De eerste bommen op Tournai vielen al op 10 mei 1940. Een Duits tweemotorige bommenwerper liet enkele bommen vallen waarbij huizen aan de Chaussée de Bruxelles beschadigd werden en enkele gewonden vielen, een daarvan zou ’s anderendaags overlijden aan zijn verwondingen. In de buurt lagen niet meteen logische doelwitten; waarschijnlijk ging het om een vliegtuig dat geconfronteerd met problemen zijn bommen dropte.
Op 11 mei trekken de eerste eenheden van de British Expeditionary Force – BEF door Tournai. Tournai was aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog een belangrijk centrum. Er bestonden nog geen autosnelwegen, autowegen of ringwegen dus alle verkeer ging langs de grote steenwegen dwars door het stadscentrum. Het zal dan ook niet verbazen dat de Luftwaffe in mei 1940 zo’n belangrijk wegenknooppunt als doelwit uitkoos. In de namiddag van 16 mei krijgt Tournai een eerste groot Duits bombardement te verwerken. Er vielen talrijke slachtoffers en bijna de ganse stad stond in brand. ’s Nachts kwam de Luftwaffe terug, telkens één vliegtuig dat enkele bommen dropte en korte tijd later afgelost werd door een ander vliegtuig. Ook de volgende morgen vallen nog enkele bommen.
Brandweer en Passieve Luchtbescherming deden wat ze konden maar stonden voor een onmogelijke opdracht. Ook de kathedraal met haar kenmerkende vijf torens dreigde door de brand in de as gelegd te worden ware het niet de tussenkomst van de directeur van de gevangenis en een deel van zijn personeel en enkele gevangenen. Op de avond van 17 mei stelde de directeur vast dat het vuur het bisschoppelijk paleis had bereikt en dreigde over te slaan naar de kathedraal. Vroeg in de morgen van de volgende dag verzamelde zijn personeel emmers, laders, schoppen, … en liet hij vijftien betrouwbare gevangenen uitzoeken. Met een menselijke ketting werd water aangebracht om de vlammen te doven terwijl anderen kostbare stukken uit de kathedraal evacueren. Samen slagen ze erin het vuur meester te worden zodat de kathedraal gespaard bleef van grote schade.
Op 19 mei was het BEF volop aan het terugtrekken en de wegen zaten overvol met troepen en vluchtelingen. De Luftwaffe stuurde haar duikbommenwerpers naar Tournai en alleen al bij de Britse troepen vielen minstens 250 doden en gewonden.
Een onbekende bommenwerper lost enkele brandbommen op Tournai op 12 juni 1942 rond 1u30 ‘s nachts. Er vallen twee gewonden. Ook op 14 mei 1943, tussen 22 en 23u dropt een Britse bommenwerper enkele bommen. Het doelwit was waarschijnlijk het spoorwegstation maar de bommen vallen tussen de Schelde en de sporen. Er valt een dodelijk slachtoffer door een bomscherf.
In mei 1944 werd Tournai meermaals aangevallen door geallieerde jager-bommenwerpers. Maar exact vier jaar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, op 10 mei 1944, krijgt de stad haar tweede groot bombardement te verwerken. Met het vooruitzicht van de invasie van Europese vasteland werd de spoorweginfrastructuur een belangrijk doelwit want het grootste deel van het transport, en dus ook troepenverplaatsingen, gebeurde met spoorvervoer. Men wilde zo de aanvoer van versterkingen naar de invasiestranden bemoeilijken. Amerikaanse B-26 Marauder en A-20 Boston bommenwerpers gooien hun dodelijke lading op het station. Ook nu weer vallen er veel dodelijke slachtoffers.
Op 2 september 1944 werd Tournai bevrijd maar dat was niet het einde: na deze datum vielen nog enkele V-1 vliegende bommen op het grondgebied van de stad. Bij de inslag van een V-2 op 12 december 1944 viel een dode en acht gewonden.
Het boek ‘Tournai sous les bombes 1940-1945’ van Yvon Gahide (uitgegeven in 1984) waaruit we de bovenstaande informatie haalden, bevat enkele cijfers over doden en gewonden: voor 1940 is er sprake van 125 doden en 140 gewonden, voor 1944 106 doden en 108 gewonden (volgens de cijfers van de stedelijke administratie). Het aantal vernielde en zwaar beschadigde gebouwen was respectievelijk 1393 en 1364 voor de duur van de oorlog.
Na de oorlog werd een gedenkplaat geplaatst voor de hulpverleners die gedurende de duur van de oorlog het beste van zichzelf gegeven hadden om hun medeburgers te helpen bij brand, verwonding of bij het hervatten van hun leven na verlies van huis en inboedel. De gedenkplaat vermeld specifiek: het Rode Kruis, de bloedgevers, brandweer en politie, Passieve Luchtbescherming, de Scouts en de ‘Hulp aan Slachtoffers’. Je kan ze tegenwoordig vinden aan de boorden van de Schelde met zicht op de torens van de kathedraal. Het is voor zover ons bekend de enige gedenkplaat voor een bombardement die hulde brengt aan de hulpverleners.






