Sid Cole, Grimbergse eeuweling met roots in de Canadese luchtmacht

Sid Cole tijdens een D-Day plechtigheid in Normandië op 5 juni 2019, in gesprek met Harjit Sajjan, de Canadese minister van defensie. (Archief Sid Cole)

Grimbergen, 6 juli 2019. Aan de Grimbergse villa van eeuweling en Canadese oorlogsveteraan Sidney ‘Sid’ Albert Cole ligt een bloemstuk in de vorm van een grote ‘100’. Sid ontvangt mij samen met zijn dochter Anita Cole-Brunger en schoonzoon Charlie Brunger. Sid woont op een boogscheut van mijn eigen woonst, soms moet je inderdaad niet ver zoeken naar een rijk levensverhaal.

Sid werd op 1 juli 1919 geboren in Fonthill (Ontario, Canada) zo’n twintig minuten rijden ten westen van de Niagara Falls. Hij had een broer en drie zussen. Als jongeling nam hij op 24 november 1941 als vrijwilliger dienst bij de Royal Canadian Air Force, (RCAF) samen met vier andere vrienden van zijn school. Hij was de enige die de oorlog overleefde. Een vliegopleiding op RCAF Patricia Bay Aerodrome (British Columbia, Canada) werd vroegtijdig beëindigd na de inval op Pearl Harbour (7 december 1941). Op Patricia Bay belandde Sid in het hospitaal nadat een vliegtuig crashte in zijn guardhouse, hij ontsnapte op het nippertje aan de dood. Zijn hele militaire carrière bleef hij bij de RCAF en daar kreeg hij vooral administratieve taken. Zo werd hij gestationeerd op Annette Island, een eiland in de Stille Oceaan aan de zuidwestkust van Alaska. De Verenigde Staten hadden hier een luchtmachtbasis en de RCAF verleende er assistentie.

Sid Cole als fiere rekruut bij de Royal Canadian Air Force. (Archief Sid Cole)

Na de korte stationering in Alaska nam Sid de trein naar Halifax (Nova Scotia, Canada), een rit van zeven dagen en zeven nachten. Hij belandde op Pier 21, een begrip in Canada. Pier 21 fungeerde vanaf 1928 tot begin jaren zeventig als een terminal voor ocean liners. Gedurende de Tweede Wereldoorlog passeerden hier in de immigratieloods 50.000 oorlogsbruiden, hun 22.000 kinderen en meer dan 100.000 vluchtelingen. Nu is er het museum voor de immigratie gevestigd (https://pier21.ca/home). Van op Pier 21 nam Sid tijdens WO II de in Saint-Nazaire ontworpen boot Louis Pasteur. Het schip was gebouwd in 1939 en geschikt voor 750 passagiers. Nadat de Duitsers Frankrijk waren binnen gevallen, gebruikten de Britten de boot als troepentransport en hospitaalschip naar onder meer Canada. De tocht naar Southampton was een hel voor Sid. Soldaten zaten in het vrachtruim en er was de voortdurende vrees voor vijandige duikboten. Maar Sid kwam veilig aan in Groot-Brittannië.

Twee dagen na D-day werd hij aan land gezet in de buurt van Bény-sur-Mèr, bij Juno Beach, dertien km ten noordwesten van Caen. Hier legde de RCAF een tijdelijk vliegveld aan (B-4). Een Auster van A Flight 652 Sqn RAF had het veld al op 6 juni verkend en de Duitsers waren nog overal aanwezig. Spitfires van de RCAF 126 Wing (401, 411, 412 Sqn) konden op het snel aangelegde vliegveld van Bény-sur-Mèr landen vanaf 18 juni en verlieten het veld op 8 augustus 1944. Het Bény-sur-Mèr Canadian War Cemetery is een eeuwige getuige van de hevige strijd die in de buurt werd geleverd. De begraafplaats ligt in het naburige Reviers, er rusten 2.025 Canadese soldaten, enkele Britten en een Fransman.

Oude fotoboeken zijn doorgaans prachtig. Sid toonde ons de foto’s die genomen waren van zijn eenheid in Evere. (Archief Sid Cole)

De weg door Frankrijk bracht hem in België op de luchthaven van Evere (B-56), eerder door de Duitsers bezet. Sid was dan ingedeeld bij de RCAF 125 Wing (met de Canadese 403, 416, 443 Sqn). Ook de RCAF 126 Wing was op Evere gestationeerd, het is best mogelijk dat hij administratief werd ingezet voor beide Wings. Van Evere ging het al vrij snel naar Grave in Nederland, nabij Nijmegen. De troepen keerden tijdelijk terug naar Evere omwille van watersnood in het Nederlandse Noord-Brabant. In Evere werden ze op 1 januari 1945 onder vuur genomen tijdens het Bodenplatte-offensief. Sid ontsnapte er maar op het nippertje aan de dood en de Duitse aanval, een laatste stuiptrekking van de Luftwaffe, heeft een diepe indruk op hem nagelaten. Op de begraafplaats van Brussel in Evere, op het CWGC-ereperk, kregen 55 Canadezen een laatste rustplaats, onder wie ook twee slachtoffers van Bodenplatte.

De commentaar op de foto is wat onnauwkeurig. Vermoedelijk werd de foto eind 1944 genomen, voor de Duitse aanval op 1 januari 1945. (Archief Sid Cole)

Anita Cole: “Mijn vader zag mijn moeder Yvonne De Raedemaeker (†september 1999) voor de eerste keer in het restaurant van haar zuster in Brussel, daarna hebben ze mekaar terug gezien in de dancing Les Métiers in de Nieuwstraat in Brussel. Mijn moeder was daar met haar andere zus die daar een Amerikaanse GI leerde kennen. Later is die ook met haar getrouwd en zijn ze naar Amerika vertrokken. Ons gezin woonde in Grimbergen in de Oyenbrugstraat, dicht bij het vliegveld. Na verblijven in Arnhem en Hamburg keerde mijn vader terug naar zijn vaderland om zijn ontslag te vragen bij de RCAF. Hij kwam terug naar Grimbergen om nog in 1945 te huwen met zijn geliefde Yvonne, officieel bleef hij tot 10 mei 1946 bij de Canadese Luchtmacht. Voor haar moeder was het een hele opluchting dat het jonge koppel besloot om in België te blijven wonen. Een zoon was al om het leven gekomen door een ongeval met een melkkar, getrokken door een geschrokken paard. Een zus van mijn moeder was al naar de Verenigde Staten uitgeweken met een sympathieke GI die ze ook in Les Métiers had leren kennen. Maar mijn moeder Yvonne en vader Sid bleven dus rustig in België wonen. Mijn vader kreeg hier een job als chauffeur van de Amerikaanse ambassadeur.”

Sid en Yvonne hadden een gelukkig leven hier in Grimbergen. Na het overlijden van zijn echtgenote woonde hij tien jaar in Canada. Hij keerde jaarlijks terug naar België voor de herdenkingen in Adegem en na zo’n bezoek aan de begraafplaats besliste hij om zich definitief in België te vestigen. Voor Sid kan het leven in Grimbergen best samengevat worden als ‘goed bier en knappe vrouwen’. Zijn dochter Anita en haar Canadese echtgenoot Charlie hebben een toekomst uitgebouwd in Canada, maar ze vliegen regelmatig naar België om Sid gezelschap te houden, gezien zijn gezegende leeftijd heeft hij ook wat extra hulp nodig. Sid is geliefd in Grimbergen en er komt dus volk genoeg over de vloer, ’t is hier de ‘zoete inval’.

De laatste jaren vloog Sid nog regelmatig naar Canada. Een paar weken geleden is hem dat slecht bekomen. Bij zijn aankomst op Brussels Airport viel hij met zijn rollator en hij werd ernstig gekwetst aan de heup. Dat heeft hem niet weerhouden om als officiële gast trots de D-Day herdenkingen in Normandië bij te wonen. Sid is duidelijk uit het goede hout gesneden, hij is ijzersterk en herstelt zeer vlug. Ook zijn vier broers werden meer dan 95 jaar oud.

‘De appel valt niet ver van de boom’ is een spreuk die perfect past in de familie van Sid Cole. Dochter Anita vloog als stewardess op Boeing 727/707/747 en DC-10 bij het Canadese Wardair. Canadian Airlines nam Wardair over in 1989. Anita: “ Wardair werd in 1952 opgericht door de flamboyante Maxwell Ward. Hij begon als bush pilot. Ik heb bij Wardair gewerkt als check-in agent, daarna als stewardess en ook als training and recruiting officer voor cabinebemanningen in Toronto. Maxwell leeft nog en geniet in Yellowknife van zijn oude dag. In België ging ik aan de slag voor British Caledonian, en bij de overname door British Airways ben ik gewoon mee overgestapt. Maar liefst vijf keer vloog ik met hun Concorde. De helft van mijn tijd bracht ik door in België en de andere helft in Canada. De laatste jaren kom ik echter regelmatiger naar België omdat mijn vader meer hulp nodig heeft.”

Anita: “Mijn vader is nu nog de enige overlevende Canadese oud-strijder in België. Hij was voorzitter van de Canadian Veterans Association maar nu is hij nog de enige die overblijft. Sinds mijn dertiende gingen wij overal in Europa naar herdenkingen, in België ken ik alle Canadese memorials. Ik kan niet bij benadering zeggen hoe dikwijls ik het Adegem Canadian War Cemetery wel heb bezocht.”

Sid Cole tijdens een D-Day plechtigheid in Normandië op 5 juni 2019, in gesprek met Harjit Sajjan, de Canadese minister van defensie. (Archief Sid Cole)

Sid wou zijn eeuwfeest absoluut in Grimbergen vieren, hier voelt hij zich thuis. Op zijn verjaardagsfeest in de Charleroihoeve was naast een grote schare vrienden en familie, ook de Canadese ambassadeur Olivier Nicoloff aanwezig en de vroegere burgermeester van Adegem-Maldegem, Jean Rotsart de Hertaing. Sid werd thuis opgehaald door legerjeeps en oldtimers. Ook een doedelzakspeler was door de familie uitgenodigd. Zoals altijd genoot hij er van om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij is inmiddels geëerd met de 1939-1945 Campaign Star, de France & Germany Star, de Defence Medal, de Canadian Volunteer Service Medal with Silver Bar en de Pacific Star. In zijn hart draagt hij de vriendschap van heel wat Grimbergenaars.

Frans Van Humbeek

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
Frans Van Humbeek

Frans Van Humbeek

is hoofdredacteur van Hangar Flying. Hij is freelance luchtvaartjournalist en auteur van verschillende luchtvaartboeken. Frans probeert zowat alle facetten van de Belgische luchtvaart op te volgen, maar zijn passie gaat vooral uit naar het luchtvaarterfgoed en de geschiedenis van de Belgische vliegvelden. Binnen het redactieteam van Hangar Flying zorgt hij ook voor de updates van www.aviationheritage.eu.

Ce site utilise des cookies pour optimiser votre expérience utilisateur. En continuant à surfer sur Internet, vous acceptez notre politique de confidentialité et d’utilisation de cookies. Accepter Lire Plus