-A A +A

Dertig kaarsjes en 1.000.000 vlieguren later

Cazaux, 21 mei 2008. Ondertussen bijna dertig jaar geleden, op 6 oktober 1978, werd het eerste toestel van het type Alpha Jet aan de Belgische luchtmacht afgeleverd. Het kleine, multifunctionele toestel leidde toen, samen met de F-16 jager, het tijdperk van de moderne jets in. Vandaag is het toestel volwassener dan ooit; de Alpha Jet staat immers nog steeds synoniem voor de opleiding van de toekomstige Belgische jachtpiloten.

Te Cazaux worden de Belgische en Franse piloten klaargestoomd voor hun operationele carrière. Voor de Belgen houdt dit de conversie naar F-16 MLU (Mid-Life Update) in; de Fransen vliegen op deze Mirage 2000.

Ontwikkeling van de “Alpha Jet”
Het “Alpha Jet”-project zag het levenslicht aan het einde van de jaren 1960 toen de Franse en Duitse regeringen besloten om de handen in elkaar te slaan voor de ontwikkeling van een lichte jet voor zowel de opleiding van legerpiloten als tactische ondersteuning. Een aantal vliegtuigbouwers gingen op de tender van de regeringen in: Aérospatiale ontwikkelde de E-650 Eurotrainer, het Duitse VFW stelde haar T-291 voor en Dassault-Brequet ontwikkelde samen met Dornier de TA-501. Uiteindelijk werd er voor het laatste ontwerp gekozen; op 23 november 1973 maakte het Dassault-Brequet/Dornier Alpha Jet-prototype haar eerste testvlucht.

Beide landen stonden samen in voor de ontwikkeling van het toestel. Het voorste gedeelte van de romp werd door Frankrijk gebouwd, terwijl de rear fuselage op het conto van de Duitsers mag worden geschreven. Voor de voortstuwing van de Alpha Jet werd er gekozen voor twee Larzac turbofans, ontwikkeld door SNECMA en Turboméca in Frankrijk en MTU en KHD in Duitsland, die elk 1.350kg stuwkracht leveren en het toestel tot de topsnelheid van 1.000 km/u katapulteren. Ook op het vlak van de assemblage waren er bilaterale afspraken: Frankrijk nam de lestoestellen en de exportmodellen voor haar rekening, terwijl het aanvalstoestel in de Duitse fabrieken van de band rolde. De serieproductie van de Franse variant, de “Alpha Jet E”, startte in 1977; de Duitse “Alpha Jet A” volgde een jaar later.

Enkele Portugese gastpiloten te Cazaux hebben duidelijk interesse voor de gemoderniseerde Belgische Alpha Jet “Plus”.

Ondertussen had ook de Belgische luchtmacht interesse gekregen in het Frans-Duitse project. Met de komst van de F-16 multi-role fighter was men immers op zoek naar een opvolger voor de Fouga en de Lockheed T-33A, beide toestellen van de zogenaamde “tweede generatie” die een enorme technologische kloof lieten met de F-16. Het was aan de Alpha Jet om deze kloof te overbruggen. Nog in 1973, het jaar van de eerste vlucht, plaatste de Belgische regering een order voor 33 Alpha Jets. Maj Vl Ghijsdael was de eerste Belgische piloot die het jaar daarop achter de knuppel van een van de prototypes plaats mocht nemen voor een proving flight. En in 1978, nu dertig jaar geleden, nam België haar eerste eigen Alpha Jet, met kenteken AT01, plechtig in ontvangst. Het laatste toestel voor België, Alpha Jet AT33, werd op 15 juli 1980 aan ons land afgeleverd.

Enkele toekomstige jachtpiloten?

Opleiding tot jachtpiloot
Sinds de promotie van 1978 lessen alle Belgische jachtpiloten op Alpha Jet. Samen met de Siai Marchetti nam het Frans-Duitse toestel de fakkel over van de T-33A en de Fouga Magister. De komst van de volledig operationele smaldelen op Alpha Jet (11e smaldeel vanaf 1979, 7e smaldeel vanaf 1980) betekende meteen ook het einde van 20 jaar Fouga in Belgische legerdienst.

De eigenlijke opleiding van de piloten kan in vier fases ingedeeld worden. In eerste instantie dienen de kandidaat-piloten hun academische opleiding aan te vatten aan de KMS (Koninklijke Militaire School) en moeten ze slagen voor het programma “Air Academics”. Nadien volgt de “Basic Flying Training”, de elementaire vliegopleiding, op Siai Marchetti te Beauvechain. Eens de piloten de basics van de vliegkunst onder de knie hebben, volgt er een oriëntering – “streaming” in het jargon – naar helikopter-, transport- of jachtpiloot. De opsplitsing gebeurt in functie van de behaalde resultaten en de keuze van de piloot zelf. Ook de behoefte aan een bepaalde categorie van piloten bij Defensie kan deze streaming beïnvloeden.

De toestellen van de “Patrouille de France” zijn ongetwijfeld de bekendste Alpha Jets die door het luchtruim klieven. Tijdens een meer dan 20 minuten durende demonstratie kleurden ze de hemel boven Cazaux in de Franse driekleur.

Bij de jachtpiloten bestaat fase III, de “Advanced Flying Training”, uit het eerste contact met de Alpha Jet en spitst zich toe op het vliegen an sich. Fase IV van het opleidingsprogramma behelst de “Initial Operational Training”; de piloten beschikken nu over voldoende maturiteit op de Alpha Jet om zich voor te bereiden op de conversie naar hun latere unit, een van de F-16 MLU (Mid-Life Update) squadrons. De initiële operationele training zorgt ervoor dat deze overstap naadloos verloopt; tijdens de trainingsvluchten op Alpha Jet worden de piloten geconfronteerd met enkele complexere systemen die ze ook later op de F-16 zullen aantreffen zoals het INS (Inertial Navigation System) en het HOTAS-principe (Hands on Throttle and Stick). De nadruk van de missies ligt – zoals de naam van de fase al doet vermoeden – op het simuleren van operationele gevechtssituaties zoals air combat training en air-to-ground aanvalsvluchten. Ook de samenwerking tussen de verschillende toestellen onderling is een key topic, waaraan veel tijd en moeite besteed wordt.

Cdt Vl Raymond Cannaerts (2e van links) werd gehuldigd omwille van meer dan 4.000 vlieguren op Alpha Jet. Hij behaalde zijn vleugels in 1981 en werd in 1984 vlieginstructeur bij de luchtmacht, waar hij les gaf op zowel Marchetti als Alpha Jet.

AJeTS
Terwijl fases III en IV van de opleiding tot jachtpiloot vroeger in België plaatsvonden (o.m. in Brustem en Beauvechain), ronden de piloten vandaag de dag hun training af  in Frankrijk, samen met hun Franse collega’s. De samenwerking tussen Frankrijk en België is heel hecht: de kandidaat-jachtpiloten leggen nagenoeg hetzelfde parcours af en ook het (vliegend) materieel wordt mutueel gebruikt. Het idee van een grensoverschrijdend trainingsprogramma werd aan het begin van de jaren 2000 gelanceerd en in 2003 tekenden de Belgische en Franse regeringen een akkoord om de voortgezette vliegopleiding binnen een gezamenlijke structuur te organiseren. Later dat jaar, op zes november 2003, werd de AJeTS (Advanced Jet Training School), die de fases III en IV voor haar rekening neemt, formeel opgericht. De initiële opleiding op Alpha Jet gebeurt nu op de Franse jets te Tours, voor de operationele training verhuizen de piloten naar Cazaux, nabij Bordeaux, waar ze op gemoderniseerde Belgische Alpha Jet “Plus”-toestellen vliegen.

Lt-Gen Vl Gérard Van Caelenberge, de commandant van de Belgische luchtcomponent, noemt deze samenwerking tussen België en Frankrijk nagenoeg uniek in de wereld: “Het grote verschil met andere samenwerkingsprogramma’s is dat AJeTS niet tegen betaling van een van de partners verloopt. Beide landen stellen hun middelen ter beschikking van elkaar. Het is een win-win situatie zowel voor de Belgische als de Franse luchtmacht, waarbij de toestellen optimaal benut kunnen worden en waarbij er voordeel kan worden gehaald uit elkaars ervaring.”

Tijdens zijn speech beklemtoonde Lt-Gen Vl Van Caelenberge het belang van de Europese samenwerking en de samenwerking met de vliegtuigindustrie.

De achterliggende reden voor de oprichting van AJeTS was dan ook de synergie die mogelijk was tussen beide landen. Frankrijk, enerzijds, beschikte jaarlijks over een groter aantal kandidaat-piloten dan dat het moderne Alpha Jets beschikbaar had. België, anderzijds, beschikte over 28 toestellen van de gemoderniseerde “Plus”-variant van de Alpha Jet, terwijl het slechts een beperkt aantal piloten op te leiden had. Als compensatie voor het gebruik van de Belgische toestellen biedt de Franse luchtmacht haar uitgebreide infrastructuur aan – en haar milde klimaat. De geïntegreerde opleiding streeft naar een optimaal gebruik van personeel en middelen en haalt de troeven van beide luchtmachten naar boven; één en één is hier duidelijk meer dan twee!

Lt-Gen Vl Van Caelenberge en zijn Franse collega Gen Collart feliciteren twee Franse Alpha Jet piloten bij de prijsuitreiking.

1.000.000 vlieguren
Op 21 mei mochten de Belgische en Franse militairen te Cazaux heel wat kaarsjes uitblazen. Sinds de introductie van de Alpha Jet binnen de strijdkrachten hebben piloten van beide landen er gezamenlijk meer dan een miljoen vlieguren opzitten, een mijlpaal voor het toestel en de luchtmachten. Het evenement werd uitgebreid gevierd en een aantal Alpha Jet-piloten en -ex-piloten werden er in de bloemetjes gezet omwille van hun geleverde diensten. Voor velen onder hen was het een gezellig weerzien van oude bekenden; zelf sprak ik er met de kersverse promotie Belgische Alpha Jet-piloten die ook hun steentje bijdroegen om het getal rond te krijgen.

 

Ter ere van het evenement te Cazaux kreeg deze Belgische Alpha Jet 1B AT32 deze fraaie special colours aangemeten.

De weg naar jachtpiloot is inderdaad lang; zelfs wanneer de piloten hun operationele eenheid vervoegd hebben, gaan ze zich steeds moeten blijven bijscholen. Kapt Vl Peeters: “De laatste generatie toestellen is heel modulair. Er komen constant nieuwe updates uit en als piloot moet je steeds alles van je toestel afweten. Maar ook als mens moet je bijleren – we leren hier meer dan alleen vliegen. Door samen te vliegen met piloten uit andere landen, zoals hier in Cazaux, kom je ook veel over andere culturen te weten. Elk land heeft zo zijn eigen aanpak van dingen, kennis hiervan kan heel nuttig zijn in gevechtssituaties.”

Als ik hen vraag waar ze over enkele jaren hopen te staan, hebben de piloten zo hun eigen voorkeur. Op korte termijn kijken ze uit naar hun conversie naar F-16, maar het is duidelijk dat je binnen je loopbaan bij Defensie alle kanten uitkunt. De huidige specialisatiegraad in het leger – en in de luchtmacht in het bijzonder – is zeer hoog. Naast in de eerste plaats vliegenier te zijn, worden sommige officieren expert in elektronische oorlogsvoering, anderen kiezen later in hun carrière lead pilot van een groep fighters of muteren naar een functie met beide voeten op de grond bij de flight operations – de mogelijkheden zijn legio. De hoge flexibiliteit die van de piloten verwacht wordt, is kenmerkend voor een modern beroepsleger. De luchtmacht vergt veel van haar nieuwe piloten, maar schenkt hen tegelijkertijd ook veel voldoening. “Een droomjob”, om het met de woorden van David Galland te zeggen.

Ondertussen hebben de kandidaat-jachtpiloten er elk al meer dan 100 uren op Alpha Jet opzitten. Als we de lesuren op Marchetti hierbij optellen, spreken we over ervaren piloten met 300 uren achter de kiezen. Dit najaar, wanneer ze hun Hoger Vliegbrevet halen, laten ze de Alpha Jets over aan de volgende promotie officieren en verhuizen ze terug naar België. Cazaux is een geoliede machine die hoogopgeleide piloten produceert…  

AEJPT, meer dan alleen toekomstmuziek
Sinds het einde van de jaren 1990 zijn enkele Europese landen, waaronder België en Frankrijk, gestart met een werkgroep rond de mogelijkheden van een Europees opleidingsproject voor jachtpiloten, AEJPT (Advanced European Jet Pilot Training) genaamd. Tegen 2018-2020 zou het programma in voege moeten treden en hoewel er nog wat leemtes zijn in het project, kan Van Caelenberge reeds de belangrijkste krachtlijnen aanstippen: “De integratie gebeurt op twee niveaus, de “Eurotraining” en de “Eurotrainer”. Met “Eurotraining” bedoelen we een netwerk van pilotenscholen die een zelfde, geharmoniseerde syllabus aanbiedt aan de toekomstige piloten; de “Eurotrainer” is een nieuw lestoestel dat door alle lidstaten gebruikt zal worden en dat bij ons de Alpha Jet zal vervangen.” 

De houdbaarheidsdatum van de Belgische en Frans Alpha Jets is nog niet verstreken. Voor het onderhoud – dat overigens nog wel in België, te Beauvechain, gebeurt – wordt er nauw samengewerkt met de vliegtuigbouwer. Volgens de zogenaamde “Indice de Fatigue” van Dassault, een monitoringsysteem om de levensduur en de service-intervals van de vliegtuigen te bepalen, zouden de Alpha Jets nog een klein decennium meekunnen – tot aan de lancering van AEJPT?  

Ondertussen wérkt het Franco-Belgische trainingsprogramma, en dat hebben ze in de andere Europese landen ook wel gemerkt. De kennis en ervaring die uit de Advanced Jet Training School (AJeTS) wordt gehaald, belooft een niet te onderschatten rol te spelen in de toekomstige, geïntegreerde Europese pilotentraining.

Giovanni Verbeeck