kfc01.jpg

Valenciennes, 8 augustus 2009. Jan Vanhulle levert regelmatig mooie air-to-air foto’s af aan Hangar Flying. In 2009 was het zijn beurt om ook eens zelf te leren vliegen. Zijn relaas van hoe hij deze stage ervaren heeft, leert dat je op alle leeftijden kan beginnen!

De Grob Twin Astir is een van de twee lestoestellen.

Deze zomer organiseerde de KFC al voor het derde jaar op rijĀ hun zweefvliegkamp op Valenciennes (LFAV). Na Wevelgem (KFC staat nog altijd voor Kortrijk Flying Club) en Amougies hebben ze daar een definitieve stek gevonden en er een splinternieuwe hangar gebouwd.
Bij de plechtige opening van deze, wasĀ ik als fotograaf aanwezig.Ā Hier kwamĀ ik eigenlijk voor het eerst in contact met een aantal leden, die mij allen heel toegankelijk leken.Ā Je kon hen vragen stellen over alles van hun sport. Wanneer ik dit jaar op de valreep vrij kon zijn op de data voor het zweefvliegkamp aarzelde ik geen minuut. Nu zou het gebeuren, nu wil ik weten en voelen hoe je vliegt!

Het tweede lestoestel was deze Puchacz (uil).

Pas nadat ik me inschreef besefte ik pas hoe weinig ik weet over het vliegen. Ik had zelfs geen ervaring met flight sims enĀ had er, op enkeleĀ werken over luchtvaarthistorie na,Ā nogĀ geen enkel boek erover gelezen. De week voor het kamp moest ik zelfs nog snel een tentje en ander nodig campingmateriaal kopen. Mijn laatste kampeerervaring dateerde nog van rond de Woodstock periode.

Het vluchtenblad, beter gekend onder de naam “de plank”, waar alle vluchtgegevens op genoteerd worden.

In Valenciennes werden we verwelkomd door Heikki Deschacht,Ā organisator enĀ instructeur. Enkele praktische zaken worden uitgelegd en in de namiddag volgde al de eerste kennismakingsvlucht. Eerst moestenĀ de zwevers nog wel uit deĀ hangar gehaald worden.Ā Bij het buitenzetten van de toestellenĀ blijkt al snel dat dit een groepssport is: alleen kun je niet de lucht in.

Voor de vlucht wordt ieder toestel aan een grondige controle onderworpen (positive check) neus, romp, vrije gaatjes, pitotbuis, vleugels, rolroeren, stabilo, richtingsroer, remkleppen, vleugelverbindingen, tips, staartwiel, hoofdwiel, alle verbindingen en bouten, alle even belangrijke punten. We plaatsen een batterij en op het veld gebeurt een controle van de radio, hoogtemeter, variometer, stick vrij in alle richtingen, voetenstuur vrij, remkleppen en trim en canopy noodvergrendeling en de gewone canopy vergrendeling. Eerst zonder lijstje en daarna nogmaals met de checklist. Ook het aanhaken aan de sleper wordt aangeleerd, zowel in als buiten onze zwever. Twee keer op de romp kloppen staat voor het openen van de grendel, eenmaal kloppen is het sluiten ervan.

De leerlingen op het veld, netjes hun beurt aan het afwachten, aan het studeren of het niksen voor de actie.

De kabel wordt nog eens manueel aangetrokken terwijl de remkleppen open staan zodat de sleperpiloot ziet dat deĀ zwever nog niet klaar is. Pas bij het sluiten van de remkleppen en nadat de piloot zijn duim omhoog steektĀ gaat de zwever horizontaal.Ā Daarna komt de tiploper in actie. Deze heeft een belangrijke opdracht: goed rondkijken of niemand komt aanvliegenĀ en een laatste keer controleren ofĀ de zwever volledig vrij is van alle (hulp)wieltjes. Deze persoon houdt bij de start deĀ vleugelĀ horizontaal zodat hij niet over de grond sleept.

De nieuwe loods van KFC in Valenciennes.

We zijn met tien leerlingenĀ waarvan ik met mijnĀ 55 jaar de oudste ben. Dit isĀ een nog grotere stimulans om tussen het jonge geweld mijn best te doen. Onze vorderingen worden op een persoonlijke opleidingskaartĀ gevolgd: eerst een streepje, en dan een kruisje als je de oefening volledig kan.

Hypernerveus probeer ik me in de parachute te wringen voor mijn eerste vlucht. De instrumenten zie ik wel, maar ze zeggen me nog niet veel. Die enkele minuten achter de sleper tot 500 m hoog lijkenĀ langer te duren. Je ziet wijzertjes veranderen, posities veranderen totĀ de sleper met zijn vleugelsĀ wuift: het teken om los teĀ koppelen.Ā Mijn instructeur vindt thermiek en daar gaan we in de bochten.Ā Enkele bochten later zijn we op 700 m, het plafond vanĀ deĀ thermiek.Ā Nu is het mijn beurt om over te nemen, en naar eenĀ witte watertoren te vliegen.

De Christen Husky OO-USK, sleper van dienst.

Veel te vroegĀ zijn we terug opĀ 300 m zodat weĀ naar ons aanknopingspunt moeten om de landing in te zetten. Wat er ondertussen op de radioĀ verteld wordtĀ is me ook nog nietĀ helemaal duidelijk.Ā In de voorlaatste bocht vraagt de instructeur meĀ de remkleppen te ontgrendelen. Na de laatste bocht (met voet en stick zegt de instructeur me) moet ik op een punt ver voor me mikken. Iets minder remkleppen, iets meer naar rechts, wat trekkenĀ aan de stick… Als we aan de grond staan begint mijn instructeurĀ zowaar te applaudisseren. Heb ik dit alleen gedaan? Hoewel hijĀ me naar de piste gebabbeld heeft, ben ik tochĀ fier op mezelf en bedank de geduldige man meermaals.

Een wachtende meute vliegtuigen, iedereen wil de lucht in.

Na deze eerste vlucht volgen nog er nog vele andere met telkens andere oefeningen: de sleper volgen, slippen, en natuurlijk thermiekvliegen. Ik haal eens 1.250 meter: een persoonlijk record! De instructeur toont nog een aantal andere leuke zaken zoals een korte paraboolvlucht waarbij mijn fototoestel door de gewichtloosheid even voor mijn gezicht kwam zweven.
Ook snel dalen door een slip is deel van de opleiding. Samen met andere zwevers rondjes draaien geeft een spectaculair uitzicht. Het blijft in ieder geval moeilijk om de thermiek mooi te ā€˜centreren’.

De opgetogen reactie van mijn instructeur, na het betere bochtenwerk.

Terug op de grond helpen de medeleerlingen met de verschillende taken: gelandde zwevers ophalen, helpen met de parachute, bij het ingespen, aankoppelen, tiplopen… Tijdens de wachtperiodes verdiep ik mij in het boekje elementaire vliegopleiding (ISBN 90-800222-3-3) of probeer ik de vragen op te lossen die we ’s morgens ontvingen. Diverse thema’s komen aan bod in de theorie: het circuit, meteo, thermiek, enz. Ook ’s avonds is het nog niet meteen gedaan na het vliegen: alle toestellen worden terug naar de hangar getrokken, alles wordt netjes gewassen en terug gestockeerd.

Zelfportret op mijn persoonlijke recordhoogte.

De week gaat voorbij in sneltreinvaart, maar er zullen nog twee weken nodig zijn om Ʃcht iets te kunnen! Jammer genoeg is het feestje voorbij, en moet er volgende week terug gewerkt worden.

Met dank aan instructeurs enĀ sleeppiloten van dienst:Ā Franz Van Autreve, Patrick De Backer,Ā Hendrik Degezelle, Dirk Roggeman, Erik Schacht, Paul Verdyck, de broers Matthieu en Olivier Denecker en Pieter Rebry voor hun bereidwillige medewerking. Aan Heikki Deschacht, Guido Sergeant en Guido De Wilde voor de organisatie en de vele tips en aan Tim Schepens voor het oplossen van mijn examenvragen. Tot slot ook nog dank aanĀ de jeugdige medeleerlingen voor de leuke sfeer.

De tien leerlingen samen op de foto met instructeurs Heikki Deschacht (zittend linksonder), Guido Sergeant (rechtstaand tweede van links) en Franz Van Autreve (derde van links).

Tekst en foto’s: Jan Vanhulle