-A A +A

De Nipper van Ernest Tips

Moorsele, 5 mei 2010. Lang geleden dat ik nog ‘s op het vliegveld van Moorsele was, te lang. Hier vloog ik voor het eerst, zowat dertig jaar geleden, solo. Voor het eerst geheel alleen in een vliegtuig, geheel alleen in het zwerk. Magisch.

Ik loop op een loods af waar op de deur nog moeizaam te lezen staat: South West Aviation Maintenance. Hier hield Frans Dewulf hof en al wie in die tijd aan een vliegtuig sleutelde, kon er terecht voor deskundig advies of hulp. Op een dag telde ik aldaar negen (!) SV-4’s, die er hun beurt voor onderhoud stonden af te wachten. Was dat ’n zicht.

Verkocht
Maar aan het einde van de jaren zeventig in de vorige eeuw, verbaasde Frans vriend en vijand (deze had de brave man niet echt) door het aanbieden voor de verkoop van zijn prachtige Tipsy Nipper, de OO-EFA. Ik stond paf en beging vervolgens de flater van mijn leven. Ik liet mij deze kans van once-in-a-lifetime ontglippen. Ik waande me nog te jong en te onervaren op vlieggebied en (zucht) wat was je met een vliegtuigje waarin je slechts alleen zat. Wist ik toen veel, dat precies dat, de hemel is.

Bert Kuyper in zijn schitterende OO-EFA (T.66 Mk.II s/n 75) ergens nabij Hilversum in Nederland. Er is heus wereldwijd geen mooiere Tips dan deze.
(Foto Linze Folkeringa, ook foto op de welkombladzijde)

Later zou ik het levensverhaal van de OO-EFA geheel reconstrueren aan de hand van het boek “Tipsy Nipper Story” uit 1996 van de Antwerpenaar Raymond Cuypers. Deze Tipsy Nipper-kenner bij uitstek, documenteert in dit boek 208 toestellen T.66. Het zijn deze door Cobelavia/Aspair en Slingsby vervaardigd, respectievelijk s/n 01-59 (T.66), s/n 60-79 (D-158) en s/n 100-133 (Mk.IIIa).

OO-EFA van Moorsele naar Hilversum
T.66 Mk.II met serienummer 75 is daarbij de kist die ik ooit de mijne had kunnen noemen, had ik maar het lef gehad. S/n 75 was een product van Fairey uit 1961 dat als een D-158 Cobelavia-kit in 1971 aan een gegadigde uit Wevelgem werd verkocht waarna het eigendom werd van Frans Dewulf op Moorsele die het na 1975 assembleerde. OO-EFA vloog voor het eerst op 12 maart 1979. In 1982 arriveerde deze Nipper op het Nederlandse Budel waarna het in 1985 verhuisde naar Kiewit. Per 25 mei 1988 heette de nieuwe eigenaar Raymond Cuypers die het vliegtuig op Keiheuvel ter beschikking stelde van de Belgian Nipper Aircraft Club. Vanaf 1989 maakte deze Nipper deel uit van het Flying Museum Seppe (Nederland) waar het als OO-EFA geregistreerd blijft. In 1995 belandde het vliegtuig in Hilversum waar het nog steeds door de enthousiaste Bert Kuyper wordt gevlogen.


Oscar Tips
Geniet de Belgische Tipsy Nipper vandaag in Vlaanderen en ver daarbuiten van een hernieuwde belangstelling, dan is dat geheel te danken aan Raymond Cuypers maar zeer zeker ook aan de Tipsy Nipper zelf, het ultiem antwoord op die jongensdroom die velen koesteren maar weinigen realiseren: aan alle vliegfreaks met een hoog Peter Pan-gehalte een gepast vliegtuig voorschotelen. Dat was precies wat Oscar Tips in al zijn generositeit voor ogen had.

De Tipsy Nipper T.66 Mk.I (s/n 09) OO-NIK met op de voorgrond een nog op te bouwen Tipsy Nipper. Op de plek waar de cockpit komt staat de fiere ontwerper Ernest Tips.
(Archief Raymond Cuypers)

In het jaar 1908 is de tiener Oscar Ernst Tips, geboren in Temse op 2 november 1893 (en overleden te Brussel op 10 maart 1968) al danig in de weer met vliegtuigen. Het uitbreken van WO I dwingt de jongeman echter te vluchten naar Engeland waar hij een halve eeuw lang zal blijven werken voor de Fairey Aviation Company. Voor de productie van de Fireflies die de Belgische Luchtmacht bij het Britse bedrijf bestelde, keert Tips naar België terug om er een fabriek op te zetten op het vliegveld van Gosselies nabij de stad Charleroi. Maar legervliegtuigen zijn niet zijn enig ding. Als vlieger die zijn vergunning haalde in 1918, ging zijn voorkeur uit naar een vliegtuigje dat beschikbaar zou zijn voor jan-en-alleman, goedkoop in aanschaf en onderhoud en gemakkelijk te vliegen; bij voorkeur met afneembare vleugels zodat het ding ook nog ’s mee naar huis kon worden genomen en verder misschien wel in staat was tot semi-acrobatisch vliegen. Zo’n ding bestond niet en tussen de beide wereldoorlogen bedenkt Tips zijn Tipsy Trainer, nog met staartwiel.

Weer breekt een oorlog uit op het continent en weer ontsnapt Tips naar Engeland. Op de vlucht over het Kanaal met armen vol Faireyonderdelen wordt het schip met Tips aan boord gekelderd maar Tips overleeft om gedurende WO II de experimentele afdeling van Fairey te leiden.

Starfighter of Nipper?
Onmiddellijk na WO II wordt de vliegtuigmarkt overspoeld door surplusvliegtuigen van het Amerikaanse leger en meteen keldert de Europese luchtvaartindustrie. Toch wil de Belg Tips alsnog zijn vliegtuigje. In de periode 1951-’52 ontstaat de Tipsy Nipper T.66. Het prototype is af op 9 november 1957 en vliegt voor het eerst op 2 december van dat jaar. Het vliegtuigje gooit hoge ogen op de Wereldtentoonstelling van 1958 te Brussel. Fairey Gosselies wil best wel aan de gestaag groeiende vraag voldoen en neemt het op zich om 78 stuks te gaan bouwen van de Mk.II, een Mk.I met andere motor. De Nipper bleek alvast zichzelf te bewijzen: het haalde in duikvlucht uitzonderlijk 280 km/h, het doorstond belastingen tot 7,4 G en maakte acht tolslagen na elkaar. Het toestel ruilde intussen de open cockpit voor een gesloten versie.

G-TIPS (PFA25-12696) in de jaren negentig van de vorige eeuw weer tiptop in orde gebracht door tovenaar Raymond Cuypers.
(Foto Guido Bouckaert/archief Aeroscript)

Maar dan liet Fairey Gosselies de productie van de T.66 vallen ten voordele van de nagelnieuwe F-104G Starfighter. Het is verkoopsdirecteur André Delhamende die de afgestootte produktie T.66 opkoopt, er waren er door Fairey Gosselies 24 verkocht.

Het bedrijf van Delhamende, Cobelavia geheten, zal een aantal Nippers van de Faireyproduktie assembleren en zich daarvoor in 1965 op de luchthaven van Charleroi vestigen. De Tippsy Nipper mag zich allengs verheugen op een wereldwijde belangstelling: Nederland, Zwitserland, Denemarken, Zweden, Oostenrijk, Zimbabwe, Zuid-Afrika, de VS, Canada, Australië, noem het maar ... In Engeland zou het agentschap Nipper Aircraft Ltd scheep gaan met Slingsby voor de fabricage van de Mk.III.

Koopje
Vandaag kunnen we in deze wereld van harde markteconomie en financiële inhaligheid nog slechts dromen van een altruïstische ingesteldheid als deze van de heer Tips. In 1959 kostte een geheel geassembleerde T.66 Mk.I met vliegcertificaat 2.835 € (114.500 BEF) en een Mk.II kostte 3.380 € (136.600 BEF). Een krat, 200 kg zwaar, gevuld met alle onderdelen, klaar voor assemblage, wijze IKEA, exclusief motor, arriveerde aan huis voor zegge en schrijve, slechts 1.360 € (55.000 BEF). De krat zelf diende als jig voor de vervaardiging van vleugel en staartstuk. Vandaag staat bij Raymond Cuypers een tot nagelnieuw gerestaureerde Nipper Mk.II te koop voor 24.500 €.

OO-PLG (T.66 Mk.II s/n 37) klaar op Keiheuvel voor een leuke vlucht. De klim in de cockpit oogt moeilijker dan het in werkelijkheid is.
(Foto Guido Bouckaert/archief Aeroscript)

Laat mij in de waan, of wees het met mij eens. Er is geen vliegtuig dat meer bekoort dan de Tipsy Nipper van de Belg Tips. Ik heb het helaas nooit mogen vliegen. En verder vraag ik me geregeld af of er toch niet ergens zo’n kist van Tips eenzaam staat te verkommeren in een of andere door god-en-iedereen vergeten loods? U mag het zeggen, maar het valt zeer te vrezen.

Ik zal mij in donkere dagen maar ’s rustig buigen over een modelkit van de T.66 dat je kan kopen bij www.rbckits.com. Vleugelspan haast één meter. Gewoon voor de lol en dan ophangen in de nok van mijn huis of er telegeleid mee gaan vliegen volgende zomer. Het is wat anders dan the real stuff maar het blijft surrogaat voor het echte ding. Arrrgghhh.

Dit is Belgisch. Wat ’n lief, klein opdondertje is ook deze Britse Tips, de G-OVAG op het vliegveld van Kingsmuir, Schotland. Om zo in te bijten.
(Foto Wallace Shackleton)

Raymond Cuypers www.rar.be  (zie ook Hangar Flying 15 september 2008)
www.tipsy-histories.com
www.ehhvphotobook.com/OO-EFA/index.htm

De Tipsy Nipper in cijfers
De T.66 vliegt op diverse motoren, ook op een tot vliegtuigmotor omgebouwde Volkswagenmotor van 1.834 cc. Deze vliegtuigmotor is dan 65 pk sterk aan 3.250 tpm. Uit deze motor haalt de T.66 een kruissnelheid van 140 km/h. Het vliegt dan 250 km ver zonder bij te tanken. Met brandstoftanks aan beide vleugeltippen wordt de actieradius 560 km. De T.66 kan tot een hoogte klimmen van 3.650 m maximaal na te zijn opgestegen van een startbaan van slechts 85 meter lang. Het vliegtuigje kan al landen op een strook landingsbaan van slechts 100 meter. De T.66 is 6 m breed, 4,5 m lang en 1,8 m hoog.

Guido Bouckaert

 

De Tipsy Nipper in enkele rake lijnen op een technische maatschets.
(Archief Raymond Cuypers)