Brussel, 8 mei 2017. De datum is symbolisch en kon niet beter gekozen worden: 8 mei, de verjaardag van de geallieerde overwinning en het einde van de Tweede Wereldoorlog. En de prestigieuze omgeving van de arcades van het Jubelpark in Brussel was de meest geschikte plek om de oprichting (officieel sinds 1 mei 2017) van een nieuwe instelling aan te kondigen die de locaties en musea met betrekking tot Defensie in België moet groeperen: het War Heritage Institute (WHI).
Gehavend door jaren van bezuinigingen op defensiebudgetten sinds de val van de Berlijnse Muur (1989…) en de beroemde “vredesdividenden”, hebben het behoud, het onderhoud en de potentiële ontwikkeling van onze talrijke militaire musea en historische sites decennialang geleden en waren ze op een punt beland dat hun voortbestaan in gevaar bracht.
Als resultaat van lange discussies (zowel organisatorisch als politiek) om een voor iedereen aanvaardbare oplossing te vinden om de inspanningen voor het behoud van ons militair historisch erfgoed te bundelen en aan te moedigen, werd de oprichting van het War Heritage Institute (WHI) (www.warheritage.be) goedgekeurd door de Ministerraad op 12 oktober 2016. Het wetsontwerp tot oprichting van de nieuwe transversale organisatie werd door de Kamer gestemd op 27 mei 2017. De nieuwe structuur neemt de vorm aan van een parastatale instelling van categorie B (gedefinieerd door de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle van sommige instellingen van openbaar nut) en staat onder toezicht van de minister van Defensie.
In zijn presentatietoespraak legt minister van Defensie, Steven Vandeput, uit: “Door de militaire erfgoedinstellingen onder één koepel te brengen, concentreren we onze menselijke en financiële middelen om de sites en collecties van Defensie toegankelijker te maken voor het publiek. Door een netwerksysteem in te voeren, verbeteren we de interactie tussen de erfgoedactoren, zowel die van Defensie als de lokale gefedereerde entiteiten of privéactoren die dit wensen.”
Integratie van verschillende sites en musea
De missies van het War Heritage Institute (WHI) bestaan uit het valoriseren van het Belgische militaire erfgoed, de herinnering aan gewapende conflicten op Belgische bodem of waarbij Belgen in het buitenland betrokken waren, het verwerven, bewaren en restaureren van collecties, het beheren en coördineren van een netwerk van uitzonderlijke militaire musea en sites, het overdragen van de herinnering aan gewapende conflicten, en het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.
Het eigendom en beheer van de collecties blijven federaal en gecentraliseerd op de site van het Jubelpark, die een algemeen overzicht van de conflicten biedt. Het WHI zal niet alleen een reeks eigen sites samenbrengen (het Fort van Breendonk, de Dodengang in Diksmuide, de bunker van Kemmel, Gunfire in Brasschaat, en de Bastogne Barracks), maar ook sites in concessie (Fort van Loncin, Fort van Eben-Emael, kamp van Beverlo) en geassocieerde sites die in een variabel netwerk met het WHI zullen worden opgenomen, met als criterium een nationale en internationale uitstraling.
![]() | Een van de meest emblematische sites van de Eerste Wereldoorlog, de Dodengang in Diksmuide, maakt nu deel uit van het War Heritage Institute. (Foto WHI) |
Gezien het belang, zowel wat betreft de collecties (inclusief de sectie “Lucht”) als de locatie van het Koninklijk Legermuseum, is en blijft dit museum de “hoofdmuseumsite” van het WHI. Het WHI zal het toezicht houden op de eigen sites en het beheer van de collecties behouden die nationaal erfgoed blijven, zelfs wanneer ze zich in de Gewesten bevinden. Het WHI zal bovendien samenwerken met zowel de sites in concessie (zoals het Fort van Loncin dat eigendom blijft van de Staat) als de geassocieerde sites (zoals het Memoriaal 1815 van Waterloo).
Het Instituut voor Veteranen-Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden (IV-Inig) is eveneens geïntegreerd in deze nieuwe structuur, evenals de Historische Pool van Defensie. En het is trouwens de vertrekkende directeur van het IV-Inig, Michel Jaupart, die sinds 1 mei voorlopig de leiding van het WHI op zich neemt, in afwachting van de benoeming van de definitieve directeur.
De nieuwe structuur
Om het WHI in zijn taken te ondersteunen, zal de organisatie worden bijgestaan door een raad van bestuur, een wetenschappelijke raad en een nieuw orgaan, de Erfgoedraad, belast met de ontwikkeling van de sites, de harmonisatie van het netwerk tussen de verschillende actoren en het creëren van transversale projecten.
Aan het hoofd van de nieuwe organisatie staat een ad interim directie, bestaande uit een algemeen directeur, de heer Michel Jaupart, en een adjunct-algemeen directeur, de heer Franky Bostyn. Zij worden beiden bijgestaan door vier departementsdirecteuren: Natasja Peeters voor Collectiebeheer, Piet Veldeman voor Sitebeheer, Jean Cardoen voor Publieksservice en Marie-Claire Renneson voor Ondersteunende Diensten.
Het lot van het Koninklijk Legermuseum
We mogen hopen dat deze nieuwe entiteit een einde maakt aan het trage proces van verval van het Koninklijk Legermuseum (KML). Dit museum, geclassificeerd als een “federale wetenschappelijke instelling afhankelijk van het ministerie van Defensie”, leed zowel onder de verouderde installaties (het originele gebouw dateert van 1881…) als onder een gebrek aan financiële middelen. De laatste jaren was het klimaat binnen het personeel verslechterd en de relaties met de directie sterk verslechterd. Dit had op zijn beurt ernstige gevolgen voor de vrijwilligersverenigingen die elk in hun domein actief waren (AELR voor luchtvaart, maar ook de verenigingen gewijd aan de Marine, of aan pantservoertuigen, en de Museumwinkel die door vrijwilligers werd gerund), voor het behoud, de restauratie en de uitbreiding van de collecties. Een door politieke redenen opgeblazen gerucht had doen vrezen voor een versnippering en verspreiding van de collecties, wat het debat alleen maar vergiftigde.
| Het Koninklijk Legermuseum en zijn site in het Jubelpark zullen een primordiale rol behouden binnen de nieuwe instelling. (Foto Guy Viselé) |
Binnen het KML heeft na het ontslag van de voorlaatste a.i. directeur, Christine Van Everbroeck, Luitenant-generaal b.d. Oger Pochet, voormalig vice-chef van Defensie, maandenlang gewerkt aan de totstandkoming van de nieuwe structuur waarin het Museum nu goed geïntegreerd is. Gedurende deze korte periode heeft generaal Pochet ook de modernisering van zaal 14-18 opgestart en de inrichting van zaal Bordiau (gewijd aan de Tweede Wereldoorlog) voortgezet. Voortaan zal het KML geen eigen directeur meer hebben en staat het aan de vooravond van een ingrijpende hervorming.
Gelukkig voorziet de eerste begroting van het WHI aanzienlijke bedragen voor de reeds gestarte, maar onvolledige, renovatie van de site. 15 miljoen euro is gereserveerd voor de renovatie van de glazen en stalen daken die de sectie “Lucht” verlichten. Deze werken zullen waarschijnlijk gedeeltelijke sluitingen vereisen, maar het WHI zal ernaar streven deze overlast tot het strikt noodzakelijke minimum te beperken.
![]() | De inrichting van de Bordiauzaal (gewijd aan de Tweede Wereldoorlog), gestart door Luitenant-generaal Oger Pochet, zal worden voortgezet. (Foto WHI) |
De binnentuin moet worden vernieuwd (en eventueel overdekt) om op termijn weer een tentoonstelling van pantservoertuigen die in onze legers hebben gediend, te kunnen huisvesten. Het is nu al de bedoeling om er een tentoonstelling te organiseren gewijd aan de vijftigste verjaardag van de Leopardtank.
Een van de grootste uitdagingen zal het geleidelijke vertrek van militairen die met pensioen gaan zijn, en die niet door Defensie zullen worden vervangen. Daarom geeft het WHI prioriteit aan publiek-private partnerschappen, met name in het geval van bepaalde sites in mogelijke samenwerking met de betrokken gemeenten.
Projecten
De eerste algemeen directeur a.i., Michel Jaupart, maakte van de gelegenheid gebruik om een reeks projecten aan te kondigen. Het War Heritage Institute zal een uitgebreid programma implementeren voor de herdenkingen van de honderdste verjaardag van het einde van de Eerste Wereldoorlog en de 75 jaar van het einde van de Tweede Wereldoorlog, met onder meer een 14-18 filmfestival in november 2017, een nieuwe permanente tentoonstelling 1919-1945 vanaf maart 2019, en diverse tijdelijke tentoonstellingen.
Het War Heritage Institute – dat onder meer als missie heeft om het herdenkingswerk te ontwikkelen – zal zich ook inzetten om de presentatie van alle aan hem toevertrouwde collecties te verbeteren.
Digitale valorisatie van het militair erfgoed.
Het WHI wil het militaire erfgoed valoriseren via digitale hulpmiddelen. Deze moeten enerzijds iedereen in staat stellen om soms onbekende delen van onze nationale geschiedenis te ontdekken en zich opnieuw eigen te maken, en anderzijds de informatie toegankelijk maken voor een zo breed mogelijk publiek.
![]() | De eerste realisatie van het WHI, een digitaal geoplatform, maakt het mogelijk om met een simpele klik het Belgische militaire erfgoed te ontdekken en te geolokaliseren. (Document WHI) |
Het eerste grote project is de applicatie www.beCarto14-18.be, het digitale geoplatform van het Belgische militaire erfgoed. Vanuit huis of direct op het terrein, op een smartphone of tablet, kan de gebruiker met een simpele klik dit erfgoed geolokaliseren, en toegang krijgen tot een historische beschrijving geïllustreerd met historische foto’s en filmbeelden. Dit project past in het kader van de 14-18 herdenkingen en richt zich op bezienswaardigheden die verband houden met het eerste wereldconflict. Het zal later worden uitgebreid naar andere perioden om uiteindelijk het gehele militaire erfgoed op Belgische bodem in kaart te brengen. Dit grootschalige project wordt gerealiseerd dankzij een nauwe samenwerking tussen verschillende partners: het Nationaal Geografisch Instituut, Defensie en het War Heritage Institute.
Het Filmfestival 14-18
In november 2017 zal het War Heritage Institute in het Koninklijk Legermuseum een internationaal filmfestival 14-18 organiseren. Het festival, gericht op een breed publiek, zal gedurende vier weekends een twintigtal speelfilms en een televisieserie over de Eerste Wereldoorlog vertonen. De voorbereiding en promotie van het filmfestival gebeuren in nauwe samenwerking met de Cinémathèque. Het Imperial War Museum zal eveneens een prestigieuze bijdrage leveren.
| Een internationaal filmfestival 14-18 staat gepland voor november 2017 in het Koninklijk Legermuseum. (Document WHI) |
Tijdelijke tentoonstellingen
De eerste, gewijd aan de raid op Dieppe ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de militaire operatie, vindt plaats van 24 juni tot 31 december 2017 in de Hal van de Lucht. Deze zal de rol van de Belgen op 19 augustus 1942 benadrukken en wordt gerealiseerd in samenwerking met de Stad Dieppe en de verenigingen Jubilee, Je me souviens en Dieppe Raid Comité.
Van september 2018 tot januari 2020 presenteert het WHI een belangrijke tentoonstelling met de titel 14-18 Heritage. Gericht op een breed publiek, zal deze de naoorlogse periode in België oproepen en de grote omwentelingen tonen die door het conflict zijn veroorzaakt.
Een nieuwe permanente tentoonstelling
In het voorjaar van 2019 zal het WHI een gloednieuwe permanente tentoonstelling over dit conflict inhuldigen in het Koninklijk Legermuseum. Dit nieuwe deel zal een bestaande ruimte (1917-1944) aanvullen die zal worden opgefrist en gerenoveerd. Op bijna 3.000 m2 zal dit ambitieuze project, ter waarde van meer dan 2,5 miljoen euro, bijna 3.500 zorgvuldig geselecteerde collectiestukken uit de indrukwekkende collecties van het WHI presenteren. De volgende thema’s zullen worden behandeld: de bezetting van België (1940-1944), het einde van de oorlog in Europa (1944-1945), het nationaalsocialistische uitsluitings- en vernietigingsbeleid (1933-1945) en de Pacifische Oorlog (1937-1945).
Het WHI zal met deze tentoonstelling een compleet, gedocumenteerd en interactief overzicht van de Tweede Wereldoorlog en de bezettingsjaren van België bieden, evenals een ongekende presentatie van de bevrijding van België en Europa. De voltooiing van de ruimtes gewijd aan de Tweede Wereldoorlog zal alle generaties bewust maken van hun recente geschiedenis, een uniek erfgoed bewaren en presenteren, en een pedagogisch, wetenschappelijk waardevol discours bieden dat aanzet tot reflectie over het verleden.
De sectie “Lucht” en de AELR
Velen maakten zich zorgen over de toekomst van de prachtige sectie “Lucht” van het KML, en over het lot van zijn uitzonderlijke collecties vliegtuigen en uitrusting die de geschiedenis van de Belgische luchtvaart hebben gemarkeerd, waarvan het behoud en de uitbreiding grotendeels afhankelijk zijn van de vrijwillige medewerking van de vrijwilligers en leden van de Vereniging van Vrienden van het Lucht- en Ruimtemuseum (AELR). De nieuwe voorzitter, Philippe Doppagne, wil geruststellen en is relatief optimistisch over de toekomst. Het WHI heeft duidelijk zijn intentie uitgesproken om partnerschappen en samenwerkingsverbanden aan te gaan met externe actoren die vergelijkbare doelstellingen nastreven op het gebied van behoud en valorisatie van collecties en die ook een belangrijke meerwaarde kunnen vertegenwoordigen voor de erfgoedsector.
De Vereniging van Vrienden van het Lucht- en Ruimtemuseum heeft de roeping om een van deze “privé-actoren” te zijn: al bijna 50 jaar brengt zij sympathisanten, personeel en vrijwilligers samen die een lange expertise hebben in wetenschappelijk onderzoek naar de luchtvaartgeschiedenis, voornamelijk in België, en in het bewaren en museumklaar maken van collecties. Haar teams nemen momenteel nog steeds deel aan de restauratie van verschillende vliegtuigen uit de periode 14-18. De AELR beheert een bibliotheek met oude tijdschriften en naslagwerken. Zij zorgt voor het bewaren van plannen. Haar vrijwilligers hebben duizenden foto’s gedigitaliseerd, en zij kunnen, afhankelijk van hun onderzoeksgebieden, hun kennis en advies inbrengen bij de organisatie van evenementen of tentoonstellingen die direct of indirect verband houden met de luchtvaart.
In het buitenland werken soortgelijke verenigingen ook samen met luchtvaartmusea. De AELR wil zich aansluiten bij de doelstellingen van de nieuwe structuren die in België zullen worden opgericht, en een bevoorrechte partner blijven voor wat betreft de sectie Lucht.
Dit zal de nieuwe instelling in staat stellen te profiteren van de historische en technische expertise, evenals van communicatiemiddelen (waaronder het tijdschrift Brussels Air Museum Magazine en de nieuwsbrieven).
Opmerkelijk is dat twee particuliere of daaraan gelijkgestelde musea, Autoworld en het National Aviation Museum in Lelystad, elk een vrij actieve “vriendenvereniging” hebben. Het moet gezegd: “de vrienden van” zorgen voor besparingen bij de musea. Een optimalisatie die onmisbaar wordt in een privé/parastatale structuur. Met nu duidelijkere toekomstperspectieven, ook al zijn er nog veel onbekenden, nodigt het nieuwe team van de AELR alle liefhebbers van onze rijke Belgische luchtvaartgeschiedenis uit om zich bij hen aan te sluiten. Alle informatie is te vinden op hun website (www.brusselsairmuseum.be) of door rechtstreeks contact op te nemen met het bestuur van de AELR (ca.aelr.be@gmail.com)
De situatie voorafgaand aan de oprichting van het WHI was een doodlopende weg. De nieuwe instelling zal ongetwijfeld voor enorme uitdagingen staan, maar ze wordt gedreven door een positieve wil en biedt toekomstperspectieven, mits ze haar beloften van openheid naar terreinactoren, zowel privé als verenigingen, nakomt. De eerste aangekondigde projecten zijn positieve signalen van een revitalisering van onze sites en musea. Met veel belangstelling zullen we de evolutie van deze nieuwe instelling volgen en haar veel succes wensen. En in de hoop op een positieve en vruchtbare samenwerking wat betreft de sectie “Lucht” van het KML en de AELR.
Tekst: Guy Viselé
Foto’s: War Heritage Institute en Guy Viselé





