-A A +A

IJsland, een thuis voor Belgische Jodel

IJsland, voorjaar 2015. Er zijn blijkbaar veel goede redenen om nu IJsland te bezoeken. Het land, dat bijzonder hard werd getroffen door de monetaire crash van enkele jaren geleden, kwam er relatief snel weer bovenop en dat is te danken aan één vulkaan die geheel de (vlieg)wereld in 2010 enige tijd in de ban hield. E15 is de naam die de Amerikanen (USAF) gemakshalve gaven aan de ontaarde vulkaan Eyjafjallajökull. Dat is E plus 15 letters, heb j’em? De toeristenstroom naar IJsland zal nog wel een tijdje aanhouden en dan weer uitdoven, want zo is dat ook gegaan met de E15. Al is en blijft IJsland een en al vulkaan.

De vulkaanuitbarstingen in IJsland lokken vele toeristen, waarbij general aviation vliegtuigen het ideale middel zijn om dit natuurwonder te bekijken. (Foto: Mýflug Air, Akureyri)

Voor de monetaire crash hadden de IJslanders heel veel geld. Ze hadden dat vele geld ook al toen ze wereldwijd heersers waren vanwege de visvangst. IJsland voedde haast heel de wereld met vis tot de vispopulatie was uitgeput. Daarom ruikt het hier bij de hopeloos overeind blijvende visindustrie in IJsland nog verschrikkelijk naar rotte vis. Daarna kwam de IT-boom waar IJsland opnieuw heel rijk van werd. Er zijn heden meer gsm-toestellen in IJsland dan bewoners (gsm’s hebben hier twee kaartjes: één voor het bellen, één voor het internet) en meer iPads dan waar ook. Maar goed, wat hebben de IJslanders met al dat geld gedaan voor ze door de banken werden bestolen?

De Diamond DA-42 is van de Keilir Aviation Academy, Reykjavik.

Ze rijden hier allen rond in buitensporig grote auto’s met banden zo groot als de tundrabanden voor bushvliegtuigen, met spijkers erin voor optimale grip op het wegdek. Zo moeten zeer geregeld de asfaltwegen worden vernieuwd maar geen erg, ze doen dat hier met de lava die geheel IJsland, zo groot als Engeland, bedekt. Onder het ijs, welteverstaan …

IJsland verloochent nooit z’n naam. Zelfs het ijs dient hier om op te … landen. (Foto via Jón Karl Snorrason)

Best dat IJslandse vliegtuigfanaten, toen het monetaire spook opdook in deze nieuwe eeuw, op tijd eieren, euh … vliegtuigen, voor hun geld kozen. En omdat IJslanders een luchtvaartminnend volk zijn, kochten ze dingen die ze konden gebruiken op hun ijsvelden, turfgronden of verzopen grasbanen. Dingen, zoals een Jodel, die na 300 meter al met vier mensen in de lucht hangen. Ja, die goeie ouwe Jodel waar wij vies van zijn geworden, want wij hemelen nu toch zo graag onze plastieken vliegtuigen op. We schieten met die nieuwe dingen weg van onze hard geplaveide vliegvelden aan ongekende snelheden, maar hebben bij terugkeer vaak honderden meters harde baan nodig om de laatste vlieghoogte uit te zweven.

De IJslandse piloten hebben het niet zo begrepen op neuswielvliegtuigen, ze hebben het derde wiel graag achter hun kont; lekker opheffen en dan weg wezen, is de boodschap. (Foto via Jón Karl Snorrason)

De IJslanders hebben het niet zo begrepen op neuswielvliegtuigen. Ze omarmen vooral staartwielvliegtuigen. Op het grasvliegveld van Tungubakkar, nabij Mosfellsbær een buitenstad van Reykjvik, staan zo’n zeven hangars vol met staartvliegtuigen. Noem ze maar ‘s. Piper Cubs? Met de vleet. Cessna 140/170B? Volop. Aerononca’s?  Yep! Hier staan echter ook meerdere Jodels. TF-ROS is bijvoorbeeld in 2007 aangekocht in België door Icelandair-vlieger Jón Karl Snorrason. TF-ROS is een Jodel DR 1051-M1 Sicile die bij ons in België in oktober 1964 werd ingeschreven als OO-ABO. Het toestel draagt c/n 591. Maar aan alles komt een eind, ook aan het verhaal van OO-ABO in België. Het verhaal eindigt in een hangar (op EBKT?) waar het door toedoen van de West-Vlaming Walter Popelier aan een IJslandse vliegkapitein werd voorgesteld. Deze zou de kist naar IJsland halen en er een O-200 Continental inbouwen.

Zo was het toen OO-ABO stond te verkommeren op een Belgisch vliegveld. Zo is de kist nu, een schitterende TF-ROS (wat IJslands is voor ‘roos’). (Foto: K. Vandermoere)

Naast de TF-ROS zou deze IJslander Jón Karl Snorrason nog heel wat meer toestellen importeren uit onder meer de Verenigde Staten, Denemarken, Duitsland, …. Hij doet met deze vliegtuigen ook de buitenlandse velden aan. Hij vliegt zijn Jodel vanuit IJsland naar het Franse Saint-Omer waar er geregeld Jodel-samenkomsten worden georganiseerd. Hij was ook in Bernay, het vliegveld waar ooit Jodels werden gebouwd. Hij vloog met Piper Cub naar Sun-and-Fun in de States. De beide Cubs werden in de cargoruimte van een Boeing 747 meegevlogen en daarna doorgevlogen naar het grote vlieggebeuren.

Een Piper Cub wordt in IJsland in de wintermaanden fraai opgepoetst als was het een gouden IJslandse kroon. (Foto: Guido Bouckaert)

Ja, die gasten in IJsland doen alles zelf aan hun kisten, niet gehinderd door de overheid. Ze zeggen: wat niet weet, wat niet deert! Ze hebben wel eens ongevallen, maar dat is helemaal niet de regel. Er was ooit een Jodel die op Tungubakkar over de kop ging wegens te vroeg geland op het turfland waarbij het rollen werd verhinderd en de kist over de kop ging. Geen erg, deze gasten hier herstellen alles zelf. Ze hebben het niet moeilijk om aan onderdelen of stukken te geraken, Frankrijk ligt er nog vol van en zo niet, fabriceren ze het wel zelf. We waden het veld over, de turfbaan sopt. We zien het vliegen niet zitten. Ik wel een heel klein beetje, maar de ervaren Boeing 757 kapitein B.D. bij Icelandair heeft er geen vertrouwen in. Ik zeg: “We kunnen de kist weg vliegen en niet meteen de staart opheffen, traag, en neus hoog? Echter; dit veld hier is maar 540 meter lang.

TF-ROS, ex OO-ABO met de wielen bedekt, en de roos op het richtingsroer. (Foto: Guido Bouckaert)

In de winter verandert het weer in IJsland alle vijf minuten, heus! En er barst weer zo’n felle regenbui los voor we terug in het clublokaal aanbelanden aan de andere kant van het veld. Er is nog veel te zien in de zeven hangars hier op BIMS … allemaal heel netjes. Een andere Jodel TF-ULF is net herschilderd met een blinkend olielaagje op de huid toe. Het is een Jodel D-140C c/n 132 uit 1964 en in IJsland sinds 1981. Eigenaars zijn Jón Karl Snorrason en Örn Johnson. We discussiëren met z’n zessen, alle Jodel-vliegers hier, over het leggen van een knoop onder de vliegtuighuid, weze het dacron, of linnen of ceconite/poly-fiber. We praten over de goede vliegeigenschappen van de kist. We betasten zacht en vriendelijk het casco van elk opgesteld vliegtuig en in de onderhoudsatelier zitten in het dak nog vele mooie dingen te wachten op rehabilitatie, zoals een G-geregistreerde Gemini twin.

 

TF-ULV vliegt in een oranje outfit met een olielaagje overheen voor een mooie glans. (Foto via AOPA IJsland)

Much ado about nothing in IJsland? Ik heb hier vliegfanaten ontmoet die het goed hebben, zich van alle fuss hebben ontdaan en al eens een Jodel koesteren in de garage van hun huis. Daar vliegen ze dan weg, bij even goed weer, vanaf de eigen grasstrip, niet eens 300 meter lang. Is het niet nu, dan wel zo meteen. Het wordt hier toch nooit zomer, waar wachten we dan op.

Guido Bouckaert