De A400M Atlas is aangekomen in Melsbroek

Un copieux arrosage en guise d’hommage et de bienvenue du pompier de Zaventem au nouvel avion.

Melsbroek, 9 oktober 2020. De Airbus A400M Atlas landde op zijn thuisbasis na een vlucht bedoeld om zijn kokardes te tonen. Deze laatste waren die van de Luchtcomponent van het Groothertogdom Luxemburg, dat de koper is en het zal gebruiken in samenwerking met het 20ste smaldeel van de 15de Wing van de Luchtcomponent van de Belgische Defensie. Het tonen van de kleuren was dus een actie die men “BELUX” kan noemen, want de tour begon in Luxemburg Findel om over de stad Luxemburg, Aarlen, Esch-sur-Alzette, de Moezel, Diekirch en Clervaux te vliegen, alvorens het Belgische luchtruim binnen te dringen om over Spa, Luik, Hasselt, Schaffen-Diest, Antwerpen, Gent, Ursel, Brugge, Bergen, Charleroi, Namen, Waver en Leuven te vliegen met een uiteindelijke landing in Melsbroek. Zodra het tarmac was bereikt, werd de A400M Atlas begroet met royale welkomspraaien, georganiseerd door de brandweer van de luchthaven van Zaventem.

Deze A400M Atlas is de eerste van de “BELUX Atlas”-pool en draagt het constructienummer MSN 104 en het militaire serienummer CT-01. Hij zal de enige zijn die de Groothertogelijke kokarde draagt; de volgende zeven, besteld door België in december 2001, zullen de Belgische kokardes dragen, maar alle acht imposante machines zullen het embleem van de dappere Sioux van het 20ste smaldeel van de 15de Wing tonen, met het motto “tenacity” dat deze eenheid al decennia lang, voornamelijk in Afrika, hoog in het vaandel draagt tijdens talrijke missies, waaronder humanitaire.

De eerste Airbus A400M Atlas in Luxemburgse kleuren is zojuist geland in Zaventem op 9 oktober 2020, waarmee de “Binational Air Transport Unit A400M” een feit is.
Een royale waterhulde en -welkomstgroet van de Zaventemse brandweer aan het nieuwe vliegtuig.
De CT-01 heeft zojuist de baan verlaten en begint aan zijn taxi om het tarmac van de 15de Wing te bereiken.

Kwestie van naam

Oorspronkelijk kreeg het imposante vrachtvliegtuig, waarvan Airbus Industries de hoofdaannemer is, de naam “Grizzly”, verwijzend naar de grote beer die in het Canadese hoge noorden leeft. Omdat deze naam niet bij alle potentiële gebruikers in de smaak viel, werd het Europese vliegtuig “Atlas” genoemd, verwijzend naar de figuur uit de Griekse mythologie die door Zeus veroordeeld was om de hemelgewelf op zijn schouders te dragen…

In totaal hebben acht naties vanaf 2001 een vaste bestelling geplaatst voor de A400M Atlas, namelijk het Groothertogdom Luxemburg (1 exemplaar), België (7), Frankrijk (50), Duitsland (60), Spanje (27), Groot-Brittannië (25), Turkije (10) en Maleisië (4). Chili heeft zich teruggetrokken, evenals Zuid-Afrika (8), vanwege langere levertijden en hogere kosten.

De A400M met constructienummer MSN104 positioneert zich voor de militaire installaties van de luchthaven van Zaventem.
De VIP’s zijn zojuist van de A400M Atlas gestapt na zijn presentatietour. Op de voorste rij herkennen we: de heer François Bausch, minister van Defensie van het Groothertogdom Luxemburg, evenals zijn Belgische ambtgenote mevrouw Ludivine Dedonder, generaal-majoor vlieger Thierry Dupont, commandant van de Luchtcomponent van de Belgische Defensie; luitenant-kolonel vlieger Dominique Van Den Heuvel, hoofd van de vlieggroep van de 15de Wing en, gedeeltelijk door hem verborgen, admiraal Hofman, Chef Defensie (CHOD).

Een Europese uitdaging

De dochteronderneming van Airbus, namelijk Airbus Military, werd in 1999 opgericht om te reageren op de aanbesteding voor een Future Large Aircraft (FLA). Een groep bestaande uit vertegenwoordigers van de geïnteresseerde naties, op dat moment Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Spanje, Portugal, België en Turkije, startte het project. Italië trok zich snel terug uit het project, evenals Portugal, terwijl Luxemburg zich erbij aansloot. Dit aankoopcontract voor de Airbus A400M werd in september 2001 ondertekend. Het Europese industriële consortium nam vorm aan om de studie, ontwikkeling, certificering en bouw van 174 Airbus A400M (waarvan er 92 daadwerkelijk zijn geleverd eind oktober 2020) uit te voeren.

De motorisering: een andere Europese uitdaging

Het EPI-consortium (EuroProp International) werd opgericht met de partners SNECMA uit Frankrijk (en zijn Belgische dochteronderneming Techspace Aéro), Rolls Royce uit Groot-Brittannië, MTU Aero Engines uit Duitsland en ITP (International Turbo Prop) uit Spanje. De uitdaging was aanzienlijk: het ontwikkelen van een turbopropmotor die in staat was een vrachtvliegtuig van het formaat van de A400M te laten vliegen. Alles was nieuw en moest opnieuw worden bedacht, maar het consortium van motorbouwers bereikte zijn doel ondanks de vele technische en constructieve uitdagingen die ze moesten overwinnen. Het resultaat was een turbopropmotor met een vermogen van bijna 13.000 pk op de as!

Een van de vier turbopropmotoren die de Airbus A400M Atlas uitrusten: elk ontwikkelt een vermogen van ongeveer 13.000 pk, wat voor de vier motoren neerkomt op zo’n 50.000 pk. Dit verklaart beter de prestaties waartoe dit vliegtuig in staat is, namelijk een maximaal gewicht van 141.000 kg inclusief 72.000 kg nuttige lading met een snelheid van 780 km/u en een bereik van 6.400 km. Deze turbopropmotoren zijn ontworpen en ontwikkeld door een Europees consortium van motorfabrikanten uit verschillende landen, waaronder het Belgische Techspace Aéro.
Onder de Sioux van het 20ste smaldeel van de Belgische Luchtmacht staan de specificaties van het vliegtuigtype en het serienummer CT-01 vermeld.
In 2019 in de werkplaatsen van Airbus Industries in Sevilla, Spanje, zal het kielvlak van de eerste Belgische Atlas (MSN106, CT-02) worden geschilderd voordat het wordt gemonteerd en getest voor levering aan België in december 2020. (IPR Comopsair)

Belgische luchtvaartbedrijven partners van het Airbus A400M project

Hoewel op het eerste gezicht beperkt, is de deelname van de Belgische luchtvaartindustrie niettemin significant in termen van geavanceerde technologische expertise. SONACA nam de fabricage van de deuren van het hoofdlandingsgestel voor haar rekening, dankzij haar vaardigheden op het gebied van FLE en hardmetaal/aluminium bewerking & vormen. Het in Gosselies gevestigde bedrijf fabriceert ook de voorranden van de slats (flaps), de bekledingen van de voorranden en de ontdooiingssystemen van de vleugels. De andere Belgische partner is SABCA (die in december 2020 haar honderdjarig bestaan viert), verantwoordelijk voor de productie van de verstevigingen van het kielvlak (stringers) en de hoofdsteun van de flaps (flap master support). Ten slotte is de derde Belgische industriële partner die betrokken is bij de A400M het bedrijf ASCO, dat alles op zich neemt met betrekking tot de fabricage van de flaprails, de balanceermechanismen (beam mechanisms) en de hypersustentatie-apparaten van de achterranden.

De eerste Belgische A400M Atlas-piloot

De allereerste Belgische piloot van een A400M Atlas werd in 2016 en 2017 in Frankrijk opgeleid: het betreft Kapitein-vlieger Julien Gillis. Kort na zijn kwalificatie werd hij gedetacheerd bij de Royal Air Force in het kader van een pilotenuitwisseling en toegewezen aan de basis van Brize Norton. Verschillende laadmeesters (loadmasters) en boordwerktuigkundigen worden parallel met de piloten opgeleid om op korte termijn te beschikken over complete en goed getrainde bemanningen op de A400M.

Commandant-vlieger Jonas “Joss” Van Hellemont en laadmeester Adjudant Bart Flipkens zijn momenteel in opleiding in Brize Norton.

Er zijn ook gekwalificeerde medewerkers gevestigd in Sevilla, waar de eindassemblage en de eerste tests voor alle A400M’s plaatsvinden, voor de uiteindelijke acceptatie van de vliegtuigen bestemd voor de Luchtcomponent, in dit geval Luitenant-kolonel Quentin “Q” Aelvoet, hoofd van de acceptatieactiviteiten voor de CT-01 in juli 2020 en, vanaf 31 augustus, voor de CT-02 die het stokje overnam.

De training met piloten en bemanningen vindt dus plaats op Europees niveau met tal van personeelsuitwisselingen, wat vanuit alle oogpunten alleen maar gunstig kan zijn voor alle A400M Atlas bemanningen.

Een bonus voor luchtvaartfanaten!

De Luchtcomponent heeft (geruisloos) twee Falcon 7X-toestellen in (dry) lease genomen bij ABELAG Aviation, bestemd voor het 21ste smaldeel van de 15de Wing ter vervanging van de onlangs uit dienst genomen witte vliegtuigen (Falcon 20, Falcon 900B, Embraer ERJ). Deze twee toestellen zijn bedoeld voor het vervoer van VIP’s (politici, hooggeplaatste officieren en leden van de koninklijke familie). Elk vliegtuig kan tot zestien passagiers meenemen. Ze zijn respectievelijk geregistreerd in het burgerlijke register als OO-FAE voor Force AErienne (constructienummer 004) en OO-LUM voor LUchtMacht (constructienummer 079) dat in april arriveerde, terwijl de FAE op 13 augustus 2020 arriveerde en in augustus en september in de kleuren van het 21ste smaldeel werd overgeschilderd.

Op het tarmac van Melsbroek op 9 oktober 2020, de Falcon 7X die afgelopen augustus arriveerde om in september in Lelystad in de kleuren van het 21ste smaldeel te worden overgeschilderd.
De tweede Falcon 7X VIP-transportvliegtuig, in 2020 door de Luchtmacht geleased van ABELAG Aviation, zal binnenkort worden geschilderd met de kokardes, markeringen en koninklijke wapens.

In perspectief

De volgende verwachte Airbus A400M Atlas is geregistreerd als CT-02 met constructienummer MSN106; hij maakte zijn eerste vlucht in Sevilla op 30 juli 2020 en de levering in België is gepland voor december 2020. De CT-03/MSN109 zou snel moeten volgen om de vloot van luchtgiganten van de Belgische Luchtcomponent te vormen.

Dank aan Commandant van de luchtvaart Kurt Verwilligen.

De Luxemburgse kokarde

Om een korte heraldische beschrijving te geven van de Groothertogelijke kokarde op de Airbus A400M Atlas CT-01, zouden we kunnen zeggen: op een rond schild van zilver en azuur, een rode leeuw (léopard de gueules) met de tong, klauwen en kroon van goud. Deze kokarde, hoewel nieuw, is niet recent, aangezien ze voor het eerst verscheen op de twee Piper L-18C en de Piper PA-18-95 CUB die in 1952-1953 door het Luxemburgse leger werden gebruikt voor observatie- en verbindingsmissies. Deze vliegtuigen werden geregistreerd in het burgerregister als LX-FAA (die kort na ingebruikname crashte), LX-FAB en LX-FAC; de laatstgenoemden werden in 1969 verkocht aan het bedrijf Aéro Sport, dat ze doorverkocht aan de Aero-club van Liechtenstein. De kokarde op de Pipers was relatief eenvoudig met een witte cirkel omrand met blauw en de rode leeuw was geïnspireerd op het wapenschild van het Groothertogdom. In 1978 besloot de NAVO tot de oprichting van een multinationale eenheid om de Boeing E-3A Sentry in te zetten voor de detectie van vijandige vliegtuigen die op lage hoogte vliegen. Deze eenheid werd geactiveerd op 28 juni 1980. Deze viermotorige straalvliegtuigen kregen een LX-N registratie gevolgd door vijf cijfers (zoals bijvoorbeeld LX-N90442 of LX-N90450). Deze eenheid, gestationeerd in Geilenkirchen, Duitsland, beschikt over 17 Boeing E-3A Sentry’s en Boeing 707’s die zijn overgekocht van civiele luchtvaartmaatschappijen (zoals SABENA) om bemanningen goedkoper te trainen dan met de AWACS. Deze vliegtuigen droegen ook op het kielvlak en onder de linkervleugel de kokarde zoals die de Airbus A400M Atlas markeert die op 9 oktober 2020 werd gepresenteerd.

De Luxemburgse kokarde op de Airbus A400M Atlas CT-01 is vergelijkbaar met die gebruikt op de NAVO AWACS-toestellen.
De allereerste vliegtuigen van het Groothertogelijk leger waren drie Piper L-18C Cub/PA 18-95, in dienst van 1952/1953 tot 1969.

Picture of Jean-Pierre Decock

Jean-Pierre Decock

Brevet B de vol à voile en 1958. Pilote privé avion en 1970. Totalise 600 heures de vol dont 70 d’acro. Un œil droit insuffisant empêche toute carrière dans l’aviation. (Co-)Auteur et traducteur de 41 ouvrages d’aviation publiés en 4 langues depuis 1978. Compétences: histoire, technique et pilotage (aviation civile, militaire ou sportive).