-A A +A

Van Caelenberg: “Het EAT-bestuur kon vliegen!”

Aalst, 27 februari 2008. Het bureau van Iwein Van Caelenberg is gevuld met luchtvaartrelieken. Bij een heerlijke rode wijn uit de Languedoc praten we over het ontstaan van European Air Tranport (EAT), de maatschappij die van op Brussel de vluchten uitvoert voor DHL. Begin april verplaatst DHL een deel van haar activiteiten naar Leipzig-Halle. EAT (QY, BCS) blijft echter zorgen voor de vliegbewegingen maar een herstructurering van de activiteiten is aan de gang. Het hoofdkwartier van EAT (roepnaam Eurotrans) blijft in Brussel.

De Piper PA-34-200 Seneca I (OO-JPJ) van EAT voor een van de ondertussen afgebroken rechthoekige vliegtuigloodsen. (foto Frans Van Humbeek)

Eerst mecanicien, dan piloot
Al de vliegvergunningen van Iwein hangen samen in een kader, een imposante collectie. In 1958 vloog hij voor het eerst op het vliegveld van Aalst. De geschiedenis van dat vliegveld werd uitgebreid beschreven in het boek van auteur Gaston De Mol. Iwein stamt uit een onderwijzersfamilie en aanvankelijk was het niet de bedoeling om piloot te worden. Zijn nonkel,radiotelegrafist Jozef Clauwaert, overleed op 3 juni 1954 aan boord van de Douglas C-47 OO-CBY. Op weg van Engeland naar Hongarijë werd het boven Joegoslavië onder vuur genomen door een Mig. Clauwaert werd gedood, de piloot was ernstig gewond. De co-piloot zette de Dakota neer op een vliegveld te Graz. Begrijpelijk hadden de ouders van Iwein niet veel zin om hun zoon de lucht in te sturen. Iwein ging als mecanicien werken bij Sabena en kreeg daar de kans om veel mee te vliegen met Boeing 707. De Link-trainers werkten als een magneet op de jongeman. Iwein besloot boordwerktuigkundige te worden, daarna piloot.

Zijn vliegcarrière begon in 1966 als instructeur bij Devleminck Air Service (DAS). Iwein zat ook achter de stuurknuppel bij BIAS (F-27) en Pomair (DC-6, Caravelle en DC-8).

EAT mocht als eerste Europese maatschappij met een Swearingen vliegen. De slanke Swearingen SA226TC Metro II (OO-JPI) in de EAT-kleuren. Deze Metro’s konden zeer vlug omgebouwd worden van passagiers- naar vrachtvliegtuig. (foto Frans Van Humbeek)

Het prille begin
Iwein : “Twee leerlingen die zich bij “Miss” Christiane Devleminck hadden ingeschreven waren Paul Pirlot de Corbion en Joseph De Maeyer. Op een dag stonden die aan mijn deur. Ze hadden zich in 1970 in Frankrijk een eigen vliegtuig gekocht, de Gardan GY80 Horizon (F-BLVB, later OO-AJP). Omdat ze zich met hun Gardan minder welkom voelden bij DAS besloten ze op Grimbergen een eigen luchtvaartbedrijf te beginnen. Ik deed ook mee. Zo is European Air Transport (EAT) ontstaan. We zijn zeer vlug begonnen met scholing en luchttaxi. VFR-opleiding gebeurde vooral op Grimbergen, IFR-opleiding en luchttaxi van op Brussels Airport. In het gebouw waar nu het café is van het Grimbergse vliegveld zijn de eerste theoretische vlieglessen gegeven”. 

De statuten van EAT werden in december 1971 goedgekeurd, in april 1972 werd het bedrijf operationeel. De voornaamste aandeelhouders waren Paul Pirlot de Corbion en Charles Dessain, samen met de echtgenote van Iwein (Nicole Herrezeel) en van Joseph De Maeyer (Anne-Marie Wingelinckx). Iwein : “Ik stelde een unieke voorwaarde om toe te treden tot het bestuur, alle leden moesten kunnen vliegen. Ook mijn echtgenote en Anne-Marie begonnen dus vlieglessen te nemen. Ik wou geen kostbare tijd verliezen met technische discussies met een bestuur dat niet wist hoe de vork in de steel zat”. 

Iwein Van Caelenberg, op de achtergrond zijn Aquila A210 OO-NKE. (foto Paul Van Caesbroeck)

Eerste vliegtuigen
De eerste toestellen die in 1972 in de vloot van EAT werden opgenomen waren de Gardan GY80 Horizon 160 (OO-AJP), twee Beech 65 Queen Air (OO-IJP en OO-NJP) en de Cessna P206A (OO-GJP). Iwein : “Je weet dat de verkeersleiders als callsign de eerste en de twee laatste letters van de registratie gebruiken. In 1973 ontstond verwarring toen de vier toestellen samen in het Brusselse luchtruim vlogen, ze werden immers allemaal opgeroepen als “Oscar Julliet Papa. Twee registraties werden gewijzigd in OO-JPI en OO-JPN, de Horizon en P206 werden verkocht aan NEAS. De “J” stond voor Joseph, de “P” voor Paul. De laatste letter werd telkens toegekend aan een meter of peter. Het werd een traditie dat die dames of heren ons bij de aankomst van een nieuw vliegtuig een diner betaalden. Ik kan je verzekeren dat we aan die nieuwe aanwinsten smakelijk plezier hebben beleefd !”

Sabena
In 1973 werd EAT het eerste Piper Flite Center in Europa, een bevoorrechte partner van de Amerikaanse constructeur. De verdeler van Piper (NEAS) was te Zaventem gevestigd. EAT bleef nooit bij de pakken zitten. Toen het economisch wat moeilijker begon te gaan voor de ondertussen opgerichte vliegschool, stelde de maatschappij zich kandidaat om enkele kleine routes te gaan vliegen voor Sabena. De belangrijkste eis van Sabena was dat er een toestel met drukcabine moest ingezet worden. EAT won het contract en kocht begin 1976 de eerste Swearingen SA226TC  Metro II (OO-JPI). Iwein ging scholing volgen in de US en de “JPI” begon op 3 april 1976 te vliegen voor Sabena.

De Convair 580 OO-DHL gefotografeerd op 19 april 1998. Twaalf EAT-Convairs kregen een Belgische registratie.

Record
Al gauw had EAT een tweede Swearingen nodig. Iwein: “We waren naar de States vertrokken om onze tweede Swearingen naar België te vliegen, we wilden er een recordvlucht van maken. Voor het vertrek hadden we besloten om eens bij Mooney langs te gaan, in Kerrville (Texas). We kregen er echter geen contract voor een dealership. De vlucht met de OO-JPK was een succes. In die categorie van vliegtuigen wonnen we op 13 februari 1978 het afstandsrecord door de afstand Gander-Gatwick te overbruggen in 8 uur en 5 minuten. Twee dagen na de recordvlucht kwam er op Grimbergen een fax binnen, ons dealership was toegestaan. Het nieuws van onze afleveringsvlucht met de Metro was ook aan de oren gekomen van de Mooney-top. Die vonden de “Belgskes” toch niet zo’n dommeriken en ze gaven ons extra kansen. We hebben heel wat Mooneys verkocht. Ik herinner me nog dat ze werden overgevlogen door een beeldschoon blondje”.  Unieke toestellen in de vloot van EAT waren de Rockwell Commander 685 (OO-JPP, van 1974 tot 1978) en de CASA 212-200 Aviocar (OO-FKY, van 1986 tot 1989).

Geld en piloten
Iwein : “We hebben altijd goede investeerders gehad. Zelfs familie van een pater heeft geld gestopt in onze onderneming. Ook piloten vonden we voldoende. Toegegeven, we verloren ook veel crews aan andere maatschappijen. Bij ons kwamen jonge piloten vele uren vliegen, meestal was het nachtwerk. Voor wie zich aan de nachtelijke uren kon aanpassen bleef het een schitterende job. Anderen zijn een carrière gestart bij luchtvaartmaatschappijen als Sabena, Luxair, Ryanair, ea. Iemand van het Bestuur der Luchtvaart zei me : “jullie zullen altijd een vliegschool blijven”. “

De Boeing 727-31C OO-DHN zou na zijn afschrijving in 2003 dienst doen voor de Bond-film “Casino Royale”. (foto Giovanni Verbeeck)

DHL
Het contract voor Sabena heeft 16 jaar standgehouden, tot in 1992. Op Grimbergen hebben we in 1979 ook het onderhoudsbedrijf van Van Pelt overgenomen. We werden groter en hadden onze eigen mecaniciens nodig, ook nu doet EAT nog zelf zijn onderhoud. Twee van de eerste mecaniciens hebben nog steeds belangrijke functies bij EAT. In het begin namen we grote financiële risico’s maar Sabena was bijzonder tevreden met onze on time performance. En precies die goede prestaties zijn aan de oren gekomen van de DHL-top.

Iwein : “In 1985 besloot DHL om van Brussel een Europese hub te maken. Op een meeting met DHL had Sabena zich bijzonder lovend uitgelaten over onze on time performance en dat is natuurlijk wat een koeriermaatschappij wil horen. We mochten voor hen beginnen vliegen, ondertussen werden onze operaties doorgelicht en de boekhouding gecontroleerd. Toen liet Sabena ook blijken dat ze kandidaat –overnemers waren voor EAT. Omdat een intentieverklaring met DHL getekend was hebben we ook ons woord gehouden. Uiteindelijk werd alles in 1986 verkocht aan DHL. 28 jaar was ik er de directeur van de operaties”.

Boeing 757-236SF OO-DPM in de nieuwe DHL-kleuren. (foto Giovanni Verbeeck)

Grotere vliegtuigen
Een van de teamleden die de doorlichting verzorgde vooraleer de firma definitief werd overgenomen door DHL was de flamboyante Freddy Van Gaever. Na de overname heeft hij trouwens nog een tijd voor EAT gewerkt. Van Gaever was als bestuurder bij DAT (1966-1974) vertrouwd met de Convair en dat kan een van de redenen geweest zijn waarom DHL voor dit type koos. Het eerste toestel (de OO-VGH) werd op 28 juli 1987 ingeschreven op naam van EAT. Er volgden nog  11 Convair 580’s. De EAT-werknemers van het eerste uur waren tevreden met een geleidelijke groei maar de nieuwkomers voorspelden een explosieve toename van de activiteiten. De Convairs werden aangevuld en opgevolgd door de Boeing B727, B757 en A300B4.

Als God in Frankrijk
Iwein is nu nog als expert beschikbaar voor het Directoraat-generaal Luchtvaart (dienst Training en Licenties), hij is ook examinator en instructeur. Zijn prestatiezwever Schempp-Hirth Nimbus 4DM OO-NKD heeft hij enkele jaren geleden verkocht. Aan een van de muren van zijn bureau hangt een luchtvaartkaart van Frankrijk. Iwein :”Zie je al die groene stippen ?  Dat zijn alle vliegvelden waar ik al geland ben met mijn op Grimbergen gestalde Aquila A210 OO-NKE. Ik probeer al die Franse vliegpleinen te bezoeken”.  In mijn glas wijn smaak ik zijn liefde voor Frankrijk en voor de schoonheid van de luchtvaart.
 

Frans Van Humbeek
Dank aan Luc Wittemans voor de voorbereidende research.