-A A +A

Andre De Meulemeester

Brugge, 21 april 2012. Erfgoeddag 2012 greep plaats op 21 en 22 april 2012 met als thema: ‘Helden’. In het Tolhuis te Brugge liep naar aanleiding hiervan een eerste tentoonstelling over de Brugse brouwer-kunstenaar-oorlogsvlieger André De Meulemeester (°1894, †1973).  Amper een dozijn muren waren er behangen met parafernalia omtrent de Brugse held en slechts een paar kasten gevuld. De Meulemeester verdient veel meer, en ja, in de komende jaren worden over hem extra evenementen gepland naar aanleiding van 100 Jaar Grote Oorlog.

André De Meulemeester poseert voor de foto in wat slechts hout en doek is maar al vliegtuig wordt genoemd. (Foto Brugse Kunstroute vzw/legaat De Meulemeester)

André, Emile, Alphonse De Meulemeester wordt als derde en laatste op 28 december 1894 geboren in een sociaalvoelend Brugs bourgeoisgezin. Zo is nonkel Alphonse van 1903 tot 1919 voorzitter van de werkmansvoetbalclub, FC Brugge. Vader Victor was van 16 november 1919 tot 23 augustus 1927 senator voor de Belgische Werkliedenpartij. Hij is het die Achilles Van Acker in de Belgische nationale politiek zal binnenloodsen. Vader Victor wordt ook tot consul van Argentinië benoemd, uitloper van een politiek engagement.

De jonge André groeit niet alleen op in een politiek linksgericht vrijdenkersgezin, de familie geniet in het besloten katholieke Brugge heel wat aanzien. Grootvader Léon was immers eigenaar van de brouwerij ‘Den Arend’ met wortels tot in het jaar 1563. Léon De Meulemeester was gehuwd met Virginie Verstraete, vrouwelijke telg van de familie-eigenaars van de ‘Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek’, ook te Brugge gevestigd en in de volksmond gekend als ‘de gistfabriek’. De familie De Meulemeester was op een gegeven ogenblik eigenaar van 80 eigendommen, waarvan er 60 in de stad zelf gelegen. Op 1 oktober 1906 wordt de brouwerij ‘Den Arend’ omgevormd tot een NV wat wees op een zeer welvarende onderneming met een personeelsbestand dat vier maal groter was dan dat van de andere brouwerijen in de regio.

Het vliegend tuig waarmee de jonge Bruggeling een bitse oorlog uitvecht, staat aan het begin van een gigantische ontwikkeling.  Deze foto toont een naoorlogse Henriot HD-1 (1919). (Foto Wikipedia)

Als de Eerste Wereldoorlog 1914-18 uitbreekt is André De Meulemeester twintig jaar oud. Samen met zijn één jaar oudere broer Jacques, engageert André zich als vrijwilliger in het Belgisch Leger en kiezen beide broers er voor een opleiding tot gevechtsvlieger bij de Aviation Militaire Belge. Maar de luchtvaart staat er nog in de kinderschoenen en het is pas met het brevet van burgerpiloot in handen dat André De Meulemeester een opleiding kan volgen tot militair gevechtsvlieger. Het burgerbrevet had hij op 8 oktober 1915 behaald in het Britse Hendon na zich eerder op 22 september te hebben ingeschreven bij de Grahame-White Aviation Company in Engeland. Het is in het Franse Etampes nabij Parijs, dat hij aan het einde van de maand maart van het jaar 1916 militair vlieger wordt.

Vanaf de herfst van 1916 vliegt de Bruggeling André De Meulemeester bij het Belgische 1° Escadrille de Chasse, alwaar hij zeven van zijn elf officiële overwinningen behaalde. Het smaldeel opereert vanaf De Moeren, een grasvliegveldje in de nabijheid van Veurne. Het smaldeel is gekend als ‘les Chardons’ en de kunstenaar in André De Meulemeester voelt zich in 1917 geroepen om het smaldeel ‘de Distels’ te vereeuwigen in dit embleem, verrijkt met de spreuk ‘Nemo me impune lacessit”. (Niemand provoceert mij ongestraft)

Kunstenaar André De Meulemeester voelt zich in 1917 geroepen om het smaldeel “de Distels” te vereeuwigen in een embleem, verrijkt met de spreuk ‘Nemo me impune lacessit”. (Foto Brugse Kunstroute vzw/legaat De Meulemeester)

Luchtvaart in de Eerste Wereldoorlog is pionierswerk en talrijke vliegtuigen dienen zich aan. De Meulemeester vliegt in de Nieuport tweedekkers 11 ‘Le Bébé’ en 23. Na de omschakeling van 1 Escadrille naar 9 Escadrille in maart 1918 met behoud van het embleem ‘de Distel’, vliegt de Bruggeling in een Henriot-Dupont HD-1. Het vliegen is in die jaren een en al improvisatie maar ook een leerproces. De piloten sleutelden zelf aan hun toestel en het is van De Meulemeester geweten dat hij eigenhandig zijn vliegtuig verfde,  in afwachting van de eerste gecamoufleerde Henriots. Zij waren donkerbruin, lichtbruin, donkergroen, donkergrijs vanboven, lichtblauw onderaan. Eind oktober 1918 verhuist 1 Escadrille naar Moerkerke waar ze met 10 en 11 Escadrille het vliegveld delen.

Bij het bevechten van zijn vijfde overwinning tegen een Duitse Albatros, raakte de West-Vlaming ernstig gewond. Hij verwierf hierbij een ongekende heldenstatus en de bijnaam: ‘de Arend van Vlaanderen’.  Het verhaal gaat dat de Bruggeling dolgaarne zijn hond meenam aan boord van zijn vliegtuig. De chihuahua luisterde naar de naam ‘Stabilo’, naar het onderdeel van het vliegtuig dat het toestel in vlucht stabiel houdt in de dwarsas.

De Bruggeling haalde dolgaarne zijn hond aan. Zijn chihuahua luisterde naar de naam “Stabilo”, naar het onderdeel van het vliegtuig dat het toestel in vlucht stabiel houdt in de dwarsas. (Foto Brugse Kunstroute vzw/legaat De Meulemeester)

Hoewel een heel bescheiden man en erg getraumatiseerd door de dood van zijn broer Jacques in 1917, alsdan slechts 24 jaar, ontpopte De Meulemeester zich tot een succesvolle jachtvlieger met elf officiële overwinningen. Deze maakten van hem de tweede meest succesvolle Belgische jachtvlieger van WO-I na Willy Coppens met 37 officiële overwinningen achter zijn naam. In de Grote Oorlog vloog de Bruggeling 511 sorties waarbij hij 158 luchtgevechten leverde. Zijn elfde en laatste officiële overwinning was het neerhalen op 3 oktober 1918 van een observatieballon aan de kabel boven Torhout, iets wat André De Meulemeester als geen ander kon. De heldenstatus die De Meulemeester sierde, laat zich aflezen uit het overgemaakte archief aan de hand van felicitatiebrieven en artikels in diverse media.

André De Meulemeester werd vele keren gedecoreerd. Hij werd geridderd in de orde van Leopold I en II. Hij kreeg het Croix de Guerre Belge, het Franse Croix de Guerre en het Italiaanse Medaglio d’Argento al Valore Militare opgespeld. Hij werd zes frontstrepen toegekend en één “chevron de blessure”.

Als rechtgeaard socialist was de oorlog iets waar de Bruggeling een hartgrondige hekel aan had gekregen maar ook het decorum in het leger en de poespas bij benoemingen, deden hem besluiten om op 21 november 1918 het leger te verlaten en wel als reserve luitenant. Zijn ontslag uit het leger als eerste luitenant wordt definitief op 17 juli 1919. De Meulemeester zou nog naar de Belgische Luchtmacht terugkeren voor  de duur van de Achttiendaagse Veldtocht  in WO-II.

Na het einde van de Grote Oorlog keerde De Meulemeester terug naar de brouwerij van de familie te Brugge, die heette alsdan Aigle-Belgica na de fusie in 1928 met de brouwerij Belgica uit Gent. Hij was er voorzitter van de Raad van Beheer. Hij deed in zijn latere jaren aan liefdadigheid, stichtte te Oostkamp de West-Vlaamse vereniging ‘Hulp aan verlaten en onaangepaste kinderen’ met drie homes voor totaal 45 jongens. Later was een vierde home te Kortrijk in de maak.

Ondanks zijn afkeer van het leger, was André De Meulemeester zeer actief in het verenigingsleven van de oud-strijders uit de Eerste Wereldoorlog. Vliegers uit WO-I hadden zich verenigd onder de naam ‘Les Déjeuners Mystère’. Notulen van deze bijeenkomsten wijzen André de Meulemeester aan als spilfiguur van de groep en ook enige tijd als voorzitter ervan. Er zijn nog notulen van bijeenkomsten in het jaar 1972, een jaar voor het overlijden van de oorlogsheld. Op deze samenkomsten werden vaak belangrijke prominenten uitgenodigd. Zij zijn in het ‘Livre d’or des hôtes des Déjeuners Mystère’ vermeld. Het zijn ondermeer Koningin Elizabeth, Paul-Henri Spaak en Achilles Van Acker.

Koningin Elizabeth in het “Livre d’or des hôtes des Déjeuners Mystère” vermeld. (Foto Brugse Kunstroute vzw/legaat De Meulemeester)

‘Mystère’ was ook de naam waaronder André De Meulemeester bekend was onder de legerkameraden. Franstalige Belgen hadden immers moeite om zijn naam uit te spreken en refereerden alzo naar ‘de Arend van Vlaanderen’ en ondanks zijn afkeer voor militaire vertoon en breedspraak, bleef de oorlogsvlieger geheel zijn leven luchtvaartfan en bestaan er kladjes waarop de man zijn causerieën over de luchtvaart uitschreef. Een zo’n voordracht handelde over de “Aviateur” waarbij de oorlogsvlieger de kenmerken van een toppiloot uit de doeken deed. Een tijdlang ook was André De Meulemeester beheerder bij Sabena.

Buiten het bestek van dit artikel valt te vermelden dat André de Meulemeester een begenadigd kunstenaar was die zo’n 1.500 Brugse stadszichten en spotprenten vervaardigde. Vele van zijn brieven zijn ludiek en schertsend verlucht en duiden op een opgewekt en optimistisch karakter.

Bij zijn dood  op 7 maart 1973 was het zijn wens in alle sereniteit en strikte intimiteit te worden begraven.  Aldus geschiedde. Het overlijdensbericht in de krant meldde simpelweg: Ni fleurs ni couronnes, noch bloemen noch kransen.

De huidige belangstelling die is ontstaan ten aanzien van deze Belgische Aas is allicht te danken aan het feit dat het archief van de familie De Meulemeester in 2005 is overgemaakt aan de Provincie West-Vlaanderen en thans geheel is geïnventariseerd. Het bevat brieven, oorlogsdagboeken, diverse foto’s. De loopbaan van de man bij de luchtmacht kon, bijvoorbeeld, aan de hand van bewaarde contracten, benoemingsbesluiten en aanspreektitels op brieven, in grote lijnen worden gereconstrueerd. Een vijftal eretekens zijn eveneens in het archief opgenomen. Ook zijn vele knipsels en kranten en tijdschriften bewaard gebleven en ligt dit alles ter inzage in het Provinciale Bibliotheek Tolhuis te Brugge, tel 051/40 74 61. Meer info ook op www.andredemeulemeester.be

De Brugse oorlogsvlieger uit gegoede familie, in WO-I, in gesprek met de Koning-Soldaat.

Onder regie van ere-senator André Van Nieuwkerke verschijnt er in het voorjaar van 2014 een boek over de oorlogsheld. Van 7 tot 21 maart 2014 wordt in de Stadshallen in  Brugge de tentoonstelling:  'Mystère, de Arend van Vlaanderen. Hommage André De Meulemeester’ lopen in samenwerking met de Belgische Luchtmacht, Club Brugge, de Brugse Kunstroute, het Comité voor Initiatief Brugge, het MAfestival, Ergoed Aigle-Belgica, de Provincie West-Vlaanderen, en de heer Jan Hoet.

Andre De Meulemeester in 1953 met Achille Van Acker ter gelegenheid van de viering van het 400-jarig bestaan van het familiebedrijf, de brouwerij Aigle-Belgica. (Foto Brugse Kunstroute vzw/legaat De Meulemeester)

Bronnen:
Leidraad bij de tentoonstelling De Arend van Vlaanderen, 21/4-2/5/2012,  Prov. Bib. Tolhuis, Brugge
West-Vlaams erfgoedmagazine In de Steigers, jrg 19 (2012)
André Van Nieuwkerke, ere-senator te Brugge

Guido Bouckaert
Alle foto’s: © Brugse Kunstroute vzw/legaat De Meulemeester