Drash National

CS-TMT HF.jpg

[vc_row][vc_column width=”1/6″][/vc_column][vc_column width=”2/3″][vc_column_text]Melsbroek, 21 juli 2011. Ieder jaar opnieuw zet de minister van defensie zijn handtekening onder de toestemming om op de Nationale Feestdag burgers mee te nemen aan boord van Belgische militaire vliegtuigen. Het is dan drummen om bij het kransje genodigden te behoren. Hangar Flying was van de partij.

De A330 van Belgische Defensie in haar natuurlijke omgeving. (Foto Kevin Cleynhens)

Ik weet niet wat een free ride in een militair vliegtuig van Belgische Defensie zo begerenswaardig maakt, of het moest een trip zijn in een Agusta, low and slow of in een F-16, high and hot. BTW (by the way), kan iemand mij vertellen wat wij vliegende reporters toch hebben met de Engelse termen die we zo graag te grabbel gooien in ons taalgebruik? En een vlucht in een F-16 met een burger aan boord, dat is al van heel lang geleden dat een minister nog eens zo’n machtiging tekende.

Het leger is het leger. Nog altijd. Ook anno 2011. Toen ik in 1976 dienstplichtig werd, koos ik voor stationering ver weg in de BSD (Belgische Strijdkrachten in Duitsland), en belandde ik in de nabijheid van de grens met de USSR …? Nee hoor! Mijn bed raakte voor enige maanden opgesteld in Aachen-Merzbrück, geen twintig kilometer over de grens van België met onze tiende provincie in Duitsland. Gelukkig waren er in de Eifel helikopters in de lucht.

En het is nog zo bij Defensie, me dunkt. Wat je vraagt, krijg je niet. Typisch Defensie? Ik vroeg een rit in een Sea King, het werd een Airbus. Ja, zeg?!

Maar niet mopperen. Er is altijd voor alles een reden, misschien niet de juiste of de gepaste, maar toch. En zei moederzaliger niet aldoor: wees blij met wat je krijgt?!

Of moet je bij Defensie nog steeds de truc van vroeger boven halen? Dat was: vooral niet vragen wat je wil maar precies het tegengestelde. Misschien had ik wel moeten vragen naar een free ride in een gevleugelde Leopardtank?

Maar, HO-HO. Journalisten moeten niet hun eigen genoegens najagen. Ze komen op plaatsen waar niet iedereen komt, precies om daarover te rapporteren aan zij die niet op die plaatsen komen. En dat rapporteren doen we graag aan onze lezers.

Ik arriveerde dus netjes op tijd, dat was zoals gevraagd anderhalf uur te vroeg natuurlijk, op BRUMIL, de Aéroport Militaire Luchthaven (AML), sedert 21 juni 2010 omgedoopt tot Brussels Military Airport (BRUMIL, dus).

BRUMIL, de  Aéroport Militaire Luchthaven (AML), sedert 21 juni 2010 omgedoopt tot Brussels Military Airport (BRUMIL).

Satire en (zelf)spot is eigen aan de nobele kunst van het cursiefjesschrijven. Och, och, wederom Engelse taalles in deze column, ahum, kolommen… Maar op BRUMIL vlotte alles opperbest. De grote vlieger voor het transport van militairen in uiterst comfortabele omstandigheden, in vergelijk toch met de Herc, was voorzien van dikke bromvliegen, motoren geheten, en hoge trappen om ons in te laden.

De A330 van Belgische Defensie kan 42+236 mensen aan boord nemen en daar bovenop 98.000 liter brandstof tanken.

Natuurlijk steekt CS-TMT in Belgische kleuren. Evengoed is deze A330-300 eigendom van het Portugese vliegtuigleasebedrijf HiFLY. Deze A330 vloog voorheen voor Garuda en Air Luxor en warempel zelfs nog voor Sabena. Dit vliegtuig is natuurlijk een gigant. Het kan 42+236 mensen aan boord nemen en daar bovenop 98.000 liter brandstof tanken. Als dat niet immens is.

… en hoge trappen om passagiers in te laden.

Maar goed, CS-TMT vliegt op deze Nationale Feestdag met dit ene doel: in formatie precies om 16.20 uur lokale tijd, boven het Koninklijk Paleis, de Koning en z’n entourage begroeten. Er was een tijd dat ook bloemen werden uitgegooid maar die kwamen al eens helemaal naast het beoogde doel. Maar vliegen kunnen ze hoor, onze Belgische heren én dames. Recent nog was een C-130 van Comopsair het beste buitenlands team in de oefening Air Mobility Rodeo 2011 in de VS.

Vliegtuigmaatschappijen vermelden ETOPS op de wieldeksels van hun vliegtuigen. Heus?

Eenmaal aan boord, ging het er net aan toe als in een Airbus in de civiele vliegerij, met dien verstande dat de stewards (M/V) een militair pakje aan hadden. Mooi als de crew van pakweg Qatar Airways? Bijlange niet, maar evenzeer efficiënt.

… Stewards (M/V) van Belgische Defensie dragen een militair pakje, … mooier dan die van pakweg Qatar Airways?

En werd het nog een leuke vlucht op de Nationale Feestdag? Fifty-Fifty, zou ik zo zeggen, of oeps, beter gezegd: half om half. De captain liet het al meteen verstaan: het kon heftig worden daar laag boven Vlaanderen want de zon was wel van de partij maar de regenbuien evenzeer. Nationale Drash, weet je wel.

En van aan 400 km/h en slechts op 300 m hoogte holdings draaien om elke deelnemende kist in het gelid te krijgen, ja, daar krijgt de ene het van op de heupen en de ander krijgt er niet genoeg van. Mijn buurman dacht dat hij doodging. Ik ook als ik hem zo bij tijden hoorde piepen als een bange muis. Mijn buurvrouw daarentegen, genoot volop van de al bij al rustige roetsjbaan.

Tussen de buien door, toch nog een mooi stukje Vlaanderen te zien gekregen.

Ik heb tussen de buien door toch weer een mooi stukje Vlaanderen te zien gekregen en patrouilles van A-Jets en F-16’s die zich onder ons door, in positie manoeuvreerden. Tof. Maar de Koning, neen, die kreeg ik niet te zien. Voor we de bui boven stad Brussel inschoven zag ik nog net de basiliek van Koekelberg onder ons verdwijnen, en daarna niets meer. Is België daar opgehouden te bestaan? Wel neen. Even later zijn wij weer geland op Brussels Airport, BRUMIL was er nog als weleer het AML, de weg naar huis een zekerheid.

PS: Voor een relaas met puur journalistieke inslag over de deelname van Hangar Flying aan de Nationale Feestdag, lees het artikel van medewerker Jean-Pierre Decock (Vol dans la drache nationale.)

Tekst en foto’s: Guido Bouckaert

[/vc_column_text][/vc_column][vc_column width=”1/6″][/vc_column][/vc_row]

Picture of Guido Bouckaert

Guido Bouckaert

Guido, een uitdovende PPL die voor reportages mee vloog in +120 vliegtuigen en in acht types vloog als PIC, is de jongste nestor onder de Vlaamse verslaggevers over luchtvaart. Zijn teksten worden wereldwijd geplaatst in gedrukte en digitale media. Guido maakte vroeger deel uit van de redactieraad, vandaag pent hij als gastauteur.

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door verder te surfen, stemt u in met ons Privacy & Cookie beleid. Accepteren Lees meer

'Deze Accepteren Lees meer