-A A +A

Tony De Bruyn en zijn passie: Bronco's

Wevelgem, zondag 7 april 2013. Het is vroeg in de ochtend, maar in de loods van Aircraft Power Maintenance (APM) gonst het van de activiteit. Rond een Rockwell OV-10B Bronco is een klein team bezig met de jaarlijkse check van het toestel en de voorbereiding voor verdere restauratie. Het Bronco Demo Team hoopt klaar te zijn tegen volgend airshowseizoen. Wij hadden alvast een babbel met Tony De Bruyn over het team, de Bronco en zijn passie voor luchtvaart.

Tijdens ons bezoek waren de crewchiefs aan het werk met de jaarlijkse inspectie.

Het Bronco Demo Team (www.broncodemoteam.com) werd in 2010 opgericht en kwam eigenlijk voort uit de Photo Flying Days waar verschillende mensen de koppen hebben samen gestoken om iets met de Bronco te gaan doen. Na een succesvol airshowseizoen in 2011, met heel wat positieve reacties en een goede start met heel wat activiteiten in 2012, ging het op 10 juli van dat jaar mis. Tijdens een oefenvlucht op het vliegveld van Kemble (Groot-Brittannië) crashte het toestel en werd het vernietigd bij de impact. Tony kon de cockpit nog openen en werd door de brandweer bevrijd. Met zware brandwonden werd hij overgevlogen naar een ziekenhuis in Bristol waar hij twee maanden in kunstmatige coma werd gehouden. Daarna ging het naar het Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek voor verdere verzorging. Sinds 8 februari 2013 is Tony permanent ontslagen uit het ziekenhuis en werkt hij verder aan zijn revalidatie. “Over het ongeval kan ik niet veel kwijt,” zegt Tony. “Het onderzoek is nog niet afgerond. Ik weet wat er gebeurd is, maar ik wel geen misverstanden de wereld in sturen.”

Restaureren
Met het ongeval was het een tijdlang stil rond het team maar ondertussen zijn ze hard aan het werk aan de restauratie van een tweede en derde Bronco: “Spijtig van het ongeval en het verlies van het vliegtuig, maar we blijven verder doen. Normaal gingen we vorig jaar de tweede Bronco restaureren. Het project liep wat vertraging op maar nu zijn we weer volop aan het werk. We gaan niet overhaast te werk om bijvoorbeeld halverwege het airshowseizoen in te vallen. We werken liever alles perfect af om klaar te staan voor het volgende seizoen. Tegen dan is alles tiptop afgewerkt… en ben ik zelf ook weer tiptop,” klinkt het hoopvol. “Ook het derde toestel, dat momenteel in Duxford gerestaureerd wordt, hopen we binnenkort weer te starten. Het is de bedoeling om er twee vliegwaardig te hebben om duovoorstellingen te geven. Natuurlijk moeten organisatoren zich dat kunnen veroorloven.”

Heel wat panelen werden opengemaakt om de besturing van de Bronco te kalibreren.

Uitbreiding?
Ondertussen is er zelfs sprake van een vierde of vijfde toestel: “We zoeken zeker een derde, als de gelegenheid zich voordoet ben ik kandidaat,” lacht Tony. De passie voor Bronco’s zit diep. “Er werden er destijds 360 van gebouwd, daarvan is de helft nog wel ergens te vinden en zijn er nog een 30 à 50-tal vliegwaardig. Het is uniek om dit type te zien vliegen, zeker in Europa. In vergelijking met andere warbirds is het in principe een superveilige vlieger. Met de turboprops zijn we niet afhankelijk van AvGas, wat meer en meer een probleem wordt. Ook het onderhoud is relatief eenvoudig. De Bronco heeft misschien niet de allure van een Spitfire of Mustang, maar toch merken we aan de respons van het publiek dat er veel meer in zit dan een gewone vlieger.”

“De eerste keer dat ik een Bronco zag, was in het Nederlandse De Peel in 1981. De Amerikanen hadden de toestellen, die eigenlijk specifiek voor de Vietnam-oorlog werden gebouwd, na het einde van die oorlog herverdeeld over verschillende basissen, ook in Europa. Op de airshows waren ze net herschilderd in de befaamde ‘lizzard’ -camouflage. Een fantastisch zicht. Toen wist ik al dat het iets was dat veel lawaai maakte (lacht). Maar dat ik er ooit mee zou vliegen had ik als jonge gast nooit gedacht.”

Opnieuw vliegen
“Wanneer ik zelf weer achter de stuurknuppel kruip? Ik hoop zo snel mogelijk, misschien tegen het einde van het jaar. Het is afhankelijk van de volgende operaties en dokters. Ik moet mobiel genoeg zijn. Vanaf het moment dat ik wakker werd in het ziekenhuis maakte ik er geen punt van om terug te gaan vliegen. Het is zeker niet mijn enige drijfveer, maar een trauma heb ik er niet aan overgehouden. Ik heb onlangs voor de eerste keer weer meegevlogen met de Skyvan. Ik had absoluut geen schrik. Ik geraak gemakkelijk in de cockpit en in de stoel zit ik comfortabel.”

In het midden Tony De Bruyn, voorlopig mag hij nog niet terug achter de stuurknuppel van zijn Bronco plaatsnemen. Maar hij is hoopvol om daar tegen het einde van het jaar verandering in te brengen.

Tony wist al ruim 4.000 vlieguren te verzamelen. “Waarvan een groot deel in de Skyvan,” vult hij aan. „Wat eigenlijk kwantitatief bijna hetzelfde toestel is als een Bronco. Uiteraard is de Bronco een pak sneller met het intrekbaar landingsgestel, het toestel kan meer G’s trekken. Het is een beetje de vergelijking tussen een bestelwagen en een sportwagen. Begrijp me niet verkeerd, met de Skyvan is er niets mis. Het is het beste toestel in zijn categorie. Een Bronco vliegt gewoon tien keer beter, plezanter en aangenamer. Maar para’s gaan droppen met de Skyvan is bijvoorbeeld ook een plezier... anders deed ik het niet.

Och, beide toestellen zitten verweven in elkaar, we kunnen met beide fotovluchten doen. De Bronco is airshow-gericht terwijl de Skyvan een meer commerciële uitbating vraagt. We hebben contracten met de Belgische en Britse overheid om para’s te droppen en ook de Nederlanders en Duitsers doen beroep op ons. Het is trouwens niet omdat ik aan de grond sta, dat de activiteiten stilliggen. Mijn familie heeft de afgelopen maanden fantastisch werk verzet en alles in het werk gesteld om onze activiteiten verder te zetten. Zo vliegt mijn zoon Thomas nu met de Skyvan. Hij zat in zijn laatste jaar, maar is tijdelijk gestopt met studeren om de zaken verder te zetten... en duidelijk succesvol want het contract in Engeland werd vorige maand nog verlengd.”

Bronco Fan Dag
De Skyvan operaties blijven verder lopen, voor het Bronco Demo Team is er even een pauze ingelast. Al blijft het team nog stevig tonen dat ze er zijn... en dat ze van plan zijn om te blijven. Zo waren ze aanwezig op de European Airshow Convention en op de kerstmarkt in Wevelgem. Binnenkort gaan ze naar de Abingdon Air Fair, zonder Bronco maar wel met een stand. Het grote publiek kon onlangs nog kennis maken met het team op hun thuisbasis in Wevelgem tijdens de Bronco Fan Dag op 24 maart: „Veel mensen zijn er toen niet geraakt door de sneeuw. Maar in tegenstelling tot vorig jaar (zie ook impressie), konden we nu in de warmte van de hangaar blijven. We hebben veel enthousiaste bezoekers mogen verwelkomen.”

Aan de fandag komt er nog een vervolg, dit keer in Engeland. Op het vliegveld van Kemble wordt er op 15 en 16 juni een kleine fly-in georganiseerd met toestellen waar ik nog mee heb gevlogen. Zo staat daar nog een Bristol Britannia waar ik meevloog op z’n laatste vlucht tussen Zuid-Afrika en Kemble. Na de crash is er natuurlijk nog een extra verbondenheid gegroeid met Kemble. We gaan de kans dan ook aangrijpen om iedereen die meegeholpen heeft aan de afwikkeling van mijn ongeval te bezoeken zoals de brandweer, Air Ambulance en het ziekenhuis dat van ons een donatie zal ontvangen.”

De Bronco Fan Dag bracht heel wat bezoekers op de been. Natuurlijk stond Tony in het middelpunt van de belangstelling en wilde iedereen wel een praatje maken. (Foto Jan Vanhulle)

“Het is dus wel duidelijk dat we actief blijven door het jaar,” gaat hij verder. “De vlieger is nog niet helemaal klaar, maar het blijft zo’n goede groep mensen. Voor iedereen betekent het iets. Er komen wekelijks wel een paar mensen samen. We doen af en toe groepsactiviteiten in een ongedwongen sfeer. Het is iets speciaal en mensen zien ook dat het meer is dan alleen maar vliegen. Ook daardoor krijgen we erkenning op bijvoorbeeld de European Airshow Convention.”

Cheerleaders
“Het team bestaat uit meer dan alleen ik als piloot en de crewchiefs. De vrouwen en lieven van hen zijn nu onze cheerleaders. Het ontwikkelt zich wat spontaan, nu hebben ze zelfs een dansje als echte cheerleaders. Op een airshow is het een leuk extraatje. Veel deelnemers komen toe, zetten er hun vlieger, zijn snel naar het hotel en de rest van de tijd zie je ze niet tot ze hun display moeten vliegen. Wij komen met en andere approach, wij willen meer zijn dan alleen een vliegtuig op de grond met een bordje op de lijn. We brengen meer animatie en daar komen de mensen uiteindelijk ook voor.”

De Bronco cheerleaders hebben voor volgend seizoen alvast een dansje in petto voor de airshow-bezoekers. Niet alleen in de lucht kan het team schitteren! (Foto Jan Vanhulle)

Onderdelen
“Er zijn wellicht weinig mensen in de wereld die evenveel van de Bronco weten dan ik,” stelt Tony. “Ik heb in de mate van het mogelijke alle andere operatoren bezocht en zo weet ik ook waar spare parts te vinden zijn. Met Bronco zijn we al twaalf jaar bezig, maar het zoeken van reserveonderdelen is altijd onze business geweest. Vroeger leverde ik spare parts in Afrika en verzeilde zo in de wereld van aan- en verkoop van vliegtuigen. Met Mobutu die Zaïre moest verlaten lag de verkoop stil. We zochten dus iets anders. Via een klant uit Zuid-Afrika kwam ik in contact met de Skyvan. Hij vroeg me of ik geen koper kende. Ik had hier al een paar gesprekken gehad en was op de hoogte van een contract met defensie om paradroppings te doen. Toevallig moest ik de week daarna naar Zuid-Afrika en ik ben er de Skyvan gaan inspecteren.”

Sleutelkisten
“Ik was een aantal jaren actief met een PPL en deed zodoende een typerating op Skyvan. Toevallig heeft de Skyvan dezelfde motor dan de Bronco’s die ik het jaar ervoor had aangekocht. Die Bronco’s waren sleutelkisten in Duitsland en zo komt van het een het ander. Ik was er niet speciaal naar op zoek, maar het is en blijft een speciaal vliegtuig. Met de ervaring in wisselstukken zijn we aan de slag gegaan met de restauratie. De vliegtuigen kwamen uit een technische school. Veel leerlingen hebben een stukje Bronco mee naar huis genomen. Zo was de stick afgezaagd. Ook aan de buitenkant waren ze niet meer toonbaar. De leraars hakten er met een bijl gaten in voor Aircraft Battle Damage Repair.

Tegen de tijd dat de Bronco kon vliegen had ik een paar honderd uur Skyvan in mijn logboek staan. De hele zomer werkten we aan de Bronco met motortest en taxiruns. Met mijn Skyvan-ervaring kon ik de CAA ervan overtuigen om hem zelf over te vliegen naar Duxford voor verdere restauratie. Het was toen nog een eenzitter, niemand kon mij ‘lossen’ op dat type. Alles verliep vlot. De activiteiten met Bronco en Skyvan zijn complementair aan elkaar.”

Bronco 98+18 wordt in Wevelgem met de grootste zorg omringd. De restauratie nam bijna zeven jaar in beslag nadat het toestel twintig jaar tentoon gesteld werd in het International Luftfahrt Museum Manfred Pflumm op het vliegveld van Schwenningen.

Aircraft Power Maintenance
Een paar jaar terug nam Tony het Wevelgemse bedrijf Aircraft Power Maintenance (APM) over. Deze firma is overgenomen van Wim Loetschert en zijn vrouw Rieke, die met hun dochter, hun zoon en diens vriendin op tweede kerstdag in 2007 in een helikoptercrash het leven lieten. “Bij APM reviseren en herstellen we Boeing-motoren,” zegt Tony. „Binnenkort willen we ook instaan voor het onderhoud van onze eigen motoren. Tien jaar terug kon ik dit niet voorzien, maar het komt er wel toevallig bij.”

Een groot deel van de chrewchiefs waar het Bronco Demo Team op beroep kan doen, samen met enkele cheerleaders en natuurlijk Tony De Bruyn met zijn vrouw Edith. (Foto Jan Vanhulle)

Bristol Britannia
De interesse voor luchtvaart is er bij Tony altijd al geweest. “Op de airshow van Oostende in 1979 liep ik voor het eerst onder een groot toestel, dat waren de Bristol Britannia’s die er er toen geparkeerd stonden. Als vijftienjarige maakten ze echt indruk op me. Met mijn bril kon ik geen lijnpiloot worden, dus werd het industrieel ingenieur. Maar eens afgestudeerd wilde ik toch in de luchtvaart gaan. Ik ging aan de slag bij Fedex, wel een luchtvaartmaatschappij... maar niets met vliegtuigen te maken. Ik vloog wel eens mee en werkte soms in een vliegtuig. Maar als luchtenthousiast was ik vooral met props bezig, veel meer dan jets. Ik ben de resterende Britannia’s in de wereld gaan opzoeken. Zo vloog er nog een in Zaïre. Ik heb met de eigenaars contact gezocht en met hen bouwde ik ginds een netwerk op. Toevallig vloog ik toen mee met de laatste vlucht van die kist, door motorproblemen bleef die voorgoed aan de grond. Het jaar daarvoor was ik al in Havana geweest om daar naar de Britannia’s gaan kijken waarmee de Cubanen net gestopt waren met vliegen. Ik bracht de twee samen en zo ging het Cubaanse toestel naar Zaïre. Ondertussen leerde ik ook heel wat anderen kennen op de tarmac in Zaïre,” gaat hij verder. “De luchtvaartwereld is er bijzonder klein en plots sta ik daar met een redelijk luchtvaartkennis. Geen internet, laat staan satelliettelefoons. Zodoende moest ik regelmatig iets organiseren om wisselstukken te zoeken, de basis dus van mijn bedrijf Eureka Aviation. Om een lang verhaal kort te maken... hoe een ontmoeting met de Bristol Brittania in mijn jeugd, mijn uiteindelijke luchtvaartcarrière op de rails heeft helpen zetten.”

Tekst: Tom Brinckman
Foto’s: Jan Vanhulle en Tom Brinckman