EART 2019: Toekomstige tankvliegtuigen ontdekken in Eindhoven

201904_EART001_Airbus

Eindhoven, 4 april 2019. Vliegbasis Eindhoven was tussen 31 maart en 12 april voor de zesde keer gastheer voor de European Air Refuelling Training (EART). Met deze multinationale oefening wordt samen gewerkt op het gebied van bijtanken in de lucht. We vlogen voor de gelegenheid mee met een KDC-10 van de Koninklijke Luchtmacht. In de marge luisterden we ook aandachtig naar de voorbeschouwing op de oprichting van de MRTT-eenheid waarin ook België heeft geïnvesteerd.

De kiem voor EART ligt in de lessen die werden geleerd tijdens operatie Unified Protector boven Libië in 2011. Die toonden aan dat de capaciteit en een vlotte internationale samenwerking om bij te tanken in de lucht een tekortkoming was binnen de Europese luchtmachten. Niet alleen wil EART de bestaande capaciteiten optimaliseren, ze wil ook een denktank zijn voor toekomstige operaties.

Het European Air Transport Command (EATC) neemt de leiding in deze oefening terwijl de Nederlandse luchtmacht optreedt als gastheer. De training valt niet toevallig samen met Frisian Flag, de internationale oefening voor jachtvliegtuigen die plaatsvindt in Leeuwarden. Moderne gevechtsvliegtuigen doen immers steevast beroep op tankvliegtuigen. Een complexe oefening zoals Frisian Flag is ideaal om het om het maximale uit ieder scenario te halen. Het biedt unieke kansen aan de diverse bemanningen om de nodige ervaring op te doen in het plannen en uitvoeren van complexe en realistische missies.

In het imposante hoofdkwartier van EATC (op de achtergrond) kregen we een uitgebreide persbriefing over het hoe en waarom van de European Air Refuelling Training. Op de voorgrond een van de diverse poortwachters die rond het gebouw zijn opgesteld.

Dit jaar namen Duitsland (A310 MRTT), Nederland (KDC-10), Frankrijk (KC-135), het Verenigd Koninkrijk (Voyager KC2) en de Verenigde Staten (KC-135R) deel. Die laatste twee zijn geen lid van EATC maar werden uitgenodigd voor hun expertise. Om operationele redenen kon de KC-767 van de Italiaanse luchtmacht niet deelnemen, maar ze leverde wel een groep mentoren. Australië stuurde een team van observators naar de oefening.

De director van de oefening is kolonel Andrea Massucci van de Italiaanse luchtmacht, verbonden aan het EATC: “Het opzet van de oefening is vooral kennis delen met elkaar. Zo leren we hier van de Royal Australian Air Force, de eerste klant van de Airbus A330 MRTT. Wij trekken lessen uit hun fouten en proberen deze te vermijden. Daarnaast kan ook de Amerikaanse luchtmacht leren van kleinere landen als Italië. Wij vliegen immers met het vliegtuigtype dat zij straks in groten getale in dienst zullen nemen.” (Amerika neemt gestaag de KC- 46 in dienst, de omgebouwde versie van de Boeing 767.)

Een Franse C-135FR en een Duitse A-310 MRTT broederlijk naast elkaar op Apron West in Eindhoven.

“Voor iedere editie van een EART-oefening is er een centraal thema. Dit jaar werkten de deelnemers samen om een beter proces voor ferryvluchten uit te schrijven. Zo willen ze een Europese procedure uitwerken om de verbindingsvluchten vanuit de perceptie van een tankvliegtuig te plannen, in plaats van uit het standpunt van de jachtvliegtuigen zoals nu vaak het geval is.”

Vlucht met KDC-10
Terwijl wij de uitgebreide persbabbel konden bijwonen over de oefening, hingen de deelnemende vliegtuigen al boven het missiegebied van Frisian Flag voor de ochtendwave. Het luchtruim voor de oefening bestrijkt een gebied van om en bij de 74.000 km2 boven de Noordzee ten noorden van Friesland. Wij konden mee aan boord voor de middagsessie. Want ook dat is EART: een snelle turn around oefenen voor bemanning en grondpersoneel waarbij de toestellen op zeer korte tijd geserviced en getankt worden.

Wij kregen samen met enkele collega’s een plaats toegewezen aan boord van een Nederlandse KDC-10.

Ondergetekende werd een zitje toegewezen in de Douglas KDC-10 (T-264) van 334 squadron uit Eindhoven. Het vliegtuig werd in december 1978 afgeleverd als DC-10 aan het Nederlandse Martinair en werd begin jaren negentig aangekocht door de Koninklijke Luchtmacht om het te laten ombouwen tot een tankvliegtuig. Eind dit jaar wordt het vliegtuig uit dienst genomen. De tweede KDC-10 zou in 2021 de vloot verlaten.

De route die we nemen doorkruist het drukke Nederlandse luchtruim. In coördinatie met de civiele en militaire luchtverkeersleiders zetten we koers van Eindhoven naar de tanker track boven de Noodzee op 6,5 km hoogte. Ze dragen trouwens de toepasselijke callsigns Esso en Shell.

Specialistenwerk
Aan boord krijgen we nog extra uitleg van een Nederlandse Air Refueling Operator (ARO). Het blijkt duidelijk dat dit om specialistenwerk gaat waarbij elk vliegtuigtype eigen parameters heeft om de brandstof te kunnen ontvangen. Voor ieder vliegtuig moet de operator ook een kwalificatie behalen. Dat nood soms wet breekt was duidelijk bij een inzet boven Irak. De ARO en twee van zijn collega’s tankten boven het operatiegebied twee Amerikaanse F-22 jachtvliegtuigen. De KDC-10 was niet gepland voor deze opdrachten, maar door een defect Amerikaanse tankervliegtuig hadden de jachtvliegtuigen geen alternatief en was de Nederlandse tussenkomst een noodzaak.  Door het succesvol bijtanken konden de F-22’s veilig terugkeren naar hun basis. De bemanning van de KDC-10 kreeg hiervoor een waarderingsspeld.

Een Nederlandse ARO geeft uitleg hoe het bijtanken in de lucht in zijn werk gaat.

Vandaag krijgen wij vier Poolse F-16C’s uit Poznan aan de pomp. De standaard procedure bij iedere tankermissie is dat vliegtuigen links komen oplijnen. Vervolgens schuiven ze een voor een aan bij tankboom. De ARO kan vanuit zijn  Remote Aerial Refueling Operating Station precies zien wat er achter, links en rechts van het  tankvliegtuig gebeurt. Tanken verloopt met een minimum van communicatie, meestal is een call sign check voldoende. De rest van de aanwijzingen gaat via lichtsignalen onder de romp. Eenmaal getankt schuift de ontvanger op naar rechts om plaats te maken voor de rest van zijn formatie.

Nog uniek aan een oefening als EART is het met oefenen van formatievluchten met andere deelnemers. Makkelijker gezegd dan gedaan. Met een separatie van maar 1 nautical mile ofwel ruim 1,8 kilometer afstand en een hoogteverschil van 500 voet (ruim 150 meter) is dit echt een procedure die geoefend moet worden. Doordat de Amerikaanse KC-135 aan de grond bleef door het missen van hun slot, werd die geplande oefening uiteindelijk afgeblazen en keerden we een uur vroeger dan voorzien terug naar Eindhoven.

Deze Poolse F-16C is een van de bijna vijftig deelnemers aan de oefening Frisian Flag die gelijktijdig met EART wordt georganiseerd.

Alle vier de F-16’s hebben hun broodnodige brandstof ontvangen en verzamelen rechts van de vleugel.

De toekomst
EART vindt jaarlijkse plaats. Men bekijkt wel de optie om het volgend jaar te combineren met andere fighter-oefeningen in Europa. Niet alleen om andere synergiën op te zoeken, ook het luchtruim boven Nederland is immers al overvol. Het belang van tankcapaciteiten neemt ook toe. Nu vallen twintig vliegtuigen van Nederland, Duitsland, Spanje, Italië en Frankrijk met die mogelijkheid onder het EATC. Tegen 2025 is dat aantal verdrievoudigd met de introductie van de Airbus A330 MRTT, de A400M en KC-130J Super Hercules.

Multinational MRTT Unit
Op 26 juni wordt de Multinational MRTT Unit (MMU) opgericht op vliegbasis Eindhoven. Die eenheid zal acht veelzijdige tank- en transportvliegtuigen Airbus A330 MRTT herbergen op Eindhoven als Main Operating Base (vijf vliegtuigen) en het Duitse Flughafen Köln-Wahn als Forward Operating Base (drie vliegtuigen). MRTT staat voor Multi-role Tanker Transport en komt vanaf mei 2020 in dienst. Behalve gevechtsvliegtuigen bijtanken en vracht vervoeren, kunnen ze ook passagiers transporteren of omgebouwd worden om medische evacuaties uit te voeren. In Eindhoven komen 250 manschappen, van wie 11 procent Belgen. België investeert 258 miljoen euro in de pool, het equivalent van één vliegtuig. In Keulen zullen 120 manschappen worden ingezet, aldus commandant van de eenheid, de Nederlandse kolonel Jurgen Van der Biesen.

Commandant van de Multinational MRTT-eenheid die op 26 juni wordt opgericht: de Nederlandse kolonel Jurgen Van der Biesen.

De toestellen zijn dan wel eigendom van het NAVO-agentschap NSPA (NATO Support and Procurement Agency), de aansturing valt onder Nederlands bevel. De acht vliegtuigen krijgen een grijze jas aangemeten met een Nederlandse roundel en registratie. Via het pooling and sharing-principe door de partnerlanden staan de vliegtuigen beschikbaar voor de deelnemende landen. Elk land krijgt een aantal uren aangemeten; 5.500 uur voor Duitsland, 2.000 voor Nederland, 1.000 voor België, 200 voor Luxemburg en 100 uur voor Noorwegen. Ieder vliegtuig staat voor 1.100 uur per jaar. Deze aanpak biedt kleinere landen – zonder budget voor een tankervloot – ook de mogelijkheid om toe te treden door te investeren in vlieguren. Bij de bestelling werd bij Airbus nog een optie genomen op drie extra vliegtuigen. Deze moet gelicht worden voor november van dit jaar.

MRTT
Momenteel is de eerste A330 MRTT in productie in het Spaanse Getafe. Eigenlijk wordt een MRTT eerst gebouwd als een ‘normale’ A330-200 op de productielijn in Toulouse om dan in Spanje gestript te worden en omgebouwd naar een militair vliegtuig. Het lijkt een omweg, maar het is wel de snelste en goedkoopste oplossing om het gestroomlijnde productieproces van Airbus zo min mogelijk te verstoren.

De meest vanzelfsprekende verbouwing is het toevoegen van de tankbuis of ‘boom’ van 14 meter lang onder de staart. Intern worden ook extra brandstofleidingen toegevoegd en wordt de romp verstevigd. De vleugelstructuur komt overeen met die van de viermotorige Airbus A340. Op de plaats van de buitenste motoren hangen nu echter de twee hose and drogue refueling pods.

Cabine en cockpit
In de cabine blijft het standaard aantal van 236 economy class en 31 businessclass stoelen behouden. Al wordt de laatste iets soberder heringericht naar een soort economy plus. Voor de medische evacuatie-configuratie (medevac) kan het voorste en middelste compartiment worden omgebouwd.

De Voyager (de Britse aanduiding van de MRTT) is voor de eerste maal deelnemer aan de EART oefening. De vliegtuigen zijn eigendom van het private Air Tanker, maar worden geopereerd door de Royal Air Force.

Naast het vervangen van de civiele communicatiemiddelen door militaire varianten is de grootste wijziging in de cockpit het inbouwen van de Air-to-Air Refueling Operator Station. De operator heeft geen rechtstreeks zicht op de bijtankoperaties maar krijgt door de veertien camerastandpunten van hoge definitie dag- en nachtcamera’s wel een goed beeld van wat er om het vliegtuig heen gebeurt.

Conversie
De eerste bemanningen starten deze zomer met de drie maand durende opleiding in Sevilla. De eerste groep bestaat uit acht piloten en vier ARO’s uit Duitsland, Nederland en ons land. Later dit jaar start de volgende groep van acht piloten en vier ARO’s de conversie in Spanje. Ook bij het vliegen zullen de bemanningen multinationaal gemixt worden. Een systeem zoals we nu al kennen bij de NAVO Awacs-vloot in Geilenkirchen (zie Multicultureel teamwerk aan boord van NAVO AWACS)

Een blik op de cockpit. Vanaf deze zomer starten ook Belgische piloten hun conversie naar de MRTT.

De Nederlandse luchtmacht heeft al een uitwisselingspiloot vliegen bij het Airtanker consortium. Dit bedrijf vliegt de Voyager KC2/KC3 vloot voor de Royal Air Force. Voyager is de Britse type aanduiding voor de MRTT. Daarnaast hebben twee Nederlandse vliegers hun militaire plunje even gewisseld voor dat van de nationale luchtvaartmaatschappij KLM waar ze ervaring op doen met het vliegen op A330. Een Nederlandse ARO doet nu ook ervaring op in Australië.

Het achtste, door België betaalde vliegtuig, zal als (voorlopig) laatste vliegtuig pas in 2024 geleverd worden. Ons land kan natuurlijk wel al gebruik maken van de ganse vloot. Volgens de huidige planning zal de MMU eenheid in de zomer van 2021 initieel operationeel verklaard worden om twee jaar later volledig operationeel inzetbaar te zijn.

Een toekomstbeeld passend voor onder andere onze luchtmacht… (Airbus Military)

Op de opendagen van de Koninklijke Luchtmacht op 14 en 15 juni 2019 in Volkel maakte deze MRTT054 zijn opwachting. Nu nog in het primer-fabrieksjasje… binnenkort krijgt het zijn militaire plunje met registratie M-01. Het allereerste vliegtuig van de MMU.

De tankbuis of ‘boom’ van 14 meter lang onder de staart.

Waar bij de A340 een motor hangt, komt er bij de MRTT een hose and drogue refueling pod in de plaats

Tekst: Tom Brinckman
Foto’s: Airbus Military en Tom Brinckman

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email
Share on print
Tom Brinckman

Tom Brinckman

Is de Hangar Flying webmaster en afkomstig uit Sint-Michiels Brugge. Hij is actief als grafisch medewerker en freelance (pers)fotograaf. Op jonge leeftijd raakte hij gefascineerd door militaire en kleine luchtvaart. Die luchtvaartpassie combineerde hij samen met fotografie. Als fotograaf en reporter gaat hij op zoek naar sterke beelden en verhalen uit de Belgische luchtvaart. Je kan hem ook vaak op airshows in binnen - en buitenland vinden... of met de neus in een goed (luchtvaart)boek.

Ce site utilise des cookies pour optimiser votre expérience utilisateur. En continuant à surfer sur Internet, vous acceptez notre politique de confidentialité et d’utilisation de cookies. Accepter Lire Plus