Denkend, drievoudig verbod voor een goed resultaat

201604SK01_TBR

Koksijde, 2 maart 2016. Luitenant-kolonel Vlieger Cuppens, commandant van de basis van Koksijde, en Majoor Vlieger Vandenbroucke, voormalig CO (Commanding Officer) van het 40ste squadron, presenteren de hoogtepunten die de lange operationele carrière van de Seaking, die al bijna veertig jaar actief is voor de kust, hebben gemarkeerd.

Koortsachtige activiteit voor de onderhoudshangar van het 40ste SAR-squadron waar de Seaking RS05 zich klaarmaakt voor vertrek, terwijl de Alouette III M-2 van de voormalige marine-heli-flight net is opgestegen.

Een veelzeggende balans
De vijf toestellen die deel uitmaakten van het squadron, arriveerden eind 1976 in Koksijde na een gecombineerde overdrachtsvlucht vanuit de Engelse basis Culdrose, waar de bemanningen hun opleiding hadden gevolgd. Bijna vier decennia later bereikten alle Seakings begin maart 2016 het indrukwekkende aantal van 58.000 vlieguren. Momenteel zijn slechts drie helikopters nog operationeel: de RS02, RS04 en RS05. De RS01 werd immers op 17 december 2008 overgevlogen naar de luchtvaartafdeling van het Koninklijk Legermuseum en landde op de esplanade van het Jubelpark. Na het einde van zijn potentieel werd de RS03 na zijn laatste vlucht op 29 augustus 2013 uit actieve dienst genomen en is nu ondergebracht in een cocon in de onderhoudshangar van het 40ste squadron. De opvolger, de eerste NH90 NFH, werd in het voorjaar van 2014 in ontvangst genomen, maar gedurende de conversieperiode van de bemanningen handhaafde de Seaking de SAR (Search and Rescue) paraatheid en moest hij, samen met zijn opvolger, tot eind 2016 standhouden. Technische vertragingen bij de installatie van operationele systemen in de nieuwe toestellen vereisen dat de Seakings hun activiteiten tot eind 2018 voortzetten. Dit is onder meer de reden waarom de Luchtcomponent van Defensie een tweedehands Seaking van de Royal Air Force (geregistreerd ZH542, ex squadron 22, per vlucht aangekomen in Koksijde op 24 november 2015) heeft gekocht om te worden gedemonteerd voor reserveonderdelen, aangezien de Belgische Seakings hier veel behoefte aan hebben, gezien hun hoge leeftijd en hun vele jaren in operaties.

Veelzeggende statistieken per eind februari 2016:

SeakingTotaal vliegurenScrambles (starts in alarm)
RS0110.585H39’523
RS0212.000H46′694
RS0311.851H46′618
RS0411.950H25′680
RS0511.623H40′670
Totaal58.012H17’3.185

Talrijke, vaak spectaculaire heldendaden
Redding op zee (SAMAR) vormt het grootste deel van de missies (praktisch drie op de vier) van de Seakings van het 40ste squadron, die ook regelmatig reddingsoperaties in het binnenland (SATER) uitvoeren, evenals medische evacuatievluchten (MEDEVAC) en, bij uitzondering, hulpvluchten voor slachtoffers bij nationale rampen.

Met draaiende rotors doorloopt de RS05 de checklist met de hulp van de baancommissaris (ground crew) die via afgesproken gebaren met de piloten communiceert.

De collectieve herinnering van de Belgen herinnert zich de grote ramp die plaatsvond toen het ferryschip “Herald of Free Enterprise” op 6 maart 1987 kapseisde in de haven van Zeebrugge. Drie Seakings wisselden elkaar af om de schipbreukelingen te helpen, waarbij ze 22 uur en 56 minuten vlogen en achtentwintig mensen redden uit de ijzige wateren van de Noordzee. Deze uitzonderlijke prestatie van de bemanningen van het 40ste squadron leverde hen in 1987 de Tissandier-prijs op voor heroïsche daden in de luchtvaart, uitgereikt door de FAI (Fédération Aéronautique Internationale).

Met opgewarmde en geteste motoren worden de remmen gelost en taxiet de Seaking RS05, nog steeds getooid in de speciale beschildering “25 jaar Seaking bij de Luchtmacht” (jubileum gevierd in 2001), naar baan 29.

Tot de reeks buitengewone missies die door het squadron werden uitgevoerd, behoort de interventie tijdens de brand in hotel Switel in Antwerpen op 1ste januari 1995. De snelle inzet van twee Seakings maakte het mogelijk om twaalf mensen uit de vlammen te redden en hen naar ziekenhuizen te vervoeren die gespecialiseerde zorg bieden aan ernstig verbrande patiënten. Een zeer vergelijkbaar scenario deed zich voor op 1ste januari 2001 met de brand in een café in Volendam, Nederland. Hoewel slachtoffers van het vuur, konden achttien mensen de fatale afloop vermijden dankzij hun spoedtransport door twee Seakings van het 40ste squadron naar gespecialiseerde behandelingscentra in België.

De explosie van een gasleiding in Ghislenghien (nabij Ath) op 30 juli 2004 staat nog steeds in het geheugen gegrift door de omvang van zijn gruwel. Van de elf ter plaatse gestuurde helikopters waren er zes Belgisch, namelijk Agusta A109’s en Seakings, die ook deze keer weer een aanzienlijke inspanning leverden om zeventien brandwondenslachtoffers snel en efficiënt, dankzij hun optimale medische uitrusting en de aanwezige vliegende arts, naar de juiste ziekenhuizen te brengen.

In de onderhoudshangar in Koksijde, de RS04 gedeeltelijk gedemonteerd in het kader van zijn algemene revisie.
Duikvluchtbeeld van de RS04 in revisie in Koksijde.

De 2.500ste alarmstart op 28 juni 2009 confronteerde de Seaking-bemanning met een ongewone en zeer zeldzame situatie: de Belgische helikopter redde een privépiloot die zijn Cessna op zee had moeten landen als gevolg van mechanische problemen. Meer dan ooit was het gezegde “sloppy but safe” (nat maar veilig) van toepassing op de piloten die tijdens de 2de Wereldoorlog uit zee werden gevist!

Parallel hiermee was de 1.500ste persoon gered door een Seaking uit Koksijde een gewonde visserman die op 8 december 2009 van zijn trawler voor de Belgische kust werd gehesen.

De laatste grote reddingsoperatie van het 40ste squadron en zijn Seakings vond plaats op 5 december 2012 tijdens het zinken voor de kust van Rotterdam van het vrachtschip “Baltic Sea” na een botsing met een ander schip op deze gevaarlijke maritieme snelweg die het Kanaal is. Ondanks vijandige weersomstandigheden: storm op zee en ijzel (wat de vlucht bemoeilijkte doordat het het profiel en de draagkracht van de rotorbladen vervormde), redden de Belgische vliegers acht mensen van een zekere dood. Ze moesten de laatste geplande vluchten opgeven, gezien de zeer slechte weersomstandigheden, waardoor elke extra vlucht extreem onzeker werd… Voor dit schitterende staaltje moed ontving de bemanning van de RS05 de Marie Monseur-Fontaine prijs, die een prestatie op het gebied van de Belgische luchtvaart beloont, en die hen op 6 november 2013 in het Huis van de Luchtvaart werd uitgereikt.

In totaal hebben de Seakings van het 40ste squadron 1.712 mensen gered en in veiligheid gebracht: een resultaat waarop de bemanningen terecht trots zijn.

De Seaking ZH542, ex-squadron 22 van de Royal Air Force, aangekocht door de Luchtcomponent, werd in november 2015 geleverd om als reserveonderdelen te dienen voor de verouderende Belgische vloot. Alle Britse markeringen zijn verwijderd en het bergingswerk is al goed gevorderd.
De Seaking RS03, op 29 augustus 2013 uit dienst genomen, is in een cocon geplaatst.

Een meesterlijk wervingsinstrument
De Seakings en het 40ste squadron van Koksijde waren ongetwijfeld de sterren van de televisieserie “Windkracht 10”, geproduceerd en uitgezonden door de VRT (Vlaamse Radio en Televisie) van 1995 tot 1998. Een Franstalige versie getiteld “Sauvetage en haute mer” werd eind jaren 90 gemaakt in opdracht van de RTBF (Radio Télévision Belge Francophone), maar kende niet hetzelfde enthousiasme als in Vlaanderen.

Het populaire succes van “Windkracht 10” bleek een onvergelijkbaar wervingsinstrument voor de Luchtmacht en dat duurt tot op de dag van vandaag voort, mede dankzij de film “Windkracht 10 – Koksijde Rescue” uit 2006, terwijl de laatste televisie-opnames voor een aflevering in 1998 hadden plaatsgevonden.

De RS05 heeft de lieroperator afgezet, die in de daaropvolgende minuten een demonstratie van helikopterhijsen zal geven.

Het is duidelijk dat “Windkracht 10” een krachtige en positieve imagodrager is geweest voor de Seaking, het 40ste SAR-squadron, maar ook voor de Luchtmacht, waarvan de hulp aan de producenten ruimschoots een “win-win”-contract bleek te zijn.

Het was uiterst zeldzaam om de vijf Belgische Seakings samen te zien vliegen, gezien de operationele vereisten en de beperkingen van mechanisch onderhoud. De levering van de Seakings gebeurde eind 1976 in een groepsformatie van de vijf machines. Deze foto is genomen op 7 juli 1991 ter gelegenheid van vijftien jaar dienst van het type bij de Luchtmacht. Het spreekt voor zich dat in de weken voorafgaand aan deze operatie de monteurs bloed, zweet en tranen hebben gegeven om de vijf helikopters tegelijkertijd in de lucht te krijgen. Het fenomeen werd herhaald op 8 juli 2001, maar deze keer was het voor het 25ste jubileum van de indienststelling van de Seaking dat de monteurs de handen uit de mouwen hadden gestoken.
De opvolger van de Seaking, de NH90 NFH, kon op 2 maart 2016 tijdens een nachtelijke oefenvlucht worden gefotografeerd dankzij het geduld van onze fotograaf.

Het lot wil dat de Seakings hun operationele inzet tot eind 2018 zullen verlengen, maar desondanks is het onwaarschijnlijk dat, in de resterende tijd en met de drie beschikbare toestellen, het totale aantal vlieguren van de vloot de 60.000 uur zal overschrijden, of zelfs zal bereiken, maar hoop doet leven… en vliegen!

Jean-Pierre Decock
Foto’s: Tom Brinckman

Picture of Jean-Pierre Decock

Jean-Pierre Decock

Brevet B de vol à voile en 1958. Pilote privé avion en 1970. Totalise 600 heures de vol dont 70 d’acro. Un œil droit insuffisant empêche toute carrière dans l’aviation. (Co-)Auteur et traducteur de 41 ouvrages d’aviation publiés en 4 langues depuis 1978. Compétences: histoire, technique et pilotage (aviation civile, militaire ou sportive).