-In 1905 startte houthandelaar Jozef ‘Jef’ Mardaga met zijn echtgenote een restaurant bij het vlakbij gelegen station van As. In 1909 begon het echtpaar het hotel uit te baten. In 1927 kochten ze twee demonteerbare loodsen van het vliegveld die ze achter het hotel plaatsten als dancing. Het eerste Hotel Mardaga werd in 1942 vernield door een bombardement. In 1943 werd het huidige etablissement gebouwd en dat doet nog altijd dienst.
Hotel Mardaga was de favoriete horecazaak van de piloten van het 350 Sqn wanneer ze in januari 1945 opereerden van op Y-32 (Ophoven/Zwartberg,) ze konden er even uitblazen. De piloten verbleven net zoals alle anderen van de 125 Wing in de gebouwen van de mijn van Zwartberg en in de nabijgelegen school. De 125 Wing bestond uit het 41 Sqn RAF, 130 (Punjab) Sqn RAF, 350 (Belgian) Sqn RAF en 610 (County of Chester) Sqn AAF. De Wing was van 31 december 1944 tot 27 januari 1945 met Spitfires XIV gebaseerd op Y-32.
Op 16 januari 2010, precies 65 jaar nadat Squadron Leader Philip Valentine ‘Phil’ Tripe DFC boven As werd neergehaald, bezocht zijn dochter Anne M. Crossman-Tripe samen met haar echtgenoot, het hotel waar hij destijds zo goed werd opgevangen. Ze opende ook een tentoonstelling over het vliegveld Y-32 Ophoven. Het echtpaar kwam voor deze gelegenheid speciaal van Nova Scotia (Canada) naar Opglabbeek en As.
Op 16 januari 1945 werd de Spitfire XIV RM762 van 130 Squadron Leader Phil Tripe DFC op de terugvlucht van een missie boven Duitsland vermoedelijk door eigen luchtafweer geraakt. Tripe werd gewond aan de rechterschouder. De ervaren piloot kon zich met zijn valscherm redden en kwam neer nabij zijn vliegbasis Y-32 Ophoven. Tripe liep naar Hotel Mardaga, in 1945 het favoriete etablissement van heel wat oorlogspiloten.
Toen hij de bar binnenkwam besefte de uitbater meteen wat er gebeurd was en hij haastte zich om het de jonge piloot zo comfortabel mogelijk te maken. Tripe kreeg een stevige cognac aangeboden, eentje ‘uit de familiefles’. Tripe overleefde de oorlog en vooraleer in het burgerleven te stappen was hij nog jarenlang in dienst van de Royal Canadian Air Force. Hij overleed op 31 december 1982 bij een ongeluk met een boot op Trout Lake (North Bay, Ontario, Canada).
Anne M. Crossman-Tripe werd in 2010 ontvangen door Ludo Geurden, de toenmalige eigenaar van Hotel Mardaga. Ze kwam Ludo persoonlijk bedanken voor de uitzonderlijke dienstverlening en gastvrijheid die haar vader 65 jaar geleden had ontvangen. Anne overhandigde als dank voor de opvang van haar vader een gedenkplaat aan Ludo. Anno 2025 hangt de plaat nog altijd in de inkomhal van het hotel.
We konden gelukkig vaststellen dat Wout Cardeynaels, de huidige General Manager van het ondertussen sterk gemoderniseerde etablissement, veel aandacht blijft hebben voor de oorlogsgeschiedenis van de regio. Onlangs schonk iemand Hotel Mardaga een foto van Sgt Cyril C. Hatter. Die wordt herdacht op het gedenkteken voor de bemanning van Lancaster III LM580 DX-L 57 Sqn, in vogelvlucht 450 meter ten zuidwesten van het hotel (zie databank).
-Ook het verhaal van Alber Mardaga past in het verhaal over het hotel.
Luc Meyvis schreef in 2022 het uitgebreid artikel ‘Albert Mardaga. Een vergeten patriot?’ Je kan het hier downloaden: www.taskforceliberty.be/as-het-wonderbaarlijke-verhaal-van-albert-mardaga/
Het is het levensverhaal van Albert Mardaga (°As, 19 juni 1915), zesde kind van het gezin van Jean Jozef (Jef) Mardaga en Maria Waeben.
In de nacht van 9 op 10 juni 1941 werd de Handley Page Hampden AD924 PL- van 144 Sqn RAF boven Dilsen neergehaald. Waarnemer Sgt Edward Berkey en radio-operator/staartschutter Sgt Thomas Marquise kwamen om het leven, 2e piloot Sgt Godon Bottomley werd snel opgepakt door de Duitsers en piloot Officier Basil Rennie slaagde erin om uit handen van de Duitsers te blijven. Basil werd opgevangen in hotel Mardaga en samen met Albert vluchtte hij naar Engeland.
In de UK gerekruteerd door het Belgische leger, werd Albert vanaf 10 november 1941 ter beschikking gesteld van de Veiligheid van de Staat. Hij volgde een doorgedreven opleiding tot ‘inlichtingen-en actie agent’ (IAA, Intelligence and Action Agent) met de bedoeling om ingezet te worden in vijandelijk gebied.
Het vliegveld Tempsford (Bedfordshire) was voorbehouden voor de Royal Air Force Special Duty Service en werd de thuisbasis van het 138ste en 161ste Squadron. Hun voornaamste opdracht was de organisatie van sabotagedaden in bezet gebied en steun aan het verzet. Ze brachten voorraden en agenten naar bezette gebieden voor de Special Operations Executive (SOE), een van de geheime organisaties die door de Britse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog in Engeland werden opgericht.
Het is vanop Tempsford dat Albert Mardaga op 29 april 1942 met een Whitley van 161 Sqn RAF naar Frankrijk vertrok en werd gedropt op enkele tientallen kilometer van Saint-Quentin. De missie van Albert Mardaga, schuilnaam ‘Bevy’, bestond erin ondersteuning te geven aan het inlichtingennetwerk ‘Alex’ in Brussel. Omwille van arrestaties binnen het netwerk ‘Alex’ besloot Albert zelf een beperkt inlichtingennetwerk ‘Bevy’ op te zetten. Opgeschrikt door een bericht dat de Geheime Feldpolizei op zoek was naar hem, besloot Albert om in september 1942 terug te keren naar Engeland en later naar As. Tot een tweede zending is het echter nooit gekomen.
Op 8 juni 1953 kwam Albert om het leven bij een verkeersongeval in As.






