-A A +A

Pegasus gekortwiekt?

Diest, 8 januari 2011. In 2010 werd door besparingen bij Defensie het 1ste Bataljon Parachutisten, dat sinds 1953 in de citadel van Diest was gekazerneerd, ontbonden. De beslissing kwam hard aan bij de stad Diest en bij de vele oudgedienden die hier hun legerdienst hadden doorgebracht. In de citadel bevindt zich nu nog het Pegasus Museum en de toekomst van dit museum van de para’s lijkt uitzichtloos.

Kazerne Limbosch
Op een zaterdagavond stond Lt Kol (or) Roger Aerts ons op te wachten aan de ingang van het Kwartier Luitenant Freddy Limbosch (www.para-cdo.be/1Para/citadel.htm). Roger verliet de Koninklijke Militaire School in december 1959 en begin mei 1960 was hij al gekazerneerd in Congo. In Kamina behaalde hij zijn parabrevet. Van 1984 tot 1988 was hij korpsoverste in Diest. Hij nam deel aan verschillende buitenlandse missies en vertelt dan ook met veel kennis van zaken over het Pegasus Museum. Roger: “Een tachtigjarige heb ik zien wenen toen hij hoorde dat het museum van zijn vroegere eenheid hier binnenkort de deuren zou moeten sluiten. Hij kon maar niet verstaan dat de herinnering aan een van de moedigste eenheden van ons Belgisch leger dreigt verloren te gaan”.


 
Lt Kol (or) Roger Aerts, voorzitter van het Pegasus Museum vzw (www.pegasus-museum.be), strijdt voor het behoud van het Diestse museum. Informatie over de geschiedenis van de para’s is ook te vinden op www.paracommando.com.

Citadel tegen Nederlanders
Het Pegasus Museum bevindt zich dus in de vijfhoekige citadel van Diest, op de Allerheiligenberg. Na de onafhankelijkheid van België werden versterkingen gebouwd tegen de Nederlanders. Aan de citadel werd gemetst tussen 1845 en 1855. Tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog had de vesting geen strategische betekenis meer. Enkele tientallen jaren geleden werd een vleugel van de citadel afgebroken om de kazerne beter toegankelijk te maken voor moderne voertuigen. Er werd toen ook een moderner complex bijgebouwd. Sinds 1996 is de citadel door de Vlaamse Gemeenschap beschermd als monument.

Roger: “Sinds eind oktober 2010 is de citadel verlaten. Een achterwacht verzekert nog de bewaking in afwachting van een nieuwe bestemming, maar niet langer dan 30 juni 2011. Dat is ook de datum waarop Defensie een einde maakt aan onze concessie. Ons museum moet ofwel elders een onderkomen zoeken of ontbonden worden”. We geven onze identiteitskaarten af aan de wachtpost en met Roger wandelen we door de vier goed gevulde zalen van Pegasus.

Bidlot start een museum
Vermits de paracommando’s een zeer nauwe band hebben met de Luchtmacht, is in dit museum ook  veel luchtvaartinformatie te vinden. Uit de verhalen van Roger blijkt al gauw dat zijn eenheid zeer vriendschappelijke relaties onderhield met de 15de Wing van Melsbroek.

Rechts een mannequin met de eerste parachute, een Type X Mk.2. Tijdens de scholing werd geen helm gedragen maar een muts die het hoofd beter moest beschermen. Links staat een container die onder in het bommenrek van een bommenwerper kon gehangen worden. Verschillende segmenten van de container konden apart opgevuld worden met bv. voedsel of bewapening.

In 1976 besloot korpsoverste luitenant-kolonel Bidlot een museum op te richten voor het 1ste Bataljon Parachutisten. Het werd een ideale ontmoetingsplaats voor oudgedienden om hun herinneringen op te halen. De collectie groeide en in 1987 kwam er een grote uitbreiding van het museum. In 1991 werd een nieuwe wapenwet van kracht en daardoor werden de echelon-musea, die collecties wapens bezaten niet langer welkom binnen de muren van de kazernes. Op 9 november 1995 werd Pegasus Museum vzw opgericht die de rijke collectie moest overnemen. In de statuten staat dat de vzw de tradities van de Belgische Special Air Service en de parachutisteneenheden moet in ere houden en het militair patrimonium van het garnizoen Diest moet helpen bewaren en beschermen. Sinds 1997 heeft Diest het peterschap over het 1ste Bataljon Parachutisten op zich genomen.

Vier zalen
In de eerste zaal van het Pegasus Museum wordt het ontstaan van de paracommando-eenheden uit de doeken gedaan. Zeldzame foto’s tonen de eerste opleidingen in Canada (vanaf 1941) en de eigenlijke oprichting van de eerste Belgische parachutisteneenheid in het Engelse Malvern (Worcestershire) in mei 1942. Men sprak toen nog over het Belgische SAS-regiment (Special Air Services) en het waren zij die als eerste geallieerde eenheid in WOII voet hebben gezet op Belgische bodem. SAS-operaties gebeurden door kleine groepen militairen. Ze werden achter de linies gedropt en moesten vooral informatie verzamelen over de vijand. Parachustisten werden vaak gedropt door bommenwerpers, ze sprongen door een gat in de vloer en niet door een zijdeur. Zelfs een C-119 zou naast de gewone deuren voor parachutisten ook nog zo’n opening in de cabinevloer gehad hebben. Uit de Belgische SAS ontstond nadien het 1ste Bataljon Parachutisten.

Op kaarten staan de dropping zones van de SAS-eenheden tijdens WOII.

In de tentoonstelling zien we veel foto’s van de verschillende basissen en opleidingscentra van de para’s. Na de Tweede Wereldoorlog werd een basis in Tervuren gebruikt met opleidingsmogelijkheden in Westmalle en een in een voormalig Duits barakkenkamp in Poulseur (Comblain-au-Pont, Luik). Van Tervuren ging het naar Leopoldsburg (1948-1953) en vanaf 1953 naar Diest. Het opleidingscentrum van Schaffen werd al in 1947 in gebruik genomen. De ballon waaruit de para’s hun eerste sprongen oefenden, stond in het begin nog niet in een loods gestald maar in een  verhoogde bedding die hem moest beschermen tegen de wind.  Roger: “Je ziet hier ook foto’s van een Horsa-zweefvliegtuig. Het heeft hier nooit vluchten uitgevoerd en de reden waarom het hier is terechtgekomen is onduidelijk. Volgens sommigen zou het een verkeerde bestelling zijn geweest. Vast staat wel dat het na de Tweede Wereldoorlog wat zoeken was in welke richting de para-eenheden zouden evolueren en misschien behoorde de inzet van zweefvliegtuigen een tijdlang tot de mogelijke opties”.

Zicht in een van de zalen. Vooraan rechts een modernere para-uitrusting.

Een tweede zaal belicht de Afrikaanse operaties in de periode 1952-1962. Veel aandacht gaat naar de basis van Kamina. Als ik voor de grondplannen van die Belgische basis in Congo sta, besef ik maar eerst hoe groot die eigenlijk wel was. Volgens een van de kaarten strekte de luchtmachtbasis zich uit over een oppervlakte van maar liefst  50.000 ha, dat is 45 keer de oppervlakte van Brussels Airport!

Prachtige relikwieën van de basis Kamina. Er zijn vast nog heel wat para’s die Afrikaanse relikwieën op hun zolder liggen hebben en die er in de toekomst nog een gepaste plaats voor zoeken. Een museum als Pegasus moet in onze maatschappij een plaats blijven behouden.

Drama van Detmold
De humanitaire operaties onder Belgische vlag worden geïllustreerd in de derde zaal van Pegasus. Veel aandacht is er ook voor het ongeluk met de C-119G CP-45 van de Belgische Luchtmacht. Op 26 juni 1963 werd de Flying Boxcar boven het schietveld van het Duitse Sennelager (Paderhorn, Noordrijn-Westfalen) door Brits mortiervuur getroffen. Het was een dodelijk incident dat perfect vermeden had kunnen worden indien de Britten de bevelen van de oefening strikt hadden opgevolgd. Terwijl Lt Kol Vl Kreps en zijn crew het brandende vliegtuig zo lang mogelijk in de lucht hield, slaagde dispatcher Sgt Maj Chabot erin om achteraan een deur te openen en negen para’s te laten springen,  een heldendaad die hijzelf met de dood moest bekopen. Van de 47 souls on board overleefden slechts negen jonge soldaten de crash. Roger: “Eigenlijk ben ik die dag ook aan de dood ontsnapt.  Ik stond klaar om met die Flying Boxcar mee te vliegen toen men mij meldde dat mijn peter was overleden. Ik mocht onmiddellijk mijn dienst verlaten en naar huis gaan, dat heeft mijn leven gered”.  De vierde zaal heeft vooral aandacht voor de meer recente operaties.

Op het paradeplein ligt een gedenkplaat voor de slachtoffers van de crash in Detmold. Naast deze gedenkplaat staat ook een monument voor alle gesneuvelden van 1 Bataljon Parachutisten. Wat gaat hiermee gebeuren als de kazerne definitief de poorten sluit?

Uitzichtloos
Roger: “Je ziet dat er heel wat stukken verzameld zijn door onze mensen. De vraag is inderdaad waar dit allemaal naartoe moet nadat de laatste wacht de citadel heeft verlaten. Dit is echt een uithangbord voor Defensie en ik hoop dat minister De Crem ons niet in de steek zal laten. Liefst zouden we het museum behouden in een paracommando-eenheid, zoals in Schaffen bijvoorbeeld. De stad Diest toont wel interesse maar de vraag is of ze inderdaad met de nodige financiën over de brug zullen komen eens Defensie is vertrokken. Een verder verblijf in de citadel is maar mogelijk indien ofwel de stad ofwel de provincie de nieuwe eigenaar wordt en bovendien het museum harmonisch kan geïntegreerd worden in de nieuwe bestemming van het geheel. Op onze ledenvergadering van 12 februari 2011 zal het bestuur van het Pegasus Museum niet anders kunnen dan de ontbinding te vragen van onze 850 leden tellende vereniging”.

De situatie van het Pegasus Museum is inderdaad vrij uitzichtloos. Samen met het bestuur en de leden van de vzw hoopt Hangar Flying dat er nog een goede oplossing kan gevonden worden om dit Belgisch patrimonium te bewaren en het verder tentoon te stellen voor geïnteresseerden. Bezoekers van de jaarlijkse Fly-In van Schaffen herinneren zich ongetwijfeld de bezoeken aan de citadel. We hopen ook dit jaar nog met de bus van Schaffen naar Pegasus te kunnen.

Frans Van Humbeek
Foto’s: Paul Van Caesbroeck