-A A +A

Een nieuwe Sea King... om te slopen

Koksijde,24 november 2015. Kort na het middaguur springen de verkeerslichten aan de West Aviation Club op rood. Enkele ogenblikken later verschijnt een typisch knalgele Sea King van de Royal Air Force aan de horizon. Het wordt meteen de laatste landing voor ZH542 op zijn nieuwe thuisbasis Koksijde. Hoewel de helikopter twintig jaar jonger is dan onze Sea Kings, is het overschilderen en gewoon in dienst nemen geen optie.

Deze Britse Westland Sea King HAR.3A is afkomstig van het 22e smaldeel gebaseerd in Chivenor (graafschap Devon) in het zuidwesten van Engeland en krijgt in België een tweede leven. Vliegen zal deze helikopter echter nooit meer doen. Defensie kocht het toestel aan om als bron van wisselstukken te dienen. Onze eigen Sea Kings moeten immers tot 2018 in de lucht gehouden worden.

De laatste landing voor Westland Sea King HAR.3A met registratie ZH542 op zijn nieuwe 'thuisbasis' Koksijde. (Foto: Aaron Konz)
De bekende gele SAR helikopter is overbodig geworden in het Verenigd Koninkijk omdat het zoek-en-reddingswerk niet langer door de RAF wordt uitgevoerd, maar wel door Bristow Helicopters. (Foto: Aaron Konz)

In de oorspronkelijke planning van Defensie was 2016 het sleuteljaar voor de NH90 om de Search and Rescue taak van de Sea King over te nemen. De constructeur heeft echter vertraging opgelopen bij de finale configuratie van de NH90. Het 40e squadron heeft dan al wel drie NH90's in dienst. De vierde en laatste zal pas in het voorjaar van 2016 arriveren in Koksijde. Die laatste helikopter krijgt al meteen een modificatie naar de finale marine uitvoering. Op de eerste drie helikopters die nu al in Koksijde staan, zal deze modificatie ook uitgevoerd worden. Door die geplande tijdelijke onbeschikbaarheid van de NH90s nemen de drie laatste Sea Kings nu ongeveer een kwart van de SAR dienst voor hun rekening. Aangezien de Sea Kings langer in dienst blijven, loopt ook de onderhoudscyclus door tot 2018. De technische complexiteit van de meest belaste onderdelen zoals de motoren, hoofdkoppeling en rotorkoppen maakt het onderhoud heel duur.

Wisselstukken
Om de kostprijs zoveel mogelijk te beperken, werd beslist een Sea King over te kopen van het Verenigd Koninkrijk. Daar zijn de bekende gele SAR helikopters overbodig geworden omdat de zoek-en-reddingstaak niet langer door de RAF uitgevoerd wordt, maar wel door Bristow Helicopters, een privé-firma, in opdracht van de overheid. Nu Groot-Brittannië stelselmatig haar Sea King vloot van de hand doet, komen er dus nieuwe wisselstukken op de markt.

Taxiën naar de laatste rustplaats, klaar om een allerlaatste keer de Rolls Royce motoren stil te leggen. (Foto: Rino Sys / Defensie)
De 'plechtige' overhandiging van de nieuwe aanwinst. De Britse bemanning werd met een Belgische Sea King teruggevlogen. (Foto: Patrick Brion / Defensie)

Sinds 1994 heeft België een overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk (namelijk het United Kingdom Logistic Support Arrangement of UKLSA) om wisselstukken bij, of samen met, de Britse collega's aan te kopen. Na studie bleek de aankoop van een volledig Sea King-toestel slechts een fractie te bedragen van de totale prijs voor de aankoop of herstelling van de vele individuele wisselstukken. De onderdelen van het aangekochte toestel zijn uitwisselbaar met het type Sea King dat gebruikt wordt door het 40e smaldeel. Ook andere gebruikers van de Sea King hebben dankbaar gebruik gemaakt van deze oplossing. De Noorse luchtmacht heeft ook enkele exemplaren overgekocht.

In Belgische kleuren schilderen?
De Sea King die Defensie aankocht, werd pas op 27 maart 1996 afgeleverd aan de Royal Air Force en is daarmee maar liefst 20 jaar jonger dan onze helikopters. Waarom dan niet de gele helikopter overschilderen en in Belgische kleuren laten vliegen? We legden deze vraag voor aan het Directorate General Material Resources (DGMR) van Defensie dat instaat voor de aankoop van alle benodigdheden van het leger. “In theorie is dit een valabele optie,” klinkt het bij majoor Dirk Declerck. “Maar de reden dat dit niet gebeurde heeft alles te maken met de configuratie en meer bepaald de apparatuur die in en rond de helikopter aanwezig is. In eerste instantie is de aangekochte heli een lichtjes andere versie dan de toestellen van de Belgische luchtmacht (versie Mk.3A versus Mk.48).”

De Royal Air Force heeft deze Sea King op 27 maart 1996 in ontvangst genomen en daarmee is deze maar liefst 20 jaar jonger dan onze eigen Sea King helikopters. (Foto: Rino Sys / Defensie)

“Daarnaast is het zo dat beide naties deze toestellen elk aan hun specifieke behoeftes aangepast hebben. Momenteel probeert men voor nieuwe toestellen via internationale programma’s de configuraties op te lijnen, maar toen gebeurde dit nog niet zodat de configuraties verder van elkaar gingen afwijken naarmate ze langer in gebruik waren. Het aanpassen van de aangekochte helikopter naar een volledige identieke configuratie van de Belgische toestellen is niet enkel heel duur, het neemt ook een zeer lange tijd in beslag. Momenteel is het zelfs niet meer mogelijk omdat heel wat onderdelen niet meer te verkrijgen zijn. Zelfs indien het mogelijk zou zijn, zou het onvermijdelijk zijn om met twee verschillende sets van technische documentatie te werken hetgeen het onderhoud heel complex maakt.”

Voldoende potentieel
“Naast het aanpassen van de configuratie zou de helikopter tevens door een complex certificatieproces moeten gaan om ingeschreven te kunnen worden als een Belgische toestel. Bijkomend is het ook zo dat de vorige eigenaar een vorm van phasing-out proces heeft toegepast op dit toestel waarbij men probeert om het beschikbare potentieel van de diverse inspecties optimaal te benutten. Dit betekent dat voor het langer in gebruik houden van het toestel zware structurele en ook dure inspecties noodzakelijk zijn.”

“De studie die DGMR heeft gemaakt toonde aan dat ondanks het proces van uitfaseren vanuit de RAF de helikopter toch nog een aantal items aan boord had die ons in het bijzonder interesseerden. Items met wel nog een voldoende potentieel hebben én uitwisselbaar zijn met onze toestellen. Deze optie vroeg geen bijkomende kosten en bespaart ons dus een groot bedrag aan revisies van die specifieke wisselstukken. Andere wisselstukken, die eventueel hier bovenop uitwisselbaar zijn, zijn meegenomen en maken de aankoop nog interessanter voor ons,” aldus de majoor.

De helikopter werd na aankomst vrijwel meteen de onderhoudsloods binnen gerold en de technici begonnen onmiddellijk met het strippen van alle bruikbare onderdelen. (Foto: Patrick Brion / Defensie)

Voor het overbrengen van de wisselstukken was de meest economische oplossing het toestel zelf de oversteek naar Koksijde te laten maken. Eens aangekomen op de basis werd de helikopter de onderhoudsloods binnen gerold en begonnen de technici vrijwel onmiddellijk de helikopter te strippen van alle stukken die ze nog kunnen gebruiken. De Britse bemanning werd met een Belgische Sea King teruggevlogen.

Tom Brinckman
Foto's: Rino Sys en Patrick Brion (Defensie) en Aaron Konz (Heat Haze Photography)