Brussel, 2 december 2010. Maar liefst zes ministers van Transport en hoge militaire functionarissen van evenveel landen ondertekenden op 2 december 2010 in Brussel het staatsverdrag dat de oprichting van het eerste functionele Europese luchtruimblok, de FABEC, mogelijk maakt. Dit is een belangrijke stap naar de realisatie van het toekomstige Eengemaakte Europese Luchtruim en dit onder het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie. De ratificatie van het verdrag wordt verwacht voor eind 2012.
![]() | Staatssecretaris voor Mobiliteit, Etienne Schouppe, voorzitter van de raad van Europese ministers van Transport, en Generaal-majoor Claude Van de Voorde, Commandant van de Luchtcomponent van het Belgische leger, tijdens de ondertekening van het verdrag. |
FABEC
Deze mysterieuze en enigszins weerbarstige initialen staan voor “Functional Airspace Bloc Europe Central”. Het concept van een functioneel luchtruimblok is een van de belangrijkste pijlers van het toekomstige Eengemaakte Europese Luchtruim, zoals gewenst door de Europese Unie. Het gaat uit van het principe dat toekomstige Europese luchtruimen voortaan prioritair moeten worden gedefinieerd door operationele behoeften, en niet langer kunstmatig beperkt door nationale grenzen.
Als een waar embryo van een eengemaakt Europees luchtruim, heeft het luchtruim van de FABEC een afmeting van 1,7 miljoen km² en verwelkomt het ongeveer 5,5 miljoen vluchten per jaar, wat 55 procent van het totale aantal vluchten in Europa vertegenwoordigt. Deze verkeersdichtheid wordt bovendien bemoeilijkt door de complexiteit van een luchtruim dat niet minder dan drie grote “hubs” (Amsterdam, Frankfurt, Parijs) en een veelheid aan andere belangrijke luchthavens zoals Brussel, München of Zürich omvat. Bovendien, als erfenis van de Koude Oorlog, waren of zijn een groot aantal zones gereserveerd voor militairen, wat het traject van vliegroutes die eromheen moeten vliegen bemoeilijkt en daardoor langer maakt. En in België heeft de ontwikkeling van het ‘low fare’ verkeer vanuit Charleroi en vracht vanuit Luik de burgerluchtverkeersstromen, die voorheen bijna uitsluitend naar Brussels Airport gingen, fundamenteel veranderd.
![]() | Het FABEC-luchtruim in het centrum van Europa. (FABEC) |
Het verdrag
De ministers van Transport van België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg, Nederland en Zwitserland hebben in Brussel het staatsverdrag genaamd FABEC (Functional Airspace Block Europe Central) ondertekend, vergezeld door hoge militaire vertegenwoordigers. De herstructurering van het Europese luchtruim in functionele luchtruimblokken, waartoe de lidstaten van de Europese Unie zich hebben gecommitteerd, is een van de meest zichtbare resultaten van de in maart 2004 aangenomen Single European Sky-verordeningen. Hoewel Zwitserland geen EU-lid is, neemt het deel aan het Single European Sky-project.
![]() | De ministers van Transport en de hoge vertegenwoordigers van Defensie van de zes ondertekenende landen. |
Het is belangrijk te weten dat Europese verdragen (Rome, Maastricht, enz.) de militaire domeinen niet bestrijken, die de verantwoordelijkheid van de staten blijven. En ook dat het Verdrag van Chicago, een pijler van het internationale luchtvaartrecht, de soevereiniteit van staten over hun luchtruim bevestigt. Dit principe had zijn volle waarde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Maar het creëerde op het niveau van luchtruimcontrole en -beheer een competentiegrens die verbonden was met de ligging van de grenzen, waardoor een optimale beheersing van operationele behoeften niet mogelijk was. Met hun handtekeningen leggen de zes staten het institutionele kader vast dat essentieel is voor luchtvaartnavigatiedienstverleners om hun prestaties te verbeteren. Deze zullen worden geëvalueerd op basis van vijf criteria: veiligheid, milieu-impact, capaciteit, economische efficiëntie (kortere vliegroutes) en efficiëntie van militaire missies. Een eerste maatregel zal de voorbereiding door de staten zijn van een gemeenschappelijk FABEC-prestatieplan om concrete doelstellingen vast te stellen voor de jaren 2012-2014 op deze gebieden, en uiteraard consistent met die welke de Commissie in overleg met de lidstaten van de Europese Unie tegen eind 2010 zal vaststellen.
Het institutionele kader
Door het FABEC-verdrag te ondertekenen, verbinden de verdragsluitende staten zich ertoe om gezamenlijk passende maatregelen te nemen, met name op het gebied van het ontwerp van de luchtruimstructuur, de harmonisatie van regels en procedures, de levering van luchtvaartnavigatiediensten, civiel-militaire samenwerking, heffingen, toezicht, prestaties en bestuur. Om dit brede scala aan verantwoordelijkheden uit te oefenen, wordt een FABEC-Raad ingesteld. Deze is samengesteld uit een vertegenwoordiger van de verantwoordelijke burgerluchtvaartautoriteit en zijn militaire equivalent van elke staat.
![]() | FABEC-gebied (FABEC) |
In juli 2010 kwamen de vertegenwoordigers van de zes FABEC-staten overeen dat de institutionele organisatie en het bestuur van luchtvaartnavigatiediensten verder moesten worden onderzocht. De eerste resultaten tonen de noodzaak aan om een robuust kader op te zetten, inclusief de oprichting van een gemeenschappelijke entiteit, die bepaalde functies gemeenschappelijk maakt op FABEC-niveau om de verwachte prestatiewinsten mogelijk te maken. Dit gedetailleerde werk zal in de eerste helft van 2011 worden voortgezet, met name op institutioneel vlak, de kwestie van civiel-militaire coördinatie en de definitie van de betrokken functies en diensten. Dit proces zal gepaard gaan met discussies met de sociale partners. De staten streven ernaar om uiterlijk in juli 2011 tot een besluit te komen.
De dienstverleners
In 2008 concludeerde een haalbaarheidsstudie dat de samenwerking van de betrokken luchtvaartnavigatiedienstverleners binnen de FABEC hen in staat zou stellen de verwachte verkeersgroei aan te pakken met een even hoog niveau van veiligheid en stiptheid als vandaag. Bovendien toonde een kosten-batenanalyse een potentieel voordeel (netto contante waarde) van 7.000 miljoen euro voor luchtruimgebruikers van 2007 tot 2025 – voornamelijk als gevolg van efficiëntere vliegroutes en brandstofbesparingen. Extra voordelen worden verwacht voor het milieu en, uiteraard, voor passagiers die op tijd en veilig willen opstijgen en reizen.
![]() | De controletoren van Belgocontrol op Brussels Airport. |
Op het moment dat het FABEC-verdrag werd opgesteld, startten de luchtvaartnavigatiedienstverleners hun activiteiten om de prestaties te verbeteren. Gebaseerd op een 5-jarenplan, werden 26 concrete activiteiten gelanceerd om managementprocessen te creëren en projecten te initiëren om de productiviteit van luchtvaartnavigatiediensten onmiddellijk te verbeteren. Bijvoorbeeld de implementatie van een nachtelijk luchtroutenetwerk. In één jaar tijd werden 115 nieuwe routes in gebruik genomen, met name voor grensoverschrijdend verkeer. Door deze routes te gebruiken, kunnen luchtvaartmaatschappijen de totale vliegafstand met 1,5 miljoen kilometer per jaar verkorten. Dit resulteert in een besparing van 4.800 ton kerosine en 16.000 ton CO2. Bovendien zijn verschillende projecten gestart om het luchtruim voor civiel en militair gebruik te hertekenen aan de intra-FABEC-grenzen, evenals aan de interface met het luchtruim van het Verenigd Koninkrijk.
![]() | Het netwerk van directe nachtroutes is een van de eerste tastbare resultaten van de FABEC. |
En hoewel er zes ondertekenende staten zijn, moet worden opgemerkt dat er zeven navigatiedienstverleners zijn. België was immers al in de jaren zestig een pionier in internationale samenwerking op dit gebied. Het heeft aan het eerste en tot nu toe enige multinationale luchtverkeersleidingscentrum, Maastricht, beheerd door Eurocontrol, het beheer van zijn hogere luchtruim (boven vliegniveau 245, d.w.z. 24.500 ft) gedelegeerd in samenwerking met Nederland, het Groothertogdom Luxemburg en Duitsland. Naast Belgocontrol voor België, DFS voor Duitsland, DSNA voor Frankrijk, skyguide voor Zwitserland, LVNL voor Nederland en ANA voor het Groothertogdom Luxemburg, is Eurocontrol ook betrokken met zijn MUAC-centrum (Maastricht Upper Air Traffic Control Centre). Deze zeven luchtvaartnavigatiedienstverleners zijn volledig betrokken bij het proces van de totstandkoming van de FABEC.
![]() | Het beheer van de verkeersstromen boven België wordt vanuit het CANAC 2 luchtverkeersleidingscentrum van Belgocontrol beheerd. |
Civiel-militaire samenwerking
Het creëren van functionele luchtruimblokken zal de manier van luchtruimbeheer fundamenteel veranderen. En zal de stiptheid en efficiëntie aanzienlijk verbeteren, met name dankzij directere, dus kortere vliegroutes, die kunnen worden vastgesteld op basis van een “continu” luchtruim. Maar ook door een toenemende samenwerking tussen civiele en militaire instanties. Civiele en militaire experts werken samen aan het ontwerpen van gemeenschappelijke oplossingen, wat in België met name heeft geleid tot een bijzonder efficiënt beheer van het concept “Flexible Use of Airspace” (FUA). Voorheen waren militaire trainingsgebieden simpelweg verboden voor overvlucht door civiel verkeer, dat ze moest omzeilen. Nu, wanneer er geen militaire activiteit gepland is in een verboden zone, waarschuwen de militairen de civiele autoriteiten die er dan gebruik van kunnen maken.
![]() | Militaire luchtverkeersleiders communiceren met hun civiele collega’s om het concept “Flexible Use of Airspace” optimaal te benutten. |
Dit maakt het mogelijk om trajecten te verkorten en levert dus zowel economisch als ecologisch voordeel op. De militairen hebben de doelstellingen van het eengemaakte Europese luchtruim perfect begrepen. Ze weten ook hoe noodzakelijk hun deelname is om het succes ervan te garanderen. Door de efficiëntie van militaire missies ook als een belangrijk prestatiegebied te beschouwen, hebben de staten het militaire aspect de juiste betekenis toegekend.
De toekomst
Het FABEC-verdrag vertegenwoordigt een belangrijke stap in de harmonisatie van wat voorheen een gediversifieerd, multinationaal en multifunctioneel luchtruim was. Het vormt het wettelijke kader voor de implementatie van het Functional Airspace Block Europe Central (FABEC) van het Eengemaakte Europese Luchtruim. Het luchtruim van FABEC vertegenwoordigt 9% van het oppervlak van het Europese continent, maar beheert 5,5 miljoen vluchten per jaar, wat 55% van het Europese verkeer is. In dit geografische gebied bevinden zich niet minder dan 240 luchthavens die volgens de IFR-regels opereren. Er zijn momenteel 370 controlesectoren, verdeeld over 14 luchtverkeersleidingscentra. 17.700 civiele medewerkers, waaronder 5.400 luchtverkeersleiders, plus militair personeel, zijn tewerkgesteld.
![]() | Overvlucht van de VOR-DME-antenne bij de drempel van baan 25L van Brussels Airport. |
De ondertekening van het FABEC-verdrag moet worden gevolgd door de ratificatie ervan door de zes betrokken staten, en de oprichting van de FABEC-Raad. De taak die hen wacht is enorm. De veranderingen zullen niet zonder moeilijkheden verlopen, maar ze zijn de oplossing voor de onmisbare reactie van de luchtverkeersleidingssector op de groeiende vraag van reizende burgers en op de economische en milieudruk. Op Belgisch niveau heeft Belgocontrol de afgelopen jaren een van de modernste en meest performante infrastructuren in de sector verworven. De recente ingebruikname van het nieuwe CANAC 2 radarcentrum is een belangrijke troef voor haar positionering in de toekomstige FABEC.
![]() | Het CANAC 2 luchtverkeersleidingscentrum van Belgocontrol is het modernste van Europa. |
![]() | Verkeersdichtheid boven België, zichtbaar op een radarscherm. |
Tekst en foto’s: Guy Viselé












