Vertaald: Er zijn 40 jaar, het contract van de eeuw

MNFP01.1975

Beauvechain, 9 juni 2015. Een dag ter herdenking van de ondertekening van een MOU (Memorandum of Understanding of intentieverklaring) door vier NAVO-landen (België, Nederland, Denemarken en Noorwegen) betreffende de aanschaf van General Dynamics F-16 Fighting Falcon-jachtvliegtuigen ter vervanging van hun Lockheed F-104G Starfighters, die sinds het begin van de jaren zestig in dienst waren. De vijfde partner, de Verenigde Staten, was specifieker de hoofdaannemer van dit omvangrijke internationale samenwerkingsprogramma voor de bouw van een vliegtuig met radicaal nieuwe technologie, gericht op wendbaarheid in luchtgevechten in plaats van op pure interceptie.

Het contract van de eeuw
De MOU werd voor België ondertekend door de toenmalige Minister van Defensie Paul Vanden Boeynants op 9 juni 1975, zijn Deense, Nederlandse en Noorse collega’s hadden dit enkele dagen eerder gedaan. De MOU werd op 10 juni 1975 door James Schlesinger, vertegenwoordiger van Amerika, bekrachtigd… veertig jaar geleden dus.

Het prototype (voorproductievliegtuig) YF-16 tijdens zijn eerste officiële presentatie op de Salon du Bourget in juni 1975, slechts enkele dagen na de ondertekening van het memorandum van overeenstemming door België, Denemarken, Noorwegen, Nederland en de VS. Het maakte vervolgens zijn eerste verschijning in het Belgische luchtruim tijdens de meeting van Florennes op 21 juni 1975.
Illustratie gemaakt door de piloot die verantwoordelijk was voor het album van het 11e squadron; hij was erg onder de indruk van de wendbaarheid van de YF-16, meesterlijk gedemonstreerd door Neil Anderson (ook voormalig kosmonaut), die door de deur van het lokaal van het 11e loopt en zich afvraagt hoeveel G’s je kunt trekken… De F-16 was een van de eerste jagers die in luchtgevechten 9g (een zwaartekracht gelijk aan 9 keer zijn eigen gewicht) kon trekken; dit was in Brustem tijdens de vliegshow in juni 1977. (Foto: 11e Squadron)

Alle Europese partners bestelden in mei 1977 formeel in totaal 348 F-16’s, terwijl de USAF (United States Air Force) een bestelling plaatste voor 650 toestellen, wat neerkomt op een totale order van 998 gevechtsvliegtuigen: men kon dus terecht spreken van het “contract van de eeuw” en de pers besteedde er ruimschoots aandacht aan.

De samenwerking tussen de F-16-kopende landen was totaal en intensiever dan ooit, waarbij componenten in een unieke bron door elke partner werden vervaardigd ten behoeve van het hiervoor opgerichte consortium. België had besloten tot de aankoop van 96 eenzits F-16A’s en 20 tweezits F-16B’s. De eerste machine was een tweezitter (FB-01) en werd officieel geleverd door SABCA op 26 januari 1979, terwijl de eerste eenzitter (FA-01, sinds 1996 in het Luchtvaartmuseum van Brussel) op 12 maart daaropvolgend door de Luchtmacht in gebruik werd genomen en op 2 juli 1979 werd toegewezen aan het 349e squadron.

De eerste F-16 (tweezitter) met registratienummer FB-01 die de SABCA in Gosselies verlaat en klaar is voor een testvlucht met Serge Martin aan de stuurknuppel in december 1978; dit toestel zou in januari 1979 naar de 1e Wing in Beauvechain gaan. (Foto: General Dynamics)
De eerste F-16-bestelling omvatte in totaal 998 vliegtuigen voor de vijf deelnemende landen aan het programma. Dit toestel werd geleverd aan de Belgische Luchtmacht als FA-96 (laatste exemplaar van de 1e bestelde tranche) en toegewezen aan het 31e “Tiger” squadron van de 10e Wing. Het is hier te zien in Kleine-Brogel op 2 april 1987 nadat het in juni 1985 op de Salon du Bourget was gepresenteerd, zonder nationale markeringen maar met een General Dynamics-markering op de staartvin. (Foto: André Van Haute)
Het laatste exemplaar van de Luchtmacht met registratienummer FA-136 kreeg een speciale markering op de staartvin en werd toegewezen aan het 1e squadron van de 2e Tactische Wing in Florennes. Het was een tijdlang het vliegtuig van de officiële F-16-presentator, Commandant Jean-Jacques “Bwana” Dewael, en is hier te zien, klaar voor vertrek, tijdens de SONACA-meeting in Gosselies op 19 mei 1995.
Close-up van de staartvin van de FA-136 met de vermelding “The little last one”, dat wil zeggen “de kleine laatste”.

De ingebruikname van het nieuwe vliegtuig verliep vlot en het 349e squadron werd op 1 januari 1981 uitgeroepen tot de eerste operationele eenheid van de NAVO met F-16’s. Vervolgens was het de beurt aan het 350e squadron om begin maart 1980 de nieuwe jager te ontvangen en voor de 10e Wing was dit december 1981 toen het 23e squadron zijn eerste F-16A ontving, terwijl het 31e squadron vanaf 30 november 1982 werd uitgerust met F-16’s.

Nieuwe Belgische bestelling
De Mirage V delta-jagers van het 2e squadron van de 2e Tactische Wing en van het 1e squadron van de 3e Tactische Wing moesten eind jaren ’80 worden vervangen. Deze squadrons, samengevoegd binnen de 2e Tactische Wing, voerden hun conversie naar de F-16 uit in 1988 en 1989, nadat in februari 1983 een aanvullende bestelling van 44 machines (40 eenzitters en 4 tweezitters) bij het consortium SABCA-SONACA was geplaatst. De F-16 werd zo het standaard gevechtsvliegtuig van de Luchtmacht begin jaren ’90, te meer daar de Mirages in 1993 uit dienst werden genomen.

MLU
In 1987 lanceerde de USAF haar zogenaamde “Agile Falcon”-programma, waarvan het resultaat de eenzits F-16C en tweezits F-16D waren. De VS stelden de Europese gebruikers van het type een intrinsieke modernisering van het vliegtuig voor om het op het niveau te brengen van de meest performante gevechtsvliegtuigen van het einde van de 20e eeuw. Na discussie en evaluatie kwamen alle F-16-operatoren overeen om een grondige modernisering van hun toestellen uit te voeren, die voornamelijk betrekking had op de avionica en de bewapening. De intentieverklaring werd in 1991 ondertekend en de productie van de gemodificeerde F-16’s, dat wil zeggen die een “mid life update” (update halverwege de operationele levensduur) ondergingen, startte in 1993. Wat België betreft, profiteerden ongeveer 70 eenzitters en 19 tweezitters van een mid life update, waarbij de eerste (FA-93) in 2003 aan het squadron werd toegevoegd.

Het prototype van de F-16AM (M voor Mid Life Update of modernisering halverwege de levensduur) met registratienummer FA-93 en voorzien van het MLU-embleem op de staartvin in 1977. (Foto: VS-1/IRP Luchtmacht)

LINK 16
Een grondige aanpassing aan de NAVO-standaarden van de avionica en boordcomputer van de F-16’s, genaamd “link 16” (schakel 16), werd in 2005 in de Belgische F-16’s geïmplementeerd. Deze innovatieve bijdrage hield de F-16 aan de top van het peloton gevechtsvliegtuigen. Overigens waren de Belgische F-16’s ingezet in de Red Flag-oefeningen in de VS en boven het voormalige Joegoslavië midden jaren ’90. Als gevolg van andere geopolitieke veranderingen werden ze ingezet in de Baltische staten voor Air Policing-missies, alsook in Afghanistan en, recentelijk, boven Irak, verre en veeleisende missies voor personeel en materieel die onlangs zijn beëindigd, respectievelijk eind zomer 2014 en eind juni 2015.

De FA-57, behorend tot het 350e squadron als vaandeldrager van de “Link 16”-upgrade (schakel 16) die het type toestel volledig operationeel maakt ten opzichte van alle NAVO-wapensystemen, zoals het zich presenteerde in Florennes op 14 juli 2005.

De budgettaire beperkingen als gevolg van de ineenstorting van het Oostblok en het einde van de Koude Oorlog aan het einde van de vorige eeuw hebben de westerse regeringen ertoe gebracht hun luchtmiddelen te verminderen. Zo heeft België zijn overtallige, niet-MLU F-16’s ontmanteld om halverwege de jaren 2000 een voorraad reserveonderdelen aan te leggen in het arsenaal van Rocourt. Zelfs toestellen met MLU-standaard werden in twee partijen in 2008 doorverkocht aan de Jordaanse Luchtmacht, namelijk 18 F-16AM’s en 7 F-16BM’s.

F-16 MNFP
Het F-16 Multinational Fighter Program vindt zijn oorsprong in de ondertekening van de MOU (Memorandum of Understanding) op 10 juni 1975 door de ministers van defensie van de F-16-kopende landen, namelijk de VS, België, Denemarken, Noorwegen en Nederland. De stuurgroep van het F-16 MNFP, bestaande uit vertegenwoordigers van deze landen, werd op 9 juni 2000 aangevuld met een afgevaardigde van Portugal. Deze stuurgroep is de afgelopen veertig jaar bijzonder actief gebleken in het ontwikkelen van de operationele capaciteiten van het toestel en heeft in die zin tal van OFP’s (Operational Flight Program updates) uitgevoerd en zet zijn werk voort om de F-16 op topniveau van gevechtsvliegtuigen te houden. De implementatie van de volgende OFP staat gepland voor 2017.

Verzameld om de 40e verjaardag van het “contract van de eeuw” te vieren in Beauvechain op 9 juni 2015: de Belgische F-16AM (FA-132), de Deense (E605) gebouwd door SABCA in België, de Nederlandse (J-623), de enige Noorse tweezitter F-16BM (689) en de Portugese (15103).

De eerste bijeenkomst van de F-16 stuurgroep vond plaats op 11 juli 1975, slechts een maand na de realisatie van het “contract van de eeuw”, en de 103e sessie vond plaats op 10 en 11 juni 2015 in Leuven. De secretaris-generaal van deze vereniging is Kolonel Karina Luyckx van de Belgische Luchtmacht, die een ander aspect van het belang van België met betrekking tot de F-16 onthult; immers, de eerste operationele NAVO-eenheid met F-16’s was het 349e squadron en de Belg Jean-Marie Toussaint was de eerste piloot ter wereld die de grens van 1.000, 2.000 en 3.000 vlieguren op de F-16 overschreed: een indrukwekkende staat van dienst en een geweldig vliegtuig!

De huidige leden van de stuurgroep (steering committee) van het F-16 Multinational Fighter Program, van links naar rechts: Kolonel M. Larsen (Denemarken), Kolonel Karina Luyckx (België), secretaris-generaal van de vereniging, Generaal-majoor Ocula (België), Kolonel Barros (Portugal), Brigadegeneraal Laurijssen (Nederland), Kolonel Havik (Noorwegen) en Kolonel Baird (USAF).

Jean-Pierre Decock