50 jaar Noordzee Vliegclub

OO-NZA

Oostende, 26 december 2020. Normaal had 2020 een heuglijk jaar moeten zijn voor de luchthaven van Oostende, de Noordzee Vliegclub (NZVC) bestaat immers een halve eeuw. Een feestelijke fly-in kwam er niet omwille van het gekende virus, maar voor de gelegenheid publiceerde de vereniging een speciale editie van het clubblad ‘Approach’. Daarin hebben ze onder meer aandacht voor de oprichting, de mensen die een belangrijke rol speelden binnen de club en de bijzondere vliegervaringen van verschillende leden.

De voorbije maanden werd achter de schermen door de vrijwilligers van de vliegclub hard gewerkt aan deze uitgave. Heel wat research werd verricht en tal van interviews (veelal digitaal of telefonisch) werden afgenomen. 

Om terug te blikken op de oprichting van de Noordzee Vliegclub werd Dirk Debruyne geïnterviewd, de zoon van oprichter René Debruyne: “René was altijd gek op vliegtuigen, het ouderlijk huis lag in de buurt van het vliegveld van Stene. Na de oorlog ging hij dan mechanica studeren om in 1950 voor enkele jaren de luchtmacht te vervoegen als crew chief. Piloot worden sprak hem niet meteen aan, maar zijn twee jongere broers inspireerde hij wel om piloot te worden.”

Cover

“Na zijn luchtmachtcarrière zette René een handel in auto-onderdelen op en speelde met het idee om een vliegclub op te richten. Na een duwtje in de goede richting van enkele vrienden kreeg de internationale luchthaven van Oostende een eigen vliegclub. Naast de nodige mensen samenbrengen, zorgde René ook voor de noodzakelijke fondsen om de eerste vliegtuigen aan te kopen: de Cessna 172 (OO-NZV).”

OO-NZV: Het allereerste clubvliegtuig, later verkocht in Hongarije als HA-SKP. (Foto Guy Viselé)
OO-NZO: Het tweede clubvliegtuig, een Cessna F150L werd in 1998 uitgeschreven. Het toestel is vandaag in Nederland te vinden als duikobject bij “Blauwe Meer” in Noord-Brabant. (Foto Guy Viselé)
OO-NZA: Ook het derde clubvliegtuig was opnieuw een Cessna 150. Hier gefotografeerd in 2002 bij een landing in Oostende. Het toestel is ondertussen al even uit dienst bij de vliegclub, maar begint nu aan een tweede leven in Polen waar het een grondige restauratie zal ondergaan. (Foto Tom Brinckman)
OO-NZC: Het vierde toestel voor de Noordzee Vliegclub was wederom een Cessna, een 172E meer bepaald. Het was eigendom van stichter René Debruyne en werd later verkocht aan de WAC. (Foto Guy Viselé)

Nog meer militaire links tussen de vliegclub en defensie. Na de oprichting werd al snel Lucien ‘Pinky’ Carpels aan boord getrokken bij NZVC. Lucien was kolonel bij de luchtmacht en actief op de basis in Koksijde. Hij werd de eerste instructeur van de vliegclub. Ook de huidige Head of Training, Ludo Tanghe, heeft een link met Koksijde. Hij was boordcommandant op Sea King bij het 40ste smaldeel.

Opstap naar professioneel piloot

De Noordzee Vliegclub is een thuis voor iedereen met een passie voor luchtvaart. Voor het merendeel van de leden staat het vliegen gelijk aan ontspanning en het beoefenen van hun hobby. Sommige leden kozen de club als opstap voor een carrière als professioneel piloot en groeiden, na het behalen van hun PPL in onze vliegclub, door tot beroepspiloot. In het boek penden vijf beroepspiloten hun verhaal neer.

Wie zijn/haar PPL-brevet op zak heeft, wil veelal het avontuur ontdekken. Vaak begint dit met een aantal vluchtjes naar vliegveldjes in de omgeving gevolgd door buitenlandse vluchten. De volgende stap is vaak om een meerdaagse uitstap te plannen. Enkele van die opmerkelijke vluchten zijn ook verzameld in het boek. 

Het begrip IJslandvaarders kent iedereen wellicht? Dat waren Belgische vissers die naar de visgronden rond IJsland trokken. Een trip die vaak gekenmerkt werd door stormen. Vissers op de IJslandvaart genoten een groot aanzien bij hun collega’s. Datzelfde aanzien genoten Mark Inghelbrecht en Marc Juncker op hun avontuurlijke trip van drie weken die hen naar IJsland bracht via de Shetland- en de Faeroër-eilanden. In 1988 was GPS nog een ver begrip en verliep alles via de klassieke manier van navigeren.

OO-PRN werd door de Noordzee Vliegclub geleased. Hier zien we het toestel in 2014 voor het toenmalige clubgebouw dat kort nadien werd afgebroken.

Flying Juniors

Nog meer straffe verhalen zijn te lezen bij de avonturen van de Flying Juniors, opgetekend door Bart Adriaens. Midden jaren negentig verleggen ze hun grenzen en ontdekken ze wat het vliegen te bieden heeft. De samenstelling van de vriendengroep wisselt al eens door allerhande omstandigheden. Maar hun verkenning van alle windstreken in Europa en zelfs Afrika, het Midden-Oosten en Azië zorgt voor een indrukwekkende verhalenreeks die menig piloot doet dromen om zelf dergelijke trips te ondernemen. Het toppunt was de laatste grote trip in 2010: een reis rond de wereld in een Lambert Mission 212. Zie ook het artikel in Hangar Flying.

The Flying Juniors, na hun terugkeer van hun Middellandse Zee-trip. We zien ze hier samen met Jenny, de bekende uitbaatster van de bar van het clubhuis.

Infrastructuur

De Noordzee Vliegclub is al een aantal keren van locatie verhuisd tijdens de voorbije vijftig jaar. Even was zelfs even sprake om in Koekelare een nieuw vliegveld te creëren. Het eerste lokaal was in het toenmalige luchthavengebouw, beter bekend als bureau 49. Vervolgens ging het naar een bijgebouw van de oude controleren. Nog een tijd later kon de club intrekken in de oude controletoren (zie ook in onze patrimonium database). De voormalige hoeve was uiteindelijk tot op de draad versleten en ging in 2014 tegen de vlakte. In 2016 verrees een gloednieuw clubgebouw wat meteen zorgde voor een vernieuwde dynamiek binnen de club.

Nog meer vastgoed is de loods waar de vloot van NZVC een onderdak vindt. Volgens de gegevens van de club stond deze ooit op het toenmalige vliegveld van Stene en werd hij door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog overgebracht naar het nieuwe vliegveld van Raversijde. De luchthaven – die eigenaar is van de loods – heeft trouwens plannen om die loods af te breken en een nieuw exemplaar te bouwen.

Vlootvernieuwing

Naast de nieuwe infrastructuur is ook vlootvernieuwing in gang gezet. In 2019 en 2020 nam de club twee nieuwe Sonaca 200’s in gebruik genomen. Met deze performante toestellen van Belgische makelij kan de vereniging een kwaliteitsvolle opleiding blijven garanderen.

De laatste nieuwe aanwinst voor de Noordzee Vliegclub, OO-NZE. Deze Sonaca 200 werd in augustus 2020 afgeleverd.

Maar een club is maar zo sterk als de inzet van de vrijwilligers. Of zoals ze het zelf omschrijven: “50 jaar Noordzee Vliegclub, 50 jaar door mensen gedragen. De leden zijn het belangrijkste kapitaal van de Noordzee Vliegclub. Onze leden zijn de brandstof die de motor doet draaien.”

“Al 50 jaar draait onze mooie club op vrijwilligerswerk. Zoals in elke vereniging verloopt dit in golven waarbij een bruisend verenigingsleven het resultaat is van mensen die hun vereniging in hun hart dragen en graag de handen uit de mouwen steken in het belang van de vereniging: een barbecue, een infoavond, een uitstap, clubblad, bar, het dagelijks beheer,… Wij kunnen onze leden en vrijwilligers niet genoeg bedanken voor hun engagement.”

Voorzitters

Ook de voorzitters uit de voorbije 50 jaar worden niet vergeten. De eindverantwoordelijkheid opnemen van een vliegclub is immers een bijzondere verbintenis aangaan. De nog in leven zijnde voorzitters kregen een plaatsje in het boek om terug te blikken op hun periode waarin tijd, energie en diplomatie de sleutelwoorden zijn: Jan Van Coillie (†), Freddy Koch (†), Michel Van Hooren, Charles Depoorter, Patric Claus, Mark Inghelbrecht, Raf Meire (†), Mark Inghelbrecht, Luc Plovie, Franky Gardin, Michel Huybrechts, Pierre Peeters, Michel Sinove en Matthieu Calu.

Noordzee Luchtvaart Show

In de jaren 70 en 80 organiseerde de Noordzee Vliegclub zes keer de Noordzee Luchtvaart Show op de luchthaven van Oostende. Oprichter René Debruyne was gefascineerd door luchtvaart en ging vaak ook shows bezoeken. Het idee om dat ook te proberen in Oostende kriebelde en zorgde ook voor extra inkomsten voor de vereniging. Waar de eerste show nog een veredelde fly-in met een kleine militaire bijdrage was, waren de volgende wel een groot succes met heel wat internationale deelnames. Onze Hangar Flying collega Guy Viselé was er toen ook bij. Hij bezorgde nog wat extra beelden om de atmosfeer van weleer weer te geven:

De toenmalige verkeerstoren – het later clubhuis van de Noordzee Vliegclub – was tijdens de editie van 1975 het ideale platform om de precisie met de Sikorsky van het 40ste smaldeel uit Koksijde te demonstreren. (Foto Guy Viselé)
De plechtige opening van de Noordzee Luchtvaart Show op 15 augustus 1975 met o.a. Jan Piers, de burgemeester van Oostende. (Foto Guy Viselé)
Het acrobatieteam ‘De Rode Duivels’ van de Belgische Luchtmacht was er ook bij in 1977, hier zien we het met zes Fouga Magisters wegtaxiën. Op de achtergrond de verkeerstoren van Oostende, zoals we die vandaag ook nog kennen. (Foto Guy Viselé)
Een lowpass zoals vandaag de dag ondenkbaar zou zijn, tijdens de editie van 1979 met Cessna 150M Aerobat (OO-CPC) van Alain de la Cuvelerie. (Foto Guy Viselé)
Tijdens de editie van 1977 stond o.a. OO-PAM in de static show, de voormalige V-48 van de Belgische Luchtmacht. Dit toestel vliegt trouwens nog steeds in ons land. (Foto Guy Viselé)

Deze speciale Approach was enkel verkrijgbaar op bestelling de website van Noordzee Vliegclub (www.nzvc.be). Het luxetijdschrift telt 108 pagina’s met een softcover en rechte rug en werd te koop aangeboden voor 20 euro. Naast de reserveringen werden enkele extra exemplaren gedrukt, maar op is op.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
Tom Brinckman

Tom Brinckman

Is de Hangar Flying webmaster en afkomstig uit Sint-Michiels Brugge. Hij is actief als grafisch medewerker en freelance (pers)fotograaf. Op jonge leeftijd raakte hij gefascineerd door militaire en kleine luchtvaart. Die luchtvaartpassie combineerde hij samen met fotografie. Als fotograaf en reporter gaat hij op zoek naar sterke beelden en verhalen uit de Belgische luchtvaart. Je kan hem ook vaak op airshows in binnen - en buitenland vinden... of met de neus in een goed (luchtvaart)boek.

Ce site utilise des cookies pour optimiser votre expérience utilisateur. En continuant à surfer sur Internet, vous acceptez notre politique de confidentialité et d’utilisation de cookies. Accepter Lire Plus