-A A +A

Koude Oorlog onder de Kemmelberg

Heuvelland, 2 juli 2008. Groot-Brittannië, Frankrijk en de drie Beneluxlanden beslisten na het einde van de Tweede Wereldoorlog om een gezamenlijk luchtverdedigingssysteem uit te bouwen. In België waren twee radarstations (Semmerzake en Glons) en een commandobunker (Heuvelland) voorzien. Hangar Flying nam een kijkje in deze ondergrondse commandobunker van de Kemmelberg, ooit een supergeheim bouwwerk van de Belgische defensie. De verdedigingsstelling uit 1953 was een antwoord op de Sovjetdreiging, nu is het een relikwie uit de Koude Oorlog.

Aan de ingang op niveau -1 is het nog erg vochtig, deze hoek moet nog onder handen genomen worden door een gespecialiseerde firma. Er hangt een houten bord met genummerde vakjes voor de toegangscontrole van de bunker.

Ontstaan


De plannen van de vijf Europese landen veranderden bij de oprichting van de NAVO (1949). Een groter aantal landen zagen bij de oprichting van dit militair bondgenootschap immers meer heil in de NATO Air Defence Ground Environment (NADGE), een uitgebreider  luchtverdedigingssysteem dat zou waarschuwen tegen een aanval uit het Oostblok. Glons (Luik) en Semmerzake (Oost-Vlanderen) werden in gebruik genomen als militaire radarstations, voor de bunker onder de hoogste heuvel van West-Vlaanderen (156 meter) toonde de NAVO echter geen interesse.

Ir Gen Maj van het Vliegwezen (o.r). Denis Hardy bij plannen die tien jaar geleden nog Top Secret waren.

In de jaren zestig besliste Lt Gen Wagner om de generale staf en de staven van zeemacht, luchtmacht, landmacht en medische dienst gebruik te laten maken van de commandobunker. De ruwbouw was klaar, de Belgische defensie zorgde voor de verdere afwerking, de telecommunicatiemiddellen en het meubilair. Van hieruit vertrokken de bevelen voor de troepen in België en de Bondsrepubliek. Voordien opereerden de staven in geval van crisis enkel vanuit de Prins-Boudewijnkazerne die erg kwetsbaar in de Brusselse agglomeratie lag. In geval van nood konden ze zich voortaan terugtrekken onder de Kemmelberg of naar een nog verder gelegen verdedigingspositie in Lombardsijde.     

Rond het operatiekwartier had iedere staf een eigen bureau met uitzicht op de kaartenzaal. Deze foto werd genomen in de ruimte bestemd voor de luchtmacht.

Onopvallend


Aan een parking in de Lettingstraat, tussen Dranouter en Kemmel, opent ir Gen Maj v/h Vlw o.r. Denis Hardy het hek dat toegang verleent tot het militair domein van vier hectaren. Schouwen van de luchtverversing doen vermoeden dat hier meer onder de grond steekt. In een onopvallend huisje vertrekt  de trap naar de bunker die tot 18 meter onder de grond zit. De eigenlijke commandobunker is 30 meter breed en 30 meter lang. Hardy werkte als luitenant voor de dienst Telecom van de luchtmacht.  Die beschikte reeds in de jaren zestig over een straalzender/multiplex netwerk dat gans het grondgebied van België kon bereiken. Dit communicatiesysteem van de luchtmacht werd ook geleidelijk voor de andere machten van de Belgische landsverdediging uitgebouwd.

De bouwvakkers van deze bunker wisten niet wat ze precies aan het metsen waren. Ze bleven slechts een beperkte tijd ter plaatse, dan werden ze doorgestuurd naar andere werven. Het personeel van de bouwfirma’s kreeg slechts een klein deel van de constructietekeningen onder ogen. Een dame die in de schaars bevolkte streek woonde stelde zich wel vragen maar heeft nooit geweten dat hier een cruciaal commandocentrum onder de grond zat, de ware functie van het bouwsel bleef lang een mysterie.  

De Ops Room loopt doorheen niveaus -1 en -2. Daaromheen had iedere staf een bureel met zicht op het operatiekwartier en tevens een ietwat afgezonderd bureau. 

Twee verdiepingen onder de grond


We dalen af naar niveau -1. Hier staan twee elektriciteitsgeneratoren, branders voor de verwarming en een systeem voor de luchtventilatie. De originele verwarmingsinstallatie werd afgekoppeld. Het was goedkoper om een nieuwe verwarmingsketel in een technische schacht te plaatsen i.p.v. de oude aan te passen aan de strenge hedendaagse veiligheidsnormen. Het volledige elektriciteitscircuit voldoet nu aan de hedendaagse eisen. Zelfs de 50.000 liter brandstof ligt netjes ingekapseld volgens de recentste milieunormen. Hier op niveau -1 bevinden zich de diverse kantoren van de staven, inclusief die van de luchtmacht.

Onderaan de bunker (niveau -2) is het communicatiecentrum gelegen. Dat bestaat uit een automatische en een manuele telefooncentrale, een transmissiecentrum met telexen, een radiodienst en een militaire postdienst. Er zijn verbindingen met ondergrondse telefoonkabels naar de RTT, de kazerne van Ieper en naar een station van het straalzender/multiplex-netwerk van de luchtmacht op het hoogste punt van de Kemmelberg. De radio zend- en ontvangstantennes bevinden zich op de site en in de kazerne van Ieper. Op een kleine afstand van de verdedigingsstelling waren ook gronden aangekocht om bijkomende antennes neer te planten.

In een van de telefooncentrales hangt een grote klok die alle andere uurwerken in de bunker elektrisch synchroniseert.

In de ondergrondse bunker vinden we geen keukens of grote slaapzalen. Het complex was totaal afhankelijk van de steun van de kazerne van Ieper. Hardy : “Om de bunker te laten functioneren waren zo’n 200 personen per shift nodig. In totaal waren 600 manschappen earmarked, d.w.z. dat ze kennis hadden over het bestaan van de commandobunker. Ze wisten dat ze konden opgeroepen worden om er dienst te doen. De buitenwereld kreeg slechts bevelen van “Fakir”, een van de codenamen van de telefooncentrale onder de Kemmelberg. Op het terrein wist vrijwel niemand dat de bevelen ontsproten onder de Kemmelberg.” 

De Ops Room, de grote centrale commandoruimte, oogt nog altijd indrukwekkend. Vooral hier voelt men als bezoeker die sfeer van de Koude Oude. Kaarten met informatie over de wapensystemen en het personeel werden voortdurend aangepast. De staven kregen de recentste informatie binnen via het toentertijd moderne communicatiesysteem.

Een zicht op de telexen. Ze ratelden dag en nacht. De houten kasten zorgden voor een zekere geluidsisolatie. Via kleine luikjes in de muren werden de berichten doorgegeven naar de staven. 

De muren zijn twee meter dik. Bovenaan wordt de bunker afgeschermd door een vlottende dal in beton. In het midden is die 2,9 meter dik, aan de uiteinden 1,15 meter. Tussen die dal en de bunker ligt een laag grond die zorgt voor schokdemping tijdens bombardementen. Hardy : “Er deden heel wat geruchten de ronde over de bescherming die de bunker zou bieden bij een nucleaire klap. Hij bood echter geen afdoende bescherming tegen chemische, bacteriologische of nucleaire aanvallen. Ik herinner me nog dat we soms moesten trainen met gasmaskers en speciale kledij. Plannen voor een NBC-aanpassing bestonden wel maar werden nooit uitgevoerd.”  De buitenmuren kregen wel een bescherming tegen elektromagnetische stralingen. We zitten in een kooi van Faraday. Een nooduitgang leidt naar een flank van de Kemmelberg. In 1996 werd de bunker gesloten.

Links een “automatische” centrale (Siemens) en rechts een manuele. De verschillende vertrekken worden terug gevuld met origineel meubilair.

Museum


Het Koninklijk Legermuseum kreeg van defensie de opdracht om dit bouwsel te bewaren en uit te rusten als museum van de Koude Oorlog. Het project is een onderdeel van de Historische Pool van defensie, een bewonderenswaardig initiatief om het militair erfgoed te beschermen en het een educatieve waarde mee te geven. Ook het fort van Breendonk, de dodengang van Diksmuide, het Fort van Eben-Emael en de McAuliffe-kelder in Bastenaken passen in dit concept.

De kaarten werden voortdurend aangepast met o.a. de juiste getalsterktes van de legers. In 1995 vonden hier de laatste oefeningen plaats.

De bunker werd duidelijk onder handen genomen door experts in museumbouw. In verschillende lokalen staan reeds moderne tentoonstellingskasten en panelen opgesteld, inclusief een aangepaste en sfeervolle verlichting. Voorlopig zijn de kasten en panelen nog leeg, historici werken intensief aan de definitieve lay-out van het beschikbare materiaal. Dit toekomstig museum van de Koude Oorlog zal niet alleen het ontstaan verduidelijken van de NAVO en het Warschaupact maar ook de rol van België in de Koude Oorlog toelichten. Er komen tentoonstellingspanelen over de nucleaire bewapening, de bouw van verdedigingsstellingen, enz. Er werd ook een kleine maar moderne bioscoopzaal ingericht.

Het Koninklijk Legermuseum werkt hier in stilte aan een lovenswaardig project. De samenwerking met defensie bewijst dat afgeschreven militaire bouwwerken een prachtig onderdeel zijn van het Belgisch erfgoed. Eind 2009 hoopt het team van Gen Maj v/h Vlw o.r. Hardy de commandobunker voor het publiek toegankelijk te kunnen maken.

Frans Van Humbeek
Foto’s : Paul Van Caesbroeck