André Etienne Meersschaut, geboren te Melle op 6 december 1931, overleden te Grez-Doiceau op 30 juli 1959.
De militaire loopbaan van André Meersschaut begon op 1 oktober 1951 op weinig spectaculaire wijze bij het 73e Artillerie Bataljon van de Landmacht. Maar waarschijnlijk had hij al een aanvraag gedaan en fysieke testen afgelegd voor het vliegend personeel van de Luchtmacht en na twee maanden, op 3 december 1951, ging hij over naar de Elementaire Vliegschool van de Luchtmacht te Goetsenhoven. Dit valt samen met de start van de 123e Promotie leerling-piloten. Het is niet zeker dat hij op dat moment ook een opleiding tot piloot aanvatte, nochtans staan in zijn fotoalbum foto’s van André Meersschaut en andere leerlingen van de 123e Promotie in vliegkledij. In zijn vluchtenboek staat geen vlucht genoteerd op SV.4 uit deze periode. Op 21 april 1952 ging hij over naar de Navigatieschool te Melsbroek. Daar werden hem de basisbeginselen van de navigatie bijgebracht alvorens op 9 juli 1952 naar Canada te vertrekken voor zijn verdere opleiding tot navigator. Daar leerde hij de finesses van het navigeren aan boord van de tweemotorige Beech Expeditor, type waarop hij als leerling-navigator 115 uren vloog bij dag en 57 uren bij nacht. Op 17 april 1953 keerde hij terug naar België. Zijn vluchtenboek opent op 19 mei 1953 met een eerste vlucht als navigator op Dakota vanaf Melsbroek. Vanaf dan vloog hij regelmatig mee met allerlei types van de 15e Wing: naast Dakota ook C-119, Oxford en DC-4.
Op 11 september 1953 muteerde hij naar het Detachement van de Elementaire Vliegschool te Koksijde. Dit detachement, beter bekend onder zijn Franstalige afkorting DEPE, was een manier om de drukte op het vliegveld van Goetsenhoven wat te verlichten door een deel van de piloten op Koksijde op te leiden. Vermoedelijk moest hij daar de leerling-piloten de beginselen van navigatie bijbrengen.
Op 13 januari 1954 keerde hij terug naar de Navigatieschool van Melsbroek waar hij op 18 januari een nachtelijke vlucht maakte als navigator met Dakota KN-8, een vliegtuig ingericht als vliegend klaslokaal voor de opleiding van navigators. Alhoewel dat niet expliciet in zijn vluchtenboek staat, lijkt het erop dat hij nu als instructeur voor de nieuwe navigators aangesteld was. Ook de volgende maanden vloog hij regelmatig met de vliegende klaslokalen maar hij vloog af en toe ook op C-119, Pembroke en DC-4. Op 20 december 1954 ging hij over naar het 21e Smaldeel van de 15e Wing.
Er volgde een mutatie naar de Elementaire Vliegschool te Goetsenhoven op 6 februari 1956 voor een opleiding als piloot, mogelijk met de 133e Promotie-leerling piloten. Vanaf mei 1956 vloog hij regelmatig met een instructeur op SV.4B om op 22 juni 1956 voor de eerste keer solo te vliegen. Bij zijn vlucht op 12 september 1956 staat ‘final test’.
Op 8 november 1956 muteerde hij naar de Voortgezette Vliegschool (VVS) in Kamina, Belgisch Congo. De opleiding ging er verder vanaf 16 november op Harvard met een eerste solo op 8 december 1956. De laatste vlucht met een Harvard was op 21 januari 1957 als ‘test w/o’. Deze vlucht was een tussentijdse evaluatie (test) en de nota ‘w/o’ staat voor ‘washed out’, wat aangeeft dat hij niet geslaagd was voor deze evaluatie en de opleiding tot piloot niet mocht verderzetten. Op 3 maart is hij terug in België.
Een volgende stap in zijn loopbaan bracht hem terug naar Canada waar hij vanaf mei 1957 een opleiding volgde tot radar-operator voor de nieuwe Avro Canada CF-100 jagers alle weder. De eerste CF-100s zouden in december 1957 afgeleverd worden. Het was een bont, internationaal gezelschap met naast Belgen en Canadezen, ook Franse Luchtmacht- en Marine-navigators en enkele Britten. Deze opleiding gebeurde met Beech Expeditor en vooral B-25 Mitchell bommenwerpers verbouwd tot vliegend klaslokaal met een radar in de neus. De opleiding werd voltooid met een ‘final check’ op Mitchell op 13 augustus 1957.
Op 16 september 1957 volgde een mutatie naar de 1e Wing van Beauvechain. In afwachting van de komst van de CF-100, maakte hij in oktober nog enkele vluchten op de Meteor NF.11. Op 4 april 1958 is het dan zover: een eerste vlucht op CF-100 met als piloot Albert Preud’homme. Met deze piloot zou hij in de volgende maanden regelmatig vliegen.
1e Sgt-Vl Louis Thijs en Kapt-Vl Meersschaut maakten op 30 juli 1959 een GCA-oefenvlucht (GCA = ground controlled approach). Na het beëindigen van de oefening, vroegen ze toestemming om nog een lage doorvlucht over de basis te maken, wat toegestaan werd. Bij het optrekken brak de rechter-vleugelextensie van CF100 AX34 af. Het toestel maakte een plotse rol en de staart brak af waarna het vliegtuig neerkwam op de baan van Tienen naar Wavre op het grondgebied van Grez-Doiceau. Kapt-Vl Meersschaut probeerde nog zijn schietstoel te gebruiken maar op te lage hoogte. Beide bemanningsleden kwamen om het leven.
Kapitein-Vlieger André Meersschaut was gehuwd en vader van twee kinderen, het gezin woonde toen in Kessel-Lo maar hij werd begraven in Merelbeke. Bij het overlijden van zijn echtgenote werd op zijn graf een nieuwe zerk geplaatst. Het graf situeert zich links achteraan met de kerk achter je.
Tot besluit nog dit: op het ogenblik van het ongeval is de naam van Kapitein-Vlieger André Meersschaut in de kranten foutief gespeld met slechts één S. Deze schrijfwijze werd ook overgenomen in recentere boeken. Bovendien is niet altijd de correcte voornaam gebruikt.
Met dank aan zijn dochter Carine Meersschaut voor de bruikleen van het vluchtenboek en de fotoalbums.










