-A A +A

Droom niet meer

Wevelgem, 10 juli 2015. Op het vliegveld van Kikwit, in het voormalige Belgisch Congo stond ooit de OO-CMP, een Piper Tri-Pacer PA-22-150 van Amerikaanse makelij. Het was de PA-22 met serienummer 22-249. Mijn papa, nu 85 jaar oud, weet na al die jaren niet meer in welk jaar hij me liet poseren bij dat welbepaald vliegtuig en hoe jong ik toen was. Het moet allicht in het jaar 1958 zijn geweest, ik was toen 3 of 4 jaar.

Dit kleine ventje, dat ben ik op de plek en met het vliegtuig waarbij mijn liefde voor de vliegerij ontstond. (Archief Guido Bouckaert)

Zo’n fotomoment blijft je immer bij en toen ik later zelf vloog, in steeds meer diverse typen van vliegtuigen, kwam geregeld de wens naar boven om ooit ook eens in zo’n Piper Tri-Pacer te vliegen. Van deze Piper PA-22 bouwde Piper Aircraft 7.630 stuks. Dat moest dus ooit wel eens lukken. Er was de Pacer en de Tri-Pacer met vier plaatsen, in oorsprong 135 pk sterk, later 150 pk sterk en naderhand zelfs 160 pk sterk. Het verschil: de Pacer heeft een staartwiel, de Tri-Pacer heeft een neuswiel, vaak smalend “melkstoel” genoemd. Verder zijn in de “Short Wing Pipers” drie tweezitters te vinden. De Colt is het kleine broertje van de Tri-Pacer, de Clipper het kleine broertje van de Pacer. Het ultieme buitenbeentje in de reeks is de Vagabond. Het is het meest eenvoudige en primitieve vliegtuig uit de reeks van vijf. Met een tweezitsbank vooraan en bijna geen andere uitrusting dan een kompas en een motor is dit uitermate elementair vliegen.

Flink baasje is dat.

De Tri-Pacer van Frans Verlaeckt is de derde laatste PA-22 die bij Piper van de band rolde. De laatste van de officiële 7.630 Tri-Pacers werd in 1957 geleverd. Daarna werd de assemblagelijn gesloten. Even na de sluiting van de lijn, bestelde het Franse ALAT (Aviation Légère de l’Armée de Terre) nog snel twaalf exemplaren die dienst moesten doen als observatievliegtuig in de overzeese gebieden zoals Noord-Afrika. Piper schraapte de onderdelen bij elkaar en leverde de toestellen met serienummers 7631 tot 7642. De OO-JAK is het serienummer 7640. Het toestel werd naderhand gedemilitariseerd en vond als F-BJAK een plekje op het vliegveld van Oloron St-Marie, in de Franse Pyreneeën en werd verder onderhouden bij het Franse ALAT in Dax. Later werd het gekocht door een Belgische vliegschool in Temploux en ingeschreven als OO-JAK. Nog later werd het toestel verkocht aan Charles Leva, luchtarcheoloog en stond het op Grimbergen. In 1996 kwam de kist in het bezit van Frans Verlaeckt en verhuisde het naar Amougies en daarna naar het Franse Bondues.

Een frisse neus in de wind.

Dat de PA-22 van Frans Verlaeckt met 150 pk is uitgerust, merk je meteen bij het wegklimmen van Wevelgem. We halen 1.000 voet per minuut en zitten al duizend voet hoog aan het einde van de baan. De kist is verwant aan de C-150 waar ik in leerde vliegen. Ik ben hier dus gauw thuis. De Piper Tri-Pacer oogt overigens mooier dan de C-150. Het trimwiel zit bij de PA-22 in het plafond. Het is uiterst efficiënt en vergemakkelijkt het goed uitbalanceren van het vliegtuig in vlucht.

Trimmen is een must in de pure General Aviation.

We vliegen nog een half uur in formatie met onze fotokist en doen dat uitermate geconcentreerd want twee hoogvleugels samen in formatie, is een extra uitdaging. Het is natuurlijk een uiterst tevreden mens die na de vlucht uit de Tri-Pacer stapt. Een mens die nooit meer zal zeggen: dromen zijn bedrog.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw regeerde nog het zwart/wit; gelukkig zien we nu de OO-JAK in al zijn/haar kleurenpracht.

http://www.shortwingpiperclub.org/

Guido Bouckaert
Foto's: Jan Vanhulle/air2air