-A A +A

Royal Belgian Air Cadets – Het jaar van de pelikaan

Weelde, 1 april 2008. Onze zoektocht naar de toekomst van de Belgische luchtvaart brengt ons naar het vliegveld van Weelde (EBWE), gelegen in de Antwerpse Kempen tussen Turnhout en Baarle-Hertog (NL). We gingen er zweven met de Royal Belgian Air Cadets.

Flight Director Flor Wauters bij een overzichtsplan van het vliegveld van Weelde. “De hangars aan de noordzijde van het veld worden nog steeds gebruikt voor de opslag van materiaal. De luchtcadetten en enkele burgerlijke zweefclubs maken gebruik van het vliegveld. Door de lengte van de start- en landingsbaan – bijna drie kilometer – is het nog steeds een reservevliegveld van de NAVO.”

Stipt om 8.30 uur start Flor Wauters, de Flight Director van het paaskamp van de Luchtcadetten met de dagelijkse briefing. De cadetten die we hier in de briefingroom treffen, zitten allemaal in het tweede jaar van hun opleiding. Het programma van de dag wordt overlopen en enkele leerlingen geven een presentatie over een buitenlanding waarbij je noodgedwongen een andere landingsplaats moet zoeken dan het vliegveld van waarop je gestart bent. Of je nu al dan niet de windrichting kan bepalen aan de stand van koeien in een veld blijft voor mij een goed bewaard geheim. Als deze bewering toch zou kloppen, dan is het wel aan te raden om voor een buitenlanding een aanpalend veld zónder koeien uit te kiezen. De meteo ziet er betrekkelijk goed uit, het belooft dan ook een mooie vliegdag te worden!

  De cadetten worden in groepjes ingedeeld en per groep worden ze door een ervaren instructeur begeleid. Rudy Pont, die zelf ook luchtcadet geweest is, is een van die instructeurs. Pont: “Elke keer een van je leerlingen enkele uren blijft zweven terwijl de rest geen thermiek vindt, of een mooie landing maakt, denk je met trots “Dat is één van mijn leerlingen”.”
Elk team staat in voor de controle van hun toestellen voor de vlucht. Hierbij worden ze bijgestaan door ervaren instructeurs.

De Koninklijke Belgische Luchtcadetten
De cadetten hebben in 2007 hun vijftigjarig bestaan gevierd. Deze burgerlijke jeugdvereniging wordt door Defensie zowel met middelen als met mensen ondersteund. Defensie wil hiermee het vliegen toegankelijk maken voor getalenteerde jonge piloten en dit zo goed als kosteloos. Hiermee hopen ze jongeren warm te maken voor een (militaire) pilotenloopbaan. Elk jaar mogen 75 nieuwe cadetten (45 Vlaamse en 30 Waalse jongeren) aan hun opleiding tot zweefpiloot beginnen. De vereniging is actief op de vliegvelden van Weelde, Bertrix, Florennes en Goetsenhoven. Het vliegend materieel wordt volledig ter beschikking gesteld door Defensie en bestaat uit 25 zwevers van verschillende types en 5 sleepvliegtuigen van het type Piper Cub.

De cadetten beschikken over vijfentwintig zwevers: vijftien tweezitters (Twin II, Twin I en DG 505) en tien eenzitters (Jeans Standard en DG300). De opleiding begint op de Twin II en naarmate de vaardigheden van de cadetten vergroten gaan ze over op meer geavanceerde en moeilijker te vliegen toestellen.

Wie kan luchtcadet worden?
De leeftijd waarop de (toekomstige) piloten aan hun opleiding beginnen varieert tussen vijftien en zestien jaar en ze kunnen bij de luchtcadetten blijven vliegen tot het jaar waarin ze negentien worden. Enkele van de meest beloftevolle piloten kunnen blijven tot hun 21e jaar, maar tegen dan zal het merendeel onder hen al wel definitief gekozen hebben voor een carrière in de luchtvaart.

Normaal gezien kunnen de cadetten ook starten met behulp van een lier, maar aangezien deze momenteel in onderhoud is, gebeuren alle starts met behulp van de Piper Cub. De sleperversie die door Defensie gebruikt wordt, is uitgerust met een sterke motor die een vermogen van 180pk levert. Na elke vlucht wordt de sleepkabel met uiterste precisie afgeworpen naast de baan om meteen opgehaald te worden voor de volgende vlucht.

De selectie van de aspirant-cadetten gebeurt in drie fases. In de eerste fase komen de theoretische proeven aan bod: dictee en wiskunde, waarop je telkens 50% dient te behalen. De tweede fase omvat de sportproeven waarop je in totaal eveneens 50% moet halen. Op basis van de eerste twee proeven wordt er een rangschikking opgesteld die zal bepalen in welke volgorde je mag deelnemen aan de laatste proef, het medisch onderzoek. Omdat de medische proeven gebaseerd zijn op het medisch onderzoek voor jachtpiloten, is dit onderdeel van de selectie ongetwijfeld niet te onderschatten. Het slagen op de medische proeven is een noodzakelijkheid om toegelaten te worden tot de luchtcadetten. Het is echter geen wedstrijd, want de eigenlijke selectie gebeurt op basis van de twee voorgaande proeven. Deze stopt zodra er 45 Vlaamse en 30 Waalse aspirant-cadetten zijn.

Als Flight Director leidt Flor Wauters de operaties tijdens het vliegkamp in goede banen. Hij staat steeds in contact met de verschillende toestellen.
Ook uw Hangar Flying redacteur mocht zich even luchtcadet wanen en kon met DG505 PL43 even de thermiek opzoeken. Uiteraard mét ervaren instructeur; op de solovlucht is het nog even wachten.

De loopbaan van een luchtcadet…
Eens je geselecteerd wordt om bij de luchtcadetten te komen, mag je jezelf aspirant noemen en begin je in de paasvakantie aan je theoretische opleiding op de luchtmachtbasis van Koksijde. Meteorologie, aërodynamica, luchtvaartreglementering en alle andere theoretische aspecten van het (zweef)vliegen komen hier aan bod. Vroeger werd de opleiding in de moedertaal van de aspiranten gegeven, maar meer en meer wordt er overgeschakeld op het Engels als de voertaal. De theoretische kennis wordt getoetst op het einde van die twee weken en als je hiervoor slaagt, mag je tijdens de zomervakantie aan je praktische opleiding beginnen. Na enkele weken intensief trainen met een instructeur word je ‘gelost’ om je eerste solovlucht te maken. Na die solovlucht – een uniek moment in het leven van elke piloot – ben je officieel Flight Cadet en krijg je enkele maanden later je vleugels opgespeld.

Voor de landing op het veld van Weelde, gebruiken de cadetten de grasstrook naast runway 07-25. De paralleltaxibaan wordt gebruikt voor de starts.

Tijdens het tweede opleidingsjaar zal je leren om je eigen kennis en vaardigheden te vergroten en je grenzen steeds verder te verleggen. Grenzen verleggen betekent echter niet dat je risico’s gaat nemen, integendeel! Bij de luchtcadetten is men fier op hun indrukwekkende safety record. Europese veiligheidsstatistieken vertellen ons dat er gemiddeld elke 100.000 zweefuren een dodelijk ongeval gebeurt. De cadetten bestaan ondertussen 50 jaar en elk jaar maken ze ongeveer 5.000 vlieguren. Dat geeft een totaal van 250.000 zweefuren waarop nog nooit een dodelijk ongeval gebeurd is. Safety is niet enkel een mooi ideaal bij de cadetten, maar eerder een levenswijze die er van bij het begin van de opleiding ingelepeld wordt. Voor en na het vliegen moet er lach en vertier zijn – “debriefing”, grapt Flor; tijdens het vliegen zelf is het pure ernst, ook op één april!

Het derde jaar van de opleiding staat in het kader van vervolmaking en je kan blijven vliegen tijdens de vliegweekends en de zomerkampen. Tijdens een stage in Frankrijk krijg je de kans om het overlandvliegen onder de knie te krijgen en leer je over langere afstanden zweven. De beste cadetten worden geselecteerd om deel te nemen aan een internationaal uitwisselingsprogramma (IACE – International Air Cadet Exchange). Dankzij dit programma zullen onze jonge piloten gedurende twee weken ons land in het buitenland vertegenwoordigen. Het is een unieke ervaring waarbij de nadruk ligt op sociaal contact, het bezoeken van het gastland en natuurlijk …zweefvliegen! Op het einde van het jaar kan je senior cadet worden en tot je 21ste bij de luchtcadetten blijven – de beschikbare plaatsen zijn echter beperkt. Net zoals het internationaal uitwisselingsprogramma wordt dit gezien als een beloning voor verdienstelijke leerlingen.

Ongeveer tien procent van elke lichting zijn meisjes. Zij hebben er echter geen probleem mee om hun mannetje te staan in de groep.

Elke promotie mag haar eigen badge ontwerpen. Voor de promotie van 2007 werd het een pelikaan. Volgens de ontwerper heeft de beschildering van enkele van de zwevers wel wat weg van een pelikaan. Goed gevonden, mogen we toch wel zeggen?

… en de latere loopbaan
Dankzij de professionele opleiding en de toewijding van de instructeurs zullen vele van deze jonge, beloftevolle piloten binnen enkele jaren definitief de weg van de luchtvaart ingeslagen zijn. Het merendeel wacht een loopbaan bij de luchtcomponent, anderen komen terecht in de burgerluchtvaart. Toch is de Royal Belgian Air Cadets niet louter een prima leerschool voor toekomstige piloten, het is eigenlijk ook een manier van leven. Jongeren leren hier niet alleen hoe ze een vliegtuig in de lucht houden en zachtjes aan de grond zetten, de onderliggende filosofie reikt veel verder. Tijdens de kampen leren de jongeren om respect voor elkaar op te brengen en ondervinden ze wat teamwork en kameraadschap betekenen. Flor steekt niet onder stoelen of banken dat hij steeds trots is op zijn lichting cadetten; hij spreekt hier over het kruim van de jeugd, die zowel op intellectueel, fysiek als interpersoonlijk vlak iets willen bewijzen én dat ook bewezen hebben. Als je de

“burning ambition”

– om het met de woorden van Flor te zeggen – van deze jongeren voelt, zou je bijna wensen dat je zelf terug vijftien was en dat een opleiding bij de luchtcadetten tot de mogelijkheden behoorde.

 

Meer info: http://www.belgianaircadets.org .

Tekst en foto’s: Kevin Cleynhens en Giovanni Verbeeck