Hortense Daman, geboren te Leuven op 12 augustus 1926, overleden te Newcastle-under-Lyme op 18 december 2006.
Hortense Daman was 14 jaar oud toen de oorlog uitbrak. Het huis van haar ouders in Leuven wordt beschadigd bij het bombardement op 10 mei; op 12 mei verlaat de familie Leuven en vlucht naar Frankrijk. Ze geraken tot Lille waar ze vaststellen dat de Duitsers hun al ingehaald en voorbij gestoken zijn. Met Duitse vrachtwagens worden de vluchtelingen terug naar Leuven gebracht waar ze hun huis geplunderd terugvinden.
Haar oudere broer François Daman was beroepsmilitair en wordt krijgsgevangen gemaakt maar komt snel terug vrij. Hij sluit aan bij het Belgisch Legioen (later het Geheim Leger). Hortense voerde soms een kleine opdracht uit voor haar broer zoals het verspreiden van clandestiene kranten. In de herfst van 1942 komt ze in aanraking met de gruwel van de oorlog. De opzichter van de begraafplaats van Leuven, vlakbij hun woning in de Pleinstraat, komt aan de moeder van Hortense, die een winkel had aan de ingang van de begraafplaats, vertellen dat de Duitsers die morgen stiekem iemand begraven hebben en dat ze daarbij geen pottenkijkers wilden. François wordt verwittigd en hij organiseert die nacht een opgraving, in aanwezigheid van een pastoor en een patholoog. Ook Hortense en haar moeder Stefanie waren aanwezig. Bij de lijkschouwing blijkt dat het om een Britse piloot of bemanningslid gaat die door de Duitsers gruwelijk mishandeld is en daarbij het leven liet. Ze kunnen echter zijn identiteit niet vaststellen en ook de CWGC kon dat na de oorlog niet. Hij werd diezelfde nacht terug begraven in gewijde grond maar na de oorlog overgebracht naar CWGC Heverlee waar hij als ‘Unknown unto God’ begraven is.
Na de Duitse aanval van de Sovjet-Unie ontstond in België vanuit de Belgische Communistische Partij het Belgisch Leger der Partizanen. Vanuit het Geheim Leger kreeg François Daman de opdracht om zich te Leuven bij de partizanen aan te sluiten zodat hij een oogje in het zeil kon houden op deze verzetsgroep.
Na een tijdje rekruteerde hij ook zijn zus Hortense als koerierster bij de partizanen. Ze vervoerde bijna dagelijks per fiets boodschappen voor de winkel van haar moeder en dat was een perfecte dekmantel voor het rondbrengen van documenten maar ook wapens. Ze werd ook ingeschakeld als gids voor ondergedoken Britse piloten. Ze was o.a. betrokken bij de ontsnapping van F/S Robert ‘Roger’ O. Williston RCAF (bommenrichter) en Sgt Joseph Douglas H. ‘Doug’ Arseneau RCAF (radio-operator). Hun Halifax II van 419 Squadron, JD159 VR-Y, kwam in de nacht van 3 op 4 juli 1943 neer bij Muizen (nabij Mechelen). Na een tijdje in Leuven en Brussel ondergedoken te zijn, werden ze door de Duitsers gevangengenomen na infiltratie van de ontsnappingslijn.
Ze werkte ook mee aan de ontsnapping van twee andere bemanningsleden van Halifax II JB913 EQ-F van 408 Squadron die in diezelfde nacht neerkwamen te Tessenderlo. Sgt Elmer B. Dungey RCAF (piloot) en Sgt Arthur T. Bowlby RCAF (rugkoepelschutter) konden hun ontsnapping uit bezet gebied wel succesvol afronden met een oversteek van de Pyreneeën op 28 september 1943. En ze waren ook betrokken bij de ontsnapping van W/O Frederick Heathfield, piloot van Halifax II JD244 MH-K van 51 Squadron, die in de nacht van 21 op 22 juni 1943 neerkwam in de omgeving van Balen. Hij werd in Parijs aangehouden op 7 augustus 1943 na via de valse ontsnappingslijn ‘Jackson’ uit België vertrokken te zijn. François en Hortense Daman zouden aan de ontsnapping van een dertigtal piloten en bemanningsleden meegewerkt hebben.
Hortense wordt almaar meer gevraagd voor opdrachten binnen en buiten Leuven. Ze bleek een natuurtalent en kon ter plekke improviseren wanneer de grond heet onder haar voeten werd. Op die manier ontsnapte ze een paar keer aan Duitse controles. Maar het Duitse net sloot zich langzaam rond de familie Daman door verklikking door collaborateurs maar ook door hardhandige ondervraging en foltering van gevangengenomen verzetsmensen. Op 14 februari 1944 valt de SS in hun huis aan de Pleinstraat binnen en neemt Hortense, haar vader Jacques en moeder Stefanie gevangen. Jacques Daman had weinig of niets met het verzet te maken en werd al snel naar Breendonk overgebracht. Hij werd als gijzelaar gevangen gehouden want het uiteindelijke doel was François Daman. Begin mei 1944 werd hij dan naar Buchenwald overgeplaatst. Moeder Stefanie Van den Eynde kreeg regelmatig partizanen over de vloer, gaf ze te eten en occasioneel kort onderdak. Ze kwam eerst in de Leuvense hulpgevangenis terecht, werd in mei naar Sint-Gillis overgebracht en op 23 mei naar het concentratiekamp van Vught (bij ’s-Hertogenbosch) in Nederland.
Hortense kwam de eerste maanden ook in de hulpgevangenis terecht vanwaar ze bijna dagelijks overgebracht werd voor ondervraging door de SS. Haar broer was het voornaamste doel maar die kregen ze niet te pakken en van Hortense kwamen ze niets te weten. In de hulpgevangenis kon ze door de welwillende houding van de nonnen die in de vrouwenafdeling als bewaaksters fungeerden contact houden met haar moeder. Half mei 1944 werd ze overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis. Op 16 mei werd ze op een trein gezet richting Duitsland, naar het concentratiekamp van Ravensbrück.
Onmiddellijk bij haar aankomst werd ze door SS-dokters met röntgenstralen behandeld om haar onvruchtbaar te maken en tegelijk werd ze ingespoten met een gangreen virus als medisch experiment. De meesten van haar lotgenoten overleefden dit niet maar Hortense overleefde op miraculeuze wijze de slechte behandeling en het experiment. Begin september 1944 werd het kamp van Vught ontruimd en moeder Stefanie kwam ook in Ravensbrück aan. Met veel lef vroeg Hortense aan de kampcommandant of haar moeder haar mocht bezoeken, wat toegestaan werd. Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk, ze hadden een grote steun aan elkaar en dat heeft er zeker toe bijgedragen dat ze allebei de ontberingen van het kamp overleefden.
Het kamp van Ravensbrück lag ten noorden van Berlijn en kwam in de vuurlijn van de oprukkende Russische troepen te liggen. Op initiatief van het Zweedse Rode Kruis werd het kamp in de tweede helft van april 1945 ontruimd nadat ze hierover een akkoord gesloten hadden met Himmler. Maar de lijdensweg was nog niet gedaan want het konvooi werd aangevallen door de Russische luchtmacht waarbij zowel begeleiders als gevangenen gedood werden. Hortense en haar moeder overleefden gelukkig de aanvallen. Op 29 april 1945 bereikten de overlevenden Denemarken waar toen geen strijd meer werd gevoerd. Hortense en haar moeder werden vandaar overgebracht naar Zweden om aan te sterken.
Vader Jacques Daman had het concentratiekamp van Buchenwald overleefd en was eind april terug thuis. Van Hortense en haar moeder was er ondanks hun overbrenging naar Zweden geen nieuws. Het duurde nog twee maanden voor hun namen als overlevenden op de radio omgeroepen werden en het nieuws zo hun familie in Leuven bereikte. Op 29 juni werden ze met een Lancaster vanuit Zweden overgevlogen naar België.
In de maanden na haar aankomst in België maakte Hortense kennis met Syd Clews, een soldaat die in het Britse depot in de Philips-fabriek te Leuven gelegerd was. Op 4 december 1945 zwaaide hij af als militair en keerde naar Groot-Brittannië terug. Maar in januari 1945 stond hij terug in Leuven en Hortense en Syd huwden op 23 februari 1946. Ondanks de medische experimenten in Ravensbrück kreeg ze toch twee kinderen, Julia en Christopher. Hortense overleed 18 december 2006. Ze is begraven samen met haar moeder die in Groot-Brittannië overleed op 30 augustus 1954 terwijl ze bij haar dochter op bezoek was.
In 2017 werd een nieuwe straat naar haar genoemd: de Hortense Damanhof, in de buurt van de Pleinstraat waar ze altijd gewoond had. In Newcastle-under-Lyme werd een woonerf naar haar genoemd als ‘Clews Walk’. Op initiatief van de buurtbewoners van de Pleinstraat en Bierbeekstraat werd op de hoek van de Hortense Damanhof een muurschildering aangebracht van de hand van Gerolf Van de Perre; de inhuldiging gebeurde op 17 oktober 2021. Op het infobord bij de muurschildering staat een foute datum: februari 1943 in plaats van (14) februari 1944. In september 2022 werd haar ook postuum het ereburgerschap van de Stad Leuven toegekend. De buurtbewoners maakten een website rond Hortense Daman (https://hortensedaman.be/). Je kan ook een Hortense Damanwandeling maken in en rond Leuven waarbij je langs de plaatsen komt die belangrijk waren in haar verhaal (https://www.cultureelerfgoedannuntiatenheverlee.be/de-erfweg#de-hortense-damanweg).
Wie meer wil te weten komen over Hortense Daman en haar familie kunnen we de lectuur van het boek van Mark Bles ten zeerste aanbevelen: ‘Hortense Daman : Meisje in het verzet’ verscheen bij Manteau in 2022 (336 blz). Het boek verscheen voor het eerst in 1989 in Groot-Brittannië als ‘Child at War’ en werd een jaar later in Nederlandse vertaling uitgegeven bij Standaard Uitgeverij als ‘Een kind in oorlog : Het ware verhaal van Hortense Daman’. Het geeft veel meer details over de gebeurtenissen waar Hortense Daman en haar familie deel van waren. De informatie in deze beschrijving is voor een groot stuk gebaseerd op dit boek.






