Louis Brullez (°Brussel 31 juli 1910, †Brussel 25 maart 2000) had zijn militaire dienst al achter de rug toen hij tot priester werd gewijd. Na de Achttiendaagse Veldtocht werd hij aalmoezenier in het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel. De man was actief in de weerstand en in 1942 kwam hij – vermoedelijk door verklikking – in het vizier van de Gestapo. Via Frankrijk en Spanje vluchtte hij naar Engeland. Hij wou piloot worden maar was eigenlijk te oud. Hij loog over zijn leeftijd (27 ipv 32 jaar). Als leerling-piloot vertrok hij naar Canada waar hij op Oxford leerde vliegen en in 1943 zijn vleugels kreeg. In de UK kwam Brullez terecht in het 278 Sqn RAF van het Air Sea Rescue dat met Supermarine Walrus vloog (vandaar de Walrus op het graf). Tijdens de oorlog redde het 278 Sqn 6.972 man uit het Kanaal, ongeacht hun nationaliteit.
De priester-piloot keerde in 1946 terug naar België en bleef dertig jaar aalmoezenier bij de Belgische Luchtmacht. Hij bleef vliegen, onder meer op C-119 in Melsbroek. In 1960 was Brullez in Kamina waar hij met Harvard vloog.
In 1975 ging hij als hoofdaalmoezenier-vlieger met pensioen. Brullez bleef waken over de kapel van de Geruzetkazerne tot de Luchtmacht deze in januari 1976 verliet. Hij trok zich terug in zijn appartement in Elsene, de Brusselse gemeente waar hij ook zijn laatste rustplaats kreeg.
Bron. ‘De pastoor die piloot werd.’ Herman De Wulf. VTB Magazine, nr 2, 2008 (het bulletin van de ‘Vieilles Tiges’ van de Belgische luchtvaart).







