-A A +A

Belgische bemanningen krijgen gedenkplaat in Schotland

Dumfries, 20 augustus 2009. Hangar Flying trok in mei 2008 naar een 808 meter hoge heuvel in de Schotse Rhinns of Kells. We werden begeleid door natuurgids David Reid, tevens voorzitter en conservator van het lokale luchtvaartmuseum in Dumfries. We vonden de resten van de op 10 april 1947 gecrashte Dakota “K-14”. Voor de omgekomen crew members van deze “K-14” werd nu een gedenkplaat onthuld.

  Op 20 mei 2008 trok een team van Hangar Flying naar de crashplaats van de “K-14”. Massa’s onderdelen van de Dakota glijden stilaan de berg af. Een schroefblad van de “K-14” vond dankzij auteur Jean Dillen al eerder zijn weg naar het Stampe & Vertongen Museum in Antwerpen. Enkele kleinere stukken en documenten liggen in het Dakotamuseum in Melsbroek.
David Reid (links) en Paul Van Caesbroeck in mei 2008 bij een schroefnaaf van de “K-14”.
(Foto Frans Van Humbeek)

Nauwe samenwerking over de grenzen
Na ons bezoek aan de crashplaats groeide het idee om in samenwerking met Comopsair, de 15 Wing, Dakota vzw (www.dakota15wing.be) en het Dumfries & Galloway Aviation Museum  (www.dumfriesaviationmuseum.com) een huldebetoon te organiseren. Vanwege de ontoegankelijkheid van de crashplaats werd al vlug beslist om een gedenkplaat op te hangen in het luchtvaartmuseum van Dumfries, een vroeger RAF-vliegveld met een beschermd torengebouw.

Het project kreeg de steun van minister van defensie Pieter De Crem en van de 15 Wing korpsoverste Kol Bernard Flamang. Lt Gen (o.r.) René Hoeben en zijn team van Dakota vzw zorgden in overleg met alle betrokkenen voor de verdere realisatie van het project. 

Opstijgen in Melsbroek
Op 20 augustus 2009 om 9 uur vertrok vlucht BAF667 van Melsbroek naar Glasgow Prestwick International Airport. Aan boord van de Embraer ERJ-145LR CE-04 bevond zich een 42-koppige delegatie die in Prestwick werd opgewacht door David Reid. Van op de luchthaven van Prestwick wachtte ons nog een busrit van bijna twee uur naar Dumfries.

Kapt Vl Paul Gielis (links) en Lt Kol Vl Patrick Mollet vlogen ons naar Schotland.
In de cabine zorgde 1 SgtChef Vl  Van De Velde voor de passagiers. Hij deelde folders uit met wat achtergrondinformatie over het ongeval. Achteraan Dakotadirecteur Jos Ackermans.

Het gezelschap had ondertussen een brochure ontvangen die was samengesteld door Axel Vermeesch en zijn team van Dakota News. Het verhaal van de dramatische vlucht werd er kort in samengevat, geïllustreerd met kaarten en foto’s.

Op donderdag 10 april 1947 vertrokken drie Dakotas van de Belgische Luchtmacht (169 Wing, 366 Sqn) van Evere naar het onderhoudsbedrijf Scottish Aviation in Prestwick. De Dakota “K-14” had een bemanning mee die een Airspeed Oxford moest terugvliegen van Prestwick naar Evere. De twee andere Dakotas zouden overgevlogen worden naar Prestwick en er achterblijven voor onderhoud. De bemanningen van deze twee Dakotas zouden dan door de “K-14” naar België worden gebracht.  

Op weg naar Prestwick stortte de Douglas C-47B D896 “K-14” neer in de Schotse hooglanden. Zes bemanningsleden kwamen om het leven : Kapt Vl Roger Loyen (piloot), Adj Vl André Dierickx (navigator), Adj Felix Curtis (radio) en drie crew members die op weg waren om een Oxford vanuit onderhoud terug te vliegen naar België (Kapt Vl Olivier Lejeune, Adj Vl Michel Cardon en Adj Vl André Rodrique).

De gezagvoerders van de twee andere Dakotas die naar Prestwick vlogen waren Debêche en Henry. Omwille van de lage bewolking werd een aanvliegroute boven zee aanbevolen. Debêche zou om 14.20 uur (lokale tijd) in Prestwick kunnen landen (Dakota D413). Henry landde niet in Prestwick maar zette zijn Dakota neer in de kleine havenstad Silloth (Dakota D590).

Busrit door de heuvels
Tijdens onze rit door de Galloway Hills vertelde David hoe dodelijk deze streek wel is. We stopten even om de heuvels te bekijken waarin de “K-14” aan zijn eind was gekomen. In de Tweede Wereldoorlog werden hier ongeveer 500 ongevallen geregistreerd. Daarvan gingen slechts een vijftal toestellen verloren omwille van luchtgevechten. Ver van het front lagen hier een tiental vliegvelden die vooral gebruikt werden voor de geavanceerde training van piloten. De nieuwelingen kwamen uit landen als Canada of Zuid-Afrika, plaatsen waar ze nog in vrij goede meteorologische omstandigheden konden vliegen. Hier moesten ze vanaf de eerste dag kampen tegen het bar klimaat en het ruwe landschap.

Dat het klimaat hier niet meezat was ons al opgevallen. In Brussel was het 25°C en kurkdroog, hier amper 15°C met soms striemende regen. Nabij het vliegveld moest onze bus zelfs een omleiding volgen vanwege een lokale overstroming. David gaf zijn gasten van het continent af en toe wat Schotse geschiedenisles. Over de Schotse clans vertelde hij : “Als we buiten Schotland geen vijanden vonden om tegen te strijden, dan hadden we nog altijd de verschillende clans om een robbetje mee te vechten”.  

Lt Gen (o.r.) Albert Debêche wees naar de heuvel waar de “K-14” was neergekomen. 
Doedelzakspeler Tony MacDonald. Onze gids is iemand met typische Schotse humor. Hij had zo zijn eigen bedenkingen bij de werking van dit instrument. David : “Eigenaardig hoe iemand zo’n mooie muziek uit de binnenkant van een schaap krijgt”. 

Eregast
De organisatoren waren zeer vereerd dat Lt Gen (o.r.) Albert Debêche kon meereizen om de gedenkplaat in te huldigen. Debêche was op 10 april 1947 commandant van een van de Dakotas die naar Schotland waren gevlogen.

Debêche werd op 19 mei 1919 in Rivière-Profondeville (Namen) geboren. In 1938 werd hij toegelaten tot de Koninklijke Militaire School (KMS). In mei 1940 moest hij zijn studies onderbreken. Na een verblijf in het Spaanse interneringskamp van Miranda kon hij in mei 1942 de Belgische sectie van de RAF vervoegen. Hij werd Flight Lieutenant. 

Debéche : “Op 6 juli 1944 was ik in RNAS Woodvale gestationeerd, ongeveer 25 kilometer ten noorden van Liverpool. Een instructeur kwam de kamer binnen. De man had opgemerkt dat ik nog 15 minuten blindvliegen te kort in mijn logboek had. De Bristol Blenheim Mk V BA753 stond klaar om wat meer blindvliegervaring op te doen. Vlak na een overshoot kregen we motorproblemen en het toestel stortte buiten de luchthaven neer, het draaide overkop. Ik had ernstige brandwonden, ook in mijn aangezicht. Een van de chirurgen die mij behandelde was de beroemde Nieuw-Zeelander Archibald McIndoe. Samen met mijn instructeur ben ik in het ziekenhuis beland, elf maanden later zijn we ook samen uit het ziekenhuis ontslagen”. McIndoe ontwikkelde en verbeterde de technieken voor de behandeling van ernstige brandwonden. De meeste van zijn patiënten hadden die afgrijselijke wonden opgelopen tijdens vliegtuigcrashes. Omdat hun behandeling soms zeer lang duurde stimuleerde hij zijn patiënten om in het ziekenhuis een zo normaal mogelijk leven te leiden. Zijn patiënten hadden de bekende Guinea Pig Club opgericht, enkel toegankelijk voor zieken die heel wat plastische chirurgie hadden ondergaan.

V.l.n.r Loyen, Remi, Debêche en een Franse leerling tijdens hun opleiding in Moose Jaw (Canada).
(Foto archief Albert Debêche).

Bijna een jaar na zijn opname in het ziekenhuis begon Debêche terug te vliegen. In 1947 hervatte hij zijn studies aan de KMS om in 1948 zijn ingenieursdiploma te behalen. Tijdens zijn studieperiode werd hem frequent gevraagd om transportvluchten uit te voeren, meermaals op vraag van Kapt Vl Roger Loyen. Debêche bezat ook de nodige kwalificaties voor het vervoer van passagiers.

Debêche had blijkbaar een nauwe band met Dakotas. Bij de officiële indienstname van de K-10 in 1946 was het Debêche die het toestel van Gosselies naar Evere had gebracht. Op 26 januari 1976 vloog hij de K-10 OT-CWE over van Melsbroek naar Koksijde, begeleid door de K-8 OT-CND. Het was de officiële afscheidsvlucht van de Dakota bij de Luchtmacht.

Debêche is sinds 1977 gepensioneerd. Zowel Maj Gen Albert Henry als Lt Gen Albert Debêche werden stafchef van de Belgische Luchtmacht, respectievelijk in de periodes 1960-1963 en 1971-1977.

Debêche over de “K-14”
Het is duidelijk dat de herinnering aan de laatste vlucht van de “K-14” onuitwisbaar en scherp in het geheugen van de generaal is gebrand. Debêche : “Op 10 april 1947 was ik de eerste die uit Evere vertrok. Daarna was het Loyen die opsteeg. Henry vertrok als derde, die moest eerst nog een tussenlanding maken in Hendon. Toen we in Prestwick de controle passeerden bleven we maar ongeduldig wachten, Loyen kwam niet opdagen. Er werd ons niets meegedeeld. Rond 16 uur kwam het spijtige bericht van de crash. Die dag konden we niks meer doen voor onze collega’s, het weer was veel te slecht. Samen met Henry en iemand van de luchthaven van Prestwick werden we de dag nadien naar de berg gebracht. Toen ik de positie van de wrakstukken zag heb ik me afgevraagd of Loyen op het allerlaatste misschien nog geprobeerd heeft om rechtsomkeer te maken.

Loyen was een zeer goede collega. We hadden samen onze pilotenopleiding gekregen op de Canadese basis van Moose Jaw, een vliegveld dat intensief gebruikt werd voor het British Commonwealth Air Training Plan (BACTP). We hebben samen onze vleugels opgespeld gekregen. Ik moest de lichamen van mijn collega’s gaan identificeren, samen met Henry. Dat was een van de meest aangrijpende momenten in mijn leven. Henry liet zijn Dakota achter in Prestwick. In mijn toestel hebben we de lichamen overgevlogen naar Evere”.

Voor ons vertrek in Melsbroek bekijkt Debêche de menukaart waarop hij in 1947 het ongevallenverslag had neergepend.
Plechtigheid voor de bemanning van de “K-14” op de luchthaven van Haren/Evere.
(Archief FVH)

Landsverdediging vroeg Debêche om een eerste verslag te maken over het ongeval. Dat werd neergeschreven op een menukaart van de Terminal Mess van Prestwick Airport. De originele kaart wordt bewaard in het archief van het Dakota Documentation Center. 

Onthaal en toespraken

Het ontvangstcomité in Dumfries. V.l.n.r. : Provost Jack Groom,  Lt Gen (o.r.) Albert Debêche, David Reid,  Lt Gen (o.r.) René Hoeben, Kol Bernard Flamang en Flt Lt (o.r.) John Brotherston. John is erelid en steunt het museum. 
Provost Jack Groom verwelkomde ons in Dumfries. Ook hij had lovende woorden voor David Reid en zijn team. Achter de burgervader staat Rita Deneve (Public Relations van Dakota), rechts van hem Axel Vermeesch (hoofdredacteur Dakota News).

Op donderdag 20 augustus 2009 werd de Belgische delegatie in Dumfries opgewacht door de medewerkers van het Dumfries & Galloway Aviation Museum en door verschillende gasten waaronder Provost Jack Groom, Member of Parliament Russell Brown, Member of the Scottish Parliament Dr. Elaine Murray, District Councillors, Community Councillors en Reverend Andrew McKenzie. De staf van het museum had zijn uiterste best gedaan om de ontvangst piekfijn te laten verlopen. We publiceren graag enkele passages uit de treffende speeches van Hoeben en Debêche.  

Lt Gen (o.r.) René Hoeben vertelde hoe de gedenkplaat tot stand is gekomen en dankte de organisatoren.

René Hoeben: “The records of this first fatal crash are buried deep in the archives of our Dakota Documentation Centre, the accident and the loss of lives only remembered by some family members and colleagues of the early days of the Belgian Air Force. And it would still have been so if Frans Van Humbeek and Paul Van Caesbroeck of Hangar Flying, had not come to Scotland to locate and visit the crash site. In May 2008, with David Reid as a perfect guide, they succeeded to do just that.
 
We decided we could not leave it at that, and that we should show our gratitude to David and all those involved with the Aviation Museum, for keeping the memory of our fallen comrades alive. With the full support of Colonel Bernard Flamang, Commanding Officer of the 15 Wing, the valuable help of Frans and Paul of Hangar Flying and in close cooperation with David we started planning a journey to Scotland. We wanted to come here and present David Reid and the museum with a plaque remembering that fateful crash in 1947. But we also wanted to come with a delegation of the 15 Wing and representatives of Dakota and Hangar Flying, in order to pay homage to, not only the six aviators of our air force who then lost their lives, but also through them, to all Belgian and Royal Air Force crewmembers who gave their lives in the course of duty to their country.
 
I would like to thank all those who made this possible. David Reid, Hangar Flying and especially Colonel Flamang CO 15 Wing, the military authorities and the Defence Minister for authorising military air transport. I am extremely honoured that General Debêche joined us for this trip”.

Lt Gen (o.r.) Andre Debêche bracht het ontroerende verhaal van zijn omgekomen collega’s.

Albert Debêche: “We came together today to honour the memory of six friends who lost their life in the Carlin's Cairn on the 10th of April 1947. I shall always remember the anxiety we felt, my crew and myself, waiting in  for news of Roger Loyen and his crew, we were convinced it would be sad news. We are deeply touched that after sixty years, the memory of our friends still lives in this corner of . Our gratitude goes to Mr David Reid for the remarkable realisation in the museum. It gives us the opportunity to focus a few hours of our thoughts on all airmen who left us during the accomplishment of their duty.
Our friends, were amongst those young people, who during the war years, escaped from  hoping to reach . Nothing could stop them. Dogged as they were, they faced the omnipresent occupant, they crossed the Pyrenees into , where some were put in prison or in the concentration camp of Miranda. But finally they succeeded and offered their personal effort to the armed forces of Great Britain. The RAF and the RSAAF opened generously their ranks to these volunteers to serve where duty would call them. In 1946, they became the backbone of the new Belgian Air Force. Roger Loyen, his crew and passengers, were members of the rising 15th Air Transport Wing. Their memory remains in our hearts and we feel touched to share their remembrance with you.
Mr David Reid, thank you wholeheartedly for helping us to organize today's visit and ceremony at the . It was a great privilege for me to speak about our six lost friends and honour them in this place of remembrance.
The ceremony of dedication we live through today will remain for all of us a precious remembrance. Thank you”.


Na de toespraken onthulde Debêche de fraaie gedenkplaat voor zijn omgekomen collega’s door de vlag van de Luchtmacht van de plaat te verwijderen. Reverend Andrew McKenzie herdacht de bemanningsleden in een gebed, daarna volgde een minuut stilte en een hulde door de doedelzakspeler. De gedenkplaat kreeg een voorlopige plaats op de benedenverdieping van het beschermde torengebouw. De 15 Wing werd bij de onthulling vertegenwoordigd door korpscommandant Kol Vl Bernard Flamang.

Lt Gen (o.r.) Albert Debêche huldigde de gedenkplaat in voor zijn omgekomen collega’s. V.l.n.r. :  Lt Gen (o.r.) René Hoeben (voorzitter van Dakota), Lt Gen (o.r.) Albert Debêche, David Reid (luchtvaartmuseum Dumfries) en Reverend (priester) Andrew McKenzie. McKenzie was zo vriendelijk om de Belgische padre Lateur te vervangen die omwille van gezondheidsredenen niet kon deelnemen aan deze plechtigheid. Onder de plaat, net onder de vlag van de luchtmacht, ligt een stuk van een crew door van de “K-14”. 

René Hoeben bracht een boodschap over van de zuster van Adj Vl André Rodrique. Ze was tien jaar toen haar broer het leven verloor. Ze kon onmogelijk meereizen naar Dumfries. Toen de plaat in Dumfries werd onthuld ging ze naar de begraafplaats in Chapois-Leignon en ze brandde er een kaars ter nagedachtenis van haar geliefde broer.

Lunchen in Schotland
Na de plechtigheid in het luchtvaartmuseum werd het gezelschap een uitstekend lunch-buffet aangeboden in The Manor Country House Hotel, geen saai en hypermodern zakenhotel maar een charmant Schots etablissement. Gedurende de lunch schonk Kol Flamang de vlag van de Belgische Luchtmacht aan het Dumfries & Galloway Aviation Museum. Aan Lt Gen Debêche, Kol Vl Flamang, Dakota en het Dumfries & Galloway Aviation Museum werd door luchtvaartkunstenaar Robert “Bob” Block een exclusieve tekening aangeboden van de “K-14”. De profile werd gesigneerd door Debêche.

Tafelrede door 15 Wing korpsoverste Kol Flamang.
Robert “Bob” Block bij het overhandigen van zijn “K-14”-profile aan conservator David Reid.
Profile van de “K-14”, getekend door Robert “Bob” Block. De Dakota was geschilderd in camouflagekleuren en droeg nog niet de identificatiecode “K-14”.

Na de maaltijd vloog het gezelschap terug naar Melsbroek. Tijdens de terugvlucht nodigde Kol Flamang Debêche uit om plaats te nemen op de jump seat in de ultramoderne cockpit van de Embraer. Het was voor hem een mooi einde van een emotionele dag. Rond 20.30 uur stapte de delegatie tevreden uit het vliegtuig op de tarmac van Melsbroek.

Zowel in Groot-Brittannië als in België kwamen er heel wat positieve reacties over de eerbetuiging voor de “K-14”-bemanning. Het bezoek smeedde dan ook hartelijke banden tussen de luchtvaartmusea van Melsbroek en Dumfries. 

De deelnemers aan de plechtigheid (Comopsair, 15 Wing, Dakota vzw, Dumfries and Galloway Aviation Museum, Hangar Flying vzw,) voor de Belgische T-33 (FT-36) van het museum in Dumfries.

 

Verschillende graven van de “K-14”-bemanning zijn gelukkig bewaard gebleven. Graf van Loyen op de begraafplaats van Robermont (Liège). Graag met inzet 6238.
(Foto Danny Paspont)
Graf van Curtis op de oude begraafplaats van Evere (Sint-Vincentiusstraat).

Onze lezers willen we waarschuwen om de tocht naar de crashplaats van de “K-14” zeker niet te ondernemen zonder begeleiding van een ervaren gids. Bovendien mag je het Galloway Forest Park enkel betreden mits een speciale toelating.

Frans Van Humbeek
Foto’s: Paul Van Caesbroeck