De B-17G 43-37908 H8-H ‘Wolfel-Bear’ van 486 Bomb Group 833 Bomb Squadron maakte op 10 november 1944 een noodlanding in een weiland tussen het gehucht Moyen en het dorp Jamoigne. De inwoners van Moyen beweerden dat het wrak in Moyen lag en volgens de dorpelingen van Jamoigne lag het op hun grondgebied. Nu zijn het beiden deelgemeenten van Chiny.
Alle bemanningsleden overleefden de missie van vrijdag 10 november 1944:
1st Lt (Pilot) James ‘Jim’ J. Dimel
2nd Lt (Co-pilot) Marshall T. Heckerson
2nd Lt (Navigator) Joseph P. Connolly, Jr.
2nd Lt (Navigator/Tail Gunner) Dennis E. Lynch
2nd Lt (Bombardier) Theodore Rothkop
T/Sgt (Engineer) Samuel P. Soldano
S/Sgt (Waist Gunner) Carlton C. Smith
S/Sgt Cpl (Radio) Eugene Evans
Sgt (Waist Gunner) Dale B. McNichols
Sgt (Ball Turret Gunner) Chelsey C. Miller
1st Lt J. Grant en Sgt Hugh J. Quighly staan ook op het informatiebord. Ze waren geselecteerd als crew members van 1st Lt James Dimel maar namen niet deel aan de missie van 10 november 1944.
De namen en militaire graden zijn deze zoals vermeld in het ongevallenverslag van 14 november 1944.
1st Lt James Dimel, de commandant van de Flying Fortress, was op het moment van de noodlanding 24 jaar. Enkel de copiloot was enkele jaren ouder. Op 10 november 1944 had James al elf missies gevlogen boven Duitsland of boven de door Duitsland bezette gebieden. De verantwoordelijkheid die in handen van meestal jonge mensen werd gelegd, was toch wel enorm. Het risico dat de bommenwerperbemanningen liepen om niet terug te keren was bovendien heel hoog.
Op 10 november 1944 was 1st Lt James Dimel kort na dageraad met zijn crew van Sudbury (Suffolk, Engeland) vertrokken voor een missie naar de luchthaven van Wiesbaden (Hessen, Duitsland). Verschillende Bomber Groups moesten aldaar de startbaan onklaar maken. De Flying Fortresses waren ieder bewapend met tien 500-ponders. In de regio Frankfurt werd de Wolfel-Bear geraakt door luchtafweer. Het zuurstofsysteem, een groot deel van het instrumentenpaneel, het hydraulische systeem, het intrekmechanisme van de bommenluiken en de motoren nummers 2, 3 en 4 vielen uit, de 3 en 4 vatten vlam. De branden in de motoren werden geblust maar laaiden van tijd tot tijd weer op. S/Sgt Evans, op de radio-post net achter het bommenruim, meldde dat de Flying Fortress een voltreffer had gekregen in het ruim, dat nog de volledig lading bommen bevatte.
De piloot slaagde erin om de laatste paar seconden, tot het afwerpen van de bommen, in formatie te blijven. Hij wierp al de bommen tegelijk af door het activeren van de salvo-noodschakelaar. Hij dook dan naar rechts naar ongeveer 13.000 voet, zodat de bemanning door een gebrek aan zuurstof niet bewusteloos zou geraken. Omdat er Duitse jachtvliegtuigen in het gebied waren, probeerde de piloot in de wolken te blijven.
Het beste wat de B-17 kon doen op één motor, die uiteindelijk niet meer op volle kracht kon draaien, en met de open bommenluiken die voor extra weerstand zorgden (‘drag’), was een verdere daling van ongeveer 800 voet per minuut. Vliegend in de wolken en dalend, zonder de hoogte of de precieze locatie te kennen, vloog de Wolfel-Bear naar het westen.
De piloot gaf alle bemanningsleden achter de bommenruimte het bevel om uit te springen. Twee mannen vooraan waren zo ernstig gewond dat het twijfelachtig was of ze een parachutesprong zouden overleven. 2nd Lt Connolly raakte ernstig gewond aan zijn rechterdij en bloedde hevig. 2nd Lt Rothkop, die boven zijn bommenvizier in de neus zat, had een zware hoofdwond en verwondingen aan de nek en een been. Hij lag kreunend op de vloer. Rothkop, die Joods was, mocht in geen geval per parachute in nazi-Duitsland terechtkomen. Terwijl 2nd Lt Heckerson de B-17 zo goed mogelijk in de lucht hield, probeerden 1st Lt Dimel en T/Sgt Soldano de gewonden de eerste zorgen toe te dienen. Rothkop kreeg een injectie morfine en ze legden een tourniquet aan op het dijbeen van Connolly. Op 4.500 voet konden vijf bemanningsleden het toestel met hun parachute verlaten (Evans, Lynch, McNichols, Miller en Smith). Sgt Chelsey Miller, de negentienjarige ball turret-schutter, brak een been bij de landing.
1st Lt Dimel besloot om met een noodlanding zijn gewonde crew members te redden. James Dimel: “Ik achtte het beter een crashlanding te maken terwijl ik nog enige controle had, dan te wachten tot we helemaal geen vermogen meer hadden. Daarom verhoogde ik onze daalsnelheid tot 500 voet per minuut en hield mijn ogen op de instrumenten terwijl 2nd Lt Heckerson en T/Sgt Soldano naar buiten staarden om zo snel mogelijk de grond te zien.
Plots riepen ze allebei iets, en ik keek op om een grote kerktoren recht op ons af te zien komen! Heckerson en ik trokken beide hard om onze rechtervleugel op te tillen en de spits ging net onder onze opgetilde motor 4 door. Toen zag ik de grond, die er redelijk vlak uitzag door de regen en nevel. Ik vroeg Heckerson of hij tekenen van windrichting kon zien, zoals rook of wuivend gras. Hij had amper tijd om rond te kijken, want we waren slechts enkele meters boven de grond. Ik trok het stuur omhoog en sloot het gas van motor 1, terwijl Heckerson alle schakelaars uitzette. We hoorden de bommenruimdeuren inklappen, schoven over een greppeltje, ramden een hek, en kwamen tot stilstand.”
Ondanks de aanwezigheid van Duitse sluipschutters in het gebied, vond een eenheid gevechtsingenieurs van het Amerikaanse leger de bemanning en bracht de gewonden naar een legerziekenhuis, vanwaar ze per vliegtuig naar de Verenigde Staten werden geëvacueerd.
Marianne Hubert
De grootste bezieler van het onderzoek naar de crash van de B-17G Wolfel-Bear is ongetwijfeld Marianne Hubert, een gewezen lerares. Ze verdient alle eer voor de grondige research. Dankzij haar inzet blijft de herinnering voortleven aan de Wolfel-Bear. Marianne organiseerde al in 2001 de terugkeer van 1st Lt Dimel (°8 juni 1920, † 23 januari 2010) naar Moyen en Jamoigne. Bij die gelegenheid werd de piloot en zijn familie ontvangen op de plaats van de crash. In het weiland had Marianne en haar team een bord geplaatst met het ludieke opschrift ‘Aéroport International James Dimel’.
Heel wat onderdelen van de Wolfel-Bear waren nog in het bezit van dorpelingen, zo ook een deel van de bovenste geschutskoepel. Marianne stuurde het waardevol stuk naar de familie van James Dimel. Het is nu omgevormd tot een kostbare salontafel in Florida. Na 9/11 was het geen sinecure om dergelijk militair materieel naar de VS te verzenden.
Marianne: “In 1999 vroeg een vriend uit Lacuisine nabij Jamoigne, wijlen Robert de Saint-Georges, mij om de geschiedenis te onderzoeken van een wrak van een Amerikaans militair vliegtuig dat hij op elfjarige leeftijd had ontdekt en onderzocht in een weide tussen Moyen en Jamoigne en dat in de loop der tijd volledig was verdwenen. Ik had in zijn woonkamer een kleine foto gezien van de voorkant van een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog met alleen het opschrift Wolfel-Bear. Ik vroeg ernaar, omdat ik van vliegen houd en vroeger in Florida ben begonnen met vliegen op een Piper Saratoga.
Vanuit dit onschuldige verzoek van Robert en na 26 jaar onderzoek in Amerikaanse archieven, na waardevolle ontmoetingen, fascinerende ontdekkingen en interviews met enkele veteranen en bemanningsleden heb ik een massa authentieke en dikwijls ongepubliceerde getuigenissen verzameld. Ik heb al het onderzoek alleen gedaan, uit eigen beweging en op eigen kosten, voordat er internettoegang was tot gegevens over de Tweede Wereldoorlog, met handgeschreven brieven, dure internationale telefoongesprekken en verschillende reizen naar Londen, Nashville, Florida, enz. “
De herdenking in 2025
In 2025, bij de 80e verjaardag van de bevrijding van België, keerden twaalf leden van twee families van bemanningsleden van de Wolfel-Bear terug naar Moyen-Jamoigne. Ze herdachten er de moed van de bemanning die ongetwijfeld een luchtramp boven Jamoigne heeft voorkomen. Dank zij het initiatief van Marianne Hubert en de steun van de gemeente Chiny werd beslist om de nagedachtenis van de tien bemanningsleden te eren door een Sequoia te planten en een informatiebord te plaatsen op zo’n 500 meter ten zuidoosten van de noodlanding. Er kwam geen stenen monument omdat er bij de noodlanding geen slachtoffers zijn gevallen. Het is belangrijk te weten dat de piloot waarschijnlijk ternauwernood de vernietiging van het dorp heeft voorkomen door zijn B-17 in nood wanhopig te manoeuvreren om de kerktoren op het nippertje te ontwijken. Dankzij het koelbloedige optreden van de jonge piloot en de bemanning vielen er geen slachtoffers, noch op de grond, noch onder de piloten, en bleef de kerk intact.
Op 9 november 2025 om 10.00 uur vond de officiële herdenkingsceremonie plaats nabij de plaats van de crash, in aanwezigheid van de Amerikaanse familieleden, gevolgd door een receptie in het gemeentehuis van Chiny. Het gemeentehuis van Chiny is waarschijnlijk een van de mooiste gemeentehuizen van België. Het is gevestigd in het Château du Faing in Jamoigne, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog door de voormalige eigenaars veel Joodse kinderen werden opgevangen.
De piloot werd op 10 november 1944 na de crash meegenomen naar een nabijgelegen abdij waar hij een biertje kon drinken. Aan TVlux vertelde Mary Dimel, dochter van piloot: “Het was Orvalbier. Hij zei dat dit het beste bier was dat hij ooit had geproefd. Natuurlijk moest ik het proeven om er zeker van te zijn dat hij gelijk had. En hij had gelijk!”
Mary Dimel liet het ceremonieel vouwen van de Amerikaanse vlag over aan Angie Outlaw, kleindochter van boordschutter S/Sgt Carlton Smith, en haar echtgenoot US Air Force en US Space Force Colonel David Outlaw. Marianne Hubert: “Tijdens de vouwceremonie van de Amerikaanse vlag ter nagedachtenis aan de piloten, was ik in gedachten bij mijn vader, Jean Albert Hubert, een gewapend verzetsstrijder (ARA). Ik lag in de armen van mijn moeder, in Lamorteau bij mijn grootouders, toen de Gestapo op 26 april 1944 bij zonsopgang naar ons thuis kwam om mijn vader te arresteren. Hij werd als politiek gevangene opgesloten in de gevangenis van Aarlen maar overleefde het krijgsgevangenschap.”
Een film over de herdenkingsceremonie is te vinden op www.youtube.com/watch?v=NnLw6kOyWaI
Bronnen en dank:
MACR 10336
TVlux
https://486th.org/
James Dimel, ‘An Incident’ (getuigenis van de piloot)
Poly Stevens
Mary Dimel
Veel dank aan Marianne Hubert die het resultaat van tientallen jaren onderzoek deelde met Hangar Flying.









