-A A +A

Darmstadt herdenkt ongeval Sabena Ju 52 OO-AUB

Stene, 16 november 2017. Tachtig jaar geleden stortte in de buurt van het toenmalige vliegveld van Stene de Sabena Ju/3m OO-AUB neer. De driekoppige bemanning en leden van een Duitse adellijke familie kwamen om. In Stene, op een boogscheut van de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge, doet niets ons nog herinneren aan dit drama. Nochtans is ook dit vliegtuigongeval niet alleen een verhaal van falende techniek, maar vooral van hard getroffen mensen. In Darmstadt (Duitsland) organiseerde het staatsarchief tachtig jaar later een herdenking in aanwezigheid van nazaten van de slachtoffers.

Op dinsdag 16 november 1937, om 12.53 uur steeg de Sabena Junkers Ju 52/3m OO-AUB van de luchtlijn München-Nürenberg-Frankfurt-Brussel (Haren)-Londen (Croydon) op te Frankfurt. De Ju 52 OO-AUB was nog maar vijf maanden eerder in gebruik genomen. De weerkundige dienst van Frankfurt had de commandant van de Sabena-Junkers verwittigd van hevige mist op de route.

Bemanning
Antoine Lambotte, een ervaren piloot, was geboren te Rochefort op 27 juni 1900. Sinds 1 maart 1925 was hij in dienst van Sabena. De radiotelegrafist Maurice Courtois was op 15 februari 1926 als mecanicien aangeworven bij Sabena. Later was hij marconist geworden. Maurice was geboren in Arlon op 3 mei 1899. Chef-mecanicien Yvan Lansman was geboren te Berchem bij Antwerpen op 15 augustus 1905. Sinds 6 juli 1936 werkte hij bij Sabena.

Passagiers
De passagiers zaten warm ingeduffeld in het vliegtuig, de BMW 650 pk-motoren maakten een hels lawaai. Door de mist zagen de reizigers weinig van het landschap. Ze vormden een select gezelschap, leden van de Duitse adellijke familie von Hessen, die te Londen de huwelijksplechtigheid wilden bijwonen van Ludwig von Hessen met Miss Margaret Geddes, dochter van een Britse diplomaat.

Vliegtuigingenieur en zweefvliegpionier Arthur Martens was aan boord, een vriend van de familie.
Baron Joachim Riedesel zu Eisenbach, was getuige bij het huwelijk en een goede vriend van de familie von Hessen.
Eleonore, groothertogin von Hessen und bei Rhein, geboren prinses van Solms-Hohensolms-Lich reisde met Lina Hahn, haar gezelschapsdame.
Eleonore was de moeder van de bruidegom.
Georg Donatus, groothertog von Hessen und bei Rhein, was de oudste en tweede zoon van groothertogin Eleonore.
Cäcilie, groothertoging von Hessen und bei Rhein, geboren prinses Prinzessin von Griechenland und Dänemark, was de echtgenote van groothertog Georg.
Georg en Cäcilie reisden samen met twee van hun jonge kinderen, prins Ludwig (6) en prins Alexander (4.)
Hun zusje Johanna, een jaar oud, was achtergebleven in Darmstadt. Misschien was ze nog te jong voor de vliegreis.

Acht passagiers maakten dus de trip naar Londen.

Aan boord was 200 kilo bagage en 40 kilo vracht geladen.

Georg Donatus (°1906-†1937) en Cäcilie (°1911, †1937,) groothertog en groothertogin von Hessen und bei Rhein, samen met hun kinderen prins Ludwig (links, °1931, †1937) en prins Alexander (°1933, †1937.) Foto genomen in 1934. (Foto Louise Brock Meyer, Hessische State Archive Darmstadt D 27 A nr. 97/103.)

De vlucht
Wegens de dichte mist zou het toestel niet kunnen landen in Haren. Voor het vertrek, om 11.20 uur, had Sabena aan zijn vertegenwoordiger in Frankfurt instructies gegeven om de OO-AUB zo veel mogelijk brandstof mee te geven voor een eventuele rechtstreekse vlucht Frankfurt-Londen.

Rond de middag informeerde Sabena twee passagiers in Gent dat ze die dag uit Oostende moesten vertrekken en niet uit Brussel. De kans dat hun toestel zou landen in Brussel was immers klein, precies omwille van de dichte mist. De zichtbaarheid in Oostende was toen nog heel goed.

Rond 13 uur meldde Sabena aan de luchthaven van Haren dat twee passagiers voor de OO-AUB zouden inschepen in Oostende. Het vliegtuig kon nog niet bereikt worden, de crew van de OO-AUB kreeg dit bericht pas rond 13.45 uur. Ondertussen was de zichtbaarheid in Haren verbeterd en piloot Lambotte vroeg of er nu moest geland worden in Brussel of Oostende. Sabena bevestigde nogmaals dat Oostende de bestemming was. Twee Gentse passagiers stonden inmiddels in Stene te wachten om mee te vliegen naar Croydon, maar ze zagen de mistbanken in Stene alsmaar dikker worden. Volgens de meteorologische dienst was de horizontale zichtbaarheid er al gedaald tot 1.100 meter.

Operator Leemans van Haren verwittigde opsteller Willem Hosten in Oostende rond 14 uur per telefoon van de vermoedelijke aankomst van de OO-AUB in Oostende. Van deze communicatie tussen Leemans en Hosten is tijdens het latere onderzoek niks terug te vinden en Hosten zou ook verklaren dat hij zich daarvan niks meer kon herinneren.

Vroegere locatie van het vliegveld van Stene en locatie van het ongeval. (Google Maps)

Om 14.17 meldde assistent-meteoroloog Martin van Haren aan Eugène Godtschalck (directeur exploitatie Sabena te Brussel) dat de horizontale zichtbaarheid in Oostende amper 200 meter bedroeg, de verticale zichtbaarheid een povere 45 meter. Enkele minuten later volgde een telefoongesprek tussen Sollewijns (Sabena Haren) en Joseph Daems (luchthavenmeester Oostende) waarin de eerste zou gevraagd hebben om het toestel te laten doorvliegen naar London  indien het weer zo slecht bleef. Directeur Godtschalck had daarop aangedrongen. Maar later verklaarde Joseph Daems dat Sollewijns hem gezegd hebben dat het toestel in Oostende zou landen. Daems zou zelf gewezen hebben op de slechte meteo en het feit dat het onverantwoord was om te landen in Stene. Sollewijns zou geantwoord hebben dat het toestel enkel moest doorvliegen naar Croydon indien het écht te slecht was om te landen Stene, en dat de twee passagiers dan maar in Oostende moesten blijven. Sollewijns vroeg tegelijk om Shell te verwittigen voor 1.000 liter extra brandstof. In ieder geval kreeg de bemanning van de OO-AUB nooit een duidelijk bevel om door te vliegen naar London.

De versies van Sollewijns en Daems stonden haaks op elkaar. Voor Daems was het bericht van Sollewijns geen duidelijke dienstmededeling. Het kwam erop neer dat de piloot de beslissing moest nemen, toen trouwens een algemeen geldende procedure. Concreet zou de piloot eerst proberen om in Oostende te landen, als dat niet lukte zou hij persoonlijk beslissen om door te vliegen. Zelfs als Sabena de beslissing nam om het toestel te laten landen, zou de piloot niet altijd geluisterd hebben. Een Sabena-piloot was als een God aan boord van zijn toestel. Verhalen over ‘moedige’ piloten die toestellen in zeer slechte weersomstandigheden toch aan de grond zetten, waren in die dagen schering en inslag.

Luchthavenmeester Daems bevond zich in een juridisch moeilijke situatie. In de zomer had Sabena een vertegenwoordiger op Stene. In de winter nam de luchthavencommandant enkele taken van Sabena op zich, van kostenbesparing hadden ze toen ook al gehoord. Als Daems voor de Junkers contact opnam met Sabena, deed hij dat als Sabena-vertegenwoordiger en niet als luchthavendirecteur. Daems maakte een duidelijk onderscheid tussen deze twee verantwoordelijkheden. In deze juridisch moeilijke situatie heeft hij zich zeer correct gedragen, later zouden ‘de beste stuurlui die aan wal staan’ er in het Frans hun zegje over doen.

Om 14.27 meldde de crew van de OO-AUB dat ze boven de wolken vlogen, op een hoogte van 1.000 meter. De bemanning zag de antennemasten van Ruiselede. Ze gingen contact opnemen met Oostende (ONL.) De crew bevestigde aan marconist Roose dat ze op weg waren naar Oostende-Stene. De crew vroeg hem naar de laatste weersgesteldheid van Oostende. Ze kregen te horen dat de horizontale zichtbaarheid 400 meter bedroeg en de verticale 45 meter. De meteodiensten werkten correct en efficiënt. Wat later vroeg de crew een heading voor Oostende (292°) en de Ju 52 begon voorzichtig te dalen. De luchthavenverlichting was aangestoken. Om 14.36 vroeg de OO-AUB om hen te verwittigen als Stene de motoren hoorde. De operator van Oostende zei twee minuten later dat hij de motoren hoorde, de OO-AUB overvloog Stene en bevestigde dat hij terugkeerde. Om 14.46 uur werden de motoren opnieuw waargenomen door het luchthavenpersoneel, weer werd het een overvlucht en dus geen landing.

Stene beschikte niet over een geschikt radiobaken om de Ju 52 met slecht weer te laten landen. Daarom gebruikte men vuurpijlen wanneer men een toestel in slecht zicht hoorde naderen, zodat de piloot het vliegveld snel zou kunnen lokaliseren. Luchthavenmedewerker Emiel Daneel van Stene schoot twee groene vuurpijlen af. Eén daarvan viel van de parachute te snel op de grond. We weten niet of de crew de vuurpijlen heeft gezien. Het geluid van de BMW-motoren verdween naar het noordoosten. De bemanning reageerde niet meer op een oproep van Stene.

Het ongeval
De rechtervleugel van de OO-AUB raakte om 14.47 uur de hoge schoorsteen van de steenbakkerij in de huidige Oudstationstraat in Stene. De rechtervleugel brak af en bleef steken in een loods van de steenbakkerij. De rest van het vliegtuig kwam wat verder in de steenbakkerij terecht, in de opslagplaatsen van de stenen. Aan de foto’s van het ongeval is te zien dat het grootste deel van de cabine en de cockpit is uitgebrand. Niemand overleefde de crash.

Wrakstukken van de Ju 52 op de opslagplaats van de steenbakkerij. (Foto Actualit, Archief Frans Van Humbeek)
De verwrongen en uitgebrande wrakstukken van de romp van de Ju 52, nu met de steenbakkerij in de achtergrond. (Archief Frans Van Humbeek)

De luchthavenmeester, luchthavenpersoneel, brandweer en Rijkswacht waren zeer snel ter plaatse. Ramptoeristen waren er even snel bij, de Rijkswacht hield ze op afstand. De slachtoffers hadden heel wat juwelen mee om te dragen tijdens het huwelijksfeest. Later zou er heel wat beroering ontstaan omdat men hulpverleners en bezoekers van de crashplaats verdacht van de diefstal van de familiejuwelen.

In de namiddag kwam het parket naar Stene, onder leiding van de Brugse onderzoeksrechter Moeneclaey. Ook het Bestuur der Luchtvaart kwam ter plaatse en directieleden van Sabena. Koning Leopold III en Koning George VI bracht men op de hoogte van het ongeval. De internationale pers had uiteraard veel aandacht voor dit ongeval en vooral uit Nazi-Duitsland kwamen emotionele reacties.

Prins Ludwig von Hessen, attaché van de Duitse ambassade te Londen, die op het vliegveld van Croydon zijn familie stond op te wachten, kreeg het nieuws te horen van het drama. Hij huwde ’s anderendaags in alle discretie met zijn geliefde Margaret Geddes in Londen, beiden gekleed in rouwkledij. 's Namiddags vertrokken ze naar Oostende om het stoffelijk overschot van hun familieleden te groeten in het stedelijk gasthuis. Op donderdag begeleidde het echtpaar de overledenen naar Darmstadt, thuisbasis van de familie von Hessen.

De rouwenden in het Fürstenbahnhof van Darmstadt. In het midden Prins Ludwig von Hessen und bei Rhein (°1906, †1968) en zijn kersverse echtgenote Margaret (°1913, †1997). (Hessische State Archive Darmstadt D 27 A No. 97/129.)
De begrafenisstoet op weg van het station van Darmstadt naar de begraafplaats Rosenhöhe, ter hoogte van de markt. We schrijven 1937, heel wat rouwenden brengen de Hitlergroet. We zien de kist van Georg Donatus, groothertog von Hessen und bei Rhein. (Hessische State Archive Darmstadt D 27 A No. 203/43.)

Nabeschouwingen
Het spreekt vanzelf dat na het ongeval verschillende rechtszaken zijn gevoerd, onder meer van de erfgenamen van de familie von Hessen tegen Sabena en het Bestuur der Luchtvaart. Wijlen Walter Major (†2011) schreef in zijn boek ‘Het vliegveld te Stene-Oostende’ (1993) hoe vooral de brave luchthavenmeester Joseph Daems als schuldige werd aangewezen, hij was een gemakkelijk slachtoffer in de gerechtelijke mallemolen. Ondertussen vertroebelden de relaties met Duitsland en tijdens de Schemeroorlog stopten de processen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrok Daems met zijn personeel naar Engeland, aldus Walter Major, en in 1942 zouden de rechters Daems onschuldig verklaren. Toen zijn proces in 1946 nogmaals voorkwam, zou men hem opnieuw onschuldig verklaren, een hele opluchting voor de luchthavenmeester.

Het vliegveld van Stene had nachtverlichting en een gonio, maar geen radiobaken om nadering bij nacht en slechte weersgesteldheid mogelijk te maken. Er bestonden ook geen duidelijke instructies voor landingen met slechte zichtbaarheid. Straffer nog, obstakels als de schoorsteen van de steenbakkerij in Stene waren niet verlicht (50 m hoog, 1.100 meter van het vliegveld.) Slechts eenmaal was er een proefbebakening aangebracht, op 6 mei 1931. Men was tot de conclusie gekomen dat nachtverlichting wel mogelijk was maar dat die niet efficiënt was bij dag en tijdens mist. Ook de internationale reglementering legde toen geen verplichting op. In 1934 had de directeur van het Bestuur der Luchtvaart beslist om de verlichting niet te installeren.

Al in 1937 was een administratieve onderzoekscommissie aangesteld die nog tegen het eind van dat jaar conclusies publiceerde. In die commissie zetelden Edouard Crabbe (Directeur Navigatie Bestuur der Luchtvaart,) Ir. Florinne (directeur a.i. van de technische dienst van het Bestuur der Luchtvaart) en Ir. Lecomte (Bestuur der Luchtvaart.) Sabena-personeel had geen duidelijke instructies ontvangen om niet te landen in zo’n penibele weersomstandigheden, op vliegvelden die hier niet waren voor uitgerust. De piloten waren geïnformeerd over de schoorsteen én over de slechte meteo. Experten van de onderzoeksrechter in Brugge besloten dat piloot Lambotte de materiële verantwoordelijkheid droeg van het ongeval. Een ‘bericht voor luchtvarenden’ had hem gewaarschuwd voor de schoorsteen van de steenbakkerij. Hij was op de hoogte van de slechte meteo. Bovendien wist hij dat op Stene onvoldoende gekwalificeerd grondpersoneel aanwezig was om een landing in dergelijke omstandigheden te kunnen uitvoeren.

De afgebroken vleugel en de schouw van de steenbakkerij. Op het moment van het ongeval waren de arbeiders volop aan het werk, als bij wonder vielen er onder hen geen slachtoffers. (Archief Frans Van Humbeek)

Maar alleen de piloot veroordelen is te simpel. Net zoals in vele ongevallen hebben vele schakels van de ketting het hier begeven. Gelukkig trok de luchtvaart ook toen al snel lessen uit dit falen.

Gekende graven
Het graf van piloot Antoine Lambotte is opgenomen in de database van het Belgisch luchtvaarterfgoed (www.luchtvaarterfgoed.be/content/graf-antoine-lambotte). Net zoals vele bemanningsleden woonde hij in de buurt van Haren, nl. in Schaarbeek.

De leden van de familie von Hessen rusten in een rij naast de laatste groothertog Ernst Ludwig en groothertogin Eleonore, op de begraafplaats Rosenhöhe van Darmstadt.

Lina Hahn, de assistente van Eleonore, heeft een laatste rustplaats in Saarlautern.

Joachim Riedesel (getuige op het huwelijk en goede vriend van Ludwig en Donatus von Hessen) is begraven in zijn eigen regio Sickendorf.

Zweefvliegpionier Arthur Martens kreeg een graf in zijn eigen gemeenschap, op de belangrijkste begraafplaats van Frankfurt.

Laatste rustplaats van de familie von Hessen op de begraafplaats Rosenhöhe. (Foto Rainer Maaß)

Herdenking
Op 16 november 2017 organiseerde het Hessisches Staatsarchiv een herdenkingsplechtigheid in Darmstadt. Op het programma stonden een bezoek aan de begraafplaats van de stad en aan het mausoleum, voordrachten, klassieke muziek en een slotwoord door nazaten van de overleden familie. Aanwezig waren ondermeer prins Rainer von Hessen en landgraaf Donatus von Hessen, de huidige ‘leider’ van het huis von Hessen.

Donatus' vader, landgraaf Moritz von Hessen werd in 1960 door Ludwig en Margaretha von Hessen und bei Rhein (geboren Margaret Geddes) geadopteerd, omdat anders het huis von Hessen na het kinderloos huwelijk van Ludwig en Margaretha zou uitsterven.

Het echtpaar, dat de dag na de ramp in Stene in het huwelijk was getreden, had eerder ook het enige kind van de omgekomen broer Georg en diens vrouw Cäcilie geadopteerd. De jonge Johanna was niet meegevlogen naar Londen. Ze overleed amper twee jaar na het vliegtuigongeval van haar ouders aan de gevolgen van een hersenvliesontsteking (°1936, †1939.)

Lezing van landgraaf Donatus von Hessen tijdens de ceremonie in Darmstadt. (Foto Rainer Maaß)

Bronnen:

Walter Rottiers
Het vliegveld te Stene-Oostende (1920-1945), Walter Major, Oostende, 1993
Dr. Rainer Maaß (Hessisches Staatsarchiv Darmstadt)
Air Accident Investigation Unit (Belgium)
Algemeen Rijksarchief
Eigen archief.

Frans Van Humbeek

 

 

Reactie van Walter Rottiers (Duitsland, 5 januari 2018):

"Op 31 december 2017 zag ik op de Duitse tv-zender ZDF Info toevallig ook beelden van de crash van de Ju 52 in België. Dit alles tijdens een bijdrage over de Engelse geschiedenis met o.a. Lord Mountbatten, met foto’s van het ongeval nabij Oostende en beelden van de begrafenis in Darmstadt met heel wat Nazi-uniformen.

In het commentaar in de tv-film over de begrafenis in Darmstadt werd gesuggereerd dat het de Nazi’s waren die over de afloop van de begrafenis beslisten met groot vertoon van hun uniformen als gevolg. En verder: "In die periode hoopte men in Berlijn nog op een politieke samenwerking met Engeland en men wou hier dan ook een positief teken geven richting Londen. Zie ook de familiebanden van de Battenberg-famile, later Mountbatten en de Windsor dynastie. Zo was zoals bekend Joachim von Ribbentrop voor dat hij onder Hitler Minister voor Buitenlandse Zaken werd, van 1936 tot 1938 ambassadeur in Londen.” In het artikel in Hangar Flying over de crash lezen we ook dat de omgekomen passagiers naar het huwelijk gingen van Ludwig von Hessen met Miss Margaret Geddes, dochter van een Britse academicus en diplomaat, wat dus ook een positief teken was naar Londen toe.

Of de door u genoemde namen belangrijke functies binnen de Nazi-partij hadden is moeilijk te ontcijferen. Volgens Wikipedia was Ludwig von Hessen geen Nazi en had daarom ook geen functie binnen de partij. Ik denk dat zowel Arthur Martens alsook Joachiem Riedesel zu Eisenbach geen Nazi’s waren en dus ook geen deel uitmaakten van de NSDAP. In die periode hadden talrijke Duitse burgers extreem goede relaties met Engeland. Georg Donatus von Hessen-Darmstadt werd 1937 lid van de NSDAP en was in dat jaar ook reserve officier van de Luftwaffe.

Wat mij betreft is het verhaal van het vliegtuigongeluk in Stene pure geschiedenis, iets wat op de Duitse tv regelmatig te zien is. Er gaat geen week voorbij zonder dat over die verschrikkelijke periode nieuw filmmateriaal te zien valt. Meestal worden deze beelden dan ook nog meervoudig herhaald zonder dat daar iemand bezwaar aan heeft. Integendeel.

Waarom werd er op de plaats nabij Oostende nooit een gedenkplaat of monument gepland?"