Alouette: vaarwel wapens

A36ANT.jpg

Bierset, 09.09.2009. Na vijftig jaar van briljante dienst in de Belgische strijdkrachten, neemt de Alouette in schoonheid afscheid tijdens een ceremonie die het eerste Belgische militaire helikopter, nu legendarisch, waardig is…

De Alouette II A52, aangekocht door de AVIMIL (luchtvaart van de Congolese Force Publique) in april 1960 en die in augustus van hetzelfde jaar KAT52 zou worden om aan het einde van de Katangese afscheiding weer deel uit te maken van de Congolese luchtmacht. (Archief JP Decock)

De Alouette: een vernieuwend concept
Het type SE3130 Alouette II, ontworpen door de Société Nationale de Constructions Aéronautiques du Sud-Est (SNCASE), maakte zijn allereerste testvlucht op 12 maart 1957 in handen van Jean Boulet, een toen al zeer gerenommeerde piloot van draaiende vleugels. Het was een van de allereerste helikopters met turbinemotor ter wereld, in dit geval aangedreven door de Artouste, gemaakt door het bedrijf Turboméca, opgericht door Joseph Szydlowski, de uitvinder van microturbines. De Alouette II was ontwikkeld door het ontwerpbureau onder leiding van Charles Marchetti. Deze eerste versie van de helikopter brak meteen het wereldhoogterecord, maar een nieuwe versie, geïdentificeerd als SA318C na de fusie van SNCASE en SNCASO om Sud Aviation te vormen in 1957, werd uitgerust met een krachtigere Turboméca Astazou turbinemotor en vloog voor het eerst op 31 januari 1961, opnieuw in handen van Jean Boulet.

De relatieve mechanische eenvoud van de Alouette als helikopter, evenals haar briljante prestaties, bekroond met diverse wereldrecords voor hoogte, snelheid en andere, maakten haar tot de eerste turbinehelikopter ter wereld die in serieproductie ging. Het innovatieve concept van de machine was niets minder dan de som van beproefde systemen, geperfectioneerd tot in de puntjes.

Militairen zagen onmiddellijk het grote tactische belang van de Alouette II in en plaatsten bestellingen, waarbij het Belgische leger een van de eersten was die dit deed…

AL04.jpgDe A52, omgedoopt tot KAT52 met de wit-groen-rode kokarde met de drie Katangese kruisjes in het midden, tijdens de evacuatie van een gewonde vrouw in Bukama tijdens operatie “Banquise” in Luena in 1961. (P. Promil)

Het Belgische leger behoort tot de eerste klanten van de Alouette II
De strategen van het Belgische leger dachten ver vooruit in 1959 toen zij een eerste partij van 17 en een tweede in 1960 van 22 SE313B Alouette II bestelden om de Piper L-18C Cub’s te vervangen die de drie squadrons van de Light Aviation uitrustten, net opgericht in april 1954 door de overdracht van de “air observation post” squadrons van de luchtmacht aan het leger. Deze Alouette II’s met een Artouste turbinemotor van 360 SHP werden geregistreerd als A1 tot A39.

Een nieuwe bestelling, ditmaal voor Alouette II SA318C’s met een Astazou turbinemotor van 480 SHP, werd geplaatst in 1967 en omvatte 17 helikopters. Een latere bestelling voor 25 machines werd geplaatst eind 1967, waardoor het totaal aantal Alouette II’s van het Belgische leger op 81 kwam (de Alouette II Astazou’s werden geregistreerd als A40 tot A81). Hierbij kwamen nog de 6 toestellen die in 1968 voor de Rijkswacht werden besteld en als A90 tot A95 in gebruik werden genomen door vliegend en technisch personeel van de Light Aviation.

Alle Alouette’s van deze tweede bestelling werden geassembleerd door SABCA in Gosselies en geleverd in porties van 27 toestellen in 1967 en 1968, 19 in 1969 en het restant van 2 in 1970.

Toen Sud Aviation de assemblagelijn van de Alouette II sloot in 1975, waren er 1.305 helikopters van dit type geproduceerd voor 107 gebruikers in 47 landen. De Alouette II-vloot van het Belgische leger maakte het tot de derde grootste gebruiker van het type, na Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland.

AL07.jpgGedurfde evolutie van een trio Alouette’s van de “Blue Bees” tijdens de meeting van Namen-Temploux in 1974. Opmerkelijk is dat vliegen in strakke formatie met een helikopter extreem moeilijk is, omdat de uiteinden van de constant bewegende rotorbladen niet als vast oriëntatiepunt kunnen dienen voor formatievliegen, zoals de vleugelpunten van vliegtuigen. (F. Copette)

Het Alouette-avontuur begint in Afrika
Vier eerste piloten van de Light Aviation, de luitenants Feys, Tournay, Van Bever en Vander Vorst, hadden hun initiële helikopterpilotenopleiding gevolgd aan de ESALAT (Ecole de Spécialisation de l’Aviation Légère de l’Armée de Terre) in Dax in 1959 en zij vertrokken al snel naar Afrika, terwijl er in 1960 praktisch evenveel gekwalificeerde helikopterpiloten waren als Alouette II’s!

De eerste drie Alouette II’s met Belgische kokardes, geconvooieerd door Majoor Baudot, Kapitein Dezaeger en een piloot van de SNCASE, landden op het oefenterrein van Etterbeek op 26 oktober 1959 voor hun officiële presentatie alvorens zich bij het 16e squadron, gestationeerd in Butzweilerhof bij Keulen, te voegen. Hun verblijf in Duitsland zou van korte duur zijn, want vanaf mei 1960 landden Fairchild C-119G Flying Boxcars van de 15e wing op dit grasvliegveld om de gedemonteerde Alouette II A1, A2 en A3 naar Congo te brengen, dat nog enkele maanden Belgisch zou blijven. Eenmaal weer gemonteerd in Kamina, voegden deze helikopters zich bij hun geplande kantonnementsplekken in Kigali in Ruanda-Urundi. Ze keerden echter terug, gestationeerd in Kitona, en opereerden op diverse plaatsen in Congo, vooral tijdens de onrusten die volgden op de opstand van de Force Publique, die direct na de onafhankelijkheidsdag (30 juni 1960) begon. De Alouette II’s verlieten het pas onafhankelijke Congo definitief op bevel van de ONUC (ONU Congo), die vanaf 23 juli de controle over de situatie overnam, op verzoek van de Congolese autoriteiten, onder supervisie van Zweedse officieren. De drie Alouette’s van de Light Aviation opereerden vanaf dat moment alleen nog boven Ruanda en Urundi en werden daar versterkt met vier extra machines (A6, A7, A15 en A16) die begin 1961 in actie kwamen.

De Alouette A1 werd vernietigd na een ongeval in Kigeme in Ruanda op 13 september, terwijl de A2 neerstortte op het Tanganyikameer op 22 september 1960 en de A7 verongelukte in Usumbura op 9 juni 1961. De vier overgebleven toestellen werden in juli 1962 gerepatrieerd naar België, de missie eindigde met de onafhankelijkheid van Ruanda en Urundi.

Om volledig te zijn, vermelden we ook dat Sabena een SE3130 Alouette II (OO-CWH) gebruikte in Congo van 1957 tot 1959 voor luchtfotografie en, met name, om de waterhyacinten te bestrijden die de scheepvaart op lange delen van de Congostroom in gevaar brachten…

AL27.jpgDe SE 3130 Alouette II OO-CWH werd in 1957 door Sabena aangeschaft om waterhyacinten in Congo met herbicide te besproeien. Deze snelgroeiende waterplanten bedreigden de veiligheid van de riviernavigatie. Hij werd in 1959 teruggebracht naar België en deze foto toont hem op de luchthaven van Brussel midden jaren ’60 toen hij was uitgerust als “medevac” (medische evacuatie) helikopter. (Archief Frans Van Humbeek/foto Sabena)

AVIMIL & AVIKAT
Een trio van Alouette II SE313B’s met Artouste turbinemotor werd in april 1960 in dienst genomen bij de luchtvaart van de Force Publique (AVIMIL) van Belgisch Congo om in heel het territorium te opereren. Deze toestellen werden geregistreerd als A51, 52 en 53. Ze behielden hun registraties, maar gingen na de onafhankelijkheid over naar de luchtvaart van de Congolese strijdkrachten.

Op 16 juli 1960, op het hoogtepunt van de muiterij van de Force Publique (nu het Congolese Nationale Leger) in Neder-Congo, stegen André Ryckmans en Commandant Kervyn de Meerendré met de A51 op vanuit N’Djili (Leopoldstad) om burgers te redden in Lukala, nabij Thysstad. Zodra geland, werd de helikopter bestormd door de muiters en zijn bemanning manu militari meegenomen om te worden afgeslacht. De A51 werd later teruggevonden door de VN en wit geschilderd, zoals gebruikelijk was bij de ONUC, om te worden teruggegeven aan de Congolese strijdkrachten en uiteindelijk FAZ 1341 te worden bij de Zaïrese luchtmacht (voorheen Congolese).

De A52 en A53 voerden tijdens de onrustige dagen zeer veel reddingsvluchten uit voor burgers, en toen de VN-Veiligheidsraad Zweedse, Marokkaanse, Ethiopische en andere blauwhelmen naar Congo stuurde, verbood de internationale organisatie vanaf 23 juli 1960 om 18 uur elke aanwezigheid van Belgische militairen in Congo, behalve op de basis van Kamina, waar de twee helikopters op 26 juli naartoe vlogen. Om een nog niet opgehelderde reden vertrokken de vliegtuigen en helikopters van AVIMIL ook en belandden ze eveneens op de grote Katangese basis (behalve de A51 die in Neder-Congo strandde).

Moïse Tshombé verklaarde Katanga onafhankelijk op 11 juli 1960 en de AVIMIL-vliegtuigen die in Kamina aanwezig waren, gingen op 23 augustus over naar de AVIKAT. De twee Alouette II’s werden zo KAT52 en KAT53. Deze helikopters namen deel aan talrijke operaties tussen de Katangese strijdkrachten en het Congolese leger totdat de VN-troepen, gesteund door Zweedse SAAB J-29 jagers, begin 1963 een einde maakten aan de afscheiding van Katanga. De KAT53 keerde terug naar de Congolese militaire luchtvaart en beëindigde zijn carrière als 1366 bij de Zaïrese luchtmacht.

AL08.jpgVoor de meeting van Bierset in juni 1990 had het 18e squadron, dat voor het seizoen de “Blue Bees” vormde, de speciaal voor 30 jaar Luchtvaart Licht (in 1986) versierde machine opgenomen, evenals een spectaculair clownnummer! (JP Decock)

Alouette op Antarctica
België nam actief deel aan de verkenning van het 6e continent vanaf het eerste internationale geofysische jaar (1957-58). De Koning Boudewijnbasis die daar werd gevestigd, was bezet tijdens de Australische zomer, de enige periode die mild genoeg was om de verkenning van het Antarctische continent toe te staan. De expedities werden Belgisch-Nederlands om budgettaire redenen en de Alouette II A36 werd daarheen gestuurd met bemanning en technici voor de eerste Belgisch-Nederlandse expeditie van 1964-65 om verkenningsvluchten, personeelstransport, verkenning van het pakijs en transport van lasten aan een sling onder de helikopter uit te voeren, vanaf een speciaal ingericht platform op de ijsbreker “Magga Dan” en, later, vanaf het pakijs of het continent zelf. Dezelfde, evenals de A31, onder leiding van Commandant Bernard de Biolley, namen deel in 1965-66 en voor de laatste periode van 1966-67, waarna de Koning Boudewijnbasis definitief moest worden gesloten na het terugtrekken van Nederland.

AL09.jpgDe zogenaamde “24.000 vlieguren” formatie vond plaats in Brasschaat op 12 december 1988. De vier betrokken piloten hadden elk 6.000 vlieguren (voornamelijk op Alouette II) totaal. Aan de stuurknuppel van de BN 2a Islander: Christian Adam; van de Alouette II: Roger Duquesnoy en Jacques Dehenau; van de Puma: Dany Legros. (S. Nemry)

Een fabelachtige carrière bij de Light Aviation
De geschiedenis van de Alouette II met Belgische kokardes begon dus op 26 oktober 1959 en hoewel de eerste machines snel naar Belgisch Congo werden verscheept met het oog op de onafhankelijkheid op 30 juni 1960, maakte de productiesnelheid het mogelijk om het 16e squadron, gestationeerd in Butzweilerhof, al in 1960 volledig uit te rusten. Het 17e squadron (gestationeerd in Werl, Bondsrepubliek Duitsland) en het 18e squadron (gestationeerd in Merzbrück, Bondsrepubliek Duitsland) werden respectievelijk in 1961 en 1965 omgevormd tot Alouette II.

Vanaf het begin werden Alouette II’s toegewezen aan het 15e squadron, gestationeerd in Brasschaat ten noorden van Antwerpen, dat niet alleen de binnenlandse troepen ondersteunde, maar ook als opleidingssquadron fungeerde, een status die het exclusief zou verwerven bij de reorganisatie van de Light Aviation in 1964, toen het de facto het “Opleidingssquadron van de Lichte Luchtvaart” werd. Vanaf de komst van de Alouette’s bij het Belgische leger was de 255e onderhouds- en depotcompagnie van de lichte luchtvaart, om voor de hand liggende logistieke redenen, van 1959 tot 2009 betrokken bij de Alouette, achtereenvolgens in Brasschaat, Butzweilerhof en ten slotte Luik-Bierset.

De Alouette II Artouste en Astazou dienden intensief de Belgische strijdkrachten, maar ook de Rijkswacht, die vanaf 1968 6 Alouette II’s ontving voor toezicht op het grondgebied en, al, op het wegverkeer, maar ook voor dringende humanitaire missies zoals het transport van bloed en organen. De komst van de nieuwe helikopters maakte het bijvoorbeeld mogelijk om in 1969 acht van dergelijke missies en in 1970 elf uit te voeren naar de universitaire ziekenhuizen van Gent en Leuven, maar ook naar Leiden en Schiphol in Nederland of Lille in Noord-Frankrijk. De helikopters van de Rijkswacht werden ingezet door de lichte luchtvaart van de landmacht (ALFT) tot juni 1993, toen de luchtvaartmiddelen van de Rijkswacht een onafhankelijke eenheid vormden.

Koning Boudewijn gebruikte Alouette II’s om de nieuwe sluizen van Kruisschans te bezoeken in 1962 en om, in de jaren ’60, talloze malen de manoeuvres van de Belgische troepen in Duitsland bij te wonen, alsook om, vergezeld van Koningin Fabiola, van Laken naar Zandvliet te reizen.

Een kwalificatieprogramma Voltac (tactische vlucht) op Alouette II, verspreid over zes tot acht weken per sessie in Brasschaat en op het militaire vliegveld van Saint-Hubert, werd opgezet vanaf 1969 en duurde tot 1993. Alouette II’s werden ook aan boord genomen van de ruimen van C-130H Hercules van de 15e wing om ondersteuning te bieden aan de inzet van de Allied Mobile Force (AMF) op de noordelijke (Noorwegen) en zuidelijke (Turkije en Griekenland) flanken van de NAVO vanaf het einde van de jaren ’60. De ALFT en haar Alouette’s hielpen Jacques Brel, de zanger van de Belgitude, een handje bij het filmen van zijn film “Far West” in 1972.
Eveneens midden jaren ’70 organiseerde de ALFT twee jaarlijkse bergvliegtrainingen met haar Alouette II’s in Saillagouse (Oostelijke Pyreneeën), in samenwerking met de Franse ALAT, om Belgische piloten de verraderlijke omstandigheden van het bergvliegen te laten beheersen die zij tijdens missies in het buitenland zouden kunnen tegenkomen. De endemische onrust in de voormalige kolonie rechtvaardigde een nieuwe Belgische humanitaire interventie in Shaba (voormalig Katanga) in mei 1978. Vanaf Kolwezi, waar de Belgen misschien enkele dagen na de Franse para’s arriveerden, maar met jeeps en een Alouette II helikopter (A41), werden talrijke verkennings- en reddingsvluchten voor kolonisten uitgevoerd in het kader van operatie “Red Bean” voordat zij op 2 juli 1978 werden gerepatrieerd.

Een grote parade markeerde op 19 mei 1979 de consecratie van de status van de ALFT als volwaardig wapen met de overhandiging, door Koning Boudewijn op de esplanade van het Jubelpark, van de standaard van het 6e squadron uit de Eerste Wereldoorlog. Op verzoek van Marokko werden in maart 1988 twee Alouette II’s, vier piloten en twee monteurs naar daar gestuurd om de zwermen sprinkhanen, een ware plaag voor de oogsten ten oosten van de Atlas, te bestrijden. Bijna 73.000 hectare werd zo succesvol behandeld.

De ingebruikname van de Agusta A 109BA leidde tot de definitieve buitenbedrijfstelling van de Alouette II’s van de eerste generatie met Artouste turbinemotor en de groepering van de Astazou-uitgeruste exemplaren bij de school voor lichte luchtvaart in Brasschaat en het 16e squadron. De Alouette II kende echter nog meer avonturen, want in het kader van operatie “Restore Hope”, gelanceerd door de VS en de VN in Somalië, detacheerde de ALFT van december 1992 tot december 1993 twee getropeniseerde Alouette II’s, voorzien van lichte bepantsering en wit geschilderd (vanwege de UNISOM-missie), evenals vijf piloten en vijf monteurs van het 16e squadron. Drie andere Alouette’s en tot wel twintig personeelsleden van de 17e en 18e squadrons kwamen het contingent versterken, dat missies uitvoerde van verkenning, politie, liaison en medische ondersteuning. De bijzonder vijandige houding van de Somalische bevolking en een hinderlaag die het leven kostte aan een Alouette-piloot, zetten de monteurs en wapensmeden ertoe aan een affuit voor een MAG-machinegeweer te vervaardigen ter zelfverdediging.

Op 8 november 1993 werd de Groepering Lichte Luchtvaart officieel opgericht met het hoofdkwartier in Luik-Bierset. Het bestond voortaan uit het 17e en 18e anti-tankhelikopterbataljon (Agusta A 109BA) evenals het 16e verbindingshelikopterbataljon (Alouette II en Britten-Norman BN 2a Islander) en de 255e onderhouds- & depotcompagnie. De repatriëring van de in Duitsland gestationeerde eenheden begon in 1994 en was in 1995 een feit.

De laatste buitenlandse operatie waarbij Alouette II’s van de lichte luchtvaartgroepering betrokken waren, was de missie “Green Stream” van UNAMIR, waarbij drie Alouette II’s werden ingezet in Rwanda van november 1993 tot maart 1994, toen de VN er abrupt een einde aan maakte. Het was tijdens deze operatie dat de Alouette II A45 verloren ging na het raken van een hoogspanningslijn.

Op 1 januari 2002 werd de Luchtcomponent (Comopsair) van Defensie opgericht om alle militaire luchtvaartmiddelen te bundelen. De groepering lichte luchtvaart werd in maart 2004 de Wing Heli en werd in juli 2004 geïntegreerd in de Luchtcomponent. De activiteit van de Alouette II binnen de Belgische strijdkrachten nam vanaf dat moment af…

AL12A.jpgMet de besneeuwde Pyreneeën als achtergrond, beoefenen twee Belgische Alouette II’s het bergvliegen vanuit Saillagouse-Llo. (Ch. Decloedt)

Blue Bees
In navolging van de Piper Cub-patrouilles, bekend om hun briljante demonstraties, vormden de piloten van de lichte luchtvaart van de landmacht een demonstratiepatrouille op de Alouette II zodra ze hun machines goed onder de knie hadden. Vanaf 1965 stelde het 16e squadron vier toestellen op binnen de “Red Pitch” tijdens de meeting van 4 juli in Saint-Hubert. Dit was een van de allereerste, zo niet de eerste, helikopterpatrouille op het continent. De “Red Pitch” vonden al snel navolging bij het 17e squadron dat de “Blue Bees” patrouille vormde en bij het 18e dat “The Larks” presenteerde. Deze drie patrouilles streden om meesterschap totdat de generale staf besloot dat slechts één de lichte luchtvaart van de landmacht zou vertegenwoordigen. Dit was de botsing in de lucht van de A52 en A71 van de “Red Pitch”, fataal voor een van de piloten, tijdens de meeting van Spa op 8 augustus 1971 die deze beslissing rechtvaardigde. De enige patrouille van de “Blue Bees” zou voortaan de demonstraties uitvoeren, waarbij het personeel van de formatie in roulatie (ongeveer elke drie jaar) van elk van de drie squadrons afkomstig was.

De figuren, zowel gracieus als gedurfd en afgewisseld met blauwe (kleur van de ALFT), gele en rode rook, volgden elkaar voor het publiek op en bezorgden de “Blue Bees” veel succes. Bovendien was de internationale pers vol lof over hun oogverblindende presentatie tijdens de luchtvaartbeurs van Le Bourget in juni 1975! Het was een demonstratie die op meesterlijke wijze de behendigheid van de Belgische Alouette II piloten illustreerde in patrouillevlucht of solo, om een ton op de grond te verplaatsen of een emmer aan te haken en deze verder te transporteren met behulp van de skid’s van de helikopter. Gedurende hun lange bestaan betoverden de “Blue Bees” het publiek van luchtvaartfeesten en combineerden ze zelfs, gedurende meerdere jaren, de luchtshow met die van een clownnummer die zich tijdens een spannende show van ongeveer vijftien minuten aan de skid van de een of andere Alouette vastklampte.

De Alouette A36 kreeg oranje day-glo markeringen om op Antarctica te vliegen tijdens de hervatting van de verkenningszomers door de Belgen (deze keer met de Nederlanders) in 1964-65. Het was de eerste van de twee Alouettes die op het witte continent werden ingezet. (Wing Heli)

De Alouette neemt afscheid
Vanaf 1996 waren er nog maar 28 Alouette II’s bij het Belgische leger en 4 bij de Rijkswacht. De militaire toestellen bevonden zich bij de vliegschool van de lichte luchtvaart voor de initiële opleiding van helikopterpiloten en de conversie van luchtmachtpiloten die waren toegewezen aan het 40e squadron voordat ze werden omgeschoold naar de Seaking. De resterende tien machines werden gegroepeerd bij het 16e verbindingshelikopterbataljon.

Gezien de constante inkrimping van de strijdkrachten sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989 en het besluit om de Alouette niet te vervangen, genomen in 2003, was de enige logische conclusie om de machines te gebruiken tot het einde van hun potentieel voordat ze naar het depot in Zutendaal in Limburg werden gestuurd. De sluiting van de basis van Brasschaat en de ontbinding van haar vliegschool in 2006, als gevolg van de Frans-Belgische samenwerking op het gebied van opleiding, maakten hun Alouette II’s overbodig… Een totaal van 501 piloten werd in vijftig jaar opgeleid op de Alouette II, de laatste gediplomeerde was in 2006. Begin 2008 stonden er nog 9 Alouette II’s geregistreerd bij het 16e squadron en het was de bedoeling dat de eenheid eind 2009, bij de uitdienstname van het type, nog maar over 3 machines zou beschikken…

De 20 Alouette II’s die in Zutendaal waren opgeslagen en de 3 laatst actieve in Bierset werden op 26 maart te koop aangeboden en verworven door het bedrijf Mad Africa voor een bedrag van 900.000 euro. Het zou kunnen dat ze een nieuw leven beginnen in Madagaskar…

Op een prachtige en stijlvolle manier voerden de drie laatste Alouette II’s (A61, A64 en A69) van de Belgische strijdkrachten een laatste bruisend ballet uit in de Luikse lucht, bestuurd, met twee piloten per helikopter, door Commandant Meugens en Kapitein Devillet, Luitenant Debart en Onderluitenant Monié, Majoor Gérard en Onderluitenant Hudziak. De Korpschef van de Wing Heli, Kolonel Robert Breckx, en de Minister van Defensie, Pieter De Crem, beloonden het verdienstelijke personeel. Talrijke oud-gedienden, uitgenodigd voor de ceremonie, hadden meer dan een knoop in de maag. Na een halve eeuw Alouette II in Belgische kleuren was het blad omgeslagen.

Jean-Pierre Decock

Met dank aan IPR Comopsair en in het bijzonder aan Adjudant Cordier, IPR Wing Heli

Picture of Jean-Pierre Decock

Jean-Pierre Decock

Brevet B de vol à voile en 1958. Pilote privé avion en 1970. Totalise 600 heures de vol dont 70 d’acro. Un œil droit insuffisant empêche toute carrière dans l’aviation. (Co-)Auteur et traducteur de 41 ouvrages d’aviation publiés en 4 langues depuis 1978. Compétences: histoire, technique et pilotage (aviation civile, militaire ou sportive).