Nazorg ‘Vliegveld Grimbergen 1939-1946’

Een Amerikaanse militair poseert in het Camp White Tie bij het embleem van het 334th Engineer Special Service Regiment. Het embleem was in Grimbergen nagebouwd in baksteen. (Archief Randy Buelens)

Grimbergen, 14 april 2026. In 2024 verscheen het boek ‘Vliegveld Grimbergen 1939-1946. Van aanleg tot White Tie’. Auteurs Randy Buelens en Frans Van Humbeek vertelden de oorlogsgeschiedenis aan de hand van metaaldetectie en archieven. Na publicatie van een boek volgen doorgaans de reacties van lezers. Er zijn correcties nodig, getuigen komen nog met interessante verhalen of lezers vinden in een schuif niet eerder gepubliceerde foto’s. Uiteraard kwamen ook reacties binnen over de periode na 1946, maar dit artikel geeft enkel feedback met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog.

Steuneenheden

Enkele weken geleden kregen we een militair zakboekje te zien van Alphonse Kaizen uit de regio Anderlecht en foto’s die allemaal op 24 december 1939 in Grimbergen waren genomen. In 1929 was Alphonse soldaat-milicien en in 1938 volgde zijn heroproeping onder de wapens.

In 1939 diende soldaat Kaizen bij 11Cie/II/R.T.A. Aé, wat staat voor de elfde compagnie van het tweede bataljon van het Régiment de Troupes Auxiliaires de l’Aéronautique (Regiment Hulptroepen van het Luchtwapen). De militairen van de Hulptroepen waren ingedeeld in vliegveldverdediging en werkbataljons.

Die 11Cie bestond niet meer tegen 10 mei 1940. Een aantal aanpassingen in de organisatie van de hulptroepen moest de slagorde uiteindelijk laten kloppen met het aantal opgeroepen militairen. Het hoofdkwartier van het tweede bataljon bevond zich in Vilvoorde. Compagniecommandant Kapitein Lierneux die in 1939 een verlofpas tekende voor soldaat Kaizen, was op 13 mei 1940 bij 9/II/R.T.A. Aé zelf actief op het vliegveld van Grimbergen.

De Belgische militairen met op de achtergrond het nog onbeschadigde Prinsenkasteel. (Foto Pascal Kerger)
Soldaten aan de Maalbeek, bij de Liermolen. (Foto Pascal Kerger)
Soldaten aan de ‘s Gravenmolen in Grimbergen. (Foto Pascal Kerger)
Belgische militairen in de Hogesteenweg. Links de zaal Cnop-De Prins (zie boek blz. 15). Zaal Cnop heeft inmiddels plaats gemaakt voor een bankgebouw. Enkel de voorgevel rechts van de vroegere zaal Cnop is bewaard gebleven. (Foto Pascal Kerger)

Prinsenkasteel

Op zondag 3 september 1944 staken de Duitsers het Prinsenkasteel in brand (zie boek blz. 78/79). Een foto van het brandend kasteel kregen we pas na publicatie van het boek te zien. Het kasteel in het centrum van Grimbergen deed dienst als logement voor Duitse troepen. De ruïnes van het kasteel bevinden zich nog in het Prinsenbos.

Edwy De Valck: “De foto’s van het kasteel waren eigendom van mijn vader en moeder, zijnde René De Valck en Alice Geerts. Mijn moeder woonde in de boerderij rechtover het Guldendal. Volgens mijn broer Hugo De Valck zou deze boerderij Boxenhof hebben geheten. Mijn grootouders, mijn moeder en haar broer hebben gedurende de hele oorlog Duitse soldaten over de vloer gehad. Die waren gelegerd in het kasteel en dienden voor drinkbaar water bij hen aan te kloppen, zeker eenmaal per dag. Ze kwamen het water halen in leren zakken. Mijn moeder durfde al eens de waterklep van de waterpomp opzetten zodat de soldaten lucht oppompten in plaats van water, tot grote ergernis van de soldaten en tot jolijt van mijn moeder. Bij de brand van het kasteel waren ze bang dat de schuur ook zou afbranden en ze hebben dan maar meerdere rozenkransen gelezen. Maar blijkbaar zat de wind in de goede richting.”

Zeldzame foto van het brandende Prinsenkasteel. (Foto familie De Valck-Geerts)

Een rupsvoertuig op een dorpel

Gelukkige Grimbergenaars poseerden bij de Bevrijding op en rond een Sherman-tank (blz. 81). De tank stond in de Hogesteenweg en ging verder doorrijden naar het kerkplein. De Hogesteenweg is niet zo breed (nu eenrichtingsverkeer). Sommige trapjes en dorpels aan de voordeuren van de woonhuizen, nemen wat plaats in van de straat, en dat is nu net het stukje straat dat een tank wil gebruiken.

Simone en Jean-Pierre Bogaerts vertelden tijdens de tentoonstelling ter gelegenheid van de boekvoorstelling: “De dorpels in het centrum van Grimbergen waren kapotgereden door de Britse tanks. Aan de beschadigingen te zien waren dat misschien wel Loyd of Bren Carriers. Helaas zijn de dorpels van het huis van onze tante (huisnummer 14a) vervangen door de nieuwe eigenaars. De beschadigingen zijn nog wel te zien bij huisnummer 12. De tanks raasden met hoge snelheid voorbij, dicht tegen de huizen. De ‘tracks’ raakten zo de deurdorpels.” De Loyd en Bren Carriers waren kleine rupsvoertuigen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Britse en Commonwealth-strijdkrachten werden ingezet om materieel en manschappen te vervoeren.

De dorpel aan de voordeur van de Hogesteenweg 12. Rupsbanden ‘knaagden’ bij de Bevrijding stukjes uit de voorkant van de onderste marmeren trede. (Foto Frans Van Humbeek)
Detailfoto van de dorpel. (Foto Frans Van Humbeek)

Droppings

Op blz. 108 van het boek staat dat minister Pierlot op 21 september 1944 een dringende oproep deed aan de Britse ambassadeur in ons land om wapens te leveren voor de Rijkswacht. Op 2 oktober 1944 bevestigde de ambassadeur de dropping die op 30 september 1944 plaats vond. Humbekenaars vertelden mij over de dropping ‘in de buurt van het vliegveld’ maar niemand van hen was daarbij zelf aanwezig. Een van mijn bronnen was Jan Van Lint (°19 november 1934, †25 januari 2026), een man die tijdens zijn jeugdjaren samen met zijn broers kind aan huis was bij de troepen op het vliegveld.

Majoor Cumont, auditeur-generaal en hoge commissaris voor de staatsveiligheid, leek niet zo enthousiast over de dropping. Op 7 oktober 1944 schreef hij aan de commandant van het Geheim Leger: ‘Uit de inventarisatie blijkt echter dat er meer dan tweehonderd machinegeweren ontbreken en dat we van een tiental containers die vrij ver in de richting van Humbeek zijn gevallen, slechts veertien machinegeweren hebben teruggevonden. Een detachement van twaalf mannen van het Geheim Leger was ter plaatse vóór de gendarmes en zou deze wapens in beslag hebben genomen.

Een vergelijking van de staat van de bewapening van het detachement van het Geheim Leger vóór en na deze parachuteoperatie zou het mogelijk maken om na te gaan hoeveel wapens van hun bestemming zijn afgeleid en zou hun eventuele terugkeer naar de gendarmerie mogelijk maken.’

De geparachuteerde goederen waren verpakt in containers. De kans is groot dat niet alle gedropte containers op eenzelfde vooraf afgesproken terrein zijn neergekomen. Wel staat vast dat de dropping is uitgevoerd. Bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid-Classified Archives vonden we een handgeschreven document over een dropping van wapens in Humbeek op ‘1 oktober 1944, Sector West, Congre.’

Sector West omvatte zowat heel Brabant, een gebied met negentien schuiloorden. Het actiegebied van het Geheim Leger was verdeeld in vijf zones, Grimbergen behoorde tot Zone IV.

Het codewoord ‘Congre’ (paling) verwijst naar een schuilplaats van het Geheim Leger in Meise. De schuiloorden in deze regio kregen namen van vissen. Maar de namen veranderden nadat bijvoorbeeld verzetsmensen waren opgepakt. De leden van schuiloord ‘Congre’ deden natuurlijk meer dan wachten op droppings. Op 6 september 1944 namen ze bijvoorbeeld een zestigtal Duitsers gevangen die zich schuilhielden in de bossen van Buggenhout.

De vliegtuigen die de containers moesten droppen waren doorgaans Stirlings of Halifaxes. De organisatie van de droppings op de geselecteerde terreinen was allesbehalve gemakkelijk. Er moest een ‘ontvangstcomité’ worden samengesteld, procedures moesten gevolgd worden om seinen te geven aan de vliegtuigen, de communicatie met London moest optimaal zijn, enz.

Vooraf werden akkoorden gemaakt hoeveel van de levering bedoeld was voor het Geheim Leger, de Rijkswacht of de andere verzetsbewegingen. In België ging het grootste aantal wapens naar het Geheim Leger.

233 Squadron RAF

We staan zelden stil bij de logistieke operaties die voorafgaan aan de verplaatsing van smaldelen en het veranderen van de gebruikte vliegtuigtypes. Jean Dillen wees ons op de (korte) aanwezigheid van het 233 Sqn RAF op Grimbergen. We onderzochten even de Operational Record Books van september 1944.

Dakota’s van 233 Sqn RAF vlogen eind september 1944 van Blakehill Farm (Wiltshire, UK) naar B56/Evere en B58/Melsbroek met drop tanks, munitie, … om onder meer de voorraden die gebruikt waren tijdens de Arnhem-operaties (17-25 september 1944) aan te vullen. Op de terugweg vervoerden ze gewonden op brancards of gekwetsten die zich op eigen kracht konden verplaatsen.

Elf Dakota’s werden op 25 september 1944 van Blakehill Farm naar B56/Evere gestuurd met bagage, brandstof en munitie. Ze werden geleid door Wing Commander Coles en hun lading bedroeg in totaal 22.500 kilo. Het luchtverkeer rond Brussel-Evere was intens en daarom landden vier van de elf op B60/Grimbergen. Nadat de congestie van het luchtruim was beëindigd, maakten ze de korte luchtsprong van Grimbergen naar Evere.

Rond 28 september werden de 19, 65 en 122 Sqn (met Mustang) van de 122 Wing op Grimbergen vervangen door de 3, 56 en 486 Sqn (met Tempest). De Mustang Squadrons keerden terug naar Matlaske (Norfolk, UK). Dat was een zware operatie waarvoor de Dakota’s van 233 Sqn RAF logistieke steun boden.

Op 27 september 1944 vertrokken elf Dakota’s van het 233 Sqn van hun basis Blackhill Farm naar het voor hen onbekende vliegveld van Matlaske. Rond 18 uur kwamen ze aan. Na onderhoud volgde het laden voor vertrek naar B60/Grimbergen op de ochtend van 28 september. Hun lading bestond uit 76 militairen en 16.800 kilo aan uitrusting voor de Hawker Tempest-squadrons 3, 56 en 486, die naar België werden verplaatst.

Van op Grimbergen vlogen vier van de Dakota’s met 56 militairen verder naar B82/Grave in Nederland, een uitwijkvliegveld aangelegd voor Fliegerhorst Volkel en gebruikt voor Operatie Market Garden. De overige zeven Dakota’s vertrokken met 68 soldaten en 10.300 kilo vracht van 19, 65 en 122 Sqn van Grimbergen naar Matlaske. Vier van die Dakota’s keerden op 29 september terug van Matlaske naar Grimbergen om er nog vijf militairen en 5.200 kilo uitrusting af te leveren.

Floogie

Op 9 oktober 1944 escorteerde de Amerikaanse piloot Lt Otto ‘Dittie’ Jenkins (°1922, †1945) met zijn P-51B ‘Floogie’ P-G4 (inventarisnummer 42-106829) van de 357 Fighter Group/362 Fighter Squadron, zijn vluchtmakker die met mechanische moeilijkheden te kampen had. Maar de Merlin-motor van ‘Floogie’ kreeg ook technische problemen en Jenkins moest een noodlanding maken op het vliegveld van Grimbergen. Daar is het toestel nooit meer opgestegen.

‘Floogie’ was de koosnaam van de echtgenote van Jenkins. In die periode liet men de P-51 terug rondvliegen in metaalkleur. Waarom dit toestel in een verouderde groengrijze camouflage werd geschilderd is niet bekend. De naam ‘Floogie’ was in het geel op de neus geschilderd.

Het is niet helemaal correct dat de P-51 ‘op 30 november geruimd werd’ (blz. 117). De term ‘salvaged 30.11.1944’ is eerder een administratieve term die aangeeft dat alle nog bruikbare onderdelen (motor, bewapening, instrumenten, radio, …) uit het wrak gerecupereerd werden en dat het dus nutteloos geworden was. Het ‘lege’ vliegtuig werd meestal achtergelaten, zeker de grotere vliegtuigen zoals B-17, C-47, … die niet gemakkelijk te transporteren waren. Soms werd op het achtergelaten wrak ook ‘salvaged’ geschilderd zodat het duidelijk was dat het ‘leeg’ was en anderen er zich niet meer moesten om bekommeren. Als de ‘lege’ wrakken zich niet op een vliegveld bevonden, werden ze door de bevolking van alle nog bruikbare delen ontdaan en/of door schroothandelaars verder gesloopt. Maar aangezien deze Mustang ‘Floogie’ op het vliegveld van Grimbergen landde, is het best mogelijk dat hij op 1 januari 1945 nog op Grimbergen stond. Volgens getuigenverslagen bevond zich minstens één Mustang op Grimbergen die tijdens de operatie Bodenplatte door Fw 190 werd geraakt (blz. 167). Het is zeer waarschijnlijk dat het hier de afgeschreven ‘Floogie’ betreft.

De resten van de P-51B ‘Floogie’ P-G4 op de dump van het Grimbergse vliegveld. (Foto Richard Mickler, archief Randy Buelens)

We kunnen inderdaad bevestigen dat het toestel op 1 januari 1945 nog op Grimbergen stond. In een Amerikaans archief over het op Grimbergen gevestigde Camp White Tie, vond auteur Randy Buelens een foto van de ‘Floogie’ op een dump in Grimbergen. De identificatie P-G4 is nog duidelijk leesbaar.

Een dag voor de opening van de tentoonstelling en boekvoorstelling kwam een getuige ons een stuurknuppel tonen. Onderzoek leerde ons dat het ging om de stick van een North American Aviation P-51 Mustang. De man die de stuurknuppel uit het toestel op de dump had verwijderd, had ook het kleppendeksel van de Mustang-motor gevezen. De kans is zeer groot dat beide onderdelen van de ‘Floogie’ komen.

Stuurknuppel, hoogst waarschijnlijk uit de ‘Floogie’. (Foto Frans Van Humbeek)

Jenkins en de grondbemanning kregen na de ‘Floogie’ een nieuw D-model in RAF-groen, dat het volhield tot januari 1945, toen het samen met een andere piloot verloren ging bij een dodelijk ongeval in slechte weersomstandigheden. Dat tweede toestel kreeg de koosnaam ‘Floogie II’.

Typo’s en extra info

Op blz. 53 hadden we al een vraagteken geplaatst bij de tactische code van een Bf 110. De tactische code van Bf110 wn 2188 was L2+FR en niet L2+FK. Bij de tactische codes waren de eerste twee en de laatste (vierde) letter altijd dezelfde per staffel; de derde letter varieerde. Voor 7.(F)/LG 2 was de tactische code dus altijd L2+*R. De L2+FK kan dus nooit een code van 7.(F)/LG 2 geweest zijn.

Op blz. 54 wordt de botsing van twee Bf 110 beschreven op 2 oktober 1940. Uffz August Hauss was de radio-operator van de Bf110; de piloot was Oblt Georg Eckert. In de tekst is het geformuleerd alsof Hauss de piloot was.

Het ongeval van Uffz Rudolf Oltmanns op 28 september 1943 (blz. 60) gebeurde met Werknummer 470051, een Fw 190A-6 die 30% schade leed, en dus herstelbaar was. Als we de foto’s opnieuw bekijken, zien we dat deze Fw 190 nog geen tactische code heeft (vb. Weisse, …) maar twee letters voor en twee na het Balkenkreuz. Duitse vliegtuigen kwamen met een dergelijke code uit de fabriek en pas in de eenheid kregen ze hun tactische code. Aangezien deze Fw 190A een nagelnieuw exemplaar was, had men de tactische code van de eenheid nog niet opgeschilderd. Tweedelijnsvliegtuigen (transport, trainers) behielden doorgaans hun vierlettercode. Een voorbeeld daarvan is de Dewoitine D.520 SV+GG die na de bevrijding op Grimbergen achterbleef.

Peter Ahrens (blz. 63) was geen Lt (Leutnant) maar een Fw (Feldwebel). Zijn vliegtuig was Fw 190A-6 wn 550176 Gelbe 8. Hij kwam op 11 november 1943 neer bij Hesdin (Pas-de-Calais, Frankrijk). Uffz Arthur Spiegel vloog met Fw 190A-5 wn 1170 Gelbe 12 en kwam neer bij Galametz, elf km ten zuidoosten van Hesdin. Obfw Friedrich Lindelaub vloog met Fw 190A-6 wn 550470 Weisse 7 en ging overkop bij de landing in Wevelgem.

Een Landing Craft Tank (LCT, blz. 102) is geen amfibievoertuig maar een schip met weinig diepgang en met de grote klep vooraan zodat een tank er kan in- of uitrijden bij een landing op een strand. Voor een foto van een dergelijk landingsvaartuig, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Landing_craft_tank

Op blz. 118 en 119 komt F/Sgt Eivind Veiersted en zijn Spitfire NH428 ter sprake, telkens met een gelijkaardig incident waarbij hij toch kon terugkeren naar Grimbergen. Het ene gebeurde op 11 oktober 1944 (niet op 12 oktober) met de AH-J/PT574, het tweede vond plaats op 13 oktober met de AH-G/NH428.

Camp White Tie

In oktober 2025 heeft medeauteur Randy Buelens een toespraak gehouden voor de 95th Infantry Division Association in het National WW2 Museum in New Orleans. Mike Flora is de voorzitter van deze organisatie en de schoonzoon van Edward Dewayne Snell. Randy Buelens en collega Steve Serneels vonden de dogtag van Edward (boek blz. 230.) Randy bezocht de familie Snell in 2022 en 2023 en overhandigde de dogtag aan de familie. Ook in Grimbergen gaf hij al voordrachten over de oorlogsgeschiedenis, voor het Davidsfonds en Natuurpunt.

Ondertussen blijft Randy verder onderzoek doen op het terrein van het vroegere Grimbergse oorlogsvliegveld. Hij vond onder meer een dogtag van Johnny L. Runions, die in de Second Infantry Division diende. Randy heeft contact met de familie en zal hen het identiteitsplaatje overhandigen. 

De dogtag van Johnny L. Runions wordt door Randy Buelens terugbezorgd aan zijn familie. (Archief Randy Buelens)

Een online-aankoop van een fotoalbum met honderden foto’s uit Camp White Tie is echt wel een meevaller. Dit toont aan dat het onderzoek nooit stopt en dat er nieuwe vondsten blijven opduiken, gegevens die ons een beter idee geven van de werking van Camp White Tie.

Een Amerikaanse militair poseert in het Camp White Tie bij het embleem van het 334th Engineer Special Service Regiment. Het embleem was in Grimbergen nagebouwd in baksteen. (Archief Randy Buelens)

Gabszewicz

Group Captain Aleksander Klemens Gabszewicz, DSO, DFC (°1911, †1983), is ongetwijfeld een van de markantste figuren van de Poolse Luchtmacht en de 131 Wing RAF. Deze Wing was op Grimbergen gebaseerd tussen 13 januari en 30 april 1945 (zie boek blz. 179-191). We hadden vermoedens dat Gabszewicz na de oorlog nog terugkeerde naar Grimbergen. Bevestiging vonden we pas na publicatie van ons boek, toen we het Gulden Boek van de gemeente Grimbergen konden inkijken. Daaruit blijkt duidelijk dat Gabszewicz op 19 september 1970 met een delegatie te gast was op het gemeentehuis.

Onder de handtekening van Group Captain Aleksander Gabszewicz (links bovenaan) herkennen we ook de naam van Kol Vl Raymond ‘Cheval’ Lallemant DFC (zie databank www.hangarflying.eu/erfgoedsites/graf-van-kol-vl-raymond-cheval-lallemant-dfc-and-bar/ ). (Foto gemeentebestuur Grimbergen)

Bezoeken

De oorlogsgeschiedenis van het Grimbergse vliegveld blijft velen boeien. Na de boekvoorstelling kregen we bijvoorbeeld bezoek van de Nieuw-Zeelander Bryan Franklin en zijn echtgenote Trudy. Bryan is er zeker van dat de Lancaster NG351 op Grimbergen (of nabij) een noodlanding maakte. Zijn vader was radio-operator en schutter van deze Lancaster (boek blz. 142/143).

Jaarlijks krijgt het Grimbergse vliegveld bezoek van een groep Noren die via een reisagent een tour maken langsheen alle vliegvelden waar de 132 (Norwegian) Wing tijdens de Tweede Wereldoorlog was gestationeerd. In 2026 is het tevens de tiende keer dat de jaarlijkse ceremonie aan het monument voor de 132 Wing wordt georganiseerd. Noteer alvast de datum: vrijdag 13 november om 11 uur.

Groepsbezoeken aan het vliegveld kunnen aangevraagd worden via www.toerismegrimbergen.be/groepsbeleving-met-een-gids

Extra informatie over het vliegveld is nog altijd welkom bij de redactie van Hangar Flying (info@hangarflying.be).

Met dank aan:

James Anderson (www.toflyandfight.com), Jean-Pierre en Simone Bogaerts, Randy Buelens, Edwy De Valck, Pascal Kerger, Rik Sauwen, Walter Van Opstal (https://18daagseveldtocht.be/), Marc Vertongen, Luc Wittemans

Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Classified Archives, Defensie

Picture of Frans Van Humbeek

Frans Van Humbeek

is hoofdredacteur van Hangar Flying. Hij is freelance luchtvaartjournalist en auteur van verschillende luchtvaartboeken. Frans probeert zowat alle facetten van de Belgische luchtvaart op te volgen, maar zijn passie gaat vooral uit naar het luchtvaarterfgoed en de geschiedenis van de Belgische vliegvelden. Binnen het redactieteam van Hangar Flying zorgt hij ook voor de updates van www.aviationheritage.eu.