Op vrijdag 3 oktober 2025 waren we te gast in het Kardinaal Mercier College (https://collegecardinalmercier.be/ ) in Braine-l’Alleud. Het is een grote school (3.200 leerlingen), gelukkig omgeven door veel groen. De prachtige oude gebouwen die mij doen denken aan Engelse schoolgebouwen, staan broederlijk naast de veel modernere infrastructuur. Op 9 juni 1924 zegende kardinaal Mercier de eerste steen van het college. Het monument voor kardinaal Mercier, dat op 30 juni 1935 door koning Leopold III en koningin Astrid werd ingehuldigd, siert nog altijd de hoofdingang van het college. Datzelfde jaar kreeg de school een eigen (openlucht)zwembad, nu vervangen door een moderne sporthal mét binnenzwembad. De Duitsers bezetten het College van 22 augustus 1940 tot 31 augustus 1944. Een eigen boerderij moest in 1965 de poorten sluiten. Het Kardinaal Mercier College is zeker trots op zijn verleden maar biedt vooral toekomstgerichte opleidingen aan. Het is een prachtige en sympathieke campus. Meer info over de geschiedenis van het college op https://ccmprimaire.be/wp/presentation-de-lecole/histoire-de-lecole/
Op het schoolterrein van 13,5 ha, gelegen op het grondgebied van Braine-l’Alleud en Waterloo, staat de herdenkingskapel voor oud-leerlingen en professoren die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kapel is ontworpen door oud-leerling en architect Léon Laboulle. De keramieken kunst is gecreëerd door benedictijn Georges Minne van de abdij van Maredsous, eveneens een leerling van het college. Vroeger zaten twee ronde glas-in-loodramen links en rechts van de twee grote gedenkplaten.
De inhuldiging van de kapel vond plaats op zondag 8 mei 1949, tijdens de feestelijkheden ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de oprichting van de school. Die dag stonden de ouders van de oud-leerlingen die in de oorlog waren omgekomen, patriottische delegaties, vrienden, weldoeners van het college, ouders en leerlingen, Zijne Eminentie kardinaal Van Roey op te wachten. Na een misviering bewonderde het publiek de herdenkingskapel met het slanke klokkentorentje. Kardinaal Van Roey zegende de kapel.
In de jaren zeventig viel de kapel ten prooi aan vandalisme, niettegenstaande ze toch op een enigszins beschermd schooldomein stond. De glasramen werden vernield en het prachtig metalen hek, gesmeed door een kunstsmid, verdween voorgoed. Gelukkig startte de school in 2000 een grondige restauratie van de kapel en vandaag is ze opnieuw een waardige herdenkingsplaats voor de oud-leerlingen en professoren die het leven lieten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
We herkennen op de twee keramieken gedenkplaten negen namen van gesneuvelden die een plaats kregen in de Belgische luchtvaartgeschiedenis.
Alain de Blommaert de Soye
Geboren te Rixensart op 3 november 1920. Hij ontsnapt in juni 1941 uit bezet België maar wordt geïnterneerd, eerst in Frankrijk, daarna in Spanje. Hij komt op 15 maart 1942 aan in Groot-Brittannië. De man volgt een opleiding tot piloot in Canada en komt op 1 april 1945 als Flight Sergeant bij 609 Squadron terecht. Hij verongelukt op 13 april 1945 met Typhoon RB250 PR-A na een botsing in vlucht met een andere Typhoon. Flight Sergeant Alain de Blommaert de Soye stort neer bij Grave in Nederland. Aanvankelijk wordt hij begraven in Escharen-Gassel, maar later overgebracht naar het CWGC Uden War Cemetery in Nederland.
Rodolphe de Hemricourt de Grunne
Geboren te Etterbeek op 19 november 1911. Na zijn middelbare studies verblijft hij een tijd in Marokko waar hij het diploma van landbouwingenieur behaalt. Bij zijn terugkeer in België vervult hij zijn legerdienst bij de cavalerie. Na zijn legerdienst leert hij vliegen in de vliegschool van José Orta te Gosselies en behaalt er zijn burgervliegbrevet in 1935.
Wanneer in juli 1936 de Spaanse Burgeroorlog begint, meldt hij zich als vrijwilliger bij de Spaanse Nationalisten. Hij komt bij het landleger terecht en raakt gewond op 19 november 1936. Tijdens zijn kort verblijf in het ziekenhuis maakt hij kennis met een militair piloot die er zich over verbaast dat hij als (burger)piloot niet in de Nationalistische Luchtmacht ingelijfd is. Het gevolg is dat hij op 1 december 1936 overgaat naar de Luchtmacht. Hij maakt achtereenvolgens deel uit van 4-E-11 (verkenning, Heinkel He 46), 1-E-2 (jacht, Heinkel He 51), 4-G-12 (verkenning, Romeo 37) en 3-G-3 (jacht, Fiat CR-32). Hij behaalt tien bevestigde en vier niet bevestigde overwinningen. Op 1 april 1939 eindigt de Spaanse Burgeroorlog. Op 15 mei 1939 vliegt hij nog in de overwinningsparade waarna hij terugkeert naar België.
Na de Duitse aanval op Polen mobiliseert België zijn leger en Rodolphe de Hemricourt de Grunne wordt opgeroepen als sergeant in een infanterie-eenheid. Na korte tijd beseft men dat een aas met tien overwinningen hier niet thuishoort. Na een bijscholing in de vliegschool van Antwerpen-Deurne, komt hij bij het 2e Smaldeel, Ie Groep, 2e Luchtvaartregiment te Diest-Schaffen terecht, het enige smaldeel met moderne jachtvliegtuigen (Hawker Hurricane). Nochtans kan het niet veel uitrichten tegen de Luftwaffe, noch tijdens de Schemeroorlog, noch in mei 1940.
Op het moment van de capitulatie op 28 mei 1940 bevindt het grootste deel van de Belgische Militaire Luchtvaart zich in Zuid-Frankrijk. Vandaar gaat Rodolphe de Hemricourt de Grunne aan boord van een schip naar Engeland, waar hij op 7 juli 1940 aankomt.
Na een korte omscholing bij de Royal Air Force, komt hij op 4 augustus 1940 bij 32 Squadron terecht. Hij behaalt er op 16 augustus een overwinning op een Bf 109, gevolgd door een beschadigde Bf 109 de volgende dag en een gedeelde bevestigde overwinning op een Do 17 op 18 augustus. Die dag raakt hij ook gewond. Na een relatief lange periode van revalidatie, komt hij op 28 april 1941 bij 609 Squadron terecht. Zijn verblijf is er kort want op 21 mei 1941 wordt P/O Rodolphe de Hemricourt de Grunne als vermist opgegeven wanneer zijn Spitfire IIa P7436 (PR-M) verdwijnt over het Kanaal. Hij wordt herdacht op het Runnymede Memorial (Surrey, England).
Éric de Menten de Horne
Geboren te Brussel op 14 november 1914. Hij is actief in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als gids brengt hij bemanningsleden, die via ontsnappingslijn Comète bezet Europa proberen te ontvluchten, van Brussel naar Parijs. In Brussel wordt hij op 7 februari 1943 aangehouden. Éric de Menten de Horne wordt ter dood veroordeeld op 5 mei 1943 en gefusilleerd op de Nationale Schietbaan te Schaarbeek op 20 oktober 1943.
Georges de Menten de Horne (broer van Éric de Menten de Horne)
Hij is geboren te Brussel op 5 mei 1913. Hij is krijgsgevangene te Wolsberg (Duitsland) tot augustus 1940. Georges vlucht via Zwitserland naar Frankrijk en Algerije. In Algerije wordt hij onder toezicht geplaatst tussen februari en augustus 1941. De man ontsnapt met zes gezellen per boot van Oran (Algerije) via Gibraltar naar Engeland dat hij bereikt op 12 oktober 1941. Na een opleiding tot navigator, komt Georges bij 550 Squadron terecht. Flying Officer Georges de Menten de Horne komt op 2 januari 1944 om het leven bij de crash van Lancaster DV345 te Whaplode Drone, Lincolnshire (UK). Hij rust in de familiekelder op het kerkhof van Melveren (Sint-Truiden).
Jean Michel de Selys Longchamps
Geboren te Brussel op 31 mei 1912. Hij is officier bij een cavalerie-eenheid van het Belgische Leger. Als reservist wordt hij bij de algemene mobilisatie in 1939 opgeroepen en neemt hij deel aan de Achttiendaagse Veldtocht. Bij de wapenstilstand op 28 mei 1940 bevindt hij zich in De Panne waar hij aan boord raakt van een Brits schip. Het is het begin van een zes maanden durende odyssee die uiteindelijk op 14 december 1940 stopt in Groot-Brittannië. Hij volgt er een opleiding als piloot in de Royal Air Force en komt op 30 september 1941 bij 609 Squadron terecht. Op 20 januari 1943 beschiet hij het hoofdkwartier van de Sipo-SD te Brussel. Daarna gaat hij op 13 maart 1943 over naar 3 Squadron. Helaas komt hij in de nacht van 15 op 16 augustus 1943 bij de terugkeer van een nachtelijke missie te Manston om het leven: hij crasht en zijn Typhoon EJ950 QO-X vliegt in brand. Jean de Selys Longschamps wordt begraven in het vlak bij Manston gelegen Minster-on-Thanet en rust er nog steeds.
Albert Soete
Geboren te St. Leonards-at-Sea (Groot-Brittannië) op 28 mei 1915. Behaalt zijn militair pilotenbrevet met de 78e Promotie leerling-piloten op 18 augustus 1939. Rond de middag van 15 mei 1940 stijgt de Fox O-185 van Sergeant Vl Albert Soete en Graaf Capitaine Guillaume de Briey (7/III/3 Aé) vanaf Aalter op om de Duitse colonnes rond Holsbeek te verkennen. De Fox wordt neergeschoten door geweervuur. Sgt Albert Soete wordt gedood en zijn toestel stort neer. Cpt de Briey tracht nog te springen maar vliegt te laag. De twee vliegeniers worden ter plekke begraven door de Duitse soldaten. Kapitein ‘Guy’ de Briey rust nu op de begraafplaats van Ethe (Virton). De plaats van het graf van Sgt Soete is ons onbekend.
Albert de Steenhault de Waerbeek
Geboren te Vollezele op 3 augustus 1915. In 1940 verblijft hij in Congo en neemt dienst in de Weermacht van de kolonie. Hij gaat naar Zuid-Afrika waar hij een opleiding als piloot krijgt, waarna hij voor de omscholing op Mosquito naar Canada reist. Pilot Officer Albert de Steenhault de Waerbeek komt op 16 september 1944 om het leven bij de crash van Mosquito XX KB289 van 36 OTU te Annapolis (Nova Scotia, Canada). Ook zijn navigator, Flight Sergeant Claude Groensteen verliest het leven. P/O de Steenhault de Waerbeek rust op het Kingston St. Lawrence Roman Catholic Cemetery in de regio Nova Scotia (Canada).
Paul van de Walle de Ghelcke
Geboren te Brussel op 18 februari 1917. Hij is kandidaat leerling-piloot en zou op 1 juni 1940 aan zijn opleiding beginnen met de 85e Promotie. Hij trekt in mei 1940 naar Zuid-Frankrijk en vandaar naar Groot-Brittannië. Na zijn opleiding tot piloot in de schoot van de RAF, komt hij bij 248 Squadron terecht, een eenheid van Coastal Command. Op 8 februari 1942 verdwijnt Beaufighter Ic T4776 met als bemanning piloot Sergeant Paul van de Walle de Ghelcke en observer Sgt Leonard N. Brown, boven de Noordzee. Paul van de Walle de Ghelcke is nog steeds vermist. Hij wordt herdacht op het Runnymede Memorial. Sgt Brown rust op het Kiel War Cemetery in Duitsland.
Étienne van Zuylen van Nijevelt
Geboren te Nieuw Ginneken (Nederland), op 26 mei 1916, naar waar zijn familie gevlucht is tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij maakt deel uit van de 80e Promotie leerling-piloten en behaalt zijn militair vliegbrevet op 15 januari 1940. In 1942 vlucht hij uit bezet Europa naar Groot-Brittannië waar hij bij de Royal Air Force terecht komt. Het feit dat hij al een opleiding tot militair piloot gevolgd had, versnelt waarschijnlijk zijn omscholing en op 23 maart 1943 komt hij bij 609 Squadron terecht. Hij zal slechts twee weken deel uitmaken van het squadron. Op 6 april 1943 komt Sgt van Zuylen van Nijevelt terug van een opdracht boven het vasteland wanneer de motor van zijn Typhoon DN416 PR-P de geest geeft. Hij vliegt te laag om uit te springen en dus ‘ditchte’ hij op de golven van het Kanaal. Zijn lichaam wordt niet teruggevonden en ook hij wordt herdacht op het Runnymede Memorial.
Op de grote gedenkplaten staan dus enkel oud-leerlingen, vermoedelijk omdat de vereniging van oud-leerlingen van het college aan de oorsprong van het monument. Twee professoren kregen een herdenkingsplaatje links en rechts van de leerlingen, nl. Joseph Bernard en Jules Colle. Veel later kregen ook Victor Van Cutsem (de landbouwer van het college) en leerling Omer Claiborne een gedenkplaatje in de kapel.
De volgende namen konden we niet linken met luchtvaart:
Alphonse Berland, Guy Brasseur, Xavier Clément, Albert De Hennault, Jean Depester, Édouard Dereume, Jacques Druet, Guy Fontaine, Julien Ghijs, André Gillès de Pélichy, José Gillès de Pélichy,
Herman de Jamblinne de Meux, Yves Kerouedan, Albert Krings, Guy de Lancker, Jean Le Fèbve de Vivy, Paul Legrand, Florian Lelièvre, André Meeus, Marcel Olivet, Robert Parmentier, Henry de Radzitzky d’Ostrowich, Jean Riga, Orel Sneessens, Georges Vacheer de Pina, Albert Van Den Bogaert en René Van Den Bogaert.
Er waren ook leerlingen en professoren van het Kardinaal Mercier College actief in het verzet. Een van hen was de 26-jarige priester-leraar Roger Arnould (Abbé Jérôme). De lessen waren tijdens de oorlogsperiode opgeschort en de Abbé kwam in contact met het ontsnappingsnetwerk Comète, opgericht door de Brusselse Andrée De Jongh. Aangezien er toen al geanticipeerd werd op een eventuele invasie van het vasteland en de moeilijkheden die dat zou meebrengen voor de evacuatie van gecrashte piloten en bemanningsleden, hadden ze in Groot-Brittannië een plan uitgewerkt om de piloten te hergroeperen in zes kampen in België (‘Camps de Marathon’) en ze van kamp naar kamp tot in een groter kamp in Frankrijk (Fréteval) te brengen. Abbé Jérôme zou op een damesfiets en gekleed in zijn soutane in de Ardennen honderden kilometers afleggen als gids, als boodschapper tussen de kampen en als coördinator van de verplaatsingen tussen de kampen. Hij gaf ook de nodige morele steun aan vele verzetsmensen. Het Franse kamp van Fréteval werd opgezet door de Belg Jean de Blommaert de Soye (broer van Alain de Blommaert de Soye, zie gedenkplaat in de kapel) en geleid door zijn landgenoot Lucien Boussa (piloot bij 350 Sqn).
Bronnen
Revue d’histoire religieuse du Brabant wallon. 2008, tome 22. ‘La chapelle des anciens du collège Cardinal Mercier à Braine-L’Alleud (1947-2006), Xavier Cambron
Marathon en Ardenne. Maurice Petit, Famenne & Art Museum, Marche-en-Famenne, 2021
Collège Cardinal Mercier
Met dank aan Directeur Mark Embise, Collège Cardinal Mercier.








