-A A +A

Raymond’s Aircraft Restauration

Deurne, 8 september 2008. Na een bezoekersbadge opgehaald te hebben in het luchthavengebouw van Antwerpen worden we door Raymond Cuypers, de oprichter van Raymond’s Aircraft Restauration (RAR), opgewacht aan de poort die toegang geeft tot enkele hangars aan de noordzijde van de luchthaven.

De werkplaats van Raymond’s Aircraft Restauration is in vier termen te beschrijven: onbespannen vleugelprofielen, buizenstellen van volledig ontmantelde vliegtuigen, de geur van aceton en een flinke dosis luchtvaartgeschiedenis.

Raymond begon zijn carrière als slager. Na een tijd als technieker bij Opel gewerkt te hebben vond hij de weg naar de luchtvaart. Wat begon als een hobby werd tenslotte zijn broodwinning. Hij volgde in Grimbergen een opleiding tot vliegtuigmecanicien. In 2003 richtte hij Raymond’s Aircraft Restauration op en in 2005 kwam z’n zoon Tim bij hem in de zaak.

  Het aanspannen van het zeildoek over de vleugelprofielen is een monnikenwerk. Door het polyester/nylon weefsel te verwarmen spant het zich over het profiel.

Daarnaast hebben ze iemand in dienst die zich voornamelijk bezighoudt met de administratieve kant van de zaak. Deze laatste, Inge, is momenteel in opleiding bij Raymond om bijvoorbeeld vleugelprofielen te leren bespannen. Raymond vertelt: “Er bestaan geen opleidingen die zich specifiek richten op het restaureren van oude vliegtuigen, dat is iets wat je moet leren van iemand die in het vak zit. Het restaureren van oldtimers, dat is iets wat je met feeling moet doen.” Hij gaat verder: “Het is moeilijk om nieuwe, gemotiveerde werkkrachten te vinden voor wat wij hier doen. De interesse van de jeugd gaat voornamelijk uit naar de grote, commerciële vliegtuigen, niet naar oldtimers.”

Raymond: “Het buizenstel is vaak een van de kritieke punten van een oud vliegtuig. Corrosie kan optreden zonder dat je het meteen ziet.”

Raymond en de Nippers
Je zou kunnen denken dat de titel de naam is van een Vlaamse schlagerformatie, maar het gaat hier wel degelijk over de Tipsy Nipper. Dit Belgische toestel werd in de jaren vijftig  ontworpen door Ernest Oscar Tips (1893-1978), een Belgische luchtvaartpionier en medeoprichter van de Avions Fairey s.a. te Gosselies. Deze merkwaardige man had al in 1933 de Tipsy S (van Sport) ontworpen, op dat moment het enige ultralichte acrobatietoestel (leeggewicht 130 kg). In 1957 ontwierp Tips de Tipsy Nipper, een eenzitter met een Volkswagen motor van 25pk. De OO-NIP ging op 12 december 1957 voor het eerst de lucht in met Bernard Neefs aan de stuurknuppel. Hij was de testpiloot van de fabriek.

De loods wordt ook gebruikt voor de stalling van andere toestellen. Op de voorgrond kan je de speciaal aangepaste aanhangwagen zien die gebruikt wordt voor het transport van vliegtuigen.

Dankzij dit ontwerp zag Tips een droom werkelijkheid worden: een zo klein mogelijk en gemakkelijk hanteerbaar vliegtuig ontwerpen dat tevens goedkoop is in aankoop en onderhoud. Je kon het toestel kopen als zelfbouwpakket of volledig geassembleerd en klaar om te vliegen. Door de verbintenissen van de fabriek voor de productie van de F-104 Starfighter voor de Belgische Luchtmacht, kon men slechts 78 toestellen bouwen. De licentie werd in 1962 verkocht aan Cobelavia, die ze op haar beurt in 1966 verkocht aan het Britse Nipper Aircraft Ltd. Er werden nog 30 Nippers gebouwd, nadien zouden ze nog enkel bouwplannen leveren aan amateurvliegtuigbouwers.

De motoren worden niet door Raymond gereviseerd, daarvoor doet hij beroep op Loma-Air uit Heist-op-den-Berg.

Raymond kwam met de Nipper in contact in 1974 op Balen-Keiheuvel en was meteen verknocht aan dit kleine toestel. Hij was diep onder de indruk van de acrobatiemogelijkheden. Na een vlieglicentie behaald te hebben, kocht hij zijn eerste Nipper (OO-VAG) in 1986. Hij had nu wel een Nipper, maar kon er door zijn lengte niet mee vliegen.

De laatste nieuwe aanwinst van Raymond: SV-4b OO-WIL (V42), met op de achtergrond een Nipper OO-MLD (cn 73).

Raymond bouwde dan de Nipper Mk.V G-TIPS onder PFA-toezicht (Popular Flying Association). Dankzij enkele modificaties paste nu ook hij in het toestel waar hij een boon voor had. Momenteel is de G TIPS in handen van de zoon van Bernard Neefs, de vroegere testpiloot van Fairey.

In de opslagplaats vinden we nog enkele ex-Israëlische Piper Cubs die eigenaar zijn van de Nederlander Christian Neidt (CNE Air). In de andere loods staat ook een Stearman (N56608) van CNE Air gestockeerd. Ook de vleugels van de Pou-du-Ciel OO-04 kan je op de rekken tegen de muur terugvinden.

Raymond’s Aircraft Restauration
De toekomst ziet er goed uit voor dit bedrijfje. In het orderboekje staat nog voor zes tot zeven jaar werk. Een verdere uitbreiding ziet Raymond echter niet zitten: “De nadruk moet blijven liggen op kwaliteit, niet op kwantiteit. Groeien gaat onvermijdelijk ten koste van de geleverde kwaliteit”. RAR heeft zich gaandeweg gespecialiseerd in o.a. Nippers, Piper Cubs en SV-4’s.

De Tipsy Nipper Mk.V G-TIPS werd door Raymond gebouwd en voorzien van enkele aanpassingen waarvan de sterkere Jabiru motor van 80pk en meer beenruimte ongetwijfeld de belangrijkste zijn. (Foto: Kevin Cleynhens, Schaffen 13 augustus 2005)

Raymond heeft een vijftigtal vaste klanten waarvan ongeveer de helft uit België en de helft uit Nederland komt. Daarnaast heeft hij ook nog enkele klanten in Groot-Brittannië, Zwitserland en Portugal. Het merendeel van de inkomsten komt uit de onderhoudswerkzaamheden. “Bij een restauratie kan je immers moeilijk op voorhand schatten hoeveel werk je precies gaat hebben. Het is bijgevolg lastig om een juiste prijs op het hele project te plakken”: weet Raymond me te vertellen. Raymond’s Aircraft Restauration (www.rar.be) werd naast het Belgische Directoraat-Generaal Luchtvaart ook door de Duitse en Britse luchtvaartautoriteiten erkend. “Vanaf eind 2008 komt daar ook de erkenning bij door de Europese EASA, en dat zou voor ons een enorme stap voorwaarts zijn”: aldus Raymond.

Deze Boeing Stearman werd onder handen genomen door Raymond's Aircraft Restauration, het resultaat mag gezien worden. (Foto: Kevin Cleynhens, Schaffen 16 augustus 2008)

Met dank aan Luc Wittemans voor de voorbereidende research.

Kevin Cleynhens
Foto’s: Paul Van Caesbroeck