Steenokkerzeel, 19 mei 2017. Minister van Mobiliteit François Bellot en Minister van Defensie Steven Vandeput hebben een protocolakkoord ondertekend over de colocatie van militaire en civiele luchtverkeersleiding op de site van Belgocontrol in Steenokkerzeel.
Dit akkoord is het logische gevolg van een diepgaande studie naar de mogelijke voordelen van een actievere samenwerking tussen de twee Belgische luchtverkeersleidingsdiensten op het vlak van luchtruimbeheer (ATM – Air Traffic Management), maar ook op het vlak van logistiek en financiën.
De eerste gesprekken tussen Defensie en Belgocontrol zijn in 2003 gestart. Het doel was om “uiteindelijk” te komen tot een integratie van de twee controles in één enkele organisatie. Het huidige regeringsakkoord en het derde beheerscontract tussen Belgocontrol en de Staat voorzien in de uitvoering van synergieën op operationeel, meteorologisch, technisch en opleidingsgebied om de efficiëntie van de luchtvaartnavigatiediensten, geleverd aan zowel civiele als militaire gebruikers, te verbeteren. Sinds 2013 zijn er verschillende initiatieven ontwikkeld, waaronder de gemeenschappelijke exploitatie van een nieuwe radar in Florennes en de ondertekening van een raamovereenkomst voor de levering van een gemeenschappelijke luchtvaartinformatiedienst. In april 2015 besloten Defensie en Belgocontrol een gemeenschappelijke studie uit te voeren naar de colocatie van civiele en militaire luchtverkeersleiding in het CANAC 2 luchtverkeersleidingscentrum van Belgocontrol in Steenokkerzeel, aan de rand van de start- en landingsbanen van Brussels Airport. Deze studie werd in november 2015 afgerond en voorziet ook in de integratie van de navigatiediensten van beide organisaties.
![]() | Het gebouw dat het CANAC 2 luchtverkeersleidingscentrum op de site van Belgocontrol in Steenokkerzeel huisvest. |
Verschillende naburige Europese landen hebben al in verschillende mate hun civiele en militaire navigatiediensten geïntegreerd. In Duitsland, Zwitserland, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Polen en Hongarije worden de civiele en militaire luchtvaartnavigatiediensten door één en dezelfde entiteit geleverd. Ze zijn reeds gecolocaliseerd in Engeland, en in de loop van colocatie in Nederland.
Verwachte voordelen
Ons Belgische luchtruim is een van de dichtste en meest complexe in Europa. Ondanks de kleine oppervlakte van zijn nationale grondgebied is België, dankzij zijn centrale ligging in Europa, een knooppunt van talrijke luchtroutes. Onze verkeersleiders moeten bovendien rekening houden met de naderingsgebieden van grote luchthavens in de buurlanden (Londen, Parijs, Amsterdam, Frankfurt). Een belangrijk verkeer van en naar Belgische luchthavens moet ook efficiënt worden afgehandeld. Naast Brussels Airport (gerangschikt als twintigste Europese luchthaven qua aantal bewegingen), zijn er ook de regionale luchthavens die met name voor Charleroi een exponentiële ontwikkeling van het “low cost” verkeer hebben gekend, voor Luik van het vrachtverkeer, voor Antwerpen van regionale lijnen en zakenluchtvaart. De ontwikkeling van de Belgische luchthavens ligt grotendeels in hun toegankelijkheid, met name op het vlak van optimaal luchtruimbeheer en efficiëntie van luchtvaartnavigatiediensten.
![]() | De verkeersleiders van Belgocontrol in het CANAC 2 centrum beheren al het luchtverkeer tijdens overvlucht en in de naderingsfase. |
De historische fragmentatie van de luchtruimen van Europese landen tussen zones gereserveerd voor civiele activiteiten en zones gereserveerd voor militaire operaties is bijzonder nadelig voor een relatief klein land. Men vergeet vaak dat de periode na de Tweede Wereldoorlog een lange periode van Koude Oorlog kende en de oprichting van een westerse militaire alliantie, de NAVO, die zowel luchtruimen rond militaire vliegvelden als oefengebieden vereiste. Dit beperkte de mogelijkheden voor civiele luchtroutes die voldeden aan de behoeften van een groeiend luchtverkeer. Men schat dat een dag van activering van militaire oefengebieden ongeveer 30% van het Belgische luchtruim inneemt. Het concept van flexibel luchtruimgebruik (FUA voor “Flexible Use of Airspace”) is sinds de jaren negentig geleidelijk ontwikkeld en geïmplementeerd, waardoor civiele gebruikers militaire luchtruimen konden gebruiken wanneer deze niet werden gebruikt. Tactisch beheerd (d.w.z. met zeer korte waarschuwingstijden) maakte het mogelijk de capaciteit te vergroten (aantal bewegingen en directere routes).
Deze geleidelijke defragmentatie van het luchtruim is vervolgens enigszins versneld met het initiatief van het Eén Europees Luchtruim (SES voor Single European Sky), dat in 2001 werd gelanceerd door de Vicevoorzitter en Commissaris voor Vervoer van de Europese Commissie, mevrouw Loyola de Palacio. De civiel-militaire samenwerking wordt terecht als essentieel beschouwd om de doelstellingen van capaciteit en efficiëntie van het Europese luchtverkeersbeheer te bereiken.
Op het niveau van Belgocontrol zou de implementatie van synergieën met Defensie de strategische positie van het autonome overheidsbedrijf versterken in het nieuwe landschap dat is gevormd door het SES-initiatief. Een gemeenschappelijk gebruik van de moderne en krachtige infrastructuur van het CANAC 2 radarcentrum (ingehuldigd in 2010) zou ook de optimalisatie van het infrastructuurgebruik mogelijk maken, met op termijn een aanzienlijke vermindering van de activiteiten van het door militairen beheerde Belga Radar centrum in Semmerzake. Maar het is voornamelijk de levering van gemeenschappelijke diensten die de kwaliteit van de diensten aan gebruikers zal verbeteren dankzij een optimaal gebruik van het luchtruim.
Resultaten van de studie
De implementatie van synergieën zou Defensie bovendien in staat stellen de continuïteit van de diensten te garanderen en de nodige investeringen in systemen gerelateerd aan luchtverkeersleidingsbeheer te verminderen. Het ATM-systeem van Defensie heeft immers het einde van zijn levensduur bereikt. De aankoop en installatie van een nieuw luchtverkeersleidingssysteem dat is aangepast aan militaire eisen is op korte termijn onmisbaar.
De gemeenschappelijke studie heeft aangetoond dat de luchtvaartnavigatiediensten en de systemen van Defensie en Belgocontrol de komende jaren synchroon moeten evolueren naar quasi-identieke technisch-operationele specificaties, mede door de nieuwe eisen van het Single Sky-initiatief.
Op de bestudeerde gebieden (ATM – air traffic management – luchtverkeersbeheer; CNS – communicatie, navigatie en surveillance; luchtvaartmeteorologie; AIS – luchtvaartinformatie) zouden de integratie van diensten, evenals de rationalisatie en gemeenschappelijke exploitatie van apparatuur, kosten- en personeelsbesparingen van ongeveer 50 tot 60 miljoen euro over een periode van 15 jaar mogelijk maken, en dit in de meest conservatieve veronderstelling (behoud van de twee huidige luchtverkeersleidingscentra, CANAC 2 en Semmerzake). Het belangrijkste voordeel ligt in een integratie van de civiele en militaire luchtverkeersleidingsdiensten en een vereenvoudiging van het luchtruim. Deze integratie zou een evolutie naar één enkel luchtverkeersbeheersysteem vereisen, en de harmonisatie van zowel de opleiding als de licenties van luchtverkeersleiders.
![]() | De luchtvaartmeteorologische diensten van beide organisaties (Belgocontrol en Defensie) zouden op termijn ook moeten fuseren. |
De synergieën tussen burgers en militairen moeten gebaseerd zijn op een “win-win” samenwerking ten behoeve van zowel civiele als militaire gebruikers. De continuïteit van de ondersteuning van luchtoperaties op nationaal en internationaal niveau moet worden gewaarborgd door het behoud van expertise binnen Defensie op het gebied van luchtverkeersbeheer en luchtvaartmeteorologie. De beoogde synergieën moeten voordelen opleveren voor de gebruikers van het Belgische luchtruim door de verbetering van de concurrentiepositie van het Belgische luchtruim en de toegankelijkheid van Belgische luchthavens.
Implementatie
De ondertekening door de bevoegde ministers van de twee Belgische luchtverkeersleidingsorganisaties is de eerste stap van een grootschalig samenwerkingsproject, verdeeld over vijf fasen.
![]() | De operationele ruimte van het CANAC 2 radarcentrum en de toekomstige werkplek van de militaire verkeersleiders (het dichtstbijzijnde ‘petal’). |
De colocatie in Steenokkerzeel van de militaire luchtverkeersleidingsdiensten die momenteel worden geleverd door het ATCC van Semmerzake en door de ACC van Belgocontrol, zal in 2019 starten: de civiele en militaire “en route” luchtverkeersleidings- en vluchtinformatiediensten (FIC) zullen vanuit één en hetzelfde controlecentrum worden geleverd.
Beide partijen zijn vervolgens van plan om te evolueren naar een integratie van de civiele en militaire meteorologische diensten. De derde fase beoogt het gezamenlijk uitvoeren van alle nieuwe investeringen die nuttig zijn voor beide partijen. Er zal een gemeenschappelijke visie op het luchtruim worden ontwikkeld, gericht op de behoeften van zowel civiele als militaire gebruikers, om het luchtruim te reorganiseren en de efficiëntie ervan te verbeteren. Vijfde element: een gemeenschappelijk noodplan zal worden ontwikkeld om gevallen van onderbreking van een deel van de luchtvaartnavigatiediensten op te vangen.
Deze voorstellen zullen worden geïmplementeerd door het sluiten van specifieke overeenkomsten tussen Defensie en Belgocontrol. Vanaf 2019 zal een nieuwe entiteit worden opgericht die de gemeenschappelijke diensten groepeert.
De eerste fase van de verhuizing van militaire verkeersleiders van Semmerzake naar Steenokkerzeel zal ongeveer honderd mensen omvatten. Maar de infrastructuur (de radarinstallaties) en het ondersteunend personeel zullen nog enige tijd blijven en de site zal pas later worden gesloten. Dit stapsgewijze proces zou ongeveer vijftien jaar in beslag kunnen nemen voordat de volledige integratie van de twee luchtverkeersleidingsdiensten voltooid is. Sociale en menselijke aspecten moeten ook in overweging worden genomen en zullen het onderwerp zijn van onderhandelingen.
![]() | De twee ministers ondertekenen het protocolakkoord dat de colocatiefase tussen civiele en militaire verkeersleiders omvat. |
De ondertekeningsceremonie van 19 mei 2017 is symbolisch. Het heeft veertien jaar en drie opeenvolgende regeringsverklaringen gekost om zover te komen. En het gestarte proces zal nog vele jaren in beslag nemen. Maar de realisatie ervan, zelfs in fasen, is een stap in de richting van een beheer van de Europese luchtruimen, niet langer gebaseerd op criteria van nationale soevereiniteit, maar op operationele efficiëntie, rekening houdend met de belangen van alle categorieën gebruikers, zowel civiel als militair.
Guy Viselé









