Brasschaat, 9 september 2026 Op 26 september gaan op het historische vliegveld van Brasschaat replica’s van militaire observatievliegers de lucht in. In de hangar staan er 10 vliegers van meer dan 100 jaar oud: iets wat in België nog maar één keer eerder getoond is.
Beeld je 1914 in. Iets achter de frontlinie zit een man in een mand van amper een halve kubieke meter, zeshonderdvijftig meter boven de grond. Boven hem hangt geen ballon, maar een reeks katoenen vliegers, allemaal aan dezelfde staalkabel. Beneden staat een vrachtwagen met een lier. In de aanhangwagen ernaast: een fotolab om snel de foto’s te ontwikkelen en door te spelen naar de commandopost.
Het vliegtuig moet zijn nut nog bewijzen. En toch kijkt die man al kilometers ver over de vijandelijke linies. Dat verhaal is grotendeels vergeten. Michel Slootmans bouwt de vliegers na die het mogelijk maakten, en brengt ze samen met een aantal collega’s naar Brasschaat.

Het probleem: de artillerie schoot blind
Rond 1900 had het leger één groot probleem. Kanonnen konden verder schieten dan een waarnemer kon kijken. Zonder ogen in de lucht was artillerie weinig meer dan giswerk.
De oplossing van dat moment was de ballon, verankerd aan een kabel. Ook in Brasschaat werd daarmee gewerkt. Ballons vielen trouwens niet onder de luchtvaart maar onder de artillerie, want dat was hun functie: coördinaten doorgeven zodat de kanonnen correct ingesteld konden worden.
Alleen: een ballon was toen aan de grond verankerd, en houdt het uit tot ongeveer drie beaufort. Daarboven wordt het ding onhandelbaar. En laat wind nu net iets zijn waar je in Vlaanderen moeilijk omheen kan.
Precies daar komt de vlieger in beeld. Die heeft wind nodig in plaats van dat hij eronder lijdt. De twee systemen vullen elkaar dus aan.

Cody en Saconney
Twee officieren zetten de toon. De eerste is Samuel Franklin Cody, geboren in de Verenigde Staten en later actief in Groot-Brittannië, waar hij zijn man-lifting kites aan het leger verkocht. De tweede is de Franse kapitein Jacques-Théodore Saconney, die het principe van Cody overnam en er een eenvoudiger, praktischer systeem van maakte.
De werkwijze was in beide gevallen vergelijkbaar. Je liet niet één vlieger op, maar meerdere op dezelfde kabel. Drie, vijf, tot een tiental als het moest. Pas als er voldoende trekkracht op de kabel stond, hing je er onderaan een mand aan met een waarnemer in.
Die waarnemer was per definitie een lichtgewicht. De mand was klein en elke kilo telde. Wilde hij snel iets doorgeven, dan wikkelde hij zijn briefje rond een steen en gooide het naar beneden. Voor de rest wachtte hij tot hij binnengehaald werd.
Comfortabel was het niet. Veilig al helemaal niet. Je hing daar bewegingsloos in de lucht, perfect zichtbaar, boven een front. Een sitting duck, in de letterlijke zin.

De Belg die niemand kent
Er is ook een Belgisch spoor, en dat is meteen de frustrerendste bladzijde van het verhaal. Een Belgisch officier, George, heeft met hetzelfde principe geëxperimenteerd. Hij bouwde zelfs grotere vliegers dan Cody en Saconney, en werkte met een ander systeem.
Meer dan dat is er nauwelijks over terug te vinden. De archieven zwijgen.
Iets gelijkaardigs geldt voor kamp Polygoon in Brasschaat. Dat er ballons gebruikt zijn, staat vast. Van vliegers is geen spoor terug te vinden, maar het is wel waarschijnlijk dat ze gebruikt werden.
Het Belgische leger leunde op dat vlak op de Franse troepen en heeft de techniek nooit zelf uitgewerkt.

Meer dan observatie
De militaire vlieger deed ook ander werk. Hij droeg camera’s, wat hem tot een soort drone avant la lettre maakt, al bleef het laadvermogen beperkt. Vliegers werden ook ingezet vanaf schepen, in een tijd dat radar nog niet bestond en een uitkijk in de lucht beter was dan een uitkijk in de mast. Tevens werden ze gebruikt voor meteorologische metingen.
In totaal zijn er een achttal modellen bekend van Saconney. Ze delen dezelfde basisvorm. De verschillen zitten in de verstevigingen en in bijkomende vleugeltjes, finetuning dus.
Met de opkomst van het vliegtuig ging het snel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er nog intensief mee gewerkt, maar tegen het einde van die oorlog was de observatievlieger overbodig. Daarna verdween hij in de vergeethoek.
Niet helemaal, trouwens. In de Tweede Wereldoorlog kwamen ze terug in een heel andere rol: barrage kites, opgelaten om vijandelijke vliegtuigen te verstoren. Enorme constructies van aluminium buizen en staaldraad, tot op tweeduizend meter, bedoeld als een gordijn rond grote steden. Wie er met een vleugel tegenaan vloog, verloor die vleugel. Het tegengif was een mes op de aanvalsboord om het touw door te snijden waarmee de vlieger vasthing.
En er is nog een lijn die de moeite is. De vlieger ligt mee aan de basis van de luchtvaart zelf. De gebroeders Wright begonnen met een vlieger en zetten daar een motor op en ook Santos-Dumont bouwde toestellen die veel op de vliegers van Saconney leken.

Van fascinatie naar atelier
Michel Slootmans is al sinds zijn vijfde in de ban van vliegers wanneer hij op vakantie een exemplaar kreeg van zijn ouders. Zijn eerste exemplaar wou niet vliegen. Op het strand kwam een voorbijganger uitleggen dat zo’n ding afgeregeld moet worden. Die les is blijven plakken, en hij verdiepte zich meer en meer in de techniek.
Nadat de vliegers een tijd in de kelder verdwenen door het gezinsleven, begon de microbe toch terug te kriebelen. Stilaan werd hij actiever, sloot zich aan bij ‘Le Nouveau Cervoliste Belge’, en ging hij naar events.
Het is op zo’n event dat de sprong naar historische replica’s gemaakt werd. Dit begon eigenlijk als een grap. In het wereldje spreekt iedereen over Cody en iedereen bouwt ‘Cody’s’. Het is een mythische naam, en de buitenlandse collega-bouwers zijn uitgesproken Cody-minded. Saconney wordt daarbij nogal minachtend behandeld omdat deze de ontwerpen gekopieerd zou hebben.
Op de jaarlijkse bijeenkomst in Frankrijk werd de vraag op tafel: wie wil er een Saconney bouwen, zodat we die vlieger eens naast een Cody kunnen leggen? Een tiental mensen gingen erop in, waaronder Michel.
Bamboe, katoen en één compromis
Het echte werk zat niet in de plannen. Dat de originelen uit bamboe en katoen bestonden, was bekend. De vraag was waar je dat vandaag nog vindt.
De bamboestokken kwamen uiteindelijk van een invoerder in de streek van Zelzate, en dan wel meteen per baal van honderd stuks. Dat gaf het voordeel dat meteen de beste uitgezocht konden worden.
Het katoen moest ‘donsdicht’ geweven zijn, hetzelfde weefsel als voor een donsdeken, precies zodat er geen pluimen doorheen komen. Michel vond het bij een kleine fabrikant in Ieper die een aantal meter doneerde in ruil voor een foto van het eindresultaat.
Daar komt nog keperband bij, een geweven katoenen band met een ingestikt touw, dat de randen van de vlieger verstevigt.

Bij het touw zelf houdt de authenticiteit op. Gedraaid henneptouw, niet geweven, is vandaag nauwelijks nog zuiver te krijgen. Wat er te koop is, bevat kunststof. Dat compromis maakt Michel bewust. Net als de geleiders voor de touwen: die waren oorspronkelijk in hout, nu in aluminium, omdat het lichter en sterker is.
De vlieger die in het clubhuis van de Aeroclub Brasschaat te zien is, is gebouwd op schaal 3:4 en weegt zeven à acht kilo. Op ware grootte praat je over 2,80 meter lang, 4,40 meter spanwijdte en dertien kilo. Bedenk dan nog eens dat er daar drie tot tien van boven elkaar hingen, en daaronder nog een mand met een observator…
Aan zijn eerste exemplaar werkte Michel ongeveer een jaar omdat er veel opzoekwerk moest gebeuren. Nu hij weet waar de materialen zitten, komt hij toe met een drietal weken intensief werk.

Zoals eerder gezegd is er over deze tak van de luchtvaartgeschiedenis niet veel meer terug te vinden. Als je toch wat meer wil lezen kan je op deze website terecht: http://www.kitehistory.com/
Lees ook ‘Les Aérostiers Cerf-volistes’ van Dominique Cotard (ISBN 978-1-291-65824-8).
Praktisch: zaterdag 26 september, EBBT Brasschaat
Wat er te zien is
Vliegeren hangt af van het weer. Geen regen, en wat wind, maar niet te veel. Valt dat tegen, dan is er sowieso genoeg te zien in de hangar.
- Een demonstratie van de opbouw van de vliegers. Die kunnen volledig gedemonteerd worden, en dat opbouwen is op zich al een verhaal.
- Jan De Simpelaere brengt een tiental originele Cody’s van rond 1900 mee. Dat is uniek: ze werden tot nu toe maar één keer publiek getoond. Ze staan in de hangar en gaan niet de lucht in, want de stof is te oud en te fragiel geworden.
- De replica’s gaan wél op, tussen 10 en 18 uur. Er zijn ook deelnemers uit het buitenland.
Eenmalig
Het even einde september zal werkelijk uniek zijn omdat er momenteel geen tweede editie gepland is. Zulke vliegers verplaatsen is veel werk en het materiaal is delicaat. Aan de kust zijn er wel jaarlijkse bijeenkomsten van vliegeraars, maar dat is een andere niche: daar gaat het over decoratie van de lucht, niet over geschiedenis.
Dat het in Brasschaat gebeurt, is trouwens geen toeval. EBBT is het oudste Belgische vliegveld dat nog altijd in gebruik is. Voor vliegers die ouder zijn dan het vliegtuig zelf vind je moeilijk een betere plek.
Tekst: Peter Snoeckx
Beelden: Michel Slootmans

