-A A +A

Reddende engelen van PZG (deel III)

Werchter, 13 februari 2008. Deze maand sluiten we de trilogie over de activiteiten van Piloten Zonder Grenzen af met een tweede deel uit het dagboek van piloot-avonturier Lucas Declerck. Deze impressie uit Lucas’ opgetekende belevenissen zet nog maar eens in de verf dat je vliegen en vliegen hebt. Voor avontuur moet je beslist in Afrika zijn!

Na in de vorige afleveringen Piloten Zonder Grenzen en de plaatselijke operaties toegelicht te hebben, kiezen we deze maand voor een passende afsluiter: als de missie in Afrika erop zit, moet de Cessna natuurlijk ook nog teruggevlogen worden naar Grimbergen. Dat brengt ook de nodige problemen met zich mee en lange vluchten als deze dwingen de piloot om dubbel waakzaam te zijn – letterlijk, met een enkele cockpitbemanning. De rest van het verhaal laten we aan Lucas over…

“Ons vliegtuigje is aan een groot onderhoud in België toe en moet vanuit Mali via Burkini Faso, Algerije en uiteindelijk Frankrijk naar Grimbergen gevlogen worden. Gedurende de vluchtvoorbereiding stoot ik al op een eerste vervelend probleem: in Algerije blijkt de brandstof voor mijn Cessna niet te koop te zijn en het enorme land overvliegen vergt 13 vlieguren, verdeeld over drie dagen. En aangezien het vliegtuig maar een reikwijdte heeft van acht vlieguren, zit er niets anders op dan de resterende brandstof in jerrycans aan boord mee te nemen. Tijdens de tussenstops zal ik ze dan moeten overgieten in de tanks van het vliegtuig, die zich in de vleugels bevinden. Door net niet genoeg brandstof mee te nemen zou ik in geval van wat tegenwind ergens in Algerije vast komen te zitten, en dat mag natuurlijk niet gebeuren!

Donkere wolken pakken samen boven Oscar November Golf. Met zijn snel veranderende weersomstandigheden en de vaak moeizame communicatie is vliegen in Afrika elke dag weer een waar avontuur voor de piloot.

Ondertussen is mijn baas in Brussel druk bezig met het aanvragen van een toestemming om Algerije te mogen overvliegen. Het is best dat ik Algerije kan verlaten vooraleer het Amerikaanse ultimatum aan Irak binnen drie dagen ten einde loopt. Om op schema te blijven, moet ik morgenochtend bij dageraad vertrekken.

De volgende morgen vertrek ik – met heel wat jerrycans aan boord – vanuit Gao om twee uur later in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, aan te komen. Eens geland begeef ik me naar het douanekantoor en krijg prompt een flesje cola in mijn handen geduwd. Ze zijn hier volop aan het feesten… Tussen de feestvierders vul ik mijn declaratieformulieren in. Als ik wat later terug naar mijn Cessna wil lopen, word ik door een politieman tegengehouden bij wat het presidentiële vliegtuig van de Libische leider Khadafi blijkt te zijn. Een limousine komt aangereden en bodyguards lopen mee met de wagen, die stopt bij een rode loper. President Khadafi stapt uit – hij staat op dertig meter van mij – en er volgt een kort interview met een journalist. Ik hoop dat hij snel weer weg gaat, want een luchthaven in Afrika kan heel lang gesloten blijven als er VIP’s aanwezig zijn.

Gelukkig krijg ik al na een uur toestemming om naar het begin van de baan te rijden. Een grote Russische Antonov is net geland, en taxiet traag over de landingsbaan. Een kleiner toestel staat al klaar aan het begin van de baan en krijgt meteen toestemming van de luchtverkeersleider om op te stijgen! Ik geloof mijn oren niet – ik roep het toestel zelf op en geef de piloot de raad niet op te stijgen omdat de baan nog niet vrij is. Hij kon de Antonov nooit gezien hebben vanwege de hobbel in de startbaan. De piloot bedankt me en de man in de verkeerstoren biedt me zijn verontschuldigingen aan. Wanneer ik wegvlieg roept hij me nog tweemaal op om me een goede reis te wensen, met de hoop dat ik geen officieel incidentenrapport opstel. Maar ik blijf koel reageren – fouten als deze zijn moeilijk te vergeven.

Nog één uur vliegen voor we de Algerijnse grens bereiken, maar ik heb nog geen overvliegvergunning vast voor Algerije. Ik tracht mijn baas te bellen via satelliettelefoon, maar ik krijg geen verbinding omdat de satellieten in het zuiden hangen en de telefoon daarop dient gericht te worden. De romp van het vliegtuig verstoort de signalen. Aangezien de tijd dringt, maak ik rechtsomkeer en plots doet de telefoon het wel. Er blijkt nog steeds geen antwoord te zijn van de Algerijnse autoriteiten, wat me noopt uit te wijken naar een vliegveldje net voor de grens. Ik breng er de nacht door onder de sterren. De volgende ochtend is er goed nieuw: Algerije heet ons welkom.

Cessna 207 OO-ONG in volle actie boven een betonnen landingsbaan – het mag al eens wat anders zijn dan louter grasstrips.

Vier uur niets dan geel zand en dan plots wat groen in de verte: dat is Tamanrasset. Terwijl ik de luchthaven overvlieg zie ik een zwarte vlek in het zand. Enkele dagen geleden is hier Boeing 737-200 7T-VEZ van Air Algerie gecrasht. Wat gespannen land ik voor het eerst in Algerije, een land waar ik veel vooroordelen over heb. Na de landing word ik begeleid door een militaire auto tot aan mijn parkingpositie. Na het uitzetten van de motor suizen mijn oren van het kabaal. Heel wat mannen in uniform lopen naar me toe. Ik moet heel wat papieren invullen en ze stellen me heel wat vragen, maar toch zijn ze uiterst aardig!

Na de formaliteiten word ik naar mijn hotel gebracht. De weg loopt letterlijk door de brokstukken van de neergestorte Boeing. Ik fris me op in het hotel en maak een wandeling door de stad. Er lopen hier amper vrouwen op straat. Ik stap binnen in een kapperszaak voor een scheerbeurt. Als de kapper met het scheermes over mijn keel gaat, probeer ik stil te blijven zetten. Ik wil hem geenszins boos maken! Hij vertelt me over het drama met de Boeing. In deze kleine stad heeft iedereen wel een dierbare verloren en ik voel inderdaad dat de stad in rouw is. Dan vraagt hij me hoeveel ik een kapper in België betaal – zijn prijs is slechts één euro.

De nacht is ijskoud, en ik kan me niet goed verwarmen. De volgende ochtend brengt een taxi me naar mijn vliegtuig. Ik vlieg op enkele duizenden meters hoogte nog maar net over de bergtoppen en plateaus. Het is opnieuw onbewoond gebied tot El Golea, een oase in de woestijn. Hier land ik om mijn jerrycans over te gieten om mijn volgende bestemming, Ghardaia, op twee uur vliegen hiervandaan, te kunnen bereiken. Daar breng ik de nacht door terwijl het Amerikaanse leger Irak binnenvalt. Een dag later vlieg ik op Ajaccio om bij te tanken. Onderweg verslechtert het weer en moet ik klimmen om uit de wolken te blijven. Al gauw wordt de buitentemperatuur negatief en krijg ik te kampen met ijsafzetting op de vleugels. Het vliegtuig wordt te zwaar en begint te zakken naar de Middellandse Zee. Gelukkig begint het ijs weer te smelten en komt Corsica in zicht. Wat leuk om opnieuw de Europese luxe op dit eiland te vinden. Nu kan ik de oorlog in Irak in een andere taal dan Arabisch op de televisie volgen…

Uiteindelijk is de laatste dag aangebroken: een prachtig stukje vliegen over Monaco en Nice en langs de Alpen. Maar boven Reims zie ik helaas een plaats waar net twee Franse Mirages neergestort zijn. Bij de aankomst in Grimbergen staat de hele ploeg van Piloten Zonder Grenzen me op te wachten. Net nu ik voor dit publiek een mooie landing wil demonstreren, stuiter ik weer omhoog zoals een beginneling bij zijn eerste vliegles! Mijn missie voor dit jaar zit erop...”

Lucas Declerck

Net zoals Lucas’ trip zit ook het Hangar Flying-avontuur met Piloten Zonder Grenzen erop. We willen jullie de volgende sfeerbeelden van Lucas echter niet onthouden. Tot een volgende missie?