General Aviation Safety Day (GASD)

SD1

Brussel, 5 december 2014, gezamenlijk georganiseerd door het Directoraat-Generaal Luchtvaart (DGLV) en de Koninklijke Aero-Club van België, bracht de eerste General Aviation Safety Day (GASD) bijna 300 mensen samen. Dit succes is te danken aan het besef van het DGLV dat het nodig is om piloten van de algemene luchtvaart te betrekken, en aan de samenwerking met de Koninklijke Aero-Club van België, die via haar federaties de verschillende sportdisciplines vertegenwoordigt. We herinneren ons de “Algemene Staten van de Sportluchtvaart” die in april 2013 in Namen werden gehouden (zie Hangar Flying 15 mei 2013), die onder andere de noodzaak vaststelden om al te vaak verspreide inspanningen te bundelen, en de noodzakelijke betrokkenheid van de Koninklijke Aero-Club van België (www.belgianaeroclub.be ). Deze heeft sindsdien een vernieuwing van het management ondergaan, met de komst van Jo Van de Woestyne als voorzitter, en de benoeming van Jean-Michel Fobe als secretaris-generaal. En de klik was er tussen de adjunct-directeur-generaal van het DGLV, Nathalie Dejace, reeds aanwezig op de vergadering in Namen, en de KACB. En alle institutionele actoren (de Luchtmacht, Belgocontrol, EASA) en tal van betrokken gebruikers hebben samengewerkt aan de organisatie van deze eerste GASD.

op de eerste rij, de partners en organisatoren van de GASD: van links naar rechts Kaisli Anna Slobben (DGLV), Geoffray Robert (Belgocontrol), Cdt Demarche (Luchtmacht), Jo Van de Woestyne, Jean-Michel Fobe en Alain Patureaux (Koninklijke Aero-Club van België).

Een van de belangrijkste aandachtspunten in de algemene luchtvaart in België is de noodzakelijke verbetering van de veiligheid. De te talrijke ongevallen van de afgelopen jaren geven een negatief beeld van de sector, met name via media die sensationeler dan goed geïnformeerd zijn. Maar de statistische bevindingen verdienen overwegingen en corrigerende maatregelen met betrokkenheid van de gebruikers. De GASD heeft via uitstekende presentaties drie belangrijke thema’s op het gebied van luchtvaartveiligheid in de algemene luchtvaart belicht: menselijke factoren, het luchtruim en de regelgeving ter bevordering van de veiligheid. Ze werden tijdens de plenaire zitting door verschillende experts geïntroduceerd, alvorens het onderwerp te zijn van drie afzonderlijke workshops per thema.

Luc Blendeman (AAIU) legt de noodzaak van een systeem voor incidentenrapportage uit.

Luc Blendeman (AAIU – Aviation Accident Investigation Unit) en Danny Kleijkens (DGLV) legden het belang uit van de Occurrence Reporting cultuur. Geoffray Robert (Belgocontrol) presenteerde de structuur en het beheer van het Belgische luchtruim en kondigde de ontwikkeling “Vision 2025” aan, gericht op een herstructurering hiervan in functie van de evolutie van het verkeer, de Europese integratie en de behoeften van de gebruikers. EASA had Michel Masson afgevaardigd om het EGAST (European General Aviation Safety Team) toe te lichten.

Enkele cijfers

Het Directoraat-Generaal Luchtvaart (DGLV), met 155 medewerkers die recentelijk allemaal op dezelfde locatie zijn samengebracht (Vooruitgangsstraat 159 te 1210 Brussel), streeft naar een continue verbetering van de veiligheid en beveiliging op alle gebieden van de luchtvaart, inclusief de algemene luchtvaart, en wil een duurzame ontwikkeling hiervan bevorderen. Het DGLV beheert ongeveer 9.600 pilotenlicenties, bijna 800 technici, bijna 700 luchtverkeersleiders en 300 examinatoren. De Aero-Club telt op zijn beurt ongeveer 12.500 beoefenaars van de verschillende luchtsporten (motorvliegen vliegtuig, helikopters, acrobatie, ULM, zweefvliegen, modelvliegen, parachutespringen, zelfbouwers, vrije vlucht, ballonnen).

de Koninklijke Aero-Club van België verdedigt de belangen van de verschillende luchtsporten. Luchtfoto van het vliegveld Verviers-Theux, waar zowel motorvliegen als zweefvliegen wordt beoefend.

Op het gebied van luchtvaartveiligheid is de afgelopen decennia een enorme verbetering in de commerciële luchtvaart waargenomen. In de algemene luchtvaart is het percentage dodelijke ongevallen echter gestegen van een gemiddelde van 2,25 per jaar voor de periode 1953-1960, naar 2,6 en zelfs 3,6 voor recentere decennia. In 2013 werden 4 dodelijke ongevallen geregistreerd, met 19 slachtoffers. Voor 2014 staat het aantal momenteel op 3 ongevallen en 4 doden. Het is dus meer dan noodzakelijk om een systeem te ontwikkelen dat de veiligheid kan verbeteren. Verschillende pistes werden gepresenteerd.

De menselijke factoren

In tegenstelling tot de commerciële luchtvaart, waar twee piloten aan boord verplicht zijn en waar Cockpit Resource Management (CRM) is ontwikkeld, is de piloot in de algemene luchtvaart alleen aan boord om beslissingen te nemen. En deze kunnen beïnvloed worden door een hele reeks elementen: overmoed, “get-home-itis”, verkeerde beoordeling van de weersomstandigheden, enz. 80% van de ongevallen in de algemene luchtvaart is het gevolg van een menselijke fout. Het symposium heeft uitgebreid gediscussieerd over de noodzaak van “coaching” en een betere structuur voor veiligheidsbeheer. Maar dit zal sterk variëren afhankelijk van de begeleiding van de piloot. Binnen een aero-club of een school maken de adviezen van een instructeur en de uitwisseling van ervaringen tussen piloten het mogelijk om kennis te delen en de herhaling van slecht gedrag te voorkomen. Maar sommige privé-piloten-eigenaars zijn meer “eenzaam”, of zelfs individualistisch. De evaluatie van de risico’s verbonden aan “single-pilot management” was het onderwerp van presentaties en debatten.

Jelle Vanderhaeghe (DGLV) introduceert Michel Masson, verantwoordelijk voor EGAST bij EASA.

Melden van voorvallen (Occurrence Reporting)

Er bestaan reeds een hele reeks initiatieven die piloten in staat stellen incidenten te melden. Door je fout aan anderen kenbaar te maken, kan voorkomen worden dat deze elders herhaald wordt. De ULM Federatie verspreidt reeds de publicatie van incidenten die vrijwillig door haar leden zijn gemeld via haar brochures en website. Bij het zweefvliegen houdt de club een soort “logboek” van activiteiten bij en alle incidenten worden hierin vermeld. De noodzaak om te evolueren naar een systeem gebaseerd op geleefde ervaring is een poging gericht op ongevalpreventie. Het melden van voorvallen is reeds verplicht in de commerciële luchtvaart. Het DGLV heeft een programma geïnitieerd om piloten van de algemene luchtvaart aan te moedigen vrijwillig en anoniem incidenten te melden. Belgocontrol meldt incidenten met een “airspace infringement”, een “runway incursion” of een “separation minima infringement”. Een folder en een vragenlijst betreffende “airspace infringements” is ontwikkeld (Leaflet V.2).

de leaflet “Airspace Infringement V.2”, vers van de pers, was beschikbaar op de GASD en kan gedownload worden van de website van het DGLV.

Nieuwe regelgeving in 2015

Op Europees niveau werkt de ESSI (European Strategic Safety Initiative) aan drie pijlers op het gebied van veiligheid: commerciële luchtvaart, helikopters en algemene luchtvaart. Een nieuwe regelgeving (EC376/2014) met betrekking tot “Reporting analysis and follow-up of occurrence” zal vanaf november 2015 van toepassing zijn op de algemene luchtvaart. Deze voorziet in twee categorieën van Occurrence Reporting: “mandatory” (MORS) voor piloten van de algemene luchtvaart die met gecertificeerde toestellen vliegen; en “voluntary” (VORS) voor niet-gecertificeerde toestellen (ULM, historische vliegtuigen, enz.). Het basisprincipe is de “no blame culture”: “alles wat je rapporteert zal NIET tegen je gebruikt worden”. En de informatie zal uitsluitend worden gebruikt om de veiligheid te verbeteren.

Louis Berger (Europe Air Sport), Patrick Pauwels (KBAC) en Jean-Michel Fobe (AéCRB) bespreken luchtsporten.

Het Belgische luchtruim: visie 2025

Belgocontrol heeft eraan herinnerd dat, hoewel de algemene luchtvaart lijdt onder een gebrek aan ongecontroleerd luchtruim, dit het gevolg is van de complexiteit van ons luchtruim, een kruispunt van luchtroutes en naderingstrajecten naar de vier grote Europese hubs (FLAP-zone: Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs), en de ontwikkeling van de Belgische luchthavens, zowel Brussels Airport als de regionale. Ons kleine land kent maar liefst drie verschillende aanbieders van luchtvaartnavigatiediensten (Belgocontrol voor het “civiel gecontroleerde” tot 24.500 ft, Eurocontrol-Maastricht voor het hogere civiele luchtruim, en de Belgische Luchtmacht voor het militaire gecontroleerde luchtruim en de oefenzones). De technologische en operationele evolutie (SESAR, FABEC, “Flexible Use of Airspace”) heeft Belgocontrol ertoe gebracht een visie te ontwikkelen op hoe het Belgische luchtruim er in 2025 uit zal zien, in samenwerking met Defensie, het DGLV, Eurocontrol-Maastricht, en in overleg met de gebruikers, waaronder de algemene luchtvaart.

Denis Nootens (CNVV) in gesprek met Geoffray Robert (Belgocontrol).

De huidige complexiteit van de structuur van het Belgische luchtruim leidt tot een verhoogd veiligheidsrisico in verband met “airspace infringement”, d.w.z. de onbedoelde penetratie van een vliegtuig in een gecontroleerd of verboden luchtruim. Dit probleem doet zich voor bij zowel civiele als militaire verkeersleiders en de kennis van de redenen voor dergelijke incidenten door middel van vrijwillige, niet-bestraffende rapportage is een meer dan nuttige informatiebron om zowel de structuur van het luchtruim te verbeteren als de veiligheid te vergroten.

Conclusies

De verschillende workshops in de namiddag hebben het mogelijk gemaakt om dieper in te gaan op diverse onderwerpen die de veiligheid beïnvloeden. Alle zeer leerzame presentaties zijn beschikbaar op de website van het DGLV (http://mobilit.belgium.be/nl/luchtvaart/veiligheid/plan/safety_days/).

Benoit Simeons (European Balloon) in gesprek met Nathalie Dejace (DGLV).

Deze eerste General Aviation Safety Day is een succes. De massale deelname van vele piloten uit alle disciplines van de algemene luchtvaart is een bewijs dat de sector zich bewust is van het belang van een verbetering van de luchtvaartveiligheid en attent en bereid is tot nieuwe initiatieven in die zin. En de bijeenkomst heeft gezorgd voor tal van informele contacten en een meer dan nuttig netwerk tussen deelnemers. De breed geuite wens is een regelmatige herhaling van dit soort bijeenkomsten, bij voorkeur in het weekend om een nog grotere deelname mogelijk te maken.

Pierre van Aerssen (FedULM) presenteert het “safety” programma dat in zijn Federatie is geïmplementeerd.

Het is noodzakelijk om de angst voor het melden van incidenten weg te nemen door goede communicatie te ontwikkelen en een vertrouwensrelatie tussen de verschillende actoren tot stand te brengen. Cultuurverandering kost tijd, en wat “coaching” betreft zou de instructeur een voorbeeldrol kunnen spelen in de clubs en vliegscholen. De toekomstige reorganisatie van het luchtruim zal plaatsvinden in overleg met de verschillende categorieën gebruikers, en de kwestie van hun vertegenwoordiging zal besproken moeten worden. Het werk begint en men mag hopen dat de goede wil zich zal manifesteren om de vele besproken onderwerpen op te volgen en de constructieve dialoog die is ingezet tussen de autoriteiten en de gebruikers voort te zetten.

de stand van de Federatie voor Modelvliegen presenteerde een fascinerend didactisch hulpmiddel: de Borea windtunnel, ontwikkeld door Bruno Scordo om de basisprincipes van aerodynamica op een visuele en eenvoudige manier uit te leggen.

Tekst en foto’s: Guy Viselé

Picture of Guy Viselé

Guy Viselé

Pilote privé et Lieutenant-Colonel de Réserve de la Force Aérienne Belge, mais avant tout passionné d'aviation, il débute sa carrière chez Publi Air. Il passe ensuite vingt ans chez Abelag Aviation où il termine comme Executive Vice-President. Après dix ans comme porte-parole de Belgocontrol, il devient consultant pour l’EBAA (European Business Aviation Association). Journaliste free-lance depuis toujours, il a collaboré à la plupart des revues d'aviation belges, et a rejoint Hangar Flying en 2010.