-A A +A

Alfako: Samen naar de eindstreep

Wevelgem, 8 oktober 2008. De Alfa Flight Academy uit Kortrijk (www.alfako.be) is één van de acht Belgische FTO’s (flight training organisations) die door het Directoraat-generaal Luchtvaart erkend werden. Uw Hangar Flying redacteur en fotograaf streken er neer voor een interview met zaakvoerder Franky Callens.

De school is gevestigd onder de controletoren van de internationale luchthaven van Kortrijk/Wegelgem (EBKT). De bijna twee kilometer lange start- en landingsbaan van deze kleine, maar beloftevolle vliegplaats wordt voornamelijk gebruikt voor zakenvluchten, pilootopleidingen en recreatief vliegen. Abelag, de Belgische specialist in zakenluchtvaart, heeft hier een belangrijke basis. Daarnaast gebruikt de Luchtcomponent van Defensie de piste ook voor touch-and-go’s. Tijdens het bezoek werden we getrakteerd op enkele mooie landingen van een C-130 van de 15e Wing.

De Robin DR400/160 OO-CSD vertrekt voor een nieuwe lesvlucht. Het toestel wordt voornamelijk gebruikt voor de opleiding instrumentvliegen.

Alfako
De school werd in september 2007 opgericht door Maarten De Wulf, Mario Bryon en Franky Callens. Een deel van de vliegtuigvloot en de gebouwen werd overgenomen van CIDRA. Na de overname van de scholingsactiviteiten door Alfako houdt CIDRA zich uitsluitend bezig met het onderhoud van vliegtuigen en instrumenten en heeft, naast de hoofdzetel in Lille, nog steeds enkele werkplaatsen op Wevelgem. Franky is informaticus van opleiding en leerde in 1988 in Ursel vliegen. Luchtvaart was voor hem een hobby tot de andere twee vennoten hem in 2006 vroegen of het hem interesseerde om mee in Alfako te stappen en de dagelijkse leiding op zich te nemen.

In de romp van dit afgeschreven toestel bouwden de mensen van Alfako een simulator die gebruikt kan worden als proceduretrainer. Hoewel er veel modernere simulatoren op de markt te vinden zijn, is men er bij Alfako toch van overtuigd dat deze simulator goed is om de cockpitprocedures in te oefenen. Het echt leren vliegen behoor je in een heus vliegtuig te doen.

Voor de opleiding van toekomstige piloten kan de school rekenen op een korps ervaren instructeurs dat acht man sterk is. Van die acht zijn er drie voltijds in dienst. Een van hen is Didier Dejonghe die op het moment van het interview ook in het lokaal aanwezig is om de volgende lesvlucht voor te bereiden met een van zijn leerlingen. Didier heeft ondertussen maar liefst 30 jaar vliegervaring achter de kiezen en is naast instructeur ook examinator bij het Directoraat-generaal Luchtvaart. Dejonghe mag met alle types van de school vliegen. Dat de luchtvaart niet langer een mannenwereld is, bewijst Annelies Seminck, één van de leerlingen van Didier die ondertussen ook het lokaal binnengewandeld is. Zij volgde een grafische opleiding. Vliegen heeft haar altijd gefascineerd en nu wil ze graag haar droom om lijnpilote te worden waarmaken. Volgens Didier is het een bijzondere dankbare job om aan vrouwelijke kandidaat-piloten les te geven door hun zachtheid van sturen en zin voor analyse.

De school heeft een vloot van zeven toestellen van het type Robin DR400, Robin R2112, Cessna 182, Beech 33/36 en Partenavia P-68B. Vier van de toestellen zijn eigendom van de school, de drie andere worden door privé-eigenaars ter beschikking gesteld.

In de recent gerenoveerde ontvangstruimte probeerde men de illusie op te wekken van een vliegtuigcabine. Er waren zelfs plannen om overhead bins tegen het plafond te bevestigen.

Leren vliegen bij Alfako
“Wij bij Alfako zweren bij de modulaire opbouw van de vlieglessen”, weet Franky me te vertellen. Dat houdt in dat je de verschillende modules op eigen tempo kan afwerken. Er zijn volgens hem een aantal voordelen ten opzichte van de geïntegreerde opleiding. De studenten kunnen hun opleiding op eigen tempo afwerken. Het lesgeld wordt per module betaald, je betaalt dus nooit de volledige kost van de opleiding bij de aanvang ervan. De studenten worden beter gemotiveerd omdat ze na elke module een ‘diploma’ krijgen, dit in tegenstelling tot de geïntegreerde opleiding waar je pas na de voltooiing van alle onderdelen je licentie krijgt.

De theoretische lessen worden zowel in avond- als in weekendonderwijs gegeven. Heel wat leerling-piloten hebben immers een andere job. Volgens Franky is het de bedoeling van de meeste leerlingen van Alfako om uiteindelijk hun ATPL (licentie voor lijnpiloot) te behalen. Bij Alfako kan dit in zes (al dan niet) eenvoudige stappen: PPL (privaatpiloot) – bevoegdheid tot vliegen op instrumenten – bevoegdheid tot nachtvliegen – CPL (beroepspiloot) – bevoegdheid tot vliegen met meer dan één motor en tenslotte ATPL (lijnpiloot).

Acrobatie wordt als een apart en niet verplicht onderdeel aangeboden. Een vijftal leerlingen volgen momenteel een dergelijke module. De filosofie hierachter is dat je als piloot op alles voorbereid moet zijn. Als je alle manoeuvres (bvb. stall of spin) al eens ingeoefend hebt kan je noodsituaties beter inschatten en gepaster reageren. Je mag het vergelijken met een slipcursus met de wagen. Daarnaast kan je bij de school ook terecht voor een module die meer ervaren piloten klaarstoomt voor het examen van vlieginstructeur dat door het Directoraat-generaal Luchtvaart wordt ingericht.

De school wil volgens Franky een persoonlijke opvolging bieden aan al haar leerlingen. Samen naar de eindstreep (lees: een vliegbrevet) is dan ook een van de motto’s die gehanteerd worden. Die persoonlijke opvolging vertaalt zich o.a. in de toekenning van een of maximum twee vaste instructeurs per leerling. Daarnaast wordt er per leerling een volledig dossier bijgehouden waarin alle vorderingen opgetekend worden.

Franky Callens poseert bij de Partenavia P-68B OO-WIK. Bij Alfako wordt het toestel (bouwjaar 1978) gebruikt om te leren vliegen met meer dan één motor.
In België vliegen momenteel slechts drie P.68’s. Partenavia OO-TJK is eigendom van Abelag Aviation die de machine voornamelijk gebruikt voor de inspectie van pijpleidingen. Partenavia OO-PXL is in handen van Aerodata. De OO-WIK heeft net zoals de OO-PXL een gesloten neus, de OO-TJK heeft een volledig doorzichtige neus.

De toekomst
Momenteel heeft de school een veertigtal leerlingen. Door de modulaire opbouw van de lessen bevinden deze leerlingen zich allemaal in verschillende stages van hun opleiding. Franky kan Hangar Flying vertellen dat er ruimte is om nog een beetje te groeien; hij heeft het dan over ongeveer twintig percent. Hij benadrukt echter dat deze groei zeker niet ten koste mag gaan van het kwaliteitsniveau dat momenteel gehaald wordt. “We gaan voor kwaliteit, niet voor kwantiteit” zegt Franky.

De Robin DR400/120 OO-CQD wordt gebruikt voor de basisopleiding.
Dat de school een goede band heeft met het vliegveld blijkt meteen uit de naam ervan; de verwijzing naar Kortrijk werd er immers duidelijk in opgenomen. In gezamenlijk overleg met de betrokken partijen heeft men gestreefd naar een duurzame samenwerking die leefbaar is voor alle actoren.

Het budget voor reclame is in vergelijking met andere vliegscholen eerder beperkt. Deelname aan beurzen, een opendeurdag, reclame via artikels in de krant of reportages op de radio, dat zijn de bronnen die Alfako aanboort om haar naam bekendheid te geven. Volgens Franky is het echter de mond-tot-mondreclame die het grote verschil maakt. “De beste reclame die je kan krijgen komt meestal van oud-leerlingen die de school aanraden bij kennissen”, weet Franky ons te vertellen.

Kevin Cleynhens
Foto’s: Paul Van Caesbroeck