Belgian Seaplane Association: vliegen met watervliegtuigen in België

20170821_BSA_01_VIG

Meren van de Eau d’Heure, 21 augustus 2017. Op initiatief van een trio van gepassioneerden is een fantastisch project om voor de eerste keer een permanent toegestane oppervlakte te creëren voor het vliegen met watervliegtuigen in België recentelijk werkelijkheid geworden. Op 28 februari 2016 richtten Laurent Gilson, Rodolphe Vanbellingen en Yves Cartilier de Belgian Seaplane Association op in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk (vzw). Ze slaagden erin de Directie-Generaal Luchtvaart te overtuigen, wiens meer dan positieve houding de goedkeuring van een permanente hydrobasis op het Meer van de Eau d’Heure mogelijk maakte. Tegelijkertijd kochten Rodolphe Vanbellingen en Michel Thuy een amfibisch watervliegtuig, een Lake LA-4-200, geregistreerd als G-VWET op naam van de bvba Belgian Seaplane Aeroclub.

Opstijgen van het Plate Taille Meer van de Lake Buccaneer van de BSA.

Deze structuur in tweevoud maakt een duidelijke scheiding mogelijk tussen het beheer van de hydrobasis en de exploitatie van het vliegtuig.

Belgian Seaplane Association
Het doel van de vzw Belgian Seaplane Association (BSA) is het ter beschikking stellen en beheren van een permanente locatie waar piloten met een “seaplane” kwalificatie (SEP SEA) kunnen trainen en vliegen. Laurent Gilson, houder van een theoretische ATPL en een IFR-kwalificatie, is voorzitter van de vereniging. Rodolphe Vanbellingen, lijnvlieger bij Brussels Airlines, beschikt over een instructeurs-/examinatorlicentie “sea”, is verantwoordelijk voor de operaties en is commandant van het hydrovliegveld van La Plate Taille. Yves Cartilier, eveneens lijnvlieger bij Brussels Airlines, is ook voorzitter van de Belgian Aviation Preservation Association (BAPA). Gepassioneerd door watervliegtuigen (hij is houder van een “Catalina”-kwalificatie), is hij secretaris-generaal van de BSA en verantwoordelijk voor de veiligheid.

De oprichting van de Belgian Seaplane Association en de terbeschikkingstelling van de hydrobasis van de Eau d’Heure zouden de ontwikkeling moeten mogelijk maken van een luchtvaartactiviteit die tot dan toe onmogelijk was in België. De oprichters van de BSA proberen deze discipline te promoten en toegankelijk te maken voor piloten die aangetrokken worden door deze specialiteit, de hydraviatie. Ze hebben heel logisch gekozen voor de status van vereniging zonder winstoogmerk en dragen bovendien vrijwillig bij aan de werking van de BSA.

Laurent Gilson en Rodolphe Vanbellingen, twee van de oprichters van de BSA, vliegen ook op de Antonov An-2 van de Pairi Daiza Foundation.

Na een eerste fase van het opzetten van procedures en het opstellen van handleidingen voor het hydrovliegveld, en na meerdere zeer constructieve vergaderingen met de DGTA, werd de exploitatievergunning voor de eerste permanente hydrobasis in België relatief snel verkregen (8 maart 2017). Een NOTAM (B3451) van 28 juli 2017 formaliseert de goedkeuring van dit nieuwe “hydrovliegveld” dat de code EBEH krijgt toegewezen en zal beschikken over een radiofrequentie (130.125 Mhz “Plate Taille Radio”). De locatie is geclassificeerd als “PPR” (Prior Permission Required).

Parallel werden ook contacten gelegd met de twee aanliggende gemeenten (Cerfontaine en Froidchapelle), die eveneens zeer coöperatief waren. En ook met de uitbater van het meer en de andere beoefenaars van diverse sportdisciplines die actief zijn op het meer, in een streven naar goed nabuurschap en veiligheid.

De prestatie om een permanente hydrobasis in België te hebben gecreëerd, wordt gemeten aan het feit dat er slechts drie andere in Europa bestaan: Biscarrosse en het Étang de Berre (nabij Marseille) in Frankrijk en Como in Italië. Elke piloot die een “seaplane” kwalificatie wilde behalen, moest via een van deze twee opties gaan. De schaarste aan permanent erkende locaties heeft bijgedragen aan het beperkte aantal gekwalificeerde watervliegtuigpiloten.

De Beech 18 op drijvers van de Pairi Daiza Foundation had op 7 juli 2015 een voorlopige goedkeuring gekregen van het Meer van de Eau d’Heure om in België te landen na een overbrengingsvlucht van 8.000 km.

Naast de zeer zeldzame permanente locaties was het mogelijk om een voorlopige erkenning te verkrijgen. Dat was twee jaar geleden gebeurd om de landing van de Beech 18 op drijvers van de Pairi Daiza Foundation op het Meer van de Eau d’Heure mogelijk te maken na zijn transatlantische bezorgvlucht (zie Hangar Flying Nieuwsbrief van 15 augustus 2016) (www.hangarflying.eu/fr/content/les-avions-de-pairi-daiza)

En dat is geen toeval, want Laurent Gilson is ook betrokken bij de operatie van de Pairi Daiza-vliegtuigen, waarbij hij met name op hun Antonov An-2 vliegt met zijn collega Rodolphe Vanbellingen, en hij nam op 7 juli 2015 deel aan de laatste etappe (meer van Wick in Schotland naar het Meer van de Eau d’Heure) van de beroemde Canada-België vlucht van de C-FGNR. De destijds onderhandelde voorlopige erkenning voor de Beech vormt een meer dan nuttig precedent voor het dossier van de permanente erkenning.

In België was er in 1967-1968 een tijdelijke hydrobasis op de Maas, in Bas-Hoa (Wanze) bij Hoei. Deze werd gebruikt door de SIAI-Marchetti opleidingsschool van Charleroi-Gosselies om de piloten van klanten van het kleine eenmotorige watervliegtuig met romp SIAI-Marchetti Breda-Nardi FN-333 Riviera te kwalificeren. Deze ervaring duurde slechts enkele maanden.

Aan het einde van de jaren zestig trainde de SIAI-Marchetti Vervolmakingsschool piloten op het amfibische watervliegtuig FN-333 Riviera op een tijdelijk erkende locatie aan de Maas, nabij Hoei. De OO-HEB (c/n 11 ex OO-DEA) maakte het onder meer mogelijk om Pater missionaris Célis in juli 1968 te kwalificeren..

Afgezien daarvan merken we echter de incidentele aanwezigheid op van enkele Lake watervliegtuigen in België onder buitenlandse registratie, en ook van een Belgisch geregistreerd exemplaar (C.I. 2784 OO-HUY LA-4-200 c/n 857 geregistreerd op naam van David Huysmans van 14/10/1977 tot 09/07/1981) maar gebruikt door zijn eigenaar in Gibraltar. Zowel de Riviera’s als de Lakes hebben gelukkig het voordeel amfibisch te zijn, dus uitgerust met wielen die hen ook conventionele starts en landingen mogelijk maken.

De site van de Eau d’Heure
Het Lac de la Plate Taille is het grootste meer van België. Het maakt deel uit van het complex van de Meren van de Eau d’Heure. Het heeft het voordeel een bruikbare afstand van 3 km bij 800 meter breed te bieden, wat omnidirectionele starts en landingen mogelijk maakt, waardoor men zich goed kan oriënteren ten opzichte van de overheersende wind.

De uitgestrektheid van de site van de Eau d’Heure vanuit de lucht gezien voor een circuit en de waterlanding.

Drie hellingen (“slips”) aan de oever van het Lac de la Plate Taille maken het in- en uitrijden van het watervliegtuig in het water mogelijk. Bovendien zijn er op sommige plaatsen mogelijkheden om te “beachen” (vrijwillig aan land brengen).

Respect voor de personen en activiteiten op de site maakt deel uit van de filosofie van de Belgian Seaplane Association en de watervliegtuigpiloten. Het enorme oppervlak van het water (389 ha) maakt een harmonieuze coëxistentie met de andere gebruikers die actief zijn op de Plate Taille mogelijk. Het is daarom belangrijk voor de BSA om zich veilig te integreren in de andere activiteiten van het Eau d’Heure-complex.

Het Lac de l’Eau d’Heure heeft, in vergelijking met de twee andere Europese hydrobasissen, specifieke voordelen. Watersporten met motoren zijn er niet toegestaan, wat resulteert in minder golven en geen risico op potentiële conflicten met motorboten. En de geografische en morfologische ligging van het gebied draagt bij aan aanzienlijk minder hoge golven dan in Como of Biscarrosse. De huidige goedkeuring van de hydrobasis beperkt het gebruik tot gecertificeerde amfibische eenmotorige vliegtuigen van minder dan drie ton. Amfibisch om een voor de hand liggende reden: er zijn geen andere erkende hydrobasissen die als uitwijkmogelijkheid kunnen dienen, dus er zijn wielen nodig om indien nodig naar een landvliegveld te kunnen uitwijken.

Belgian Seaplane Aero-Club
Om zowel de opleiding van piloten als vluchten met passagiers mogelijk te maken, was een watervliegtuig nodig. Rodolphe Vanbellingen en Michel Thuy hebben samen een kleine bvba opgericht die een Lake LA-4-200 Buccaneer heeft aangekocht, een eenmotorig amfibisch watervliegtuig met romp. Het vliegtuig werd overgenomen van een Engelsman die aan de Côte d’Azur woonde en werd op 17 maart 2017 door Rodolphe Vanbellingen en Laurent Gilson van Cannes-Mandelieu naar Charleroi overgebracht. Rodolphe Vanbellingen en Yves Cartilier realiseerden op 23 april 2017 de eerste landing op de pas goedgekeurde site van het Lac de l’Eau d’Heure.

Schitterend in zijn rode en witte kleurstelling bevindt de Lake LA-4 G-VWET zich in zijn natuurlijke element op het Meer van de Eau d’Heure.

Geholpen door Cesare Baj, piloot-instructeur bij de Aero-Club van Como, beginnen enkele piloten die deelnemen aan dit mooie avontuur hun training op de nieuwe site op de nationale feestdag (21 juli 2017): Philippe Lemmens, Jean-Claude Kaisin, Michel Thuy, voegen zich bij het pilootenteam van het project. Deze eerste evaluatievluchten maakten het mogelijk de procedures te valideren en aan te passen. Rodolphe Vanbellingen, als instructeur/:examinator “FI/FE sea” zal de “Training Manager” zijn van de toekomstige “Approved Training Organisation” (ATO) en zal worden bijgestaan door Philippe Lemmens en Jean-Claude “Kéké” Kaisin als instructeurs “FI sea” van de ATO. Reeds nu kunnen degenen die al in het bezit zijn van een geldige SEP SEA (Single Engine Pilot Sea) kwalificatie vliegen met een van de gekwalificeerde piloten van de BSA. De ATO (EASA goedgekeurd) wordt momenteel gefinaliseerd, maar heeft nog wat tijd nodig voordat deze wordt goedgekeurd. De website www.seaplane.be zal zo spoedig mogelijk de exploitatiehandleiding van de Belgian Seaplane Aero-Club tonen en zowel de “briefing for pilots” als het reserveringssysteem zullen daar binnenkort beschikbaar zijn.

De Aero-Club van Como heeft een van zijn instructeurs afgevaardigd om te helpen bij de opleiding van het eerste pilotenteam van de BSA. De Italianen gebruiken verschillende Lakes, waaronder deze I-AQUA, een LA-4-250 Renegade (zeszitsversie met 250 pk).

De “watervliegtuig” opleiding vereist niet alleen een luchtvaartdeel om de specifieke kenmerken van deze discipline onder de knie te krijgen, maar ook kennis van zaken die deel uitmaken van de opleiding voor een vaarbewijs. Een watervliegtuig op een “nat” oppervlak moet voldoen aan de maritieme regelgeving (kennis van signalen, voorrangsregels), en het is belangrijk om de typisch nautische verschijnselen te kennen die verband houden met stromingen, golfdalen, enz. Als voorbeeld noemen we het fenomeen van het porpoising (longitudinale instabiliteit) dat rompwatervliegtuigen meer treft dan watervliegtuigen met drijvers.

De Belgian Seaplane Aero-Club ontwikkelt momenteel een theoretische cursus in het kader van zijn aanvraag voor erkenning als ATO. De regelgeving vereist een minimum van 8 vlieguren om de watervliegtuigkwalificatie (“S” voor “Seaplane”) te verkrijgen, en uiteraard moet men in het bezit zijn van een vliegbrevet met een eenmotorige landkwalificatie (SEP LAND). Het opleidingsprogramma omvat, maar is niet beperkt tot: theoretische briefings op de grond, het onder de knie krijgen van het vliegtuig, het ontdekken van het vluchtgebied van het watervliegtuig en zijn specifieke kenmerken op het water, evenals het gebruik van de “slip”. Alle instructeurs van de Belgian Seaplane Aero-Club zijn beroepspiloten, maar werken vrijwillig om deze discipline te helpen promoten en deze eindelijk toegankelijk te maken in België.

Voor piloten die een kwalificatie willen behalen of gewoon het watervliegtuig willen huren, is de jaarlijkse contributie vastgesteld op € 250. Het huurtarief van de Lake LA-4-200 bedraagt € 250/vlieguur (inclusief brandstof en landingsgelden). De vlieginstructie is vrijwillig binnen de aeroclub en dus gratis voor leden.

De Lake Buccaneer
Het eerste watervliegtuig van de Belgian Seaplane Aeroclub is een Lake LA-4-200EP Buccaneer, geregistreerd als G-VWET. Dit eenmotorige watervliegtuig met romp en intrekbaar driewielonderstel biedt het grote voordeel dat het amfibisch is en dat het 2 tot 3 passagiers kan meenemen. Bovendien is het goed uitgerust met navigatiemiddelen, waardoor het zonder problemen lange afstanden kan afleggen. Het is dus een extreem veelzijdig vliegtuig, want het kan zowel worden gebruikt voor lokale training als voor het bereizen van Europa om bijvoorbeeld het meer van Biscarosse of het Étang de Berre (nabij Marseille) in Frankrijk, of het Comomeer in Italië te bereiken. Bovendien, omdat het amfibisch is, kan het zowel op water als op “land” vliegvelden landen, wat de veelzijdigheid en veiligheid verder vergroot. Om logistieke redenen is het vliegtuig momenteel ondergebracht op de luchthaven van Charleroi.

De Lake van de BSA is amfibisch en kan landen op landluchthavens. Het is momenteel gestationeerd in Charleroi, op 10 minuten vliegen van het Meer van de Eau d’Heure.

Uitgerust met een Lycoming IO-360-A1B6 motor van 200 pk, heeft het een spanwijdte van 11,58 meter en een lengte van 7,59 meter. Het leeggewicht is 876 kg en het maximale startgewicht (MTOW) is 1.180 kg. De kruissnelheid is 110 kts, en de maximale autonomie is 5 uur 20. Het heeft vier zitplaatsen, inclusief piloot.

De Lake is de evolutie van een vliegtuig dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd ontworpen door twee ingenieurs van Grumman die een tweepersoons amfibisch watervliegtuig hadden ontworpen, de Grumman G-64 Tadpole (eerste vlucht in december 1944). In 1946 richtten David Thurston en Herbert Lindblad de Colonial Aircraft Corporation op, die een driepersoonsafgeleide ontwikkelde met de motor gemonteerd op een pyloon achter de cockpit, de AC-1 Skimmer, en die zijn eerste vlucht maakte in juli 1948. Gecertificeerd in 1955, bouwde Colonial een vijftigtal C-1’s en zijn vierpersoonsafgeleide C-2 voordat het failliet ging in 1959. Herbert Lindblad vond een nieuwe investeerder, M.L. Alson, die het bedrijf kocht en herdoopte tot Lake Aircraft en in 1960 een grotere versie ontwikkelde om er de LA-4 van te maken, een vierpersoons met 180 pk, die de eerste is van een familie vliegtuigen die tot 2007 in de fabriek van Sanford (Maine) werden geproduceerd. Deze werd vanaf 1970 gevolgd door de LA-4-200 Buccaneer, een versie met een 200 pk motor, en vanaf 1984 door de zeszits LA-4-250 Renegade. Alle modellen samen, de familie van Colonial en Lake romp-amfibische watervliegtuigen met driewielonderstel werd in iets meer dan duizend exemplaren geproduceerd, waarvan bijna 700 LA-4’s.

Na een korte stop bij de “slip” van Golden Lake Village keert het watervliegtuig terug naar het water.

Bevordering van de watervliegtuigvliegerij in België
Het initiatief van enkele enthousiastelingen maakt het eindelijk mogelijk om in België een boeiende discipline te beoefenen die voorheen moeilijk toegankelijk was in ons land. In Europa was deze activiteit tot nu toe alleen mogelijk in Frankrijk en Italië.

De twee entiteiten van de Belgian Seaplane streven dezelfde doelen na, namelijk het mogelijk maken om, onder begeleiding, de watervliegtuigvliegerij in België te ontdekken.

Veel succes met dit prachtige initiatief.

Voor meer informatie, naast de website www.seaplane.be, is de Facebookpagina actief https://www.facebook.com/BelgianSeaplane/?fref=ts, evenals een Instagram-account, https://www.instagram.com/belgianseaplane/.

Guy Viselé

 

Picture of Guy Viselé

Guy Viselé

Pilote privé et Lieutenant-Colonel de Réserve de la Force Aérienne Belge, mais avant tout passionné d'aviation, il débute sa carrière chez Publi Air. Il passe ensuite vingt ans chez Abelag Aviation où il termine comme Executive Vice-President. Après dix ans comme porte-parole de Belgocontrol, il devient consultant pour l’EBAA (European Business Aviation Association). Journaliste free-lance depuis toujours, il a collaboré à la plupart des revues d'aviation belges, et a rejoint Hangar Flying en 2010.