Auster AOP 6 “A16” in Gunfire Museum

RAF en USAAF experimenteerden tijdens de Tweede Wereldoorlog met lichte vliegtuigen voor observatie en richten van artillerievuur. Dit concept was succesvol en aan het einde van de oorlog hadden de Geallieerde Strijdkrachten talrijke eenheden uitgerust met lichte vliegtuigen. Ze opereerden in kleine groepjes, meestal slechts een handvol vliegtuigen, manschappen en voertuigen, vanop een weide of een strook land en volgden de oprukkende troepen van nabij. De RAF gebruikte verschillende varianten van de Taylorcraft Auster terwijl bij de Amerikaanse eenheden de Piper L-4 Cub populair was.
De piepjonge Belgische Luchtmacht wilde dit concept ook toepassen als ondersteuning van de Landmacht. Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog kocht België 22 nagelnieuwe Auster AOP 6 uit Britse stocks. De kandidaat-piloten werden gezocht bij de Landmacht en kregen hun opleiding bij de Elementaire Vliegschool te Diest-Schaffen. Met zeer beperkte middelen kwam zo te Brasschaat de eerste eenheid tot stand van wat later het Licht Vliegwezen van de Landmacht zou worden, het 369ste Air OP Squadron. Over de oprichtingsdatum is men het blijkbaar nog niet eens want de ene bron vermeld 1 juni 1947, een andere bron 31 juli 1947. Op 1 februari 1948 wijzigde de naam in 15e Squadron. Op 1 september 1949 kreeg het 15e Squadron het vaandel met het oude kenteken van de Bij toegewezen met als devies “Semper Labora”.
In 1950, tijdens de tumultueuze periode van de Koningskwestie, werden de eerste opdrachten uitgevoerd voor de Rijkswacht. Datzelfde jaar op 4 december, tijdens de viering van Sint Barbara, beschermheilige van de artilleristen, maakten twee formaties van telkens vier Austers een doorvlucht boven een parade te Etterbeek (Brussel). Daarbij kwamen twee Austers met elkaar in botsing en viel een dode te betreuren. Op 13 januari 1953 zou nog een tweede fataal ongeval gebeuren met een Belgische Auster.
Vanaf 1 juni 1951 werden twee Austers en piloten gedetacheerd naar de vliegbasis Wahn in West-Duitsland. Het zou de voorbode worden van een grotere aanwezigheid van het Licht Vliegwezen. Midden 1952 werden de eerste van een groot aantal Piper L-18 Super Cubs aan België geleverd, zoveel zelfs dat niet alle toestellen gebruikt werden maar aan de Amerikanen teruggegeven en doorgegeven aan Nederland en Denemarken. Enkele daarvan kwamen in het 15e Squadron terecht dat vanaf dan de twee types naast mekaar gebruikte. Het detachement te Wahn zou op 1 september 1953 de kern vormen van het nieuw opgerichte 16e Squadron met basis Butzweilerhof nabij Keulen. Op 1 april 1954 ging de operationele controle van de twee AOP Squadrons van de Luchtmacht over naar de Landmacht. Rond die periode werd de Auster AOP 6 uit dienst genomen bij het Licht Vliegwezen.
De Austers werden ook gebruikt door andere eenheden van de Belgische Luchtmacht als manusje van alles : we vinden sporen van het gebruik terug bij de Elementaire Vliegschool, 1ste Wing, 9de Wing, 42ste Recce Squadron en de Officierenschool te Nijvel. Blijkbaar werden een handvol Austers ook voorzien van een sleephaak voor het slepen voor de militaire zweefvliegtuigen.
Een buitenbeentje was Auster A2 die in 1958 voor ondersteuning zorgde van de Belgische Zuidpool Expeditie. Hij moest er na een ongeval op 3 december 1958 achtergelaten worden.
Nadat de Austers uit dienst werden genomen, kregen ze een tweede carrière als sleepvliegtuig in de Belgische vliegclubs. Twaalf exemplaren werden overgedragen aan de Fédération des Clubs belges d’Aviation asbl die ze uitleende aan de leden-clubs. Ze werden ingeschreven als OO-FDA tot OO-FDL op 25 september 1958, kregen een beperkt bewijs van luchtwaardigheid en mochten blijkbaar alleen gebruikt worden voor het slepen van zweefvliegtuigen en reclame. Diegene die niet afgeschreven werden als gevolg van een ongeval, bleven in gebruik tot eind jaren zestig waarna ze werden overgedragen aan het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis.
Auster AOP 6 c/n 2834 A15/OO-FDH ex RAF VT995
In de jaren zeventig keerde A15 terug naar Brasschaat om er voor de controletoren als blikvanger opgesteld te worden. Hij kreeg zijn oorspronkelijke camouflagekleuren terug, werd op een voetstuk geplaatst en was midden 1976 te zien als A15. Om een nog onbekende reden werd de serial omstreeks 1981 gewijzigd in A16. In 1998-1999 kreeg de Auster een opfrisbeurt. Op 28 september 1999 werd hij terug op zijn voetstuk geplaatst en op 15 oktober 1999 opnieuw ingehuldigd. Bij deze opfrisbeurt zouden onderdelen van A22 gebruikt zijn wat soms tot de verkeerde conclusie heeft geleid dat A22 nu op het voetstuk staat. De sluiting van Brasschaat als militair vliegveld bracht de overbrenging op 3 oktober 2005 van deze Auster naar Bierset met zich mee. Op 21 december 2005 werd de Auster aldaar ingehuldigd maar ook daar moest hij weer en wind trotseren. Het verblijf in Bierset was van korte duur want in 2011 werden de helikoptereenheden naar Beauvechain overgebracht. Mogelijk ging de Auster toen al terug naar Brasschaat waar hij voor het eerst gezien is op 16 juli 2014. Gelukkig kreeg hij hier een onderkomen in het Gunfire Museum zodat hij beter beschermd is voor bewaring op lange termijn. In een andere ruimte van het museum is ook Alouette II A-95/G-95 te zien (zie afzonderlijke beschrijving in de database).
Het Gunfire museum kan individueel bezocht worden op dinsdag en donderdag van 13.00 u tot 15.30 u en is gratis toegankelijk. Groepsbezoek kan ook mits aanvraag één maand vooraf; minimum 10 personen tot maximum 40 personen, steeds met begeleiding van een gids, 3 euro per persoon. Reserveren op tel. +32(0)3 630.26.51 of .52 of e-mail janssens.jos@telenet.be. Het museum is soms open bij speciale gelegenheden zoals de Open Monumentendag of tijdens het Flying Festival van de vliegclubs van Brasschaat.
Voor de volledigheid de korte historiek van de ‘echte’ A16/OO-FDI c/n 2835 ex RAF VT996 : gezien als OO-FDI in het museum te Brussel in 1975; gerestaureerd in ‘silver dope’ in de loop van 1975. In mei 1993 geruild met het Tsjechisch museum van Kbely maar de vleugels en/of de staartvlakken werden nadien nog gezien in de opslagruimte van het museum te Vissenaken.
Met dank aan Laurent Heylighen en wijlen Raymond Heymans. We maakten ook dankbaar gebruik van de geschiedenis van het Licht Vliegwezen van de Landmacht, geschreven door Pierre Gillard, die op zijn website http://www.ltavn.be/menufr.html kan gedownload worden.
Eind december 2024 sloot het Gunfire Museum de deuren.
Beelden: De Auster op zijn oorspronkelijke plaats in Brasschaat ©Frans Van Humbeek, 22/12/2004 | Na de verhuis naar Bierset © Steven Volckaerts, 09/12/2006
Datum inhuldiging:
03/10/2006
Datum registratie:
18/12/2006
Eigenaar:
Comopsland
Locatie:
Auster A16 in Gunfire Museum
Adres:
Kwartier West, Kapellei 59, Maria-ter-Heide (een wijk van Brasschaat)
Lengtegraad:
4°30’12.4″E
Breedtegraad:
51°20’02.6″N

FEEDBACK