het vermeld dat ze er niet in slaagden om dit tot een goed einde te brengen.

De netwerken die door de agenten ondersteund werden, hielden zich bezig met inlichtingen, propaganda, ontsnappings- en koerierlijnen, sabotage en militaire acties. Een buitenbeentje was het netwerk Beagle opgezet door Albert Toussaint. Hij stelde zelf voor om in bezet gebied een meteo-waarnemingsdienst te organiseren en werd met deze opdracht boven Noord-Frankrijk gedropt. Beagle bestond uit vier waarnemingsposten verspreid over het Belgisch grondgebied die functioneerden van 1942 tot na de bevrijding. Dit was uniek: in geen enkel ander bezet gebied opereerde een vergelijkbare dienst. (Over Beagle verscheen in 2006 een boekje van de hand van Kolonel Philippe Siscot en ADC Jo Vaessen van de Meteowing van de Belgische Luchtmacht).

Maar we bleven wat op onze honger zitten wat betreft de evolutie van de gebruikte radio’s, de organisatie en werkwijze voor codering/decodering en verzending van de boodschappen. In het boek staat op bladzijde 172 een kleurenfoto van een radio ingewerkt in een soort aktentas maar waar deze paste in de evolutie van de clandestiene oorlogsvoering komen we niet te weten. Een ander voorbeeld is de vermelding op bladzijde 193 van een verbeterd coderingshulpmiddel (‘one time pad’) maar ook daar geen verdere uitleg. Een kort hoofdstuk met wat uitleg over de technische kant van deze activiteiten had een nuttige aanvulling kunnen zijn.

Het boek is vervolledigd met een uitgebreide bibliografie en bronnenlijst (negen bladzijden) en een tweedelige index van de in het boek geciteerde namen, altijd een nuttig instrument om snel iets terug te vinden.

Het is een groot boek met harde kaft en talrijke, goed gereproduceerde foto’s. Zonder enige twijfel zal het in de toekomst een standaard referentiewerk worden over de Belgen die zich vrijwillig opgaven voor deze gevaarlijke missies in bezet gebied. Het is een passend eerbetoon aan de bijna honderd agenten die de oorlog niet overleefden.

La Guerre secrète des Agents Parachutistes belges, 1940-1945 door Marie Marchand, Jean-Claude Maréchal en Peter Verstraeten. Uitgegeven door Weyrich Edition, Bastogne, 2025. ISBN 978-2-87489-999-7, 289 blz. Bestellen kan o.a. bij Standaard Boekhandel of via de webshop van de uitgever https://www.weyrich-edition.be/. De prijs van 50 euro (zonder eventuele verzendkosten) is zeker niet overdreven voor een dergelijk kwaliteitsboek.

Picture of Luc Wittemans

Luc Wittemans

Al sedert mijn jeugd gepassioneerd door vliegtuigen en luchtvaart, ben ik me in de loop der jaren gaan toeleggen op Belgische luchtvaartgeschiedenis, in het bijzonder de burgerluchtvaart en het burgerluchtvaartregister. Ik werk sedert enkele jaren ook mee aan de databank over het Belgische luchtvaartpatrimonium op Hangar Flying, af en toe schrijf ik ook een artikel voor Hangar Flying en luchtvaarttijdschriften. En 28 jaar als bibliothecaris in een wetenschappelijke bibliotheek maakten mij ook tot een verzamelaar van Belgische luchtvaartboeken.