BAMRS: actief achter de schermen van het luchtvaartmuseum

BAMRS 10.jpg

Brussel, 27 februari 2010. We worden verwelkomd in de ateliers van de luchtafdeling van het Koninklijk Museum van het Leger door Yves Duwelz, beheerder van de AELR en woordvoerder van de BAMRS (Brussels Air Museum Restoration Society) die de actieve (en uitgeruste) tak is van de BAMF (Brussels Air Museum Foundation of Fund sinds 2009).

Yves Duwelz, beheerder van de AELR en woordvoerder van de BAMRS, toont ons de werkplaats en de lopende projecten.

Vrijwilligers en vrijwillige inzet om oude vliegtuigen te bewaren
Toen de ‘luchtvaart’-afdeling van het Koninklijk Museum van het Leger eind jaren 60 vorm kreeg onder de dynamische impuls van Mike Terlinden, Jean Booten, Hervé Donnet, André Hauet, Albert Vanhoorebeeck en enkele anderen, werd in 1970 een vzw opgericht: de Vrienden van het Lucht- en Ruimtevaartmuseum, kortweg AELR (LR staat voor Luchtvaart en Ruimtevaart, het acroniem is dus tweeledig). Deze vzw viert dit jaar haar veertigjarig bestaan.

Vanaf het begin stak een team van jonge enthousiastelingen en luchtvaartliefhebbers de handen uit de mouwen onder leiding van Jean Booten, die begin jaren 70 heel België had afgestroopt om zoveel mogelijk onderdelen en vliegtuigen te recupereren die deel uitmaakten van het Belgische luchtvaarterfgoed. Verscheidene van deze jongeren zijn nog steeds aanwezig en actief, waaronder Philippe Levecq, die destijds min of meer de leider was. Deze laatste, geholpen door verschillende vrienden, assisteerde Jean Booten bij het ophalen van diverse vliegtuigwrakken op Belgische vliegvelden, maar bovenal waren ze actief bezig met het restaureren van verschillende vliegtuigen in vervallen staat om ze tentoon te stellen en zo de collecties van het Luchtvaartmuseum te verrijken. Onder de eerste gerenoveerde vliegtuigen waren onder andere de Fairchild Argus, de Bf 108 Taifun (Nord Pingouin) en de Miles Magister, parallel aan de restauratie van vliegtuigen uit 14-18 die van 1970 tot 1975 vrijwillig werd uitgevoerd door monteurs van verschillende bases of technische scholen van de Luchtmacht, en andere historische toestellen die sinds begin jaren 80 door de SABENA Old Timers werden gerestaureerd.

Philippe Levecq, een van de oprichters van de BAMF in 1981 en medewerker van het eerste uur, blijft elke zaterdag (en meer) moedig werken aan het behoud van het Belgische luchtvaarterfgoed.

BAMF: het grote keerpunt!
De vrij omvangrijke groep vrijwilligers was altijd vrijwillig zeer actief en aan goede wil ontbrak het niet, in tegenstelling tot materiële behoeften, namelijk gereedschap, materialen en diverse onderdelen. De noodzakelijke, maar beperkte financiering kwam tot dan toe van de AELR en donaties van haar leden.

Een jonge rekruut van de BAMRS, Quentin Vanossel, druk bezig met het lakken van een rompstructuur.

Het was toen dat Luitenant-kolonel Vlieger Charles Marinus, onlangs gepensioneerd, zich in 1981 toelegde op het oprichten en leiden van een nieuwe vzw: de Brussels Air Museum Foundation, kortweg BAMF. Het doel van deze nieuwe juridische entiteit was het werven van donaties en fondsen om de talrijke lopende en toekomstige renovatieprojecten binnen de luchtafdeling van het Koninklijk Museum van het Leger te financieren. Dientengevolge vond de feitelijke vereniging BAMRS (en die nog steeds zo is) bestaande uit vrijwilligers, dankzij het initiatief van Charles Marinus, en vooral dankzij zijn netwerk dat vele en genereuze sponsors aantrok, de onmisbare financieringsbasis voor haar efficiënte werking en ontwikkeling. Zo werden noodzakelijk materiaal, gereedschap, materialen, diverse onderdelen en documenten toegankelijk en kon zelfs worden overwogen om werkzaamheden uit te besteden aan bekwame externe specialisten voor een zeer overtuigend eindresultaat en, vooral, voor een aanzienlijke verkorting van de restauratietijden.

Voltooide projecten en lopende projecten
Onder de vliegtuigrestauraties die de afgelopen tien jaar zijn voltooid, zijn er duidelijk zeer mooie successen te danken aan de vrijwilligers van de BAMRS, waaronder de prachtige Spitfire MK XIV die door een bijzonder gemotiveerd team in ‘perfecte’ staat is teruggebracht. Meer recentelijk vieren we de opmerkelijke voltooiing van de Bataille triplane en de Voisin-de Caters biplane die het begin van de luchtvaart in België herdenken en het honderdjarig bestaan, eind 2008, van de eerste vlucht in het koninkrijk van een zwaarder-dan-lucht vliegtuig met pilootlicentie nr. 1 aan de bediening, Baron Pierre de Caters. Deze glimmende oude kisten behoren nu tot de honderd vliegtuigen die in de grote hal van het Jubelpark zijn tentoongesteld.

Schitterend gerestaureerd onder leiding van Vincent Jacobs, al decennia actief bij de BAMRS, is de Tipsy B vrijwel voltooid en staat hij voor de werkplaats, in het voor bezoekers van het Luchtvaartmuseum zichtbare deel. Dit toestel van Belgisch ontwerp werd in 1937 of 1938 onder licentie gebouwd door Brian Allen Aviation Ltd (bouwnummer 10) en vloog in Engeland tot september 1979, toen het tot wrak werd gereduceerd en als zodanig werd ontvangen door het Luchtvaartmuseum.

Bij de lopende projecten heeft de koortsachtige activiteit van de BAMRS zich de afgelopen maanden gericht op de twee Tipsy B’s, gracieuze toeristische eenmotorige vliegtuigen van Belgisch ontwerp uit de tweede helft van de jaren 30. Deze werden enkele jaren geleden in wrakstatus aangekocht, maar dankzij de inspanningen van de vrijwilligers gedurende een lange periode is de eerste virtueel voltooid begin 2010 en de tweede (met gesloten cockpit) zal dat binnenkort zijn. Een ander langdurig project betreft de De Havilland DH 89 Dragon Rapide, een tweemotorige tweedekker waarvan de Gipsy-motoren in de remontagefase zijn en de vleugels net zijn voltooid; het interieur van het toestel met zijn gecapitonneerde stoelen heeft zijn vroegere pracht al teruggevonden.

Nicolas Godfurnon, scheikundig ingenieur en initiatiefnemer van de ‘flow chart’ voor restauratie bij de BAMRS, legt de laatste hand aan de ribben van een van de vleugels van de Fieseler Storch, die zijn gebouwd in de Poncelet-ateliers.
In de schaduw van de vleugel van de C-119G Flying Boxcar en naast de Tipsy B, de Dragon Rapide waarvan de restauratie met grote sprongen vooruitgaat. Vooraan het linker motorframe is onder het beschermende plastic de gerestaureerde Gipsy-motor te zien, klaar om te worden geïnstalleerd. Dit vliegtuig is de ex OO-CNP (ex OO-AFG, G-AKNV, EI-AGK en R5922 bij de RAF) die begin jaren 70 aan het Luchtvaartmuseum werd overgedragen.

Ook in de laatste rechte lijn voor de aankomst bevindt zich de Fieseler Storch, waarvan de authentieke romp volledig en perfect is gerestaureerd, en waarbij de laatste hand wordt gelegd aan de herbouwde en bespannen vleugels in hun originele staat.

Twee langdurige projecten betreffende twee zeldzame en opmerkelijke stukken zien ook het einde van de tunnel. Het betreft de De Havilland Mosquito NF 30 nachtjager, het enige bestaande exemplaar ter wereld, waarvan de vrijwilligers de cockpit verfijnen, en de Douglas B-26 Invader waarvan de grondig gerenoveerde motoren zojuist zijn gemonteerd op deze legendarische tweemotorige bommenwerper, representatief voor het favoriete toestel van de CIA in de jaren 50 en 60.

In de cockpit van de Mosquito NF 30, Eric Dessouroux, technicus bij SABENA Technics die zich momenteel inzet voor de gedetailleerde restauratie van de cockpit na talrijke werkzaamheden aan het toestel te hebben uitgevoerd en eerder actief heeft deelgenomen aan de restauratie van de Spitfire MK XIV.

Geen tekort aan toekomstige projecten!
Aan restauratieprojecten ontbreekt het de BAMRS niet en een tekort is zeker niet aan de orde! Projecten die soms tientallen jaren geleden zijn gestart, zoals de Blériot XI van Jan Olieslagers, en intussen zijn verwaarloosd, worden nu stevig ter hand genomen door deze groep gemotiveerde vrijwilligers met de vaste intentie om ze binnen redelijke termijn te voltooien.

Enkele van deze veertig onvermoeibare vrijwilligers hebben zich ook gewijd aan het herstellen van de LVG C.VI tweedekker uit de Eerste Wereldoorlog, die ongeveer vijftig jaar onder de grachten van het Legermuseum hing voordat hij werd neergelaten om begin jaren 70 de galerij van de Eerste Wereldoorlog-vliegtuigen in de luchtvaartzaal te vervoegen. Parallel daaraan werkt een team van militairen van de Luchtmacht, verbonden aan de AELR, dat onlangs de Nieuport XXIII (een uniek exemplaar ter wereld) heeft gerestaureerd, nu aan de Duitse tweedekker Halberstadt die tot dan toe in de staat van 1918 was gebleven. Een derde project uit die tijd vordert gestaag, namelijk dat met betrekking tot de Aviatik C.1 die in 1916 door de Belgische luchtafweer voor de kust van De Panne was neergeschoten.

Een zaterdagmorgen in de werkplaats van de BAMRS, naast de hal van de luchtafdeling van het Koninklijk Legermuseum waar een honderdtal vliegtuigen zijn tentoongesteld; op de voorgrond, de omgedraaide romp van de LVG C.VI tweedekker uit 1918 die wordt gerestaureerd en, op de achtergrond, Michele Moscatelli aan de werkbank en Marc Loriaux, twee vrijwilligers in volle actie.
Bruno Donna en Pierre Cryns, laatstgenoemde tandarts in het burgerleven en vrijwilliger van het eerste uur in 1970, is veertig jaar later nog steeds actief; een van zijn belangrijkste langetermijnprojecten bestaat uit de restauratie van de Aviatik C.I uit 1916.

De Fairey Battle I, verworven in de jaren 80 en waarvan de gestarte restauratie lange tijd stil had gestaan, wordt nu resoluut weer ter hand genomen door de zaterdagvrijwilligers wier vasthoudendheid dit omvangrijke project binnenkort tot een goed einde zal brengen.
Velen droomden al in de jaren 70 en aan het prille begin van de AELR van het bouwen van een replica van een legendarisch Belgisch vliegtuig zoals de Renard R-31 of de Fairey Fox of Firefly. Een jonge vrijwilliger van het eerste uur stak er twintig jaar lang al zijn energie in, totdat het project concreet werd. Een 1/1 replica van de Renard R-31 is inderdaad al enkele jaren in aanbouw en deze zou binnenkort moeten worden opgenomen in de museumcollecties, en zo het nationaal ontworpen toestel vertegenwoordigen dat het enige was dat operationeel was van begin tot eind van de 18-daagse veldtocht van mei 1940…

Een andere enthousiasteling van het eerste uur, Ferhat Benkhedda, opgeleid als meubelmaker, druk bezig met de LVG C.VI; hij is als het ware de bouwmeester van de 1/1 replica van de Renard R-31 die momenteel wordt gerealiseerd.

Maar er is een ambitieuze werkplaats die met een bemoedigend tempo vooruitgaat: het betreft de North American B-25 Mitchell, een iconisch vliegtuig van de raid die in het voorjaar van 1942 werd uitgevoerd door generaal Jimmy Doolittle als vergelding voor de aanval op Pearl Harbor (de beroemde film “30 Seconds Over Tokyo”), maar ook aan boord waarvan vele Belgische vliegers dienden tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de 320, 226, 180 en 98 squadrons van de Royal Air Force. Enkele hypergemotiveerde enthousiastelingen hebben in 2005 een bijna compleet wrak in Engeland verworven en naar België gerepatrieerd. Het casco wordt momenteel gezandstraald in een gespecialiseerd atelier in Doornik. De onderdelen zullen vervolgens naar vliegveld Grimbergen worden gebracht om de restauratie voort te zetten. Als alles min of meer volgens plan verloopt, moet men echter niet verwachten het voor meerdere jaren in het museum tentoongesteld te zien.

Al zo’n veertig jaar hebben de vrijwilligers van de BAMRS de handen vol gehad. Sommigen werken er vrijwillig vanaf het eerste uur en hun jeugdige enthousiasme van toen is intact gebleven, ook al hebben ze nu grijzende slapen of dunner haar… wat geenszins een belemmering vormt voor hun motivatie! Bovendien hebben ze in de loop der tijd zeer actieve netwerken opgebouwd die het mogelijk maken de documentatie en zeldzame onderdelen te verkrijgen die essentieel zijn voor elke goede restauratie. Projecten waren er genoeg en zullen er zeker niet ontbreken in de komende jaren. De BAMRS zou met open armen iedereen verwelkomen die verleid wordt door het grote avontuur van het restaureren van oude vliegtuigen. Hun enige test zal bestaan uit het afleggen van een selectietest om de aanleg en technische vaardigheden te bepalen… een oproep aan liefhebbers!

Hoe dan ook, een diepe buiging voor deze vrijwilligers die, met enthousiasme en onbaatzuchtigheid, hun kennis en zweet inzetten voor het behoud van het rijke Belgische luchtvaarterfgoed.

Jean-Pierre Decock
Foto’s: Paul Van Caesbroeck

Voor meer details: www.bamfbamrs.be

Picture of Jean-Pierre Decock

Jean-Pierre Decock

Brevet B de vol à voile en 1958. Pilote privé avion en 1970. Totalise 600 heures de vol dont 70 d’acro. Un œil droit insuffisant empêche toute carrière dans l’aviation. (Co-)Auteur et traducteur de 41 ouvrages d’aviation publiés en 4 langues depuis 1978. Compétences: histoire, technique et pilotage (aviation civile, militaire ou sportive).