-A A +A

Sqn Ldr Edward Blenkinsop DFC. Gesneuveld op een boogscheut van de bevrijding

Leuven, 6 november 2008. Het hoeven niet altijd vliegvelden te zijn. Dat moet ik gedacht hebben toen ik met Cdt Vl Peter Celis een afspraak maakte in het Leuvense eetcafé De Blauwe Schuit. Het interieur doet ons gelukkig aan de luchtvaart denken. Bij enkele fruitsapjes sprak ik met Peter over zijn jongste boek, One Who Almost Made it Back.

Peter Celis werd door Hangar Flying uitgenodigd voor een gesprek over zijn nieuwste publicatie.  Peter is auteur van verschillende toonaangevende luchtvaartboeken, o.a. “Runways to Victory.” (Foto Paul Van Caesbroeck)

In de nacht van 27 op 28 april 1944 bombardeerden 120 Halifaxes, 16 Lancasters en 8 Mosquito’s de scheepswerven nabij de spoorweg Antwerpen-Aachen, vlakbij het grensdorp Montzen. De Lancaster III JA976 van Sqn Ldr Edward “Teddy” Blenkinsop was een van de acht Pathfinders. Teddy’s toestel “S for Sugar” werd op 28 april 02.05 uur neergehaald tijdens een aanval die slechts tien seconden had geduurd. De Lancaster stortte neer in Webbekom. Vijf bemanningsleden overleefden de klap niet. Een zesde bemanningslid werd vermoedelijk vermoord nadat hij het vliegtuig op lage hoogte met zijn parachute had kunnen verlaten. De zevende werd zwaar gewond aan zijn lot overgelaten in een hospitaal in Diest. Na drie dagen bezweek hij zonder enige verzorging.

Teddy werd uit het vliegtuig geslingerd en overleefde de klap. Hij werd opgevangen door het verzet dat zijn scouting- imago aan het verliezen was, hun acties werden steeds dodelijker. Blenkinsop werd zelfs meegenomen tijdens een van de nachtelijke raids. De moord op collaborateur Gaston Merckx, door gewapende partizanen uit Leuven, zou de aanleiding zijn voor bijzonder harde terreuracties tegen de bevolking van Meensel-Kiezegem. Op 1 en 11 augustus 1944 werden de bewoners brutaal aangepakt door collaborateurs en Duitse troepen. Tijdens die tweede vergeldingsactie werd Teddy opgepakt. Men beschouwde hem niet als krijgsgevangene maar als een misdadiger van gemeen recht, een verzetsstrijder van Meensel-Kiezegem. Na een verschrikkelijke periode in verschillende gevangenissen overleed hij in het concentratiekamp Bergen-Belsen, vermoedelijk op 23 jan 1945. In Meensel-Kiezegem staat nu een gedenksteen voor Blenkinsop. Hij wordt er herdacht, samen met de 71 dorpelingen die het leven verloren door de Duitse terreur.     

HF : Er zijn vele Canadese piloten boven België neergehaald. Waarom schreef je precies deze biografie van Sqn Ldr Edward “Teddy” Blenkinsop ?

Peter : Als jonge knaap heb ik veel tijd doorgebracht bij mijn grootouders in Meensel-Kiezegem. De geest van de Vlaamse SS dwaalde toen nog door het dorp. Aan de hand van mijn grootvader bezocht ik dan het erekerkhof. We wandelden telkens langs de graven van de vermoorde dorpelingen. Op een grafsteen stond geen Belgische vlag maar wel een Canadese. Er hing een foto van een piloot op de steen. Als tiener heb ik wel honderd keer aan mijn grootvader gevraagd wie die geheimzinnige man was. Op een keer heeft hij me gezegd dat ik het maar zelf moest uitzoeken. Ik had toen al de beslissing genomen om piloot te worden en ik begon het inderdaad een uitdaging te vinden om het leven van de gesneuvelde te reconstrueren. Midden jaren tachtig schreef ik in mijn beste Engels een eerste brief aan de Canadese ambassade. Daarna kwam ik vrij vlug met Canadese familieleden van de bemanningsleden in contact. Al gauw volgde een stortvloed van contacten.

HF : Je besteedt zeer veel bladzijden aan de opleiding van de piloten. De cijfers over de trainingen zijn indrukwekkend. Je schrijft bv. dat 44% van de 340.000 Commonwealth crew (1939-1945) hun opleiding kregen in Canada. Toch waren de verliezen nog zeer hoog. Op blz. 69 schrijf je “ …hundreds of new crews would have to be pumped in the Bomber Command System.”  Hoor ik hier kritiek over de opleiding ? 

Peter : Zeker niet. Tijdens het begin van de vijandelijkheden kon de training de vraag aan piloten nauwelijks volgen. Maar Britten zijn zeer creatieve mensen, zeker als ze in het nauw gedreven worden. In overleg met de Canadese autoriteiten, die geregeerd werden door de Queen, werd het trainingsprogramma voor Commonwealth-bemanningen opgestart. In tegenstelling tot de Duitsers hebben de geallieerden de trainingskwantiteit voor piloten nooit teruggeschroefd. Wel werd de vliegtraining zeer intens. Nu voelt een leerling-piloot zich al uitgeput als hij tweemaal per dag de lucht in moet. Toen moest je als leerling-piloot soms vijf keer per dag de lucht in !   

Een stralende Teddy Blenkinsop (°8 oktober 1920, +23 (?) januari 1945), kort na het behalen van zijn  wings. (Archief Peter Celis)

HF : Heel veel contacten met bronnen dateren uit begin jaren negentig. Ik zag zelfs een aquarel van de door iedereen gewaardeerde en ondertussen overleden Wilfried Roels. Waarom heb je zolang gewacht om het manuscript te publiceren ?

Peter : Het Nederlandstalige manuscript was klaar medio jaren negentig. Ik was ontgoocheld omdat geen enkele Nederlandstalige uitgeverij interesse toonde in dit werk. De Canadese families hebben me aangemoedigd om verder te doen en om in het Engels te publiceren. In 2003 vroeg de befaamde uitgeverij Grub Street mij om een korte Engelstalige samenvatting op te sturen. Die waren direct enthousiast. Ik ben alles in het Engels gaan herschrijven en door het bijkomend onderzoek werd het manuscript nog wat aangedikt. Nu krijg ik natuurlijk de vraag waarom het niet in het Nederlands werd uitgegeven.  Het belangrijkste voor mij is dat de familieleden van de gesneuvelde bemanningsleden, dankzij de Engelstalige tekst, nu eindelijk te weten komen wat er met hun geliefden is gebeurd. Het boek is in de eerste plaats geschreven voor hen die achterbleven.

HF :  Je hebt enkele mensen ontmoet waar we alleen met veel respect kunnen naar opkijken. Ik spreek over helden zoals Andrée “Dédée” De Jongh van de ontsnappingslijn Comète. Ik voel dat je daar niet zonder enige trots over schrijft.

Peter : Inderdaad, in mijn dankwoord heb ik niet alleen hoge personaliteiten een plaats gegeven, eenvoudige mensen ben ik ook zeer dankbaar. Toen ik Dédée zag zitten in haar rolstoel had ze allesbehalve het figuur van een heldin. Het was een vrij tengere dame. Je zou niet vermoeden dat zo iemand 167 piloten naar de vrijheid heeft geleid en maar liefst 23 keer de Pyreneeën heeft overgestoken. Dan moet je weten dat getrainde piloten die de tocht door de Pyreneeën eenmalig maakten, dikwijls uitgeput waren van die helse wandeling. Op 13 oktober 2007 is Dédée  overleden, ze heeft nu een gedenkplaat gekregen aan haar geboortehuis in Schaarbeek. Ik vraag me af wat eenvoudige mensen ertoe drijft om voor anderen zo’n groot risico te nemen. Hele families zijn uitgeroeid omwille van hun verzet tegen de bezetter. In mijn boek staat een verhaal van een zestienjarig meisje dat meewerkt om piloten naar Groot-Brittannië te brengen. Moeten we optimistisch zijn en geloven dat de huidige generaties in geval van conflicten ook zo’n inspanningen zullen leveren voor hun medemensen?

HF : Je schuwt geen kritiek, ook niet op de Britse regering. Je vindt het nog altijd storend dat ze in Groot-Brittannië in alle talen zwijgen over de ramp met de Cap Arcona, daar verloren meer mensen het leven dan bij de scheepsramp met de Titanic.

Peter : Begin mei 1945 werden in de baai van Lübeck in de Baltische Zee 6.500 gevangenen en 600  bewakers aan boord gedreven van de Cap Arcona, een vroegere luxecruiser. Onder de bijna uitgehongerde gevangenen bevonden zich twee inwoners van Meensel-Kiezegem, dat is ook de reden waarom ik dit verhaal heb opgenomen in het boek. Aan boord van twee andere schepen bevonden zich nog 2.800 en 1.998 gevangenen. Op 3 mei 1945  werden de schepen aangevallen door RAF-Typhoons, de piloten dachten vermoedelijk dat het ging om vluchtende Duitse soldaten. 7.500 mensen kwamen om het leven. In mijn boek heb ik de Britse regering zeker niet met de vinger willen wijzen. Ik stel alleen vast dat ze nooit veel gesproken hebben over dit drama. Ik denk dat het ook voor een regering erg moeilijk is om zo’n ramp te verwerken. Hoe ga je daar in hemelsnaam mee om ?

HF: Bijzonder interessant is je uitleg over het functioneren van de Pathfinders.

Sqn Ldr Edward “Teddy” Blenkinsop, DFC, CdeG, RCAF, wordt ieder jaar in augustus gehuldigd in Meensel-Kiezegem (Tielt-Winge). Op 11 november zorgt het gemeentebestuur van deze Vlaams-Brabantse gemeente telkens voor mooie bloemen op de graven van de piloot en de omgekomen dorpelingen. (Archief Peter Celis)

Peter : Ik heb bijzonder veel respect voor de bemanningen van die Pathfinders en bommenwerpers. Hun werk is ook fantastisch beschreven door Murray Peden in “A Thousand Shall fall”, een citaat is trouwens in mijn boek opgenomen. De Pathfinders, waar o.a. Teddy toe behoort, hadden een cruciale functie. Ze moesten de doelen zeer precies markeren voor de vloot bommenwerpers die hun dodelijke lading dropten. Ze moesten op de seconde boven hun doel aankomen, ondanks veranderende wind en aanvallen van Duitse nachtjagers. Iemand die dit niet heeft meegemaakt, kan zich niet voorstellen welke doodsangsten die duizenden bommenwerperbemanningen hebben uitgestaan.  Crews zaten in trage, weinig bewapende toestellen, af en toe verlicht door vijandige zoeklichten, in verduisterde en trillende cabines waar ze uiterst nauwkeurig moesten werken met hun navigatiekaarten. Het menselijk aspect van die operaties heb ik in mijn boek willen benadrukken.   

HF : Na het lezen van je boek had ik werkelijk de indruk dat je Sqn Ldr Edward “Teddy” Blenkinsop persoonlijk gekend hebt.

Peter : De nabije familie heeft me inderdaad al gezegd dat ik meer over Teddy weet dan zij. Volgend jaar ga ik naar Canada om verschillende familieleden te bezoeken. Ik vraag me ook af hoe sommigen van hen gaan reageren op de verhalen die ik neerschreef. Voor het eerst zullen bv. de vijf broers van George Smith lezen hoe hij zonder verzorging werd achtergelaten in een ziekenhuiskamer en dat zijn lijkkist werd getimmerd toen hij nog in leven was. Ik wil zeker niemand kwetsen maar heb overal de waarheid geschreven zoals ik ze heb kunnen achterhalen op basis van alle beschikbare bronnen. Ik heb me geen moeite getroost om zo goed mogelijk te reconstrueren wat er écht gebeurd is met Teddy Blenkinsop. Ook het drama in Meensel-Kiezegem werd nauwkeurig beschreven. Namen die voormalig BRT-journalist Maurice De Wilde nog niet durfde vernoemen in zijn legendarisch programma over de collaboratie en het verzet, heb ik nu op papier gezet.

HF : De held uit uw boek heeft eigenlijk ontzettend veel pech gehad.

Peter : Sqn Ldr Edward “Teddy” Blenkinsop is als enige levend uit de crash van de Lancaster gekomen, hij werd bovendien goed opgevangen en verzorgd door de lokale bevolking. Die zeer loyale en moedige piloot, die met zoveel toewijding streed tegen het nazisme, heeft inderdaad het ongeluk gehad om te zijn opgepakt in Meensel-Kiezegem. Hij overleed slechts drie maanden voor de bevrijding van Bergen-Belsen (15 april 1945). In Meensel-Kiezegem wordt jaarlijks hulde gebracht aan de vermoorde dorpelingen en aan Teddy Blenkinsop. De verkeerde geboorte- en overlijdensdata op de gedenksteen, worden zo snel mogelijk verbeterd door de gemeente.

Frans Van Humbeek

“One Who Almost Made it Back” van auteur Peter Celis (ISBN 978-1-906502-16-4) telt 260 blz plus 16 blz. foto’s (zw).

“One Who Almost Made it Back” van auteur Peter Celis (ISBN 978-1-906502-16-4) telt 260 blz plus 16 blz. foto’s (zw). Het wordt uitgegeven door Grub Street maar kan bij De Krijger besteld worden via dit formulier. De eerste vijf exemplaren werden voor Hangar Flying gesigneerd door de auteur.