Graf voor burgerslachtoffers bombardement Guigoven

Info Jos Punie (Heemkundige Kring Kortessem 6 oktober 2019):

Op de begraafplaats van Guigoven is er een gemeenschappelijk graf voor de burgerslachtoffers van het bombardement op 10 mei 1940. Er kwam ook een militair om, Alfons Moens uit Londerzeel. Hij staat niet op dit monument-graf.

Dit ooggetuigenverslag van Amelie Medaerts verscheen in ‘Het Poortje’ (nr. 25 April 2006), het tijdschrift van de Heemkundige Kring Kortessem:

“Meer dan 60 jaar geleden begon de Tweede Wereldoorlog op vrijdag 10 mei 1940. Sinds een half jaar verbleven er in Guigoven ongeveer honderd soldaten. Ze waren gemobiliseerd, afkomstig uit de streek rond Brussel en gehuisvest bij de burgers. Het was volop lente en heel mooi weer. (Deze soldaten waren van het 14de Artillerie Regiment. Jos Punie)

In de weiden links van de Dorpsstraat, nu Kasteelstraat, stonden veel legervoertuigen. Ze waren goed afgedekt en verstopt onder appelbomen met laaghangende takken. In die voertuigen lag veel munitie voor de drie grote kanonnen die in Hoeselt opgesteld stonden. We wisten niet dat de vijand om half vier ‘s nachts de grens was overgestoken in Veldwezelt en Vroenhoven. Daar brak de hel los. Wij leefden toen in een andere tijd op gebied van verkeer en communicatie. Midden in het dorp was slechts één telefoontoestel, in de winkel bij Vanheers, in den Hamel. In de loop van de nacht kwam daar een oproep uit Brussel voor Luitenant Renotte. “Hij moest zich met manschappen en materiaal klaar houden.” Het was oorlog en wij, burgers, wisten het niet.

Rond negen uur waren er wel veel vliegtuigen in de lucht. Plots vlogen ze heel laag over het dorp vooral over de kerk, de school en de omringende weiden, en toen zagen we het: Duitse vliegtuigen. Omdat de munitie een groot gevaar was voor de burgers kregen ze van de luitenant de raad om te vertrekken.

Onverwachts begon een hevig luchtbombardement. De dorpelingen vluchtten in hun huizen, hun kelders. Met ongeveer twintig personen zaten we in de kelder van het schoolhuis. We hielden het hoofd tussen de handen, want aan het daverend geluid scheen geen einde te komen. De kinderen schreeuwden van angst. We dachten dat dit het einde was. We zaten allemaal onder het stof vanwege de luchtdruk langs de kelderopeningen.

Na een twintigtal minuten werd het stil, heel stil… Toen we buiten kwamen was onze verbazing groot. In de Brandstraat lagen de elektrische draden op de weg. Pastoor Donné en priester brankardier Billiau van Brussel gingen de laatste zegen geven aan de vijf burgerlijke slachtoffers en één soldaat. Jozef Hermans, 25 jaar, ongehuwd, woonachtig in het eerste huis tegenover de kerk, gedood door een schrapnel. In de Bekwei, naast de kerk, stierf Jean Hermans, 70 jaar, bijgenaamd ‘De schepen’ uit de Bredeweg. De twee volgende slachtoffers werden samen gevonden langs de elektriciteitscabine. Ze waren getroffen door een brandbom, verkoold en onherkenbaar. Het waren Guillaume Defooz, 39 jaar, ongehuwd en Joseph Gentier, 44 jaar gehuwd met Pauline Dégrain en vader van drie kinderen jonger dan 14 jaar. Beiden woonden in de Brandstraat.
Voorbij de kapel in de Kasteelstraat werden Jozef Amel, 58 jaar weduwnaar van Victorine Schreurs, vader van 7 kinderen en woonachtig in de Beemdstraat dood aangetroffen.
In de Bekwei sneuvelde ook soldaat Alfons Moens, 20 jaar uit Londerzeel. Hij was vreselijk verminkt. Er was grote verslagenheid en diepe droefheid in het dorp. Iedereen dacht dat aan het Albertkanaal de vijand zou teruggeslagen worden.

En dat gebeurde rond het middaguur. De meeste burgers trokken naar het bos aan de Mezenberg. Door het dorp trokken al vluchtelingen uit de richting Bilzen met paard en kar, kruiwagen, fiets of kinderwagen. De meesten gingen richting Kerniel, Borgloon. In het bos brachten we de nacht door, zittend op enkele muts-aarden uit een houtmijt. Heel de nacht hoorden we zwaar geschut en allerlei scherpe geluiden en zagen we lichtflitsen richting Albertkanaal, Genk. ‘s Morgens zijn de meesten verder getrokken, langs de veldwegen naar Wellen – Alken – Hoepertingen – Sint-Truiden. Sommigen vluchtten tot in Frankrijk.

Onze overleden burgers en de soldaat werden begraven op Pinksterdag, 12 mei, terwijl de Duitse soldaten al door het dorp trokken. In de verte bulderden de kanonnen en de lucht hing vol vliegtuigen. Het waren akelige ogenblikken. De zes kisten werden op een kar geladen en een paard trok de vracht naar het kerkhof. Er waren geen familieleden aanwezig. Enkel de grafmaker Harry Thijs, de schrijnwerkers Jean en Hubert Reweghs, die de kisten gemaakt hadden, en pastoor Donné die zorgde voor de teraardebestelling.

De namen van deze vijf burgerslachtoffers zijn in herinnering gehouden op de gedenksteen op het kerkhof met volgende aanduiding.
De gemeente Guigoven gedenkt haar burgerlijke oorlogsslachtoffers, gevallen bij het luchtbombardement, de 10de mei 1940
Amel Jozef – Defooz Guillaume
Joseph Gentier- Jean Hermans
Jozef Hermans
Toen de Duitsers voorbij waren, kwamen de meeste vluchtelingen al terug. De soldaat Alfons Moens is na drie weken opgegraven en naar zijn woonplaats Londerzeel overgebracht. Zijn twee zusters verbleven hier enkele dagen en vertelden dat hun broer van 16 jaar ook het leven liet bij een bombardement. Wat een droefheid.

 

Beelden: © Jos Punie, 10/1/2017
Datum gebeurtenis:
10/05/1940
Datum registratie:
15/10/2019
Locatie:
Graf voor burgerslachtoffers bombardement Guigoven
Adres:
Kasteelstraat Guigoven (Kortessem), 50°50’23.9″N 5°24’24.4”E 50.839966, 5.406764

FEEDBACK

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email
Share on print

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren. Door verder te surfen, stemt u in met ons Privacy & Cookie beleid. Accepteren Lees meer