-A A +A

Perk herdenkt crew Fairey Fox

Perk, 21 september 2009. Dankzij het gedreven onderzoek van onze medewerker Hubert Verstraeten werd in Perk (Steenokkerzeel) een nieuwe gedenksteen onthuld voor Adj Vl Hilaire Thesin en Adj Vl Guillaume Paquay. De twee piloten kwamen hier op 22 september 1934 met een Fairey Fox om het leven.

Een verdwenen kruis
Tijdens de research voor het boek “Gids voor het Belgisch Luchtvaartpatrimonium” herinnerde Hubert Verstraeten zich uit zijn prille jeugd een stenen kruis op de plek waar Adj Vl Hilaire Thesin en Adj Vl Guillaume Paquay om het leven kwamen. We kregen toen ook een melding van Peter Van den Hove die zich specialiseerde in stamboomonderzoek. Hilaire Thesin was een nonkel van zijn grootmoeder Adeline Thesin. Met het antwoord van een lokale landbouwer dat het kruis simpelweg verdwenen was, had Hubert natuurlijk geen genoegen genomen. De locatie van de gedenksteen stond nog altijd op de militaire stafkaarten (Vilvoorde-Zemst 23/7-8). Hubert begon intens te graven in archieven en sprak zowel in de omgeving van Perk met personen die het stenen kruis nog gekend hadden als in Wallonië met familieleden van een van de omgekomen piloten.

Fox III (O-44) in Haren, waarschijnlijk in 1935. Paquay en Thesin verongelukten met een gelijkaardig vliegtuig dat op 14 september 1934 was geleverd, het was dus amper negen dagen oud. (Archief Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis)
Op de plaats van het ongeval werd eerder al een kruis opgericht dat spijtig genoeg spoorloos verdween. (Archief Paquay-Sibret Anne-Marie)

De laatste vlucht
In de archieven van het Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht (CHD) vond hij een duidelijke omschrijving van het ongeval. Daar zat ook een ooggetuigenverslag bij, een overlijdensakte opgemaakt door de gemeentelijke administratie van Perk en documenten van de overbrenging van de overledenen naar het militair hospitaal.

Op zaterdag 22 september 1934 om 10.05 uur vertrokken Adj Vl Hilaire Thesin en Adj Vl Guillaume Paquay in Evere voor een testvlucht met de fonkelnieuwe Fairey Fox III O-57. Het was de eerste vlucht van dit toestel na levering op 14 september 1934. De bemanning moest vooral de dubbele besturing testen en de instrumenten voor het blindvliegen. Om 10.32 uur verongelukte de O-57 te Perk in de omgeving van het pachthof Laathof. Beide piloten kwamen om het leven.

Resten van het gevallen vliegtuig. Op de achtergrond zien we waarschijnlijk de top van de toren van het Laathof. De foto werd gevonden in het fotoalbum van Frans Van Volxem en Adeline Thesin, grootvader en grootmoeder van Peter Van den Hove. (Archief Peter Van den Hove)

Voor de lokale geschiedenis wil ik vermelden dat Adj Vl Lucien Claert, ook een testpiloot,  getuige was bij het opstellen van de overlijdensakte. Claert kwam in de vijftiger jaren in Melsbroek wonen, nu net als Perk een deelgemeente van Steenokkerzeel. Claert ontsnapte in februari 1941 uit bezet België en via een helse tocht door Frankrijk, Spanje en Portugal bereikte hij in juli 1941 Groot-Brittannië. Hij vloog er bij een verkennersmaldeel van de RAF. In november 1942 werd hij boven Frankrijk als vermist opgegeven. Dankzij het Franse verzet kon Claert ontsnappen naar Zwitserland waar hij tot oktober 1944 werd vast gehouden. In januari 1946 verliet hij de luchtmacht. Hij was dan 39 jaar en begon een nieuwe carrière als lesgever Linktrainer bij Sabena.

Paquay
Guillaume Joseph Servais Paquay werd geboren te Lutremange in de provincie Luxemburg op 11 december 1898. De zoon van Urbain Joseph Paquay en van Marie Virginie Leonard nam op 16 augustus 1919 vrijwillig dienst in het Belgische Leger voor een periode van drie jaar. Zijn militaire loopbaan startte bij het 12de Linieregiment. Kort daarna vinden we hem terug bij de 4de Lanciers. Op 1 november 1920 ging hij over naar de Militaire Luchtvaart en behaalde zijn vliegbrevet met de graad van korporaal-leerling. Reeds op 1 april 1922 werd hij adjudant- vlieger. Van de scholing ging hij over naar respectievelijk het 3de en 1ste Luchtvaartregiment. Op 25 juli 1923 huwde hij Caroline Poels. Paquay kreeg verschillende eretekens. Postuum ontving hij de titel Ridder in de Kroonorde, dit volgens K.B. nummer 411 op datum van 12 oktober 1934. Maar Paquay werd niet alleen overladen met eretekens. Hij was allerminst een brave Hendrik. Tussen 1922 en 1928 werd de jongeling elf keer op het matje geroepen bij zijn korpsoverste, wat meermaals resulteerde in een sanctie.

Prachtige gesigneerde foto van Paquay met zijn echtgenote Caroline Poels. De koosnaam van zijn bekoorlijke dame was Linette, een samenstelling van haar voornamen CaroLINE en HenrieTTE. Het vliegtuig is een Potez 33. De militairen bezaten acht van deze toestellen die tot 1940 in gebruik bleven. (Archief Anne-Marie Sibret)
Verschillende foto’s van Paquay worden gelukkig zorgvuldig bewaard door de familie. Hubert Verstraeten vond deze prachtig kaart van Adj Vl Paquay in het archief van Claudine Dubois-Bleux. Haar schoonmoeder, aan de kant van Bleux, was de zuster van de omgekomen piloot. (Archief Claudine Dubois-Bleux)
Adj Vl Paquay. (Archief Paquay-Sibret Anne-Marie)
Paquay bij Koning Albert I (links).
(Archief Anne-Marie Sibret)
De begrafenis van Paquay in Evere. Het huis in de Parijsstraat 72 bestaat nog. (Archief Paquay-Sibret Anne-Marie) 
Adjudant Vlieger Paquay werd op 25 september 1934 begraven op de Sint-Vincentiusbegraafplaats te Evere. Deze begraafplaats wordt niet meer gebruikt sinds november 1991. Het familiegraf is versierd met een afbeelding van een bronzen vliegtuig met gebroken vleugel en de vermelding “Tombé a Perck” en verder “Guy Paquay  Pilote Aviateur 1898 – 1934 Tombé en service commandé”. De schoonvader van Paquay was steenkapper, vandaar vermoedelijk het mooi ontworpen graf en het stenen kruis dat al vrij vlug op de plaats van het ongeval werd neergezet. (Foto Paul Van Caesbroeck)

Thesin
Jean Hilaire Thesin zag op 9 november 1904 het levenslicht te Erembodegem. Hij was er de jongste van een gezin met zeven kinderen. Op 10 maart 1927 verwierf hij het militaire vliegbrevet. Thesin maakte op het vliegveld van Schaffen deel uit van het 2de Smaldeel van de 1ste Groep van het 2de Luchtvaart regiment (2/I/2Aé). Vervolgens werd hij overgeplaatst naar de Etablissement d’Aéronautique te Evere en werd er testpiloot. Ook Thesin kreeg postuum de titel van Ridder in de Kroonorde. De oudste zoon van het gezin, Desirée Thesin, was ook in militaire dienst gesneuveld. Op 25 oktober 1914 was Desirée omgekomen tijdens de eerste slag om de IJzer. Hij rust op de militaire begraafplaats van Ramskapelle.

Foto gebruikt op het doodsprentje van Thesin.
(Via Jean-Louis Roba)
Van links naar rechts: Alphonse Verboomen (verongelukte op 14 december 1933 te Wesemaal met een Fairey Firefly), een lid van het technisch personeel, Georges Van Vuchelen, Hilaire Thesin (bijgenaamd "De Mensch"), Achille Gregoire (verongelukte te Deurne/Diest op 26 augustus 1930 met de ND29C-1 N84). Vervolgens van boven naar onder: (?), "Manu" Geerts, Henri "Astrid" Van Reeth en Henri Guinotte. Verder naar rechts nog twee technici. (Archief Georges Lecomte).
Begrafenis van Thesin in Erembodegem. (Archief Peter Van den Hove)
Praalgraf van Adjudant Vlieger Thesin op de gemeentelijke begraafplaats van Erembodegem (Foto Paul Van Caesbroeck)

Verslag van het ongeval
Het ongevalverslag werd opgesteld door Kolonel Vlieger Hiernaux, commandant van de Etablissement d’Aéronautique. Volgens zijn schrijven had een burger uit Perk de instanties op de hoogte gebracht van het ongeval. Er werd telefonisch gemeld dat een verongelukt vliegtuig in brand stond en dat de piloot gewond was. We lezen in het verslag van Hiernaux dat de Fox zich op 500 à 600 meter hoogte bevond. Getuigen meldden een ontploffing waarna het vliegtuig in een vrille terechtkwam en in brand vloog. Maar de getuigen spraken elkaar tegen over het moment wanneer de brand was ontstaan, ofwel in de vlucht of nadat het toestel was neergestort. In zijn verslag, dat inderdaad geen technisch onderzoek is, ging Hiernaux er vanuit dat het toestel al brandde tijdens de val. Hij leidde dat ondermeer af uit onderzoek van de kledij van Adj Vl Thesin. Thesin sprong volgens getuigen van op 70 meter uit de Fairey Fox. Zijn lichaam werd 20 meter naast het wrak gevonden. Adj Vl Paquay zat verkoold in het wrak. De slachtoffers werden overgebracht naar het Belgische Krijgshospitaal te Brussel.

De precieze locatie van de wrakstukken werd opgetekend door de militaire onderzoekscommissie. De rode cirkel geeft aan waar het monument werd opgericht. Het eerste monument, een kruis, stond op de plaats van de gele cirkel. (Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht, via Gabriël Bellemans)

Nog volgens ooggetuigen was er geen sprake van acrobatie maar was de vliegtuigstructuur gebroken in volle vlucht. In het verslag werden enkele mogelijke oorzaken opgesomd zoals foute montage, eventueel constructiefout in het materiaal, een breuk van het motorcarter of een onvoldoende stevige structuur. De schrijver merkte op dat een grondig technisch onderzoek de oorzaak van het ongeval moest vaststellen. Het technisch verslag werd overgedragen aan het archief van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis. We hebben het spijtig genoeg niet kunnen terugvinden.

Hulde bij het Laathof
Nabij de boerderij Laathof werd op 21 september 2009 een gedenksteen ingehuldigd voor de twee omgekomen bemanningsleden. Voorzitter Georges De Rons van de heemkundige kring van Steenokkerzeel (www.heemkringsteenokkerzeel.be) benadrukte dat Hubert Verstraeten het initiatief had genomen voor de plaatsing van de nieuwe gedenksteen. De heemkring verzorgde de praktische uitwerking van het project. De plaatsing was niet mogelijk geweest zonder de steun van het gemeentebestuur. Burgemeester Karel Servranckx en schepenen Erwin Verhaeren en Edy Van Damme vertelden Hangar Flying dat zulke initiatieven die door de plaatselijke bevolking worden gedragen, hun volle steun genieten.

Hubert Verstraeten schetste kort de geschiedenis van het ongeval. Hubert : “Morgen is het precies 75 jaar geleden dat Thesin en Paquay hier het leven verloren. Nu staan hier verschillende huizen maar toen stond het pachthof Laathof hier nog alleen, voor de piloten was dit een ideaal testgebied”. Achteraan het Laathof. Op een tafeltje, in de schaduw van een linde, stond een stick van de verongelukte Fairey Fox en foto’s van beide piloten.
V.l.n.r. Kol Vl Bernard Flamang (korpscommandant15 Wing), burgemeester Karel Servranckx, initiatiefnemer Hubert Verstraeten, Peter Van den Hove, Claudine Dubois-Bleux, Anne-Marie Paquay-Sibret en Claudy Paquay.

De onthulling van de gedenksteen verliep sober maar stijlvol. Hubert Verstraeten schetste voor de aanwezigen de omstandigheden waarin de vliegeniers waren omgekomen. Op een tafel stonden de foto’s van Thesin en Paquay alsook een stick van het verongelukte vliegtuig, werkelijke een uniek object dat door de familie van Paquay aan Hubert ter beschikking was gesteld. De stick, gemonteerd op een houten plaat, was gracieus getooid met een lint in de Belgische kleuren. De mooi ontworpen gedenksteen, met bovenaan de wapenschilden van Perk en Steenokkerzeel, werd onthuld door familieleden van Thesin en Paquay. Na de onthulling volgde een minuut stilte en het “Te Velde”.

Toen een mooie “Te Velde” werd geblazen door Giles Merckx en Bram De Laet van Fanfare Teniers, overvloog een MD900 Explorer van de Federale Politie het monument. Hubert noemde dit, met een knipoog naar Kol Vl Flamang, een “niet geplande overvlucht”. De timing kon nochtans niet perfecter.

De gedenksteen staat op de kruising van de Kerselaerestraat en de Hulstweg, een honderdtal meter van de plaats waar het vliegtuig is neergestort. Die plaats ligt naast een veldweg die veel door fietsers en wandelaars wordt gebruikt. De herinnering aan beide Belgische piloten wordt nu in Perk levendig gehouden.

Getuigen
Een van de opmerkelijke aanwezigen op de plechtigheid te Perk was de 97-jarige Willem Hollanders. In 1931 kwam hij in dienst van de Militaire Luchtvaart en werd als technisch tekenaar tewerk gesteld bij de Etablissement de l’Aéronautique te Evere. Beide omgekomen piloten voerden een testvlucht uit voor deze afdeling.

Onze getuige Willem Hollanders (links) in 1933 op de luchthaven van Haren bij een Duits vliegtuig dat luchtreclame maakte voor Persil. (Foto archief Willem Hollanders)
Willem Hollanders (midden) heeft een fantastisch geheugen voor technische details. Het was hem opgevallen dat de remhendel aan de stick was afgebroken. Hubert Verstraeten (links) en Rik, de zoon van Willem Hollanders, luisterden naar zijn technische uitleg.  

Willem : “Ik herinner mij het ongeval nog zeer goed, het was het eerste ernstige incident waarmee ik geconfronteerd werd. Je mist inderdaad het technisch verslag maar volgens mij moet de oorzaak niet gezocht worden in de sterkere Hispano Suiza motor waarmee de Fox III werd aangedreven maar wel in een probleem met de brandstoftank. Die zat tussen de motor en de voorste piloot. Aan de onderkant van de tank was een “vide vite” ingewerkt, een soort luik dat in de cockpit kon geopend worden om in geval van nood vlug de brandstof te lozen. Ik meen te weten dat dit luik niet voldoende gedicht was en dat lekkende brandstof zich tijdens de vlucht kon opstapelen in het staartstuk van het vliegtuig. Door een vonk heeft die weggestroomde brandstof waarschijnlijk vuur gevat. Na het ongeval in Perk heeft men testen uitgevoerd met rood gekleurde brandstof. Tijdens zo’n testvlucht met eenzelfde soort van brandstoftank kleurde de achterste zetel rood. Jean Stampe heeft daarna een systeem ontwikkeld waarbij de brandstoftank met een hendel in de cockpit in zijn geheel kon uitgeworpen worden”. 

René Janssens woonde ten tijde van de crash bij zijn ouders in Perk. Hij was slechts vier jaar op het moment van het ongeval. Hij hoorde het verhaal van het ongeval vele keren vertellen door zijn bijna 20 jaar oudere broers en zuster. René : “Wij hadden een huis aan Houtembos. Het was een zaterdag. We hoorden een vliegtuig en plots sputterde de motor, daarna een slag. We zijn over het veld gelopen, dat was een afstand van ongeveer 500 meter. Ik viel in een beek. Er zat nog iemand in het vliegtuig, die man was zwaar verbrand. Daarnaast lag iemand met een blauwe overall. Mijn broer wou hem opheffen maar dat ging niet. Champetter Alenbergh was daar en als de gendarmen kwamen moesten we weg. De bewoners van het pachthof brachten kruiken water en daarna kwam een wagen van het Rode Kruis de slachtoffers halen. Bij de verjaardag van het ongeval, vlogen er vliegtuigen over het veld en lieten ze bloemen vallen”. 

In het gemeentehuis was een tentoonstelling opgebouwd. Het schroefblad waarop oude foto’s waren gekleefd, was niet afkomstig van het omgekomen vliegtuig. Vermoedelijk werd het aan Paquay geschonken ter gelegenheid van een overplaatsing of een promotie. Het bevindt zich nu in het archief van Claudine Dubois-Bleux.

Er worden regelmatig monumenten onthuld voor omgekomen bemanningen van de Tweede Wereldoorlog. Onthullingen van gedenkstenen voor piloten van het interbellum zijn echter zeldzaam. Hubert Verstraeten kon heel wat familieleden van Paquay en Thesin in Perk verenigen rond bijzonder waardevolle foto’s, documenten en diverse souvenirs. Na de verzorgde receptie die door het gemeentebestuur werd aangeboden op het gemeentehuis van Steenokkerzeel, bracht Hubert de familie nog samen rond het graf van Paquay in Evere. Op de begraafplaats werd de hulde aan de omgekomen bemanning op een serene manier afgesloten.  


Frans Van Humbeek
Foto’s : Paul Van Caesbroeck en archief Hubert Verstraeten
Research : Hubert Verstraeten

Met dank aan :

Bellemans Gabriël, Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht (CHD),
Dubois-Bleux Claudine, Gemeentebestuur Steenokkerzeel, Hollanders Rik en Willem,
Imbrechts, Koeune Robert, Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Lecomte Georges, Paquay-Sibret Anne-Marie, Janssens René, Van den Hove Peter, Van Steenwinkel L en Verstraeten Hubert-Furlano Monica