Aviatrice Adrienne Bolland met Caudron tussen azalea’s

Op de tweede foto zien we dat de militairen zijn aangekomen. Het huis in de achtergrond was van Peter Leon Gallo en zijn echtgenote en is ondertussen afgebroken. In het midden staat vliegenierster Adrienne Bolland. (Archief familie Gallo)

Grimbergen, 9 mei 2026. In het Britse luchtvaarttijdschrift Aeroplane Monthly verscheen in april van dit jaar (nr. 636) een vraag van een lezer over een noodlanding van een Caudron in Sint-Amandsberg. De oproep was vergezeld van een foto, volgens de vraagsteller genomen rond de Eerste Wereldoorlog.  Ondertussen kregen we zelf een tweede foto in handen waarop de piloot van de Caudron duidelijker te zien was, interessant genoeg om ook te delen met de lezers van Hangar Flying.

De familie Gallo

De foto die Aeroplane Monthly publiceerde, was ingestuurd door Oscar Gallo uit California. Het feit dat een Amerikaan een vraag stelt over een landing nabij Gent was al intrigerend genoeg om verder onderzoek te starten.

Vooraan de grootmoeder van Oscar en Johan Gallo, Margareta De Coker Gallo. In haar handen rust hun vader, Albert Gallo die toen ongeveer drie jaar was. In de cockpit zitten zijn zusters Germaine en Marguerita Gallo. (Archief familie Gallo)

De grootvader van Oscar Gallo, Peter Leon Gallo, bezat in Sint-Amandsberg een kwekerij van azalea’s. ‘Leon Gallo Horticulture’ was gevestigd op de Antwerpsesteenweg 327. 

Johan, de broer van Oscar, die eigenlijk de historicus is van de familie, scande zo’n 14.000 foto’s uit het familiearchief en daartussen zat dus het beeld van een Caudron die een noodlanding had gemaakt op de terreinen van ‘Leon Gallo Horticulture’. Volgens Johan deed in de familie het verhaal de ronde dat de Caudron door brandstofgebrek een voorzorgslanding had uitgevoerd op de grond van hun azaleakwekerij.

Johan: “Het gezin van acht van mijn vader Albert August Gallo en Margarite Fogassy Gallo emigreerde in 1960 van België naar San Bernardino (California, VS). Alle zes overgebleven broers en zussen van de familie wonen nu in Zuid-Californië binnen een straal van 60 mijl, Oscar in Long Beach en de rest voornamelijk in wat bekend staat als het Inland Empire, in de buurt van San Bernardino. Hoewel we nu in de Verenigde Staten wonen, blijft de foto van de noodlanding ons intrigeren.

In onze familie hebben generaties lang mensen in het Belgische leger gediend, te beginnen met onze overgrootvader Bernard Gallo, onze grootvader Peter Leon Gallo en onze vader Albert Augusts Gallo. Vader was trots op zijn diensttijd. Tot aan zijn dood in 2007 droeg hij altijd foto’s bij zich van degenen met wie hij had gediend. Tussen de foto’s zat er ook eentje van de ontsnapping met zijn vieren uit de Duitse gevangenis in Aalter, genomen op de terugweg naar Gent. Vader Albert Gallo vocht in de Slag om het Albertkanaal en Fort Eben-Emael, de eerste keer in de oorlogsgeschiedenis dat zweefvliegtuigen en parachutisten in een oorlog werden ingezet.

Moeder kwam op vijfjarige leeftijd als vluchtelinge uit Hongarije naar België. Ze werd geadopteerd door Oscar De Raeve en zijn vrouw Marie-Louise Van Den Abeele, die haar hebben opgevoed. Ze woonden op Antwerpsesteenweg 814, ongeveer een kilometer van de woning van Albert Gallo in de richting van Lochristi. De familie De Raeve had ook een grote commerciële plantenkwekerij, nabij de kwekerij van grootvader Peter Leon Gallo.” Zowel de familie Gallo als De Raeve stonden in die tijd bekend voor hun grote commerciële kwekerijen, die onder meer planten exporteerden.”

Aviatrice Bolland

Maar laat ons terugkeren naar de oude foto. Volgens onze research was het de Franse vliegenierster Adrienne Bolland die een perfecte voorzorgslanding uitvoerde met de Caudron G.3 F-ABEX, een toestel dat eigendom was van vliegtuigbouwer Caudron.

Op 3 september 1921 werd op het vliegveld van Evere-Haren de ‘Concours internationale d’avions de tourisme’ (Coupe Simonet) georganiseerd. Adrienne nam op 3 september deel aan de wedstrijd en behaalde een vierde plaats. Ze won de ‘Prijs voor het gemak waarmee de piloot de motor kan starten’. Vermoedelijk is het in deze periode dat de landing werd uitgevoerd in Sint-Amandsberg.

Op de tweede foto zien we dat de militairen zijn aangekomen.
Het huis in de achtergrond was van Peter Leon Gallo en zijn echtgenote en is ondertussen afgebroken. In het midden staat vliegenierster Adrienne Bolland. (Archief familie Gallo)
In deze regio bevond zich de kwekerij en de boerderij waar de voorzorgslanding heeft plaatsgevonden. Het gebied is enorm veranderd, van de vele hectares landbouw- en kwekerijgrond is niks meer herkenbaar. (Google Maps)

Toen we de eerste foto te zien kregen, twijfelden we nog aan de naam van de piloot. Op de tweede foto is de dame echter duidelijk herkenbaar. Adrienne is dan al omringd door Belgische militairen.

Adrienne Bolland (° Arcueil 25 november 1895, † Parijs 18 maart 1975) was niet zomaar een vliegenierster. Ze was een rebel en een icoon van de prille Franse luchtvaart.

Haar vader, Henri Bolland, was een Belg. Hij kwam uit Verviers en emigreerde naar Frankrijk. In Donnery (Centre-Val de Loire) bezat hij het landhuis Les Charmettes.  

Als journalist en fervent reiziger was hij vooral gekend om zijn reisgidsen. Hij schreef onder meer voor de Touring Club de France. Henri huwde in 1882 en in 1886 verhuisde het gezin van Donnery naar Guernsey. In 1889 keerde de familie terug naar Frankrijk en ging in Arcueil-Cachan (Île-de-France) wonen. 

Henri bracht Adrienne de liefde voor de natuur en het reizen bij. Ze was het jongste kind uit een gezin van zeven broers en zussen. Ze was veertien jaar toen haar vader op 19 oktober 1909 overleed. Haar moeder bleef met de grote kroost achter, haar financiële situatie was penibel.

Als kind kleurde Adrienne niet binnen de lijnen, haar opvoeding verliep stroef. Toen ze twintig was, hield ze vooral van feestjes en gokken. Om haar schulden af te bouwen stelde een vriend haar voor om te leren vliegen. Op 16 november 1919 schreef ze zich in bij de vliegschool van Caudron in Le Crotoy (Hauts-de-France) en ze begon er met haar opleiding. Op 6 februari 1920 behaalde Adrienne haar vliegbrevet. Datzelfde jaar zou ook de Amerikaanse Bessie Coleman in Le Crotoy leren vliegen, de eerste Afro-Amerikaanse die een vliegbrevet behaalde.

Adrienne was de eerste vrouw die door René Caudron in maart 1920 werd aangeworven als piloot. Caudron gaf haar naast het bijvoorbeeld overvliegen van zijn toestellen naar klanten, enkele uitdagende opdrachten. Het beeld van een aantrekkelijke vrouw in zijn Caudron-toestellen zorgde voor prima publiciteit in de pers. Voor het publiek was dit een bewijs dat de toestellen veilig waren. Adrienne kreeg haar eigen vliegtuig (de Caudron G.3 F-ABEW) nadat ze voor René met succes een looping had uitgevoerd. Ze werd op 25 augustus 1920 de eerste vrouw die vanuit Frankrijk naar Engeland over het Kanaal vloog. Op 16 april 1912 had de Amerikaanse Harriet Quimby het haar voorgedaan tussen Dover en Calais. Leuk detail, op 18 augustus 1920 was Adrienne nog voor een feestje naar Brussel gevlogen. Een tijdlang stond ze als vermist opgegeven, journalisten meenden dat ze al vertrokken was voor een kanaalvlucht en misschien in zee was gestort.

Op 1 december 1920 vertrok Adrienne naar Argentinië met twee in kratten verpakte G.3-vliegtuigen (F-ABGO en F-ABGP) om de toestellen aan potentiële kopers te demonstreren. Van een recordvlucht over de Andes was aanvankelijk geen sprake. Ze werd vergezeld door haar mecanicien René Duperrier die de tweedekkers ter plaatse moest monteren. Een tweede mecanicien (Crochard) was al ter plaatse toen Adrienne aankwam in Argentinië. Tijdens de overtocht van de Atlantische Oceaan besliste ze op de pakketboot om het Andesgebergte te overvliegen. Ze kwam aan in Buenos Aires op 23 december 1920.

Op 1 april 1921 om 06.32 uur steeg Adrienne met een G.3 op vanuit Los Tamarindos (nabij El Plumerillo, Mendoza, Argentinië). Santiago (Chili) lag in vogelvlucht slechts 200 kilometer verderop. Adrienne had amper veertig vlieguren op haar naam staan. Ze beschikte niet over navigatiekaarten omdat het gebergte simpelweg nog niet in kaart was gebracht. Ze had geen kennis van het specifieke terrein en de weersomstandigheden in de bergen, enkel de inheemse bevolking kende de streek. Het Andesgebergte reikte tot ongeveer 6.000 meter, ver boven het maximale opgegeven vliegplafond van de G.3 van 4.200 meter. De Tupungato-bergtop bereikte zelfs een hoogte van 6.500 m. De kou op die hoogte en de ijle lucht waren onverbiddelijk. Op 3.000 m hoogte was het al -30 °C. Ze had haar lichaam ingesmeerd met een beschermende olie en ze wikkelde zich in verbanddoeken om de kou minder te laten doordringen. Tegen de verschrikkelijke koude stopte ze kranten tussen haar zijden pyjama en een gewatteerde monteurspak. In haar zakken zat een mes om zich tegen de Andescondors te verdedigen. Ze had geen radio aan boord. In België kunnen we ons moeilijk voorstellen hoe vijandig de Andes wel was voor vliegeniers. Voor haar succesvolle vlucht van 1 april 1921 had ze al twee korte testvluchten uitgevoerd.

De enige mogelijke route liep door verraderlijke riviervalleien. Ze navigeerde volledig op instinct, op zoek naar een pad dat haar naar de andere kant zou kunnen brengen. Vier uur en vijftien minuten na het opstijgen landde Adrienne Bolland op het vliegveld van Lo Espejo (Santiago, Chili,) toen de militaire vliegschool van Santiago.  Ze was de eerste vrouw die de Andes bedwong. Kranten in Zuid-Amerika waren vol lof over Adrienne en ze werd overal gevierd.

Na een lange tournee door Argentinië en Uruguay, met verschillende vliegmeetings op haar programma, keerde ze in juli 1921 terug naar Frankrijk. Daar kreeg haar prestatie bitter weinig aandacht. Op 3 september van dat jaar nam ze dan deel aan de ‘Simonet-wedstrijd’ in Haren. Zes dagen later zat ze opnieuw op een pakketboot richting Zuid-Amerika waar ze nog heel wat demonstratievluchten uitvoerde, nog altijd vergezeld van haar trouwe mecanicien Duperrier. In Brazilië zou ze enkele traumatische vluchten maken. Samen met haar mecanicien overleefde ze ternauwernood een noodlanding en een lange tocht door onherbergzaam gebied.

In 1923 keerde ze definitief terug naar Frankrijk. Zij behaalde op 29 maart 1923 het vliegbrevet voor transportvliegtuigen maar geraakte als vrouw nergens aan een job bij de toenmalige luchtvaartmaatschappijen. Haar uitzonderlijke vliegrecords werden vele jaren genegeerd, simpelweg omdat er officieel geen categorieën bestonden waarin aviatrices konden excelleren. 

Ook bij Caudron werden haar prestaties niet naar waarde geschat en René Caudron ontsloeg haar, vermoedelijk onder druk van zijn moeder. Men zei dat René Caudron ‘getrouwd was met zijn moeder’. In het begin had Adrienne een goede relatie met René maar ze weigerde met hem te trouwen. De jaloerse moeder, die de boekhouding van de firma Caudron beheerde, haatte Adrienne en ze was dan ook dolblij dat haar zoon het vrijgevochten meisje ver weg stuurde.

Dankzij een riante vergoeding die Adrienne toch van Caudron ontving, kocht ze de Caudron C.127 F-AGAP. Ook de C.127 F-AGAQ kwam op haar naam te staan. Beide toestellen werden geregistreerd op datum van 27 februari 1924. Na de C.127 vloog ze vanaf 1933 nog een tijd met een Morane AS en een Gourdou-Leseurre B7.

Op 27 mei 1924 vloog ze met haar Caudron C.127 F-AGAP maar liefst 212 (!) opeenvolgende loopings in 72 minuten, een nieuw wereldrecord voor vrouwen. Datzelfde jaar erkende Frankrijk eindelijk haar oversteek van de Andes en benoemde haar tot Chevalier de la Légion d’Honneur. Ze zette zich met veel enthousiasme in om in Frankrijk propaganda te maken voor de luchtvaart maar de tournee was een ramp. Ze kreeg onvoldoende financiële middelen en werd op een trieste manier gebruikt door de Franse staat die wist dat de mensen haar zouden komen zien vliegen, gewoon omdat ze een vrouw was. Maar Adrienne was een doorzetter en ze bleef intens deelnemen aan talrijke wedstrijden, luchtrally’s en demonstraties. Vanaf 1928 begon ze ook zelf meetings te organiseren.

De Caudron G.3

De Caudron G.3 werd aangedreven door een rotatiemotor Le Rhône van 80 pk. Er bestond ook een versie met een Anzani van 100 pk. Leeg woog de Caudron 340 kilo, het maximum startgewicht bedroeg 630 kilo. De G.3 haalde een maximumsnelheid van 112 km/h. Tijdens de tocht door de Andes haalde het toestel gemiddeld 50 km/h.

In de luchtvaarthal van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in Brussel is sinds 1975 deze Caudron G.3 te bewonderen. Na gebruik door Franse smaldelen kreeg het op 26 april 1923 de registratie F-AFDC. Adrienne Bolland vloog met dit toestel in Le Crotoy. (Foto Guy Viselé)

De autonomie van een standaard G.3 bedroeg 4,5 uur. Voor de vlucht over de Andes had mecanicien René Duperrier de voorste stoel van de G.3 opgeofferd en daar de brandstoftank verdubbeld. Dat bracht de autonomie op negen uur, dus heel wat reserve indien Adrienne zou afwijken van de ideale route. Het nadeel was wel dat de gewichtstoename door de brandstoftank Adrienne deed besparen op onder meer het gewicht van haar kledij.

De standaard G.3 had 32 minuten nodig om te klimmen naar 3.000 meter. Op 17 juli 1920 maakte Adrienne een drie uur durende testvlucht in Issy-les-Moulineaux (Île-de-France) waar Caudron ook een vestiging had. Ze bereikte een hoogte van 4.800 meter, het hoogterecord voor vrouwen. Het vorige record stond op naam van barones Raymonde de Laroche, Deze verongelukte op 18 juli 1919 op 34-jarige leeftijd tijdens een vlucht in Le Crotoy, het vliegveld waar Adrienne een paar maanden later haar opleiding zou starten. De hoogtevlucht moet Adrienne zeker vertrouwen hebben ingeboezemd voor haar vlucht door de Andes.

G.3’s zijn gebouwd tussen september 1914 en september 1924 en uiteraard gebeurden door de jaren vele aanpassingen, dikwijls door de mecaniciens van de piloten en zonder toelating van de constructeurs.

De G.3 was een gemakkelijk te besturen toestel en kon zowat overal landen. De beroemde piloot Jules Védrines zette zijn toestel op 19 januari 1919 zelfs neer op het dak van het warenhuis La Fayette in Parijs.  Gelukkig stonden op het dak enkele vrijwilligers klaar om het toestel wat af te remmen. Op 30 juli 1921 was het een G.3 die met de Zwitser François Durafour aan de stuurknuppel, landde op de Mont Blanc.

De G.3’s werden onder meer geleverd aan de Belgische militaire vliegschool in Juvisy-sur-Orge (Île-de-France), enkele toestellen kregen in België ook een burgerlijke registratie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn maar liefst 2.450 toestellen gebouwd en verschillende zijn na de oorlog gebruikt door clubs en privépiloten. Tot in 1939 zouden meer dan 15.000 piloten op dit type Caudron worden opgeleid. 

Strijdbaar

In 1923 ontmoette Adrienne piloot en parachutist Ernest Vinchon (†12 februari 1966), een held uit de Eerste Wereldoorlog en onderscheiden met het Légion d’Honneur. Hij stamde af van een van de grootste families uit de garen- en weverij-industrie van Roubaix. Ook Ernest had Belgische roots. Ernest scheidde van zijn eerste vrouw en keerde zijn machtige, rijke familie de rug toe uit liefde voor Adrienne. Ze trouwden in 1930, werden onafscheidelijk en waren altijd aan elkaars zijde te zien op vliegmeetings. Het echtpaar woonde lang samen nabij het Trocadéro in Parijs. De Caudron C.60 F-AJSK stond vanaf 1930 op naam van Bolland-Vinchon. Adrienne vloog ook met de Morane-Saulnier MS.36 AS F-ABHE (in 1933) en de Gourdou-Leseurre B.7 F-ANIX (1934-1939).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloten beiden zich aan bij het Franse verzet. Adrienne bleef haar hele leven strijdbaar, een overtuigd feministe. Ze weigerde zich te conformeren aan de maatschappelijke verwachtingen van haar tijd.

Postzegel in 2005 uitgegeven ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het overlijden van Adrienne Bolland. (Archief Frans Van Humbeek)

De dame die in 1921 de voorzorgslanding uitvoerde nabij Gent, was dus een icoon van de Franse luchtvaart. Tot op hoge leeftijd bleef ze een prominente verschijning in de Franse luchtvaartwereld. In België bleef ze vrij onbekend, de pers schreef hier weinig over haar. Ze rust samen met haar geliefde op de begraafplaats van Donnery, het dorp met het landhuis van haar ouders.

Meer info over Adrienne Bolland:

Bronnen:

  • Les avions Caudron (Tome I), André Hauet, Lela Presse, Outreau, 2001
  • The Aviation Department of the Royal Army Museum in Brussels. Charlie de la Royère, éditions pat.H, Brussel
  • L’Air sauvage, Adrienne Bolland 1895-1975. Coline Bery, Afnil, 2017
  • Dank aan de familie Gallo, Coline Béry (https://colinebery.wordpress.com/) en Guy Viselé.
Picture of Frans Van Humbeek

Frans Van Humbeek

is hoofdredacteur van Hangar Flying. Hij is freelance luchtvaartjournalist en auteur van verschillende luchtvaartboeken. Frans probeert zowat alle facetten van de Belgische luchtvaart op te volgen, maar zijn passie gaat vooral uit naar het luchtvaarterfgoed en de geschiedenis van de Belgische vliegvelden. Binnen het redactieteam van Hangar Flying zorgt hij ook voor de updates van www.aviationheritage.eu.