Deurne, 8 oktober 2016. Het is niet elke dag dat men getuige is van zo’n bijeenkomst van Stampes en hun piloten, eigenaars en liefhebbers. Maar liefst twintig vliegwaardige toestellen, plus drie in de faciliteiten van het Stampe & Vertongen Museum, overtroffen het record van de populairste traditionele “Antwerp Stampe Fly-In” die elk jaar in mei wordt georganiseerd.
De reden voor zo’n evenement? De uitreiking van een nieuw type luchtwaardigheidscertificaat door het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) aan alle Belgische vliegwaardige Stampes. Danny Cabooter, voorzitter van het Stampe & Vertongen Museum, organisator van deze ceremonie, herinnerde eraan dat er wereldwijd nog steeds minstens 200 exemplaren bestaan van de prachtige Belgisch ontworpen tweedekker, waarvan 32 in ons land geregistreerd zijn. Indrukwekkend als men bedenkt dat er in de jaren zeventig slechts zes waren.
De enthousiasme van de Belgische liefhebbers van dit mythische vliegtuig werd echter geremd door de onmogelijkheid om een luchtwaardigheidscertificaat te verkrijgen. Jarenlang moest men zich behelpen met een “Permit to Fly”, dat alleen het overvliegen van het nationale grondgebied toestond en, onder voorwaarden, in sommige buurlanden zoals Frankrijk, Duitsland en Engeland, maar dan wel tegen betaling. Daarentegen verbiedt onze noorderbuur, Nederland, het overvliegen voor “Permit to Fly”-toestellen ronduit! In tegenstelling hiermee kon men in sommige landen een volledig luchtwaardigheidscertificaat verkrijgen als men ze bijvoorbeeld in Frankrijk, Engeland en Duitsland registreerde.
Tijdens de “Antwerp Stampe Fly-In” van 2015 uitten de liefhebbers van de SV-4 hun bezorgdheid aan de directie-generaal van het DGLV, die hen aandachtig aanhoorde en beloofde het ICAO-certificaat in België te herstellen.
Na hun Belgische militaire carrière werden verschillende SV-4B’s als civiele toestellen in ons land geregistreerd en ontvingen zij een nationaal ICAO-luchtwaardigheidscertificaat op basis van het Luchtwaardigheidsblad nr. 2, uitgegeven op 1 mei 1960 door de Dienst Vliegend Materieel van de Belgische Luchtvaartadministratie. Dit certificaat werd in 2007 ingetrokken wegens het ontbreken van een “Type Certification Holder”. Sinds die datum vliegt de Belgische SV-4-vloot onder dekking van een Laissez-Passer de Navigation (“Permit to Fly”) beperkt tot het Belgische luchtruim.
Op verzoek van de Belgische eigenaars heeft het DGLV zich in mei 2015 geëngageerd om een oplossing voor het probleem te zoeken. Op basis van ICAO Doc 9760 kan een nationale burgerluchtvaartautoriteit inderdaad de verantwoordelijkheden van een “Type Certificate Holder” op zich nemen.
Het DGLV begon vervolgens met het verzamelen van volledige documentatie, want alle originele plannen, de geschiedenis van de vliegtuigen, de officiële documentatie, de certificeringsgegevens, enz. moesten worden teruggevonden. De documenten met betrekking tot de constructie en de certificeringsstandaarden van de SV-4B volgens de “Normes Défense” werden verkregen van de Direction Générale de l’Armement (Frankrijk), aangezien het vliegtuig voornamelijk in Frankrijk was gebouwd. Een bezoek aan de Sectie Luchtvaart van het Koninklijk Legermuseum maakte het mogelijk om ontbrekende bouwplannen terug te vinden. De motorspecificaties werden ontvangen van de Britse Civil Aviation Authority.
De SV4A en C, aangepast met een Lycoming-motor, werden niet gedekt door het “Luchtwaardigheidsblad nr. 2” van de Belgische Administratie. Het was daarom ook nodig om deze aandrijfmodificatie goed te keuren.
Vele mensen hebben bijgedragen aan het succes van dit project. Naast Danny Cabooter en het hele team van het Stampe & Vertongen Museum, moet het werk worden geprezen dat is gestart door Michel Bourguigon (gepensioneerd sinds 2010) en Eddy Depoorter, technische controleurs van het DGLV, en later aangevuld door Tim Rimez (technische directie) en Luc Van den Cruyce. En de steun moet worden benadrukt die is ontvangen van de directie-generaal van het DGLV, mevrouw Nathalie Dejace, die het verzoek van de Stampe-liefhebbers positief heeft ontvangen tijdens hun voorlaatste “Fly-In”.
| De kostbare envelop met het beroemde Luchtwaardigheidscertificaat. Hier, datgene dat is uitgegeven aan de OO-GWB cn 1171. |
Het eindresultaat is de vernieuwing van het “Type Certificate”. De praktische gevolgen zijn dat er nu betere en meer informatie beschikbaar is voor eigenaars, piloten en onderhoudswerkplaatsen, wat ook bijdraagt aan de verbetering van de veiligheid. En voortaan kan de Stampe, uitgerust met een door België uitgegeven luchtwaardigheidscertificaat, vliegen in de 191 lidstaten van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De uitreiking van het BCAA Type-CertificateData Sheet BCAA.A.02 SV-4, gedateerd 30 september 2016, en de modellen SV-4A, SV-4B, SV4C en C1, SV4D SV4L en 150, en SV-4E dekkend, gaat bovendien gepaard met het nieuwe ICAO-luchtwaardigheidscertificaat, een nieuw inspectieprogramma (100-uur en jaarlijks), en nieuwe “Pilot’s Notes”.
| Bijeenkomst van blije mensen: de eigenaars, piloten en de verantwoordelijken van het DGLV, het Stampe & Vertongen Museum en de luchthaven van Antwerpen vieren het evenement op het tarmac. |
De bijeenkomst werd voortgezet met de uitreiking van de individuele certificaten aan de eigenaars en piloten van de twintig aanwezige Stampes door de adjunct-directeur-generaal van het DGLV, Nathalie Dejace, en haar medewerkers. Deze steun aan de luchtsport en het behoud van een nationaal erfgoed vol geschiedenis is een bemoedigend teken van de interesse die onze toezichthoudende autoriteiten hebben in de algemene luchtvaart, die te vaak minder wordt gewaardeerd dan de commerciële luchtvaart.
Geschiedenis van de SV-4
Het prototype van de Stampe, in zijn eerste versie SV-4, maakte zijn eerste vlucht vanuit Antwerpen-Deurne in 1933. Een verbeterde versie, de SV-4B, werd in twintig exemplaren besteld door de Belgische Militaire Luchtvaart en de leveringen begonnen in de zomer van 1939. Op 9 september van dat jaar bestelde de Franse luchtmacht niet minder dan 200 exemplaren. Vanwege het Belgische neutraliteitsbeleid kon Stampe deze machines niet zelf produceren en verleende het de licentie voor de bouw van de SV-4B en een versie met Franse motor, de SV-4C, aan het Franse bedrijf Farman. De Duitse invasie van mei 1940 dwong Stampe om België te ontvluchten, waarbij hij een tiental onvolledige machines en productiemateriaal meenam, en zich bij Frankrijk en zijn vriend Farman voegde.
| Met draaiende motoren maken vier van de zes Stampes die een formatievlucht zullen uitvoeren zich klaar voor de start. |
Aan het einde van de oorlog herstelde Stampe een tiental onvolledige vliegtuigen die hij aan de Duitsers had kunnen onttrekken en assembleerde ze in Suresnes voordat hij ze leverde aan de Franse luchtmacht. Vervolgens werden iets meer dan 1.000 extra toestellen in Frankrijk gebouwd, en iets meer dan 150 werden in Algerije geproduceerd. En 300 gebouwde, maar niet geassembleerde exemplaren dienden jarenlang als bron van reserveonderdelen voor de actieve vloot.
| De SV-4B OO-EIR ex V-4, bestuurd door Bernard Van Milder, met de adjunct-directeur-generaal van het DGLV, Nathalie Dejace, als passagier. |
De naoorlogse Belgische Luchtmacht plaatste in 1947 een eerste bestelling van 33 Stampe SV-4B’s, en zou uiteindelijk tot 65 exemplaren van deze prachtige tweedekker gebruiken. Ze werden in 1975 uit actieve dienst genomen. Een groot aantal van deze machines, geassembleerd in de Renard-werkplaatsen, vond kopers op de civiele markt.
Tekst en foto’s: Guy Viselé

